11 De Kaperbrief

Roodbaard - De kaperbrief (La mission secrète de l'épervier)

De Sea-Adler, het schip van Erik Lerouge, ligt afgemeerd aan de kade in de stad New Orleans. Al tijden wacht de zoon van Roodbaard op een vracht om te vervoeren. Het duurt nu inmiddels zo lang dat hij zijn bemanning heeft moeten ontslaan omdat het geld opraakt. Alleen Driepoot en Baba zijn nog bij hem. Het is inmiddels bekend geworden dat Erik de zoon is van de meest beruchte piraat die over de wereldzeeën vaart. Zijn vader heeft zijn strooptochten weer in alle hevigheid opgepakt. Maar dit is niet de enige oorzaak waarom er geen vracht is. Er is opnieuw een oorlog ontbrand tussen Frankrijk, Engeland en de Nederlanden. Op land behalen de Franse legers overwinningen, maar op zee zijn de schepen van de Engelsen en de Hollanders de baas. Erik heeft geprobeerd om een kaperbrief te verkrijgen. Maar de gouverneur van het stukje Frankrijk in Amerika zag niet veel in het aanbod. De situatie begint nu zo nijpend te worden dat de drie het er over hebben om het schip te verkopen. Maar die avond komt er bezoek aan boord van de Sea-Adler. Twee gemaskerde mannen stappen het dek op en willen met Erik praten. Het blijkt de gouverneur van New Orleans, De Bienvillei, te zijn. Hij is in het gezelschap van de graaf van Jussière. Deze laatste is zojuist uit Frankrijk gekomen, met groot gevaar voor eigen leven. De gouverneur heeft het verzoek van Erik namelijk wel doorgegeven aan de koning. En de graaf heeft de door Erik begeerde kaperbrief bij zich. Maar er is wel een voorwaarde. Erik, Driepoot en Baba op de brug, tekening van Hubinon De gouverneur heeft een gevaarlijke en uiterst vertrouwelijke opdracht. Het Franse fort in de Antillen, Fort-De-France, wordt al maandenlang geblokkeerd door een Engels eskader. Het kruit en de proviand raken op. Wanneer er geen nieuwe voorraden komen zal het fort zich moeten overgeven. Hiermee verliezen de Fransen hun controle over de Antillen en komen hun bezittingen in gevaar. Het is dus aan Erik om de voorraden af te leveren. Maar gemakkelijk zal dit niet zijn, want de Engelse schepen zijn in grote overmacht in de Antillen aanwezig. Daarnaast moet er van worden uitgegaan dat er zich spionnen in New Orleans bevinden. De reis moet dus zo stil mogelijk worden voorbereid. Maar dit is niet het eerste probleem, dat is namelijk een bemanning vinden. En dat blijkt niet mee te vallen, ook niet wanneer er veel geld wordt geboden. Dan heeft Driepoot een idee. De gevangenis zit vol met zeelieden die graag hun vrijheid terug willen verdienen. Hoewel de gouverneur er eerst niets in ziet gaat hij toch akkoord. En dus vertrekt de Sea-Adler met een minimale bemanning. Op een afgesproken plaats wordt het kruit aan boord genomen. Maar al vroeg blijkt dat er zich minstens één spion onder de bemanning moet bevinden. En de anderen zijn misdadigers die er het liefst vandoor zouden gaan. Problemen genoeg voor Erik en zijn twee trouwe vrienden.

In 1971 verscheen het album 'De kaperbrief' (La mission secrète de l'épervier). Het nieuwe avontuur begint in de (toen nog) Franse stad New Orleans. En hoewel het een album is uit de serie Roodbaard, zien we de piraat zelf nergens opduiken. Het verhaal draait volledig om Erik, Baba en Driepoot. Leuk is wel dat een oude vijand uit de serie in het verhaal is gebracht. Don Enrique (zie onder meer 'De Spaanse hinderlaag') duikt weer even op. Ook ditmaal is het vernuft van Erik het belangrijkste wapen wat hij gebruikt en waarmee hij zijn tegenstanders verslaat. Het Fort de France bestaat overigens echt. Het is de hoofdstad van het Franse (overzeese) departement Martinique. Ooit heette het Fort Royal. Zoals altijd wordt het verhaal uitstekend opgebouwd. Er zijn de nodige moeilijkheden om te overwinnen, niet in het minst het vinden van een betrouwbare bemanning. Daarna wacht de confrontatie met het sterke Engelse eskader. Goed begin van een nieuw avontuur.

12 De bevrijding van Fort de France

Roodbaard - De bevrijding van Fort de France (Barbe-Rouge à la rescousse)

Met veel moeite is Erik Lerouge er in geslaagd om met zijn schip de Sperwer het geïsoleerde Fort de France te bevoorraden. Maar de blokkade van het Engelse eskader is weer intact en na verloop van tijd is de situatie weer zorgelijk aan het worden. Samen met Driepoot bekijkt Erik de Engelse schepen. Een rechtstreekse aanval hoeven de Engelsen niet in te zetten. Ze weten immers dat de Fransen steeds minder voorraden zullen hebben en dat met het verstrijken van de tijd de Engelse positie steeds sterker wordt. En die van de Fransen steeds zwakker. Dan verschijnt er een boodschapper en Erik wordt ontboden bij de gouverneur. Een uur later voegt Erik zich bij het verzamelde gezelschap. En inderdaad is de situatie weer uitzichtloos aan het worden. Wanneer er geen hulp van buitenaf komt zal Fort de France moeten capituleren. Maar Erik heeft een voorstel. De schepen die het Engelse eskader bevoorraden moeten worden aangevallen evenals andere Engelse bezittingen in de regio. En om dit gedaan te krijgen wil Erik de hulp in roepen van Roodbaard. Maar zijn voorstel stuit al direct op veel verzet. Zaken doen met dat bloeddorstige monster? Nooit! Zelfs niet wanneer Erik vertelt dat hij de aangenomen zoon van Roodbaard is. Toch lijkt de gouverneur te zwichten voor het voorstel. Maar dan mengt een Franse edelman, graaf D'Espargel zich in het gesprek. Hij oppert dat Erik alleen zijn eigen huid wil redden. Iets waar Erik natuurlijk boos om wordt. Maar de vergadering bereikt een compromis. Graaf D'Espargel zal als vertegenwoordiger van de Fransen Erik vergezellen op zijn reis naar Roodbaard. Hoewel Erik het eigenlijk helemaal niets vind, gaat hij tandenknarsend akkoord met het voorstel. Driepoot ontsnapt uit de strip Roodbaard, tekening van Hubinon Chagrijnig keert Erik terug aan boord van de Sperwer. Maar hij zou nog veel meer bezorgd zijn als hij zou weten dat er een spion is in Fort de France. Een spion die voor de Engelsen werkt. Deze man licht direct de commandant van het Engelse eskader in over de plannen van Erik. De zoon van Roodbaard weet dat er in deze regio vaak orkanen voorkomen en van zo'n storm wil hij gebruik maken om langs het eskader te glippen. Natuurlijk is zijn bemanning er niet gerust op, maar Erik weet wat hij doet. Jammer genoeg voor hem weet de eskadercommandant van de Engelsen ook wat hij van plan is. En de Engelsen zijn helemaal niet van plan om het Erik heel moeilijk te maken om te ontsnappen. Want wanneer Erik zijn vader opzoekt zal de Engelse spion ervoor zorgen dat de Engelsen weten waar dit plaats zal gaan vinden. Op die manier slaan ze een dubbelslag. Niet alleen blijft Fort de France verstoken van hulp, maar ze rekenen op die manier gelijk af met de grootste piraat in het Caribische gebied. Erik, Baba en Driepoot beginnen aan een avontuur dat nog veel gevaarlijker is dan dat zij vooraf vermoeden.

In 1972 verscheen het album 'De bevrijding van Fort de France' (Barbe-Rouge à la rescousse). Opnieuw is het een heel gedegen verhaal geworden. Natuurlijk is het wel vrij snel duidelijk dat de graaf D'Espargel niet zuiver op de graad is. Maar Charlier heeft zoveel andere impulsen in het scenario verwerkt dat je geen moment het idee krijgt dat je al precies weet hoe Erik alle problemen het hoofd zal gaan bieden. Ook de tekeningen van Hubinon zijn weer prima. Het is inmiddels al een goedlopende serie geworden met zijn eigen identiteit. Zoals altijd is er veel plezier te halen uit een avontuur van Roodbaard en zijn zoon Erik Lerouge. Wat nog wel even het vermelden waard is, is dat in dit avontuur voor het eerst de eigenlijke naam van Driepoot valt. Wanneer hij voor de Spanjaarden terecht staat wordt hij Joseph Velu, bijgenaamd Driepoot, genoemd. Voor zover ik weet was dit de eerste maal dat zijn echte naam viel.

13 De onzichtbare piraat

Roodbaard - De onzichtbare piraat (Le pirate sans visage)

Op een mooie morgen in de haven van Fort de France, op het eiland Martinique, ligt het schip de Sperwer klaar voor vertrek. Aan boord van de forse driemaster is de bemanning van kapitein Erik Lerouge druk in de weer. Maar dan klinkt er een kanonschot en de aangenomen zoon van Roodbaard reageert verrast. Erik geeft direct orders om het vertrek uit te stellen. Driepoot kijkt ondertussen over de baai uit en ziet een sloep naar het schip komen. In de sloep bevindt zich niemand minder dan de gouverneur, vergezeld door de havenmeester. Eenmaal aan boord verzoekt de gouverneur om Erik apart te mogen spreken. Het gezelschap gaat de kajuit van Erik binnen en de gouverneur steekt van wal. Erik krijgt een gerafelde vlag te zien. Het is een piratenvlag. En niet zomaar eentje. Het is de vlag die zijn vader Roodbaard altijd gebruikte op de Zwarte Valk als hij op strooptocht ging. Voor zijn aandeel in de bevrijding van Fort de France heeft de Franse koning de beruchte piraat gratie verleend, evenals de Hollanders en de Spanjaarden. Maar deze vlag is recent aangetroffen op het wrak van een Frans schip, de Bruinvis. Het vermoeden bestaat dat Roodbaard zijn woord gebroken heeft en weer op strooptocht is gegaan. Erik kan dit niet geloven. Hij kent zijn vader als geen ander. Wet en regel zeggen Roodbaard niet veel, maar zijn woord is heilig voor hem. Maar de aanwezigen lijken niet overtuigd. Bovendien is er een groter probleem. Een ander groot Frans schip wordt vermist. De Vaillant had al lang in Fort de France moeten zijn, maar van het schip is geen spoor. Erik, Baba en Driepoot zoeken Roodbaard, tekening van Hubinon De Vaillant terugvinden is de eerste opdracht. En dus gaat Erik op zoek. Na enige tijd vinden ze het wrak van het schip. De bemanning is afgeslacht en op de mast prijkt de vlag van Roodbaard. Hoewel Erik nog steeds niet geloofd dat zijn vader de dader is zweert hij dat hij de schuldige zal vinden, wie dit ook moge zijn. En er is nog iets geks, Ze hebben het schip gevonden op een plek die veel westelijker ligt dan waar je de Vaillant zou verwachten. Wanneer Erik dan ook nog leert dat zijn vader voor het laatst is gezien toen hij die richting heen voer, lijkt het raadsel compleet. Kan het echt zo zijn dat Roodbaard zijn woord gebroken heeft? Of is er iets anders aan de hand? Samen met zijn trouwe vrienden Driepoot en Baba onderneemt Erik Lerouge de zoektocht naar de zeerover. Maar wie is deze onzichtbare piraat en waar is hij?

In 1972 verscheen het album 'De onzichtbare piraat' (Le pirate sans visage). Ook nu is het weer een degelijk Roodbaard avontuur geworden. Het verhaal heeft eerst de spanning in zich omdat je jezelf afvraagt wie die piraat is die al die schepen plundert en al de zeelieden vermoord. Net als Erik voel je al direct aan dat Roodbaard niet de schuldige zal zijn. Wanneer duidelijk is hoe de waarheid in elkaar steekt is er de actie om de zaak tot een goed einde te brengen. Maar er is wel iets met het album aan de hand. Vanaf bladzijde 18 is het tekenwerk duidelijk niet meer van de hand van Hubinon. Daarvoor wijkt het teveel af van de bekende stijl van deze tekenaar. Ook daarvoor zijn er al een aantal afwijkingen te zien. De reden is dat Hubinon opgenomen werd in het ziekenhuis. Een deel van het tekenwerk is dan ook van Eddy Paape (bladzijde 11-17) en van Jije (bladzijde 1-28).

14 Strijd met de Berbers

Roodbaard - Strijd met de Berbers (Khair le More)

Het is een stormachtige nacht. De regen en het weerlichten verlenen een onheilspellende sfeer aan de plek waar twee ruiters langzaam hun doel naderen. Het is een kleine herberg die half verscholen ligt achter rotsblokken wat het doel van hun reis is. In de nieuwe wereld zijn meerdere van dit soort plekken te vinden, maar de reizigers begeven zich naar deze herberg in de buurt van New Orleans. De ene man leidt de andere. Deze tweede man is namelijk naar iemand op zoek. En niet zomaar iemand. Hij zoekt de schuilplaats van de man die ooit het Caribische gebied onveilig maakte onder de bijnaam 'De schrik van de zeven zeeën'. Het is niemand minder dan Roodbaard die hij zoekt. En hoewel de kapitein met de rode baard sinds zijn gratie de piraterij heeft afgezworen, is zijn reputatie in tact gebleven. Zodra ze de herberg bereiken gaat de man die als gids gediend heeft, er als een haas vandoor. De overgebleven man klopt op de deur en weet na enig gepraat de beveiliger achter de deur te overtuigen. Hij wordt toegelaten tot de schuilplaats van Roodbaard. Eenmaal binnen doet deze man, die later Ruggieri zal blijken te heten, Roodbaard een voorstel. De voormalige piraat kan de ongekende som van 300.000 francs verdienen. Het enige wat hij voor dit kleine fortuin moet doen is een schip de grond in boren. Roodbaard krijgt een verwerpelijk voorstel, tekening van Hubinon Het gaat om de slecht bewapende driemaster de 'Havrais', die een dag eerder de haven van New Orleans verlaten heeft. Aan boord bevindt zich een jong meisje, Caroline de Murators genaamd. Zij reist in het gezelschap van een oudere vrouw en een neger bediende zo vertelt Ruggieri. Geen van hen mag levend het schip verlaten. Maar Ruggieri beseft niet dat wanneer Roodbaard zijn woord geeft, hij deze ook houdt. Nadat hij genoeg heeft gehoord probeert hij Ruggieri gevangen te nemen. Maar ondanks de aanwezigheid van de beveiliger ontsnapt Ruggieri. Natuurlijk laat Roodbaard het er niet bij zitten. Hij gaat direct naar de Sperwer, het schip van zijn zoon Erik. En het duurt niet lang of de hele bemanning is bezig om het schip zeilklaar te maken. Omdat er nog niet voldoende mannen als matroos getekend hebben, gaan Erik, Driepoot en Roodbaard mannen ronselen. Maar onder de mannen die tekenen zijn twee matrozen die door Rugierri betaald worden. Zij moeten ervoor zorgen dat de Sperwer vertraging oploopt tijdens de reis. Hijzelf vaart met een ander schip naar Algiers. Ruggieri spreekt Arabisch en gaat een piraat daar genaamd Khayr-el-Djaïr hetzelfde voorstel doen als hij aan Roodbaard deed. Hij moet wel uitwijken naar Algiers want Roodbaard heeft ervoor gezorgd dat geen enkele kaper in het Caribisch gebied hem durft te helpen. Maar ditmaal heeft Rugierri succes want Khayr-el-Djaïr neemt het voorstel aan. Hoewel hij het nog niet beseft is Erik, samen met Roodbaard, een pion geworden in een internationale intrige.

Met het avontuur 'Strijd met de Berbers' (Khair le More) uit 1973 betreden we een andere wereld dan die welke tot op dat moment in de Roodbaard serie gebruikelijk was. De voormalige piraat en zijn aangenomen zoon Erik komen terecht in de internationale politiek van die dagen. De Oostenrijkers hebben hun zinnen gezet op het gebied van de oude hertog Ferdinand Charles IV. Een ieder die door geboorte recht zou kunnen hebben op dit gebied wordt uit de weg geruimd. Maar natuurlijk willen Erik en zijn gezelschap het er niet bij laten zitten. Om de jonge erfgename te helpen moeten zij zich echter gaan begeven in het gebied van de Moorse piraten. In de periode dat de verhalen over Roodbaard geplaatst zijn maakten Noord-Afrikaanse zeerovers de Middellandse Zee ook daadwerkelijk onveilig. Deze groep piraten wordt aangeduidt met de term Barbarijse zeerovers. Naast Algiers waren Tunis en Tripoli berucht in die dagen als schuilplaatsen van deze piraten. Opmerkelijk is dat in de tijd dat het verhaal speelt, de Barbarijse zeerovers lang niet allemaal meer ook echt uit de Noord-Afrikaanse regio kwamen. Onder hen bevonden zich ook Europeanen. Een bekende was Ivan de Veenboer, ook bekend als Sulayman Reis. Maar in dit avontuur zijn de piraten uit Algiers allen afkomstig uit Noord-Afrika. En getrouw de scenario's van Charlier is het ook nu weer een vlotlopend verhaal met de bekende ingrediënten. Van verslapping is nog lang geen sprake.

15 De gevangene

Roodbaard - De gevangene (La captive des Mores)

Nadat Roodbaard in zijn schuilplaats in New Orleans was benaderd door Ruggieri om een koopvaardijschip te onderscheppen en een passagier te vermoorden, hebben de voormalige piraat en zijn zoon Erik getracht om het beoogde schip in te halen. Aan boord van de Havrais bevond zich Caroline de Murators, een kleindochter van hertog Ferdinand-Charles IV. Maar hoe snel de Sperwer, het schip van Erik, ook vaart zij komen te laat om de Havrais te redden. Omdat Roodbaard het aanbod had afgewezen en voor gezorgd had dat geen enkele piraat het aanbod zou aannemen, heeft Rugierri zich gewend tot de Berber piraten. De piraat Khaïr-Al-Djaïr voert de opdracht van Rugierri uit. Vanuit de verte zien Roodbaard en Erik het schip in vlammen opgaan. Zij pikken uit het water nog wel de stervende kamenier van Caroline op. Volgens haar is de jonge vrouw vermoord. Erik besluit koers te zetten naar Mantoue om de hertog op de hoogte te stellen. Maar hij valt in de handen van de opdrachtgever van Rugierri, baron Spada, de persoonlijke kanselier van de hertog en een spion voor de Oostenrijkers. Want Oostenrijk wil het hertogdom na de dood van de huidige heerser inlijven. Baron Spada doet het voorkomen alsof Erik een aanslag wil plegen op de hertog en de kapitein van de Sperwer wordt in een cel gegooid. Hier treft hij de bediende van Caroline, Domingo. Van hem verneemt Erik dat Caroline nog leeft en in handen is van Khaïr-Al-Djaïr. De verraders Baron Spada en Ruggieri uit de strip Roodbaard, tekening van Hubinon Ondertussen hebben Driepoot en Baba de scheepsjongen gevonden die bij Erik was. Hij vertelt hen wat er is voorgevallen. Natuurlijk beginnen de vrienden van Erik meteen een plan te maken om hun makker te bevrijden. En het geluk lijkt hen toe te lachen want uit het niets valt Rugierri in hun handen. En wat nog belangrijker is, een volmacht van de hertog die de houder ervan grote bevoegdheden geeft. Onmiddellijk ziet Driepoot het belang van dit document. Met behulp van dit stuk papier lukt het hen om Erik te bevrijden. Maar de zoon van Roodbaard wil niet direct terug naar de Sperwer. Hij wil de hertog inlichten dat zijn kleindochter nog leeft. In het paleis van de hertog komt het tot een confrontatie met Spada. Maar het lukt Erik de hertog te overtuigen van zijn oprechte bedoeling en Spada doet nu voorkomen dat hij misleidt is door Rugierri. Op aanwijzing van de baron speelt Rugierri het spel mee. De hertog verzoekt Erik om te gaan onderhandelen om zijn kleindochter vrij te krijgen. De zoon van Roodbaard stemt hiermee in en roept de hulp van zijn vader in. Maar zij weten niet dat Spada de verraderlijke Rugierri al weer op pad heeft gestuurd en een val voor hen opstelt bij de Berbers.

Het deel 'De gevangene' (La captive des Mores) vormt duidelijk het tussenstuk in deze verhaallijn. Als lezer krijg je het nodige te zien over de intrige die door Spada wordt opgezet. Toch beklijft dit verhaal niet echt. Het duurt voor het mooie iets te lang voordat het verhaal weer enige vaart krijgt. Echt een prelude op de actie die gaat komen in het volgende deel.

16 De helleschuit

Roodbaard - De helleschuit (Le vaisseau de l'enfer)

Erik heeft de opdracht van hertog Ferdinand-Charles IV aanvaard om te proberen zijn kleindochter bij de Moorse piraten vrij te kopen. Om de opdracht tot een succesvol eind te brengen roept Erik de hulp in van zijn vader. In het gezelschap van Baba en Driepoot ontmoet Erik Roodbaard in Bordeaux. Hier maken ze ook kennis met de nieuwe Zwarte Valk, die in Amsterdam is gebouwd op persoonlijke aanwijzingen van Roodbaard. Hoewel het schip bij een eerste indruk er niet al te sterk uitziet, heeft Roodbaard er een drijvend fort van gemaakt. Als geheim wapen is er een installatie voor het Griekse vuur aangebracht. Als eerste varen ze naar Malta. Hier wil Erik een Berber zien te vinden die een ontmoeting kan regelen met de ontvoerders van Caroline de Murators. Maar Ruggieri heeft deze zet voorzien en treft zijn eigen maatregelen. Hij stuurt een handlanger, Giuglielmo Mossi, naar Malta om Erik op te vangen. Nadat hij Erik heeft gevonden doet Mossi voorkomen alsof hij in opdracht van de Rey handelt en vertelt dat er een losgeld zal worden aanvaard. Bij aankomst in Algiers moeten zij een groene vlag in de grote mast voeren. Aicha en Baba uit de strip Roodbaard, tekening van Hubinon Dan zal er niet op hen geschoten worden. Maar de verraderlijke Ruggieri heeft nog meer troeven. Toen zij nog in Frankrijk waren, is het hem gelukt om het losgeld om te wisselen voor waardeloos metaal. Iets waar Erik en zijn gezelschap natuurlijk geen weet van hebben. Zo komen ze aan in Algiers. Aan boord van de Zwarte Valk is iedereen gespannen. In de stad zelf kijken Rugierri en reis Khaïr juist zeer tevreden toe. De val zal dicht klappen! Al snel verschijnen er Moorse piraten aan boord van de Zwarte Valk die Erik zullen begeleiden naar de heerser van Algiers. Hoewel Roodbaard en zijn twee vrienden proberen om Erik op andere gedachten te brengen, gaat de jonge kapitein in op het verzoek. Alleen gaat hij aan wal en wordt naar de kasbah van de Rey gebracht. Wel is Baba in de nacht stiekem van boord geslopen en heeft hij zich onder de bevolking gemengd. Voor Erik wordt de situatie al snel bedreigend zodra blijkt dat er in het kistje helemaal geen goud zit. Maar er is nog iets anders wat hij niet weet. Caroline de Murators bevindt zich helemaal niet meer in Algiers. De Rey heeft haar naar de sultan van Constantinopel (nu Istanboel) gestuurd. Erik wordt gevangen genomen en reis Khaïr maakt zich op om met zijn mannen de Zwarte Valk te bestormen. Maar er is buiten Roodbaard gerekend. En al helemaal buiten Baba die hulp krijgt uit een onverwachte hoek.

Wat voor het vorige deel gold, is ook nu wel weer een beetje van toepassing. Voor mijn gevoel had het verhaal 'De helleschuit' (Le vaisseau de l'enfer) wel iets korter mogen zijn. Natuurlijk moet de intrige goed en duidelijk verteld worden, maar de aanvallen op de Zwarte Valk nemen een iets te groot deel van het verhaal in beslag. Mogelijk dat dit deel in combinatie met het vorige deel een meer dynamisch geheel had opgeleverd. Natuurlijk waren de eisen in 1974, toen het album op markt kwam, anders dan nu. Toch heeft dit verhaal de tand des tijds niet echt kunnen doorstaan. Hoe het ook zij, het verhaal wordt vervolgd.

17 De kapitein zonder naam

Roodbaard - De kapitein zonder naam (Le fils de Barbe-Rouge)

Drie ruiters rijden in galop over de Zuid-Franse landwegen. Ze worden nagestaard door de, op het land werkende, boeren. Het is dan ook een gezelschap wat niet dagelijks over de wegen reist. Een elegante geklede jongeman rijdt voorop, in zijn kielzog rijdt een grote donkere man en een man met een houten been complementeert het gezelschap. Erik, die in werkelijkheid Thierry de Montfort heet, is samen met Baba en Driepoot op weg naar het landgoed dat Erik rechtmatig toekomt. Het landgoed is nu van de neef van Erik, de graaf van Argout. Wijselijk heeft Erik zijn neef niet vooraf op de hoogte gesteld van zijn komst en van zijn bestaan. Want voor zover iedereen weet is Erik, samen met zijn ouders, op zee omgekomen. Omdat hij de jongste van twee broers was is de vader van Erik met zijn gezin naar de nieuwe wereld gegaan in de hoop daar fortuin te maken. Echter kort na zijn vertrek overleden zowel zijn vader als zijn oudste broer. Omdat de vader van Erik nooit terugkeerde ging het landgoed over naar de neef van Erik. De aankomst van het drietal bij het kasteel veroorzaakt meteen beroering. Want een oude bediende, Turlot, denkt dat hij een geest ziet zodra Erik zich bij de poort meldt. Hij lijkt sprekend op zijn vader. De bediende rent direct naar de graaf van Argout die op dat moment met zijn bediende, Lenoir, in gesprek is. Zo wordt de neef van Erik direct op de hoogte gesteld. Het duurt dan ook niet lang voordat Erik oog in oog staat met zijn neef. Deze laatste reageert natuurlijk sceptisch wanneer Erik zich bekend maakt als Thierry de Montfort. Erik loopt in de val uit de strip Roodbaard, tekening van Hubinon Maar de rechtmatige erfgenaam van het landgoed beschikt over papieren die aan de graaf van Argout duidelijk maken dat hij niet erg lang meer heer en meester zal zijn. En dat is een bedreiging waar iets aan gedaan moet worden. Met een smoes overtuigd hij Erik om zijn echte identiteit nog even voor zich te houden totdat de notaris alles in orde heeft gemaakt. Nu ruikt Erik natuurlijk wel lont maar hij speelt het spelletje voorlopig mee. Lenoir biedt uiteraard zijn diensten aan en zal voor de graaf een vergif regelen bij een gifmenger. Een vergif dat smaakloos en reukloos is. Nu hebben Erik en Baba geluk, want Driepoot was niet meegegaan naar het kasteel. Hij verblijft in een herberg en pikt zo de nodige informatie op. Door toeval redt hij de zoon van de gifmenger en die verwisselt op zijn beurt het gif voor een onschuldig drankje. Erik en Baba ontsnappen aan een wisse dood. Omdat hij toevallig hoort wat de plannen van zijn neef waren besluit Erik niet op de notaris te wachten. Samen met Baba en Driepoot vertrekt hij naar Parijs om zijn geloofsbrieven aan de koning te overhandigen. Onderweg worden ze aangevallen door een knokploeg van de graaf maar deze kunnen ze zich van het lijf houden. Maar er is een valstrik waar Erik niet op bedacht is, de mooie Solange de Breteuil.

Roodbaard - De kapitein zonder naam (uitgave 1963 Pandora) Met het album 'De kapitein zonder naam' (Le fils de Barbe-Rouge) is iets bijzonders aan de hand. In de reeks die door Dargaud in het Nederlands is uitgebracht is dit het zeventiende album. Het kwam in 1979 op de markt. Het lopende verhaal uit het vorige album (De helleschuit) wordt in dit deel niet vervolgd. In de totale verhaallijn van de Roodbaard reeks komt deze vertelling na het verhaal 'De schrik van de zeven zeeën'. Het verhaal stamt dan ook uit 1963. Nu wordt vaak gesteld dat dit deel niet eerder in het Nederlands vertaald is geweest, maar dit is niet waar. De eerste verhalen van Roodbaard werden in het begin van de jaren 60 wel degelijk op de markt gebracht en wel door uitgeverij Pandora. Hiernaast is een afbeelding opgenomen van het album wat in 1963 werd uitgebracht. Wat de werkelijke reden is dat dit verhaal is blijven liggen is niet bekend, maar als lezer ga je terug naar het begin van de avonturenreeks. Erik heeft van Roodbaard gehoord dat zijn echte naam Thierry de Montfort is en heeft Erik zijn geboortepapieren gegeven die hij in de kleding van de baby gevonden heeft. Nu is Erik dus terug in Frankrijk om zijn erfdeel op te eisen maar dat is zijn neef niet van plan op te geven. Een spannend verhaal met veel intrige en actie is het gevolg. Gelukkig dat Dargaud als nog dit deel heeft opgenomen in de reeks zodat de verhaallijn bijna compleet is. Bijna, want het volgende album speelt zich ook af in het begin van de serie.

18 De jonge kapitein

Roodbaard - De jonge kapitein (Le jeune capitaine)

In het achttiende deel uit de reeks Roodbaard zijn drie losse verhalen opgenomen. Zoals in het voorwoord is aangegeven werd de geschiedenis van Roodbaard compleet gemaakt. Twee verhalen gaan over de tijd dat Roodbaard een beginnend kaperkapitein was. Het eerste verhaal in dit deel hoort chronologisch tussen de albums 'De schrik van de zeven zeeën' en 'De kapitein zonder naam'.

De jonge kapitein
Erik studeerde in Londen toen hij hoorde dat Roodbaard door de Engelsen gevangen genomen was. Erik slaagt erin Roodbaard te bevrijden. Maar nu is hijzelf ook een gezocht man. Door een list lukt het Erik om uit Londen te komen en zich te verbergen op een schip dat het ruime sop kiest. Na een week komt hij tevoorschijn maar wordt door de kapitein gevangen gezet. Zeker nadat ze achter zijn ware identiteit zijn gekomen. Nu voert de kapitein van het schip een schrikbewind en muiterij breekt dan ook uit. Samen met onder meer de kok en scheepsjongen ontsnapt Erik op een nacht met een sloep. Na dagen van ronddobberen komen ze een schijnbaar verlaten schip tegen. Ze gaan aan boord en merken dat de hele bemanning door ziekte geveld is. Ze besluiten koers te zetten naar de Afrikaanse kust om daar vers voedsel in te nemen om de zieke bemanning te helpen. Een aantal bemanningsleden gaan aan land en verzamelen vers fruit. De scheepsjongen, Tom, blijft nog even achter. Wanneer Erik polshoogte gaat nemen hoort hij een schot. Alvaredo en Erik in duel uit de strip Roodbaard, tekening van Hubinon Als hij op de plek komt waar het schot vandaan kwam, vindt hij alleen de musket van Tom. De jongen is gevangengenomen door een Afrikaanse stam. Een slavenhandelaar heeft de vrouwen en kinderen van de stam ontvoerd. En Erik ziet Tom alleen terug als hij de stamleden bevrijdt. Terug aan boord bedenkt hij een plan om de slaven te bevrijden. Met een sloep gaat hij naar de baai waar hij de slavenhandelaar verwacht. Maar deze is niet van plan om te slaven te verkopen aan Erik. De kapitein van het slavenschip, Alvaredo, probeert Erik te bedriegen maar de zoon van Roodbaard is hem te slim af. Hij bevrijdt de slaven en kan zelf ternauwernood ontkomen. Maar het gevecht is nog niet voorbij. De slavenhandelaar brengt zijn schip in stelling. Met behulp van de Afrikaanse stam wordt de slavenhandelaar verslagen en gedood. Maar het avontuur zit er nog niet op. Erik en de bemanning brengen het schip dat zij op zee gevonden hebben terug naar de thuishaven St.Malo in Frankrijk. De reders zijn Erik, die zich nu Lerouse noemt, dankbaar. Er zelfs zicht op werk. Maar op een avond krijgt Erik bezoek van Roodbaard die hem van zijn echte afkomst op de hoogte stelt. En dus gaat Erik proberen om zijn titel en zijn landgoed op te eisen.

Het goud van de San Cristobal
Roodbaard, die nog niet bekend is als piraat, bevindt zich in een zeemanskroeg op het eiland Tortuga. Een oude man krijgt woorden met een andere bezoeker. Roodbaard komt op voor de oude man maar de gekrenkte zeeman schiet de oude man neer. Dit was zijn laatste daad. De gewonde man vertelt uit dankbaarheid aan Roodbaard waar de schat van het schip de San Cristobal zich bevindt. Het lukt Roodbaard eerst niet om geld te vinden voor het plan want niemand gelooft het verhaal. Maar de onbetrouwbare Don Jorge wil hem wel helpen. Maar deze bedrieger heeft zo zijn eigen plannen mocht Roodbaard slagen de schat te vinden.

Roodbaard contra de Cobra
Het lukt Roodbaard niet om een bemanning bij elkaar te krijgen voor de Zwarte Valk. Volgens Driepoot is dit het werk van een andere piraat die de Cobra wordt genoemd. Zijn invloed wordt door de reputatie van Roodbaard aangetast. Roodbaard gaat naar Cobra en deze eist een deel van de buit. Dan kan Roodbaard een bemanning werven. Morrend gaat hij akkoord. De Cobra gaat mee op de plundertocht. Het plan van Roodbaard is om een zilverschip van de Spanjaarden te overvallen en hiertoe gebruikt hij een list. Maar de Cobra blijkt nogal hebzuchtig en onbetrouwbaar.

19 Het hellevuur

Roodbaard - Het hellevuur (Raid sur la corne d'or)

Nadat ze het piratennest in Algiers waren binnengedrongen kwamen Erik en Roodbaard er achter dat Caroline de Murators zich niet langer in deze stad bevond. Door de lokale heerser was zij als cadeau gestuurd naar de sultan in Istanboel. Erik leert dat zij zich aan boord van het schip de Bahadour bevindt. Nu is de nieuwe Zwarte Valk van Roodbaard bijzonder snel en direct zeilen de mannen het schip achterna dat zich op weg bevindt naar de sultan. Ze zijn onderweg naar de Dardanellen. Tijdens de reis hebben ze op Malta de dubbelspion Guglielmo en vijftien afvallige Moren aan boord genomen. Zo bereiken ze de toegang tot de nauwe zeestraat van de Dardanellen. Roodbaard laat de Zwarte Valk iets aanpassen en hijst de vlag van de Algerijnse zeerovers. Dan blijft het schip wachten op de aankomst van de Bahadour. Maar reis Khaïr en Ruggieri hebben de plannen van Erik en zijn vader geraden. In een snelle galei zetten zij op hun beurt de achtervolging in. Ook zij naderen de zeestraat van de Dardanellen en kijken uit naar het schip waarop Caoline zich moet bevinden. Bovendien heeft reis Khaïr een plan om Roodbaard en de zijnen in de val te laten lopen. Maar het moet wel omzichtig gebeuren want de Algerijnse piraat heeft zijn zinnen gezet op het schip van Roodbaard. Hij wil de nieuwe Zwarte Valk zo ongedeerd mogelijk in handen zien te krijgen. Caroline, Roodbaard en Erik, tekening van Jijé en Lorg Zodra reis Khaïr een mogelijkheid ziet gaat hij aan land en zorgt ervoor dat de Turkse wachten via een slim communicatiesysteem de sultan informeren dat er een westers schip zich in de zeestraat bevindt. De sultan reageert onmiddellijk en stuurt een sterke vloot in de richting van de Zwarte Valk. Maar aan boord van dit schip hebben Erik, Roodbaard en vooral Driepoot niet stilgezeten. Het drietal heeft gezien dat zij door hun tegenstanders in een gevaarlijke positie kunnen worden gebracht en gaan over tot het nemen van tegenmaatregelen. Die nacht komt het dan ook tot een treffen. De Bahadour nadert de Dardanellen en reis Khaïr heeft kans gezien om de kapitein van dit schip te waarschuwen. De val van de Algerijnse piraat lijkt dicht te klappen. Maar dit is buiten Roodbaard gerekend. Toch is de bevrijding van Caroline nog lang niet in zicht. Erik en zijn gezelschap moeten een buitengewoon gevaarlijk avontuur aangaan om hun doel te bereiken.

Het album 'Het hellevuur' (Raid sur la corne d'or) is het eerste Roodbaard avontuur dat niet getekend is door Victor Hubinon. Na zijn overlijden werd het tekenwerk van dit Roodbaard verhaal overgenomen door Jijé (Joseph Gillain) en Lorg (Laurent Gillain en de zoon van Jijé). Natuurlijk is de stijl van tekenen nu ineens volledig anders. Jijé heeft zijn eigen kenmerkende stijl en dat zie terug in deze vertelling. Het is even wennen om de bekende personages op een totaal andere manier te zien. Maar na verloop van tijd went dit en eigenlijk moet je als lezer blij zijn dat het sluitstuk van dit verhaal er in 1979 toch gekomen is. Hoewel ik de hele verhaallijn wel wat aan de lange kant vind, maar misschien is dit terugkijken met de wijsheid en verwachtingen van nu. En had het hele verhaal voor de periode dat het verscheen wel een acceptabele snelheid. Na het verschijnen van dit deel kwam er natuurlijk wel een andere vraag op, namelijk was dit het einde van Roodbaard? Of zouden er toch nog nieuwe avonturen in het verschiet liggen? Inmiddels weten we dat we nog geen afscheid behoefden te nemen van de piraat met de rode baard en zijn zoon.

20 Het eiland van de verdwenen schepen

Roodbaard - Het eiland van de verdwenen schepen (L'île des vaisseaux perdus)

Een schip nadert het beruchte Schildpadeiland, onneembaar hol van boekeniers en zeerovers. De kapitein van het schip voelt er eigenlijk helemaal niets voor, maar zijn passagier heeft hem betaald voor de tocht naar deze bestemming. Wat moet deze kapitein Lerouge bij deze galgenbrokken vraagt de kapitein zich af. Maar kapitein Lerouge is natuurlijk ook Erik, de aangenomen zoon van Roodbaard. Hij verzekert de kapitein dat hij hier volkomen veilig is. Maar er is iets anders wat Erik verbaast. Er is geen spoor van de nieuwe Zwarte Valk. Dit terwijl hij toch met zijn vader hier heeft afgesproken nadat Roodbaard uit Amsterdam vertrok. Erik ging naar de Franse koning want voor hun aandeel in de redding van Caroline de Murators hebben ze gratie gekregen voor eerdere misdaden. Ook Roodbaard, die nu een kaper des konings is. Erik heeft alle volmachten meegebracht. Eenmaal aan wal wordt hij herkent door Bekkenbreker, een voormalig bemanningslid van zijn vader. Ook Bekkenbreker heeft de Zwarte Valk niet gezien, het schip is nooit op Schildpadeiland aangekomen. Wat kan er gebeurt zijn? Voor het antwoord op die vraag moet de klok een aantal weken worden teruggezet. Roodbaard, Driepoot en Baba varen met de Zwarte Valk door het Caribische gebied, ze zijn terug. Maar vanaf een eiland is wat rook waarneembaar en Roodbaard besluit te gaan kijken. Ze pikken een schipbreukeling op genaamd Piet Gouda. En hij vertelt Roodbaard een fantastisch verhaal. Gouda heeft gediend op het schip Tempestad, het schip van de Spaanse piraat Diego Velasques. Nu was hij een afstammeling van een andere Diego Velasques die onder Cortès diende. Toen in 1524 Cortès de laatste Aztekenvorst Cuauhtémoc en zijn hele hof liet afslachten bracht de voorvader van Velasques de zoon van Cuauhtémoc in veiligheid. In de Yucatan stichtte deze zoon, die Huacapac heette, een nieuw koninkrijk. En Diego Velasques werd door Cortès benoemd tot gouverneur van Yucatan. Erik en Concha uit de strip Roodbaard tekening van Jijé Lorg Nadat Cortès voorgoed naar Spanje was teruggegaan bleef Velasques op zijn post. Uit dankbaarheid voor hun redding ontving hij een enorme hoeveelheid goud en andere waardevolle zaken van de Azteken. Hij verborg zijn schat op een geheime plaats en schreef alles op in geheimschrift. Pas na enkele generaties las de jongere Diego Velasques de verslagen van zijn voorouder. Een monnik heeft het geheimschrift voor hem ontcijferd. En dus vertrok hij naar de nieuwe wereld. Inmiddels was Velasques al piraat geworden maar nu beschikte hij over de mogelijke plaats van een fantastische schat. Piet Gouda hoorde bij de bemanning die meedeed met de zoektocht. Door ziekte en gevechten met indianen werd de bemanning gedecimeerd en de enkele die nog in leven waren werden een voor een vermoord door Velasques. Gouda was de laatste en besefte dat hij moest vluchten en kwam zo op het eiland terecht. De Tempestad is gezonken in een storm, dus de schat ligt nu voor het grijpen. Aangemoedigd door dit verhaal gaat Roodbaard, tegen het advies van Driepoot in, op zoek naar de schat. Maar dit alles weet Erik niet. Hij heeft andere problemen. Een andere piraat, Morgan, heeft het nu voor het zeggen op Schildpadeiland. Toch moet hij proberen om een schip te bemachtigen. Nu heeft een van de piraten de Zwarte Valk wel gezien maar het schip is verdwenen, zoals zoveel andere schepen. Met de hulp van de mooie, maar zeer opportunistische en gevaarlijke Concha lukt het Erik om het schip van Morgan in handen te krijgen. Hij gaat op zoek naar zijn vader. Maar waar te beginnen?

Met het in 1980 verschenen album 'Het eiland van de verdwenen schepen' (L'île des vaisseaux perdus) wordt aangevangen met een nieuw avontuur. Het scenario is van Charlier en is vanaf het begin boeiend. Fantastische schatten uit de tijd van Cortès, schepen die spoorloos verdwenen zijn, de Azteken, prima ingerediënten voor een spannend verhaal. En dat is het zeker. Het is een prima openingszet waarbij je nog geen idee hebt wat het vervolg zal gaan opleveren. Het tekenwerk, waar ik eerst even aan moest wennen, verleent ook charme aan het verhaal. Hijs de zeilen voor nieuw belevenissen van Roodbaard en zijn zoon Erik.