Ramiro


In 1977 bracht uitgeverij Dargaud heet eerste deel van een nieuwe serie op de markt. De reeks was getiteld Ramiro en werd geschreven door Jacques Stoquart met tekenwerk van William van Cutsem (William Vance). De serie brengt de lezer naar het Spanje van rond 1195. Dit is de periode dat een groot deel van het Ibirisch schiereiland in handen was van de Berbers die het islamitische geloof aanhingen. Zij hadden hun hoofdstad in Cordoba. De koninkrijken in het Noorden (León, Navarra en Castilië) waren christelijk. Het waren ook deze koninkrijken die aan de basis stonden van de herovering van Spanje, een periode die wordt aangeduid als de 'reconquista'. Maar tussen de christenen was lang niet alles koek en ei. Zou voerden León en Castilië een onderlinge strijd om de macht. Na de nederlaag van koning Alfonso XIII van Castilië bij Alarcos tegen de Moren sloot koning Alfonso IX van León een verbond met de Moren. Hoewel getracht werd om de verhoudingen tussen de twee rivaliserende koninkrijken te verbeteren kwam hier niet veel van terecht. In 1230 wordt León onder het gezag van Castilië gebracht. De verhalen over Ramiro spelen dus rond 1195 met de nederlaag bij Alarcos.
Jacques Stoquart werd op 21 april 1931 geboren in Frameries, een plaats in België die ligt in de Borinage. Omdat hij denkt aan een carrière als illustrator volgt hij een opleiding aan het Institut Saint-Luc in Mons. Door het vroegtijdig overlijden van zijn vader is hij gedwongen om deze opleiding te verlaten en treedt hij in militaire dienst. Nadat hij zijn dienstplicht heeft vervuld vind hij werk en wordt bij dit bedrijf uiteindelijk het hoofd van de afdeling die zich bezig houdt met advertenties. Een aantal jaren later wordt hij het hoofd van een blad voor de scouting genaamd Pleins Jeux. Jacques Stoquart raakt zeer betrokken bij het jeugdwerk. Nadat hij een aantal jaren voor verschillende advertentiebureau's gaat hij in 1973 werken als een freelancer. Dit is ook het tijdvak dat hij terecht komt in de wereld van de strips. Aanvankelijk verzorgde hij illustraties. Nadat hij in 1974 Michel Greg heeft ontmoet gaat hij zich meer toeleggen op het schrijven van scripts. Hij schreef scenario's voor Mitacq (Stany Derval), Follet (Ivan Zoerin), Vance (Ramiro) en Eric (Verhalen en Legende). Zijn verhalen verschijnen in het blad Kuifje (Tintin). Omdat sommige verhalen ook in Robbedoes (Spirou) verschijnen schrijft hij deze onder het pseudoniem Lemasque. Hoewel hij zich een aantal jaren terugtrok uit de stripwereld keerde hij in 1986 op aandringen van zijn vriend René Follet weer terug met scripts voor onder meer de strip Jean Valhardi. William Vance, wiens echte naam William van Cutsem is, werd geboren op 08 september 1935 in Anderlecht. Hij debuteerde in de wereld van de strips in 1962. Van zijn hand verschenen onder meer de strips Bruno Brazil en XIII.

1 De bastaard

Ramiro - De Bastaard (Ramiro le Bâtard)

Het is ochtend. Een jongeman wordt wakker. Hij is de eerste van de groep die de nacht onder een boom heeft doorgebracht. De jongeman heet Ramiro en hij gaat hout sprokkelen voor het vuurtje zodat het ontbijt gemaakt kan worden. Maar nog sneller dan verwacht komt hij alweer terug. Op de vlakte heeft hij een grote groep Moren gezien en hij roept naar de caballero (ridder) in het gezelschap om koning Alfons VIII te waarschuwen. Hoorngeschal klinkt luid in de ochtend. Het is 1195 en Alfons VIII van Castilië zal slag gaan leveren bij Alarcos (waar zich nu de Spaanse stad Ciudad Real zich bevindt). Het hoornsgeschal wordt ook gehoord door de aanvoerder van de Moren Yakoub (kalief Abu Yusuf Yaqub al-Mansur). Ramiro wekt zijn vriend Alvar omdat het er naar uitziet dat de slag die dag zal beginnen. Maar niets is minder waar. Alfonso leidt zijn mannen naar de hoogvlakte om de Moren uit te dagen tot de strijd. Maar Yakoub laat de christelijke ruiters de hele dag ongemoeid in de verzengende hitte van de Spaanse zon. De volgende ochtend is er echter een heel ander beeld. De grote trommen van de Almohaden roffelen dan voor de aanval. In het kamp van de christenen ontstaat verwarring. Een deel van hen slaat op de vlucht, op de hielen gezeten door de ruiters van Yakoub. Velen zullen die dag sterven, vooral de armen die zich geen goede uitrusting kunnen veroorloven. Ramiro ontsnapt, tekening van William Vance Tot die groep armen behoort ook Ramiro, die de zoon is van een boerin. Maar er iets bijzonders aan de hand. Een groep ruiters houdt nauwlettend de acties van Ramiro in het oog. Deze christelijke ridders blijven in de buurt van de jongeman. En hun gedragingen gaan niet onopgemerkt. Ook Yakoub ziet dat deze ruiters Ramiro beschermen. Yakoub geeft dan ook het bevel dat hij deze christen gevangen genomen wil hebben, levend wel te verstaan. Want iemand die een zodanige bescherming geniet moet wel iemand van importantie zijn. Ondertussen vechten Ramiro en zijn kameraden een verbeten maar verloren gevecht. Zijn vriend Alvar wordt geraakt door een pijl en lijkt niet meer gered te kunnen worden. Ondertussen heeft Ramiro een paard van een Moorse aanvoerder veroverd, maar het is juist dit paard wat zijn gevangenneming betekent. Want zodra er een commando klinkt rent het paard terug naar de Moorse linies en Ramiro moet zich overgeven. Samen met de 'ricos hombres' (rijke mannen) wordt Ramiro overgebracht naar de Moorse hoofdstad Cordoba. Voor de gevangenen willen de Moren een losgeld vragen. Alleen wie is die Ramiro nu precies vraagt Yakoub zich af. Hij lijkt een spelletje te spelen met de kalief door steeds te zeggen dat hij volkomen onbelangrijk is. Terwijl Ramiro gevangen zit maakt hij wel kennis met de hoogstaande en verfijnde levensstandaard van de Moren. En dat er iets met deze jongeman aan de hand moet zijn bewijst wel het feit dat het koninkrijk León aan Yakoub een verdrag aanbiedt in ruil voor Ramiro. Door dat verdrag zou Castilië verder geïsoleerd komen te staan. En zo raakt Ramiro in de handen van Doña Inès, de vertegenwoordigster van de koning van León. Maar Ramiro is niet van plan om zich zo makkelijk door zijn vijanden te laten insluiten en zint op een manier om te ontsnappen.

In 1977 verscheen het eerste deel van deze serie op de markt onder de titel 'De Bastaard' (Ramiro le Bâtard). Ik vind deze serie om meerdere redenen interessant. Het tijdperk dat gekozen is wordt niet vaak gehanteerd in strips. Daarnaast is het een serie waaraan een diepgaande research ten grondslag heeft gelegen. Het personage van Ramiro een creatie van William Vance en dus wel volledig verzonnen, maar Jacques Stoquart leverde een tekst waarin een hoop feiten verwerkt zijn. In 1195 heeft er inderdaad een slag plaats gevonden bij Alarcos. Maar wat ik ook goed vind is dat de tegenstanders van Ramiro niet te eenzijdig worden neergezet. Het is geen simplistische weergave waardoor de bijvoorbeeld de kalief geen sinistere tegenstander wordt, maar een leider die ook nuances ziet. Het personage van Ramiro zelf blijft nog wel enigszins vlak. Het is een dappere, maar onstuimige jongeman die direct een situatie onder ogen ziet en hiernaar handelt. Het is het beeld van de klassieke held uit de strips. Gaandeweg komt de waarheid over de afkomst van Ramiro aan het licht. Een waarheid die hij zelf niet wist, maar die op het einde van het verhaal aan hem uit de doeken gedaan wordt. Ramiro is een buitenechtelijk kind van koning Alfonso VIII en geniet daarom toch een zekere mate van bescherming en is interessant voor de vijanden van Castilië. De serie Ramiro is niet zo heel bekend maar verdient zeker aandacht.

2 De valstrik

Ramiro - De valstrik (Traquenard à Conques)

Al enige dagen teistert een verzengende hitte de dorre vlakten van de Sierra de la Demanda. Maar tegen het einde van de middag verschijnen er grote dreigende wolken boven de Castiliaanse vlakte. En dan breekt het onweer los. Bliksemschichten schieten door de lucht, begeleidt door donderslagen en hevige regen valt op het land neer. In dit noodweer spoeden drie ruiters zich over de vlakte. Gehaast om een schuilplaats te halen. Ramiro en zijn vrienden worden niet ver ten zuiden van Burgos overvallen door het noodweer. De paarden worden opgejaagd door hun berijders maar dan slaat een bliksem in en raakt een boom net op het moment dat Ramiro passeert. De jonge Spanjaard wordt geraakt door de vallende boom en valt van zijn paard. Hij is bewusteloos. Zijn twee kameraden, Juan en Sanchez, moeten hem in veiligheid brengen. Een passerende boerenkar biedt uitkomst. Volgens de man is de abdij van San Quirce vlakbij. En dit wordt dan ook het nieuwe doel. De abdij van San Quirce stond in die tijd onder het gezag van de Franse monniken van Cluny. Het waren Benedictijnen die sterk onder invloed stonden van Rome. Al snel wordt Ramiro de abdij binnengebracht en de monniken nemen de verzorging van de gewonde man op zich. Ramiro in gevecht, tekening van William Vance De prior (kloosteroverste) van de Benedictijnen beseft dat Ramiro de zoon is van koning Alfonso VIII. Weliswaar niet zijn wettige kind, maar toch, Ramiro geniet bescherming van de koning. En voor de prior kwam het ongeluk van Ramiro precies op het juiste moment. Want de monniken hebben iemand nodig om een belangrijk probleem voor hen op te lossen. In het hoofd van de prior ontstaat langzaam een plan. Twee uur later verlaat een groepje ruiters de abdij. Zij gaan in volle draf richting Frankrijk, naar Cluny. Drie weken later is Ramiro zo goed als herstelt en oefent hij zijn vechtkunst met een broeder van de abdij. Deze broeder José was niet altijd een geestelijke. Hij beheerst de vechtkunst als geen ander en leert Ramiro het nodige. Dan komt het moment dat Ramiro gevraagd wordt om een opdracht voor de abdij uit te voeren. Zijn vader heeft er al goedkeuring aangehecht. In Frankrijk wachten twee rijke Teutoonse pelgrims en de opdracht is om het tweetal veilig en wel van Le Puy-en-Velay te begeleiden naar Santiago de Compostela. De opdracht klinkt eenvoudig genoeg. Bovendien zal broeder José zich weer in een wapenuitrusting hijsen en Ramiro helpen bij de begeleiding. Er is nog wel iets aparts. Beide pelgrims hebben een gelofte afgelegd tot zwijgen. Maar al vanaf het vertrek uit Le Puy-en-Velay bekruipt Ramiro het gevoel dat de zaal toch anders in elkaar steekt dan dat hem is voorgeschoteld. En terecht want drie mogendheden schijnen een groot belang te hebben bij de twee pelgrims. Frankrijk, Castilië en Rome. Wat is het geheim dat zij met zich meedragen?

Het album 'De valstrik' (Traquenard à Conques) verscheen in 1977 als tweede deel van de serie Ramiro. Althans in het Nederlands. In Frankrijk werd dit avontuur voorafgegaan door een ander album en wel 'Ramiro en de charlatan' (Ramiro le charlatan). In het Nederlands zou dit album pas in 1981 verkrijgbaar zijn. Wat de reden is weet ik niet, maar als lezer maak je een sprong in de avonturen van Ramiro. Opnieuw een verhaal met veel details en leuke feitjes die in het verhaal verwerkt zijn. Ook nu is er veel onderzoek gedaan voordat het verhaal aan het papier werd toevertrouwd. Een spannend en intrigerend verhaal. Ramiro komt terecht in het stijdtoneel van de wereldpolitiek van zijn tijd. Goede opening die je achterlaat met veel vragen omtrent de afloop. Prima clifhanger dus.

3 Het geheim van de pelgrim

Ramiro - Het geheim van de pelgrim (Le secret du breton)

Het regent al dagen achtereen. Op de route naar Santiago de Compostela moeten pelgrims vele malen rivieren oversteken. En omdat bruggen ontbreken, zijn zij overgeleverd aan de veerlui. Het komt regelmatig voor dat er teveel pelgrims op een veer zitten waardoor deze omslaat. Voor vele pelgrims eindigt daar de reis, voorgoed. Ook Ramiro en zijn gezelschap moeten in het zuidoosten van Frankrijk deze rivieren oversteken. Maar zij hebben meer geld en bovendien zijn ze gewapend. En dus vinden ze een veerman die hen naar de overkant brengt. Maar wanneer ze halverwege zijn kijkt Ramiro om en ziet ruiters. Het is de geheimzinnige hertog Lucas Amaury de Neuvy. Deze man daagde de mannelijke pelgrim uit wat uiteindelijk leidde tot een toernooi. Maar Ramiro en José zagen het gevaar van val tijdig en zorgden dat zij met de aan hen toevertrouwde personen tijdig konden ontsnappen. Maar het duidelijk dat de hertog zijn achtervolging niet heeft opgegeven. Amaury de Neuvy wacht aan de overkant op de terugkomst van de veerboot. En dat is dus iets wat niet mag gebeuren. Nadat zij de andere oever hebben bereikt knevelt Jos de veerman waardoor zij tijd winnen op de hertog. Nadat ook de boot is vernield galoppeert het gezelschap in de richting van Ostabat (in het zuiden van Franrijk). Het vormt een knooppunt van de noordelijke en oostelijke pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. Broeder José vermijdt zorgvuldig ieder dorpje, maar de hertog is niet op een dwaalspoor te brengen. Ook hij heeft de andere oever bereikt en volgt samen met zijn knecht de sporen die achter zijn gelaten. Ramiro valt aan, tekening van William Vance Dat de reis naar de bedevaartsplaats gevaarlijk is blijkt maar weer eens al te goed. Alleen het ingrijpen van Ramiro en José voorkomt dat een groep pelgrims worden beroofd van het laatste geld wat zij nog hebben. Het viertal volgt de oude Romeinse weg om over de Pyreneeën te trekken. Maar de hertog heeft dit voorzien en via een boodschapper ervoor gezorgd dat het gezelschap wordt opgewacht. Met een opzichtige smoes proberen de mannen van de Franse koning het gezelschap tegen te houden. Maar dit is iets wat de twee gewapende begeleiders van de pelgrims zich niet laten overkomen. Na een kort gevecht is de doorgang vrij en snellen zij verder. De hertog is hevig teleurgesteld over het resultaat en staat op het punt om Navarra in te trekken. Maar dan klinkt er een, voor de hertog, bekende stem. Het is die van Arnaud de Saint Loup, een belangrijke raadgever van de Franse koning. De opdracht wordt veranderd. De hertog moet nu waken over het welzijn van het gezelschap. Natuurlijk is Ramiro zich hier niet van bewust. Maar hij heeft genoeg zorgen. Het is al duidelijk dat hij niet twee pelgrims begeleidt en hij wordt steeds wantrouwiger ten opzichte van José. En wanneer zij een rustplaats bereiken wordt het voor Ramiro duidelijk. Broeder José is verre van eerlijk met hem en hij kan de geestelijke niet langer vertrouwen. Een val wordt opgezet om Ramiro en de twee anderen te vangen. Kan de jonge ridder zich hieruit redden?

Het verhaal 'Het geheim van de pelgrim' (Le secret du breton) vormt een prima vervolg in de avonturenreeks van Ramiro. In dit deel, dat nog niet het verhaal besluit, komt langzaam maar zeker wat licht in de duisternis. Ramiro is een speelbal in een machtsstrijd en hij besluit dan maar de belangen van Castilië te behartigen. Het scenario krijgt wel een enigszins opmerkelijk karakter, omdat het oude Mexico hier een rol in gaat spelen. Dit terwijl het verhaal neergezet is ver voor de ontdekkingsreizen die kant op. Maar dit is kleinigheid. Het album leest lekker weg en brengt je als lezer naar een periode die niet al te vaak wordt belicht. Ook ditmaal is het album rijkelijk voorzien van achtergrond informatie en foto's. Ook nu hebben de makers hun research nauwgezet gedaan. En dit levert een fraai resultaat op.

4 De wachters van Bierzo

Ramiro - De wachters van Bierzo (Les gardiens du Bierzo)

De avond nadert. Door de nevel is de zon nog wel te zien maar lang zal het niet meer duren. Op een heuvel in Navarra ligt het kleine plaatsje Cirauqui. Onder aan het plaatsje stroomt de rivier de Salado. De gids voor de pelgrims noemt dit 'el camino Frances', de pelgrimsweg die door Cirauqui loopt en waar de rivier overgestoken moet worden. Een brug met twee bogen moet overgestoken worden en leidt naar het oosten. Aan de oever houden zich drie personen op. De vrouw in het gezelschap waarschuwt dat er pelgrims aankomen. De leider laat de anderen zich gereedmaken. Wanneer er een groep ruiters arriveert, vragen zij of hun paarden van het rivierwater kunnen drinken. De man verzekert hen dat dit het beste water in de streek is. Maar het is een val. De inwoners van het plaatsje vergiftigen de oevers met giftige planten. Zodra de paarden op het gif reageren, stormt er een man uit een bosje en doodt de dieren. Onder bedreiging van meer geweld sommeert de leider de pelgrims om verder te reizen. Op de weg naar Compostella, waar duizenden gevaren op de loer liggen, komt Ramiro met zijn gezelschap in de buurt van Estella (een plaats in het noorden van Spanje aan de rivier de Ega). Hij mijmert over de recente gebeurtenissen en wordt uit zijn gedachten gerukt door Antonin Le Goffic, de Bretonse zeeman. Samen met zijn Indiaanse vrouw reist hij, vermomt als pelgrim, in het gezelschap van Ramiro. Broeder José en een helper uit de strip Ramiro, tekening van William Vance De zeeman ziet de gebeurtenissen aan de oever van de rivier. Ramiro is op de hoogte van de gewoonte. Broeder José had hem hiervoor al gewaarschuwd. Gelukkig doemen in de verte al de contouren van Estella op. Zonder verdere incidenten bereiken ze de stad die in 1090 door Sancho Ramirez is gesticht. Estella vormt het vertrekpunt voor de vierde etappe naar Compostella. Ze brengen de nacht door in een van de vele herbergen in de stad. De volgende ochtend staan ze, in het gezelschap van een groep huurlingen, klaar om te vertrekken. Dan schatert de lach van Ramiro door de ochtendlucht. Hij moet denken aan de monniken aan wie ze ontsnapt zijn en met name aan de monnik die op het punt stond het geheim aan Ramiro te onthullen (zie het vorige album). Deze man heeft inderdaad een zeer onprettig moment. In Torres Del Rio moet hij verantwoording afleggen aan de abt van de orde van Cluny. Maar het gezelschap realiseert zich dan dat Ramiro van plan is om de Bretonse zeeman en zijn kennis naar de koning van Castilië te brengen. En de orde van Cluny wil dat de rijkdom van het nieuwe land aan Rome toekomt. De abt gaat met een gezelschap, waarin zich ook broeder José bevindt, achter Ramiro aan. Ze willen het reisgezelschap onderscheppen, tegen elke prijs. In de stad Burgos legt José een hinderlaag voor Ramiro en deze lijkt succesvol te worden. Maar de jonge Spaanse ridder wordt gered door Don Ignacio De Lara, de raadsheer van zijn vader. José en zijn gezelschap worden in de kerker gegooid en Ramiro mag zijn opwachting gaan maken bij zijn vader. En de koning van Castilië heeft een plan. Ramiro moet doorreizen naar Compostella. In zijn gezelschap zijn pelgrims. De orde van Cluny beseft dat zijn hier niet kunnen ingrijpen, maar Ramiro moet door het land van Leon. Dat biedt betere mogelijkheden. Alleen krijgt ook de orde van de Tempeliers lucht van het gezelschap en het belang wat op het spel staat. Ramiro wordt nu dus door meerdere groepen in de gaten gehouden. Maar hij lijkt een mogelijke aanval te verwelkomen. Wat is het plan van zijn vader?

In 1980 verscheen het album 'De wachters van Bierzo' (Les gardiens du Bierzo). Ook dit is weer een uitstekend verhaal. Het is spannend en hoewel het nog niet de ontknoping van het verhaal in dit deel is beschreven, slaagt Vance er in om het verhaal een dusdanige wending te geven dat je interesse geen moment verslapt. Sterker nog, eigenlijk wil je direct het volgende deel gaan lezen. Ook nu wordt, naast de spannende avonturen van Ramiro, een beetje inzicht gegeven in de gevaren die pelgrims bedreigden op hun tocht naar Compostella. Mooie details in de tekeningen, een interessant verhaal en historische achtergronden die je niet snel ergens anders tegenkomt. Zeer onderhoudende reeks.

5 Ramiro en de charlatan

Ramiro - Ramiro en de charlatan (Ramiro et le charlatan)

Twee jonge Spaanse vrouwen lopen met hun ezel langs het water in de richting van de brug. Vanuit de verte zien ze een ruiter op hen af komen. Enigszins zenuwachtig bespreken de twee de aanstormende ruiter. Zou hij hen aanspreken? En dat doet de ruiter. De beide jonge vrouwen nemen meteen een gereserveerde houding aan. Deze houding gaat over in een starre houding wanneer de ruiter zegt op zoek te zijn naar een vrouw. Maar de jonge vrouwen hebben zijn opmerking verkeerd begrepen. Hij is op zoek naar zijn moeder. De ruiter is Ramiro Quintana en zijn moeder reist met een huifkar die behangen is met allerlei zaken. Zijn moeder droeg paarse kleding. Beide jonge vrouwen bevestigen dat zij de huifkar gezien hebben en vertellen welke richting Ramiro moet volgen om zijn moeder terug te vinden. En al snel komt hij bij een bos, een ideale plek voor een hinderlaag. Deze gedachte van Ramiro is zo gek niet want hij wordt inderdaad aangevallen door een groep mannen. Natuurlijk weert Ramiro zich dapper, maar de strijder van Alarcos moet het uiteindelijk toch afleggen. Als een gevangene wordt hij afgevoerd en komt, tot zijn grote verbazing, bij de huifkar waar zijn moeder zich ook bevindt. Maar zij reageert niet op zijn woorden. Dan verschijnt er een man op het toneel die zich nogal gewichtig voordoet. De man zegt een dokter te zijn en hij heeft de moeder van Ramiro niet ontvoerd. Zij is uit eigen beweging met hem meegegaan. Deze dokter zegt dat hij bezig is om de vrouw te genezen. Ramiro in gezelschap van zijn moeder en Dona Ines op weg naar Castilie, tekening van William Vance Maar wanneer Ramiro zijn moeder mee naar huis wil nemen maken de andere mannen duidelijk dat er dan wel een losgeld betaald moet worden. Dan mengt de dokter zich in het gesprek. Hij wil Ramiro het geld lenen voor de vrijkoop van zijn moeder en voor zichzelf maar dan moet Ramiro wel een tijd voor hem werken. Enigszins verbouwereerd gaat Ramiro met het voorstel akkoord. Het is het begin van een opmerkelijk avontuur waar niemand is die hij zegt te zijn. en er een heel ander spel wordt gespeeld dan waar Ramiro zich aanvankelijk van bewust is.

Het verhaal 'Ramiro en de charlatan' (Ramiro et le charlatan) dateert uit 1981 maar is het vervolg op het eerste album uit de reeks. Als lezer ga je even terug in de geschiedenis van Ramiro. Evenals bij de andere verhaallijn begint het avontuur op een manier waarbij je meent te weten wat er aan de hand is. Maar gaandeweg kom je er achter dat de zaken heel anders liggen dan dat het zich liet aanzien. Ramiro was, chronologisch gezien, nog maar net ontsnapt aan de macht van Doña Inès. Iets wat haar koning haar niet in dank afnam. Een hernieuwde gevangenneming van Ramiro kan de zaak misschien weer veranderen. Het verhaal wordt verteld op de wijze die kenmerkend is voor deze serie. Wat ik wel mooi vind is dat Ramiro geen onfeilbare held is. Dit komt uit de hele serie naar voren. Hoewel scherpzinnig en dapper kost het ook hem moeite om de machtsspelletjes direct te doorgronden. Ook wint hij niet ieder gevecht en soms komt hij als winnaar uit de strijd dankzij de inspanning van anderen. Maar toch is hij de rechtschapen man die in iedere situatie probeert het juiste te doen en dat op een eervolle manier. Na dit verhaal zou de draad van de eerdere verhalen weer worden opgepakt.

6 Storm over Galicië

Ramiro - Storm over Galicië (Tonnerre sur la Galice)

Nadat de Tempeliers lucht hebben gekregen van de kennis die de pelgrims met zich meedragen, hebben ook zij een grote interesse gekregen in de missie van Ramiro. Hij begeleidt Le Goffic en zijn vrouw op weg naar Santiago de Compostella. Hier zal de Bretonse zeeman met zijn vrouw scheep gaan en een vloot naar de nieuwe wereld leiden. En dit is iets wat de Clunisiërs ook trachten te verhinderen. Maar deze laatste aarzelen om in actie te komen. De Clunisiërs en de Tempeliers zijn bang voor een valstrik en beperken zich ertoe het gezelschap van een afstandje te volgen. En zo naderen Ramiro en zijn gezelschap in de avond de pleisterplaats Molinaseca. Op de voet gevolgd door de twee andere groepen. Het is hier dat de prior van Cluny wil toeslaan. Ramiro en zijn gezelschap worden aangehouden. De twee pelgrims worden ervan beschuldigd ketters te zijn. Terwijl deze gebeurtenissen plaats hebben komt een verkenner van de Tempeliers aangereden. Van een boer verneemt hij wat er gebeurt is. Dit zal natuurlijk tot een reactie moeten leiden van de ridders van de tempelorde. Ramiro wordt ondertussen vrijgelaten, onder het mom dat hij niet wist dat de pelgrims ketters waren. Wel moet hij direct het land van het koninkrijk Léon verlaten. De Tempeliers achtervolgen Ramiro, tekening van William Vance Maar tot verbazing van de geestelijken rijdt Ramiro de richting op van Compostella. Dit is iets wat ze niet verwacht hadden. Ramiro zal de pelgrims gaan trachten te bevrijden, zo vermoeden de leden van de orde van Cluny. En zo komt het dat de prior van Cluny een schaduw heeft wanneer hij de twee gevangenen naar een haven in Galicië wil brengen. Ook hij wil dat de twee scheep gaan naar dat onbekende land maar dan uit naam van Rome. Zover laten de Tempeliers het op hun beurt natuurlijk niet komen. Leden van de orde van Cluny of niet, een aanval is onvermijdelijk. En deze komt dan ook. Het gevecht is kort want de geestelijken van Cluny zijn geen partij voor de ervaren riddermonniken. Ze brengen Ramiro en de twee pelgrims terug naar Ponferrada. Het lukt Ramiro echter om te ontsnappen in het gezelschap van de twee mensen die hij moet begeleiden. En zo komen de verschillende gezelschappen aan in Santiago de Compostella waar het eindspel plaats zal hebben.

Het album 'Storm over Galicië' (Tonnerre sur la Galice) vormt het besluit van de verhaalcyclus waar de twee pelgrims een rol spelen. Tot het einde toe blijft verborgen met welk plan Ramiro en zijn vader bezig zijn geweest. Natuurlijk moest er wel iets verzonnen worden op de ontdekking van Amerika want die zou pas een paar honderd jaar later plaats vinden (althans volgens de klassieke opvatting dat Columbus dit werelddeel heeft ontdekt). In de drie delen die dit avontuur beslaat wordt de pelgrimsroute naar Santiago gevolgd en maakt Vance je als lezer deelgenoot van allerlei wetenswaardigheden en van de gevaren die de pelgrims zoal bedreigden. Gelukkig zou het nog niet gedaan zijn met de avonturen van Ramiro, nieuwe avonturen zouden nog volgen.

7 De Moorse roof

Ramiro - De Moorse roof (Ils étaient cinq)

In alle vroegte rijden vijf mannen met hun lastdieren naar de poort van San Andes, een van de zeven poorten van Segovia. Zodra ze de wachters gepasseerd zijn geven zij hun dieren de sporen. Wie zijn deze vijf mannen die geen oog hebben voor hun omgeving? Het zijn mannen met een missie en niet de eerste de beste. Wanneer hun mantels door de wind worden weggeblazen worden hun wapens en maliënkolders zichtbaar. De vijf ruiters zijn ridders. De oudste heet Pedro Alvarez en is afkomstig uit een klein plaatsje ten zuiden van Burgos. Van eenvoudig soldaat is hij opgeklommen tot kapitein van het fort in Calatrava en is een ervaren ridder. De tweede man is graaf Diaz de Covanera, hij is de geleerde van de groep en is raadsman van koning Alfonso. In het gezelschap bevindt zich ook een vriend van Diaz. Het is de Fransman Renaud el Frances die afkomstig is uit Auvergne. Hij is naar Spanje gekomen om tegen de Moren te vechten. Dat hij langer in Spanje is gebleven dan voorzien komt vooral door romantische verwikkelingen, zeker die met een rijke erfgename aan het hof leidde tot een schandaal. Het was daarom beter dat Renaud met deze missie zou meegaan. De vierde man is het meest geheimzinnig. Hij heet Ben Qasi, een Berber in dienst van Castilië. De zoon van een steenhouwer in Segorvia gaf de voorkeur aan een avontuurlijk leven boven dat in de winkel van zijn vader. De laatste man die het gezelschap complementeert kennen we maar al te goed. Het is Ramiro Quintana Del Nogal. De bastaardzoon van koning Alfonso. Ramiro en Renaud in gevecht, tekening van William Vance Slechts drie weken geleden heeft hij zijn vorige opdracht afgerond en nu is hij alweer met een nieuwe missie belast. Een groep Berbers heeft een aanval gedaan op Siero, een gehucht op enige afstand ten noorden van Burgos. Een herder zag hen vanaf een afstandje voorbij komen en merkte op dat zij gijzelaars bij zich hadden. Het gehucht was in brand gestoken en de Berbers hadden de schat, die verborgen had gelegen in de kapel van het gehucht, geroofd. Deze schat die 'De erfenis van de West-Gothen' wordt genoemd was een zware slag voor Castilië. Na de verloren slag bij Alarcos moet de koning iets doen, de eer van Castilië staat op het spel. En dus heeft hij deze vijf mannen belast met de opdracht om de schat terug te halen en de gijzelaars te bevrijden. Een gevaarlijke en moeilijke opdracht en zij zijn niet de enige die achter de schat aanjagen.

In 1983 begon met 'De Moorse roof' (Ils étaient cinq) een nieuw avontuur van Ramiro. Het totale avontuur draagt als ondertitel 'De erfenis van de West-Gothen'. In dit eerste deel is er vooral veel aandacht voor de samenstelling van de groep die de expeditie onderneemt en waarom deze wordt ondernomen. Hoewel er niet echt heel veel gebeurd is het een prima verhaal. William Vance neemt de tijd om de kaders neer te leggen van het avontuur waarmee wordt aangevangen. De echte actie komt in het vervolg, evenals de antwoorden op de vele vragen. Want wat is die schat nu eigenlijk? En wie zijn de gijzelaars? Zoals altijd is het een steekspel waarbij meerdere partijen, om hun eigen redenen, een inzet hebben. Met Ramiro schiep Vance een prima reeks.

8 De gijzelaars

Ramiro - De gijzelaars (Les otages)

Ramiro en de zijnen achtervolgen de Moren die zich meester hebben gemaakt van de erfenis van de Westgothen. Een moeizame achtervolging. Op de siërra is niet alleen de natuur gevaarlijk, ook de mensen die er rondzwerven vormen een gevaar. Ramiro en de anderen komen daar snel achter wanneer ze bij een drinkplaats komen en te maken krijgen met de rover El Chato en zijn bende. Ramiro en Renaud verkennen eerst de situatie. Wanneer ze uiteindelijk tot de strijd moeten overgaan, roepen ze de hulp in van de rest van het gezelschap. El Chato rekent op zijn mannen onder leiding van Basillo, maar deze laatste laat het afweten en vlucht. El Chato blijft gewond achter en zweert wraak. Vooral op de Fransman Renaud. Hierna moeten de vijf ridders de hoge, in sneeuw gehulde, bergen oversteken. Ook dit moeizame gedeelte klaren ze en ze lopen iedere dag iets in op de Moren. De mannen van Basillo hebben een van de Moren gevangen genomen. Door de martelingen vertelt hun gevangene wat er speelt. Een rijke buit ligt in het verschiet. Basillo zal dit niet meer meemaken. El Chato duikt op in het kamp in gezelschap van El Oso en zijn bende. Dit is het einde voor Basillo die een gruwelijke dood sterft. Ook deze groep rovers en moordenaars weten nu dat er sprake is van een legendarische schat en dat de Moren onderweg zijn naar het kampement van Andujar. De groep ridders onder aanvoering van Ramiro komen na een lange tocht aan bij de lagunes van Roydera. In de verte nemen ze de rook van vuur waar. Dit moeten de Moren zijn! Ridder Ramiro, tekening van William Vance Op hun hoede naderen ze langzaam het kampement. Constant zijn ze op hun hoede voor Moorse verspieders. Maar het geluk is met hen en ze zien het kamp liggen. Ramiro heeft zijn strijdplan direct klaar maar graaf Diaz de Covanera wil het plan veranderen. De Moren hebben ook gijzelaars genomen. Een rondreizend gezelschap is in de handen van de vijand gevallen. En deze mensen moeten eerst bevrijd worden. Diaz vraagt Ramiro om hem te helpen de gijzelaars te bevrijden, iets waar de jonge ridder aarzelend mee instemt. De twee mannen sluipen het kampement binnen, onderweg ontdoen zij zich van de wachters. Wanneer de overige drie ridders aanvallen en verwarring veroorzaken zien Ramiro en Diaz hun kans schoon en bevrijden de gevangenen. Dan wordt ook duidelijk waarom Diaz deze actie eerst wilde doen. Een van de gevangenen is zijn dochter Iohanna. Terwijl zij de bevrijde gijzelaars naar veiligheid brengen vechten de andere drie met de Moren. Tijdens het gevecht raakt Ben Qasi gewond maar dan mengen ook Ramiro en Diaz zich in de strijd. De strijd is inmiddels chaotisch geworden want ook de bende van El Chato valt aan. De Moren delven het onderspit maar El Chaot heeft nog een rekening met Renaud te vereffenen. Hier komt hij echter nooit aan toe want een van de Moren, die dodelijk gewond is, doorboord de bandiet met een pijl en dood hem. De stervende man heeft nog een verrassing in petto. De schat die zij zoeken is nooit in hun gezelschap geweest. Een andere groep heeft deze veilig weggebracht. Was alles dan tevergeefs? Ben Qasi vergezeld de bevrijde gijzelaars naar het noorden, de anderen gaan in de richting van het zuiden. Naar Alhambra want daar is de schat van de Westgothen naar toegebracht. En die moet koste wat het kost worden teruggehaald.

Met het album 'De gijzelaars' (Les otages) stopt de reeks van Ramiro vrij abrupt. Ramiro - Qui es-tu, Wisigoth?... Het is duidelijk dat dit deel een tussenstuk vormt van een totale verhaallijn. Maar een vervolg is nooit verschenen in het Nederlands. Ramiro Quintana Del Nogal, tekening van William Vance Dat dit wel de bedoeling was blijkt uit het laatste tekstkader van 'De gijzelaars'. Daar wordt voor het vervolg verwezen naar het te verschijnen deel 'De onbekende Westgoth'. Maar daar is het dus nooit van gekomen. In de Franse taal verscheen, vermoedelijk in 1989, wel een vervolg onder de titel 'Qui es-tu, Wisigoth?....'. Gelet op de titel is dit het ontbrekende deel in de Ramiro reeks. Waarom dit laatste deel nooit in het Nederlands is uitgegeven is onbekend maar jammer is het wel. De serie over de bastaardzoon van koning Alfonso VIII was bijzonder goed opgezet en gedocumenteerd. De reeks besloeg niet veel delen maar de verhalen die William Vance maakte over de jonge Spaanse ridder waren wel meeslepend en boeiend. De kans dat zoveel jaren later als nog een vertaling zal verschijnen is zeer gering. Misschien dat er ooit een totaal overzicht gaat verschijnen over het werk van William Vance en dat dit deel er dan als nog bij betrokken zal worden. Wie weet?