Jean-Michel Charlier

Jean-Michel Charlier werd geboren op 30 oktober 1924 in Luik. In zijn vroege jeugd las hij de strips van Hergé over de reporter Kuifje. Al snel begint hij met het tekenen van strips. Na de bevrijding gaat Charlier rechten studeren in Luik. Hij begint ook deels te werken voor Georges Troisfontaines, directeur van het agentschap World Press, dat onder meer materiaal levert voor het weekblad Robbedoes.

Charlier heeft zijn hele leven een passie gehad voor schepen en voor de zee. Bij het agentschap van Troisfontaines werkte ook de tekenaar Victor Hubinon. Samen maakten ze in 1946 eerst "L'Agonie du Bismarck" voor het blad Robbedoes. Charlier schreef niet alleen het script, maar tekende ook de schepen en de vliegtuigen.

In 1947 begonnen beide mannen aan de avonturen van de Amerikaanse vliegenier Buck Danny. Charlier schreef de verhalen en tekende de schepen en de vliegtuigen en Hubinon nam de ontwikkeling van de hoofdrolspelers en het overige tekenwerk voor zijn rekening. Maar de publicatie van het album liet op zich wachten.
In deze periode woonde hij in één huis met Albert Weinberg en Hubinon. Naar verluidt gaven Weinberg en Hubinon hem het advies af te zien van het tekenwerk en zich alleen te richtten op het schrijven van scenario's. Charlier moest in de tussentijd op zoek naar ander werk. Eind jaren 40 behaalde Charlier zijn licentie als piloot. Samen met Hubinon vloog Charlier met een oud Brits toestel. Na het doorwerken van de theorie over de vliegpatronen, besloten beide mannen dit ook in de praktijk te gaan onderzoeken. Wanneer de een vloog, bestudeerde de ander het effect ervan op de grond. Een ander opmerkelijk punt uit het leven van Charlier was dat hij gedurende een jaar ook nog gevlogen heeft voor de inmiddels niet meer bestaande Belgische luchtvaartmaatschappij Sabina. Hij vloog als co-piloot op de DC3 en Convair.
Ondertussen bleef hij ook scripts schrijven voor diverse series. Zo schreef hij 'Belloy' voor Albert Uderzo. Ondertussen was de Buck Danny reeks van start gegaan en bleek succesvol te zijn.
Omdat het werk van co-piloot hem weinig bevrediging schonk, nam Charlier na een jaar ontslag en vestigde zich in Parijs. In Parijs ontmoette hij Goscinny en Uderzo, de geestelijke vaders van de succesvolle strip 'Asterix'.

Na een onenigheid over de rechten van de karakters die door de schrijvers en tekenaars waren geschapen, verlieten een aantal grootheden het bureau van World press. Het verschil kwam erop neer dat het bureau een ieder kon laten werken aan de creatie van een ander. Dit standpunt kon op geen enkele sympathie rekenen onder de creative mensen. In 1959 richtte Charlier, Hubinon, Albert Uderzo en Rene Goscinny, daarom het tijdschrift "Pilote" op. In het blad verschenen vele realistische strips waarvoor Charlier de verhalen schreef. Zo verschenen onder meer Tangy en Laverdure (samen met Uderzo en later Jijé), Roodbaard (met Hubinon) en Blueberry (met Jean Giraud) op het toneel.

In de jaren tachtig gingen veel strips die gecreëerd waren door Charlier over naar uitgeverij Novedi. In een later stadium worden de reeksen overgenomen door uitgeverij Dupuis. Op dat moment worden de reeksen al door andere tekenaars en schrijvers voortgezet. Charlier overleed in juli 1989 op 64-jarige leeftijd.

Jean-Michel Charlier

Geraadpleegde bronnen:

www.dupuis.com/servlet/

www.jmcharlier.com

www.stripverhalen.net

www.comic-art.com

nl.wikipedia.org

en.wikipedia.org

www.zilverendolfijn.nl/