Lucky Luke

Ik kan mij goed herinneren dat ik op een vakantie als jongen het stripalbum van Lucky Luke en het 27ste cavalerie mocht kopen. Ik genoot van de verhalen van Lucky Luke die het in andere avonturen regelmatig aan de stok kreeg met de Daltons. Mijn favoriete albums waren die waarin Lucky het tegen Joe en zijn broers moest opnemen. Natuurlijk had ik als kind geen oog voor de tekenaar of de schrijver van het verhaal, maar het viel mij wel op dat Lucky Luke er niet altijd hetzelfde uitzag.

Later besef je natuurlijk dat de strip een ontwikkeling had doorgemaakt. De strip over de poor lonesome cowboy is verzonnen door Maurice de Bevere die werkte onder het pseudoniem Morris. Net na de tweede wereldoorlog ontdekte de Belgische tekenaar Jijé (wiens echte naam Joseph Gillian was), in een kleine studio een beginnende tekenaars.
In de studio werden tekenfilmpjes gemaakt. Onder de groep jonge tekenaars bevondt zich onder meer Franquin, die later bekendheid zou krijgen met zijn anti-held Guust. Maar ook Morris. Omdat Jijé omkwam in het werk haalde hij de tekenaars over om hem te komen helpen. De strips van Jijé werden verdeeld over de groep zodat het werk doorgang kon vinden.
Alleen Morris kwam met een idee voor een eigen strip. De hoofdpersoon van de strip zou een cowboy moeten worden. Er was alleen één 'maar'. Omdat Jijé een stripblad uitgaf en het de bedoeling was dat de avonturen van de cowboy hierin zouden gaan verschijnen, moest het wel een humoristische strip worden. In het stripblad werden al de realistisch getekende verhalen afgedrukt van een Amerikaanse western strip. Dit zag Morris wel zitten en zette zich aan het werk om de eerste avonturen op papier te krijgen. De Lucky Luke strip was geboren.

In de eerste avonturen die door Morris werden getekend, zagen Lucky Luke en zijn trouwe paard Jolly Jumper er heel anders uit dan dat we nu gewend zijn. De manier van tekenen is nog Lucky Luke in 1946 duidelijk beïnvloedt door het werk dat Morris deed voor de tekenfilms.
De figuren hadden allemaal ronde vormen. Ook opvallend is dat de eerste versie van Lucky Luke een geel ruitjeshemd aanheeft. Het plaatje hiernaast is afkomstig uit de strip 'Arizona' die in 1946 het licht zag. De strip sloeg enorm aan. Lucky Luke werd vanaf het begin een populaire stripfiguur en is dit altijd gebleven. Omdat de strip zo'n succes had, moest er direct een vervolgverhaal komen.
Morris ging hiervoor serieus onderzoek doen. de volgende delen waren nog steeds getekend als karikatuur, maar wel meer gegrondvest op de werkelijkheid. Na 'Arizona' verschenen de avonturen 'De goudmijn van Dick Digger' en 'Rodeo'.
Morris wilde meer gegevens uit het echte westen in de strip gaan verwerken. De outlaws die Lucky Luke in zijn strips tegenkomt zijn dan ook zeker niet allemaal uit de lucht gegrepen. Zo zijn de Daltons gebaseerd op de Dalton Gang die in 1892 haar einde vond in Coffeyville. Ook Billy the Kid is een historische figuur. Maar niet alleen de outlaws zijn soms gebaseerd op echte personen, ook anderen zoals Sarah Bernhardt Judge Roy Bean zijn historische figuren.

Maar terug naar de ontwikkeling van de strip zelf. In 1948 gaat Morris, samen met Jijé en Franquin naar de Verenigde Staten. het doel van reis is primair om te leren hoe de Amerikaanse striptekenaars werken. Daarnaast was het voor Morris natuurlijk een uitgelezen mogelijkheid om onderzoek te doen voor nieuwe avonturen van Lucky Luke. Morris blijft 6 jaar in Amerika wonen, terwijl Jijé en Franquin terugkeerde naar Europa.
In de jaren dat Morris in Amerika woont, blijft hij de verhalen schrijven en tekenen van Lucky Luke. Tijdens zijn verblijf in Amerika leert Morris een jonge Fransman kennen, René Goscinny. Deze laatste was gedurende de oorlog in Argentinië verbleven en had zich later ook in Amerika gevestigd. Overigens woonden beide mannen in New York. Doordat Goscinny zich nu bezig ging houden met de scenario's kwam er meer lijn in de verhalen. Opvallend is wel dat Goscinny heel lang niet als schrijver van de verhalen werd vermeld. Hoewel opvallend, in die tijd was het heel gewoon dat de namen van de schrijver en de tekenaar niet werden vermeld. In 1961 staat Goscinny voor het eerst vermeldt als de scenarist met het verschijnen van het album 'Naijver in Painful Gulch'. Naast de samenwerking met Morris is Goscinny natuurlijk ook bekend geworden door zijn samen werking met Albert Uderzo, met wie hij de strip Asterix maakte.

In de reeks van Lucky Luke speelt zijn paard Jolly Jumper natuurlijk ook een belangrijke rol. Het snelste paard van het Wilde Westen, en waarschijnlijk ook het intelligentste: voor een potje schaak, vissen met een hengel en een krant drukken draait Jolly Jumper zijn hoef niet om. De commentaren die door Jolly Jumper worden geleverd zijn vaak uitermate grappig en vullen het verhaal goed aan.

De Daltons Een tweede onmisbare groep wordt natuurlijk gevormd door de Daltons. De eerste keer dat er Daltons in Lucky Luke verschijnen is in het album 'Vogelvrije'. Deze Daltons zijn gebaseerd op de echte Dalton Gang. Deze laatste kwamen bijna allemaal om tijdens een beroving van een bank in Coffeyville in 1892. Het album eindigt dan ook met de dood van de outlaws. Maar lezers reageerde hierop met teleurstelling, de figuren van de Daltons waren goed aangeslagen. Hierop werden een viertal neven in het leven geroepen in het album 'De neven Dalton'. Hiermee verschijnen Joe, William, Jack en Averell Dalton op het toneel. Van de vier zijn Joe en Averell absoluut mijn favoriete Daltons.
Joe is een wandelend kruitvat, maar ook de Dalton die de plannen maakt. Zijn reactie op het noemen van Lucky Luke is altijd die van grote woede. Averell met zijn onstilbare honger is de simpele Dalton en vult het karakter van Joe goed aan. Binnen de vier Daltons vormen zij een eigen koppel binnen de verhalen, in de dialogen is Averell vaak de side kick van Joe.
De Daltons verschijnen in veel van de albums van Lucky Luke. Het is een voortdurend gegeven geworden, de Daltons ontsnappen en Lucky Luke gaat achter ze aan.

Rataplan Rataplan, de domste hond van het Wilde Westen. Hij is een parodie op film- en tv-hond Rin Tin Tin en heeft zijn eigen stripreeks. Vaak interpreteert Rataplan de werkelijkheid om zich heen precies tegengesteld aan hoe het zou moeten. Als Lucky Luke bijvoorbeeld de Daltons, een bende stuntelige boeven, probeert te arresteren, denkt Rataplan dat Lucky Luke een bruut is die een van die nette heren probeert aan te vallen. Hij kan urenlang blijven wachten voor de ingang van een konijnenhol, in de hoop een konijn te vangen, terwijl de konijnen zelf om hem heen aan het spelen zijn. Rataplan kan zelf bijna omkomen van uitdroging, terwijl een rivier een paar meter in de buurt stroomt. Het woord rataplan betekent iets als rotzooi, rommeltje, en geeft redelijk weer hoe het brein van de hond functioneert. De naam komt evenwel van de populaire filmhond Rin Tin Tin, waarop Rataplan een parodie is.

Naast dat in de strip personages zijn gebaseerd op historische figuren, kom je ook regelmatig figuren tegen waarvan het uiterlijk door Morris is gebaseerd op bekende persoonlijkheden. Althans voor de oudere lezer.
Zo is het uiterlijk van David Niven (een acteur) geleend voor de man die Calamity Jane goede manieren komt bijbrengen in het gelijknamige album. En is Lee Van Cleef gebruikt voor de premiejager in dat gelijknamige album. Maar zo zijn er meer te noemen.

Maar soms komt het ook voor dat Lucky Luke opduikt in andere strips. Een bekend voorbeeld is de strip van Yves Swolfs, de reeks 'Durango'. In het deel 'Het goud van Duncan' is een realistische versie van Lucky Luke getekend als eerbetoon.

In 1977 komt René Goscinny te overlijden. Vanaf dat moment maakt Morris de Lucky Luke strip alleen. Morris overleed op 16 juli 2001 op 77 jarige leeftijd te Brussel. Hierna werd de serie voortgezet door de Franse tekenaar Achdé, in samenwerking met de schrijver Laurent Gerra.

Geraadpleegde bronnen:

nl.wikipedia.org/wiki/Lucky_Luke

www.lucky-luke.de/e9/e54/index_ger.html

www.zilverendolfijn.nl

Lucky Luke Collectie (Uitegeverij Lekturama Voorschoten)