51 Ontvoerd

Illustrated Classic 051 - Ontvoerd

Vroeger was het moeilijk om mannen te vinden die de gevaren van de zeevaart wilden trotseren. Daarom gebeurde het maar al te vaak dat er mannen en jongens geronseld werden. Soms was het ook een handige manier om van iemand af te komen, zoals David Balfour overkwam. Na de dood van zijn vader in de zomer van 1751 verlaat David zijn geboortedorp Essendean in Schotland. Van dominee Campbell krijgt hij een brief die zijn vader heeft geschreven. David moet de brief bezorgen bij Ebenezer Balfour van Shaws, de oom van David. Nu wist hij niet eens dat zijn vader een broer had maar toch gaat David onderweg. Na een paar dagen reizen komt David in de buurt van het huis waar zijn oom woont. De mensen die hij onderweg tegenkomt reageren allemaal nogal vreemd wanneer David naar zijn oom informeert. Eenmaal aangekomen bij het huis van Shaws klopt hij op de deur en kijkt in de loop van een geweer. Zijn oom is een paranoïde man. Wanneer hij vertelt wie hij is, laat zijn oom hem binnen en leest de brief van zijn overleden broer. David kan bij zijn oom komen wonen. In de volgende dagen vindt David een boek met hierin een geschreven opdracht. Daaruit blijkt dat zijn vader ouder was dan zijn oom. Wanneer het een stromachtige avond is vraagt Ebenezer of David een kist wil gaan halen uit een toren. Hij kan er alleen via een trap komen die buitenom de toren loopt. David gaat naar de toren en komt er bij toeval achter dat de trap ineens ophoudt. Zijn oom heeft hem willen doen verongelukken. David Balfour en zijn oom Ebenezer uit de comic Ontvoerd Wanneer David weer in de kamer verschijnt, valt zijn oom flauw van de schrik. De volgende ochtend confronteert David zijn oom met de gebeurtenis, maar de man ontwijkt de vraag, zegt dat het een grap was. Het gesprek wordt onderbroken doordat er een brief wordt gebracht voor zijn oom. De brief biedt Ebenezer een kans om van zijn neef af te komen. Hij krijgt David zo ver dat ze samen naar een herberg wandelen. Daar ontmoeten ze kapitein Hoseason die het bevel heeft over het schip "Covenant". De kapitein brengt David en zijn oom aan boord, zogenaamd voor een kort bezoekje.
Maar de oom van David verlaat stiekem het schip en zo komt David op de "Covenant" terecht als scheepsjongen. Het schip voer verder in het slechte weer. In het slechte weer ramde de "Covenant" een ander schip dat zonk. Slechts één van de opvarenden van het andere schip werd gered. De man die ze gered hadden vertelde dat hij niet in de handen van de Engelsen mocht vallen. Hij wilde naar Frankrijk maar kapitein Hoseason weigerde dit. Wel wilde hij de man aan land zetten, tegen een ruime vergoeding natuurlijk. De vreemdeling, een banneling en rebel, die met groot gevaar voor zijn leven uit de Schotse Hooglanden was gekomen om zijn leider die Frankrijk vocht geld te brengen, maakte vaak een praatje met David. De man is een Jacobiet en tegenstander van de Engelse koning George. Per toeval komt David er achter dat de kapitein de Schot in de val wil lokken en uitleveren aan de Engelsen. Hij vertelt de vreemdeling, die zegt Alan Breck te heten, wat de kapitein van plan is. Samen slaan ze de aanvallen van de kapitein en zijn mannen af. Alan geeft David een zilveren knoop van zijn jas, die Alan gekregen heeft van zijn eigen vader, Duncan Stewart. Mocht David ooit in de problemen komen en deze knoop laten zien aan de vrienden van Alan dan krijgt hij altijd hulp. Ondertussen wil kapitein Hoseason maar één ding, Alan en David van zijn schip af. Midden in een storm zet hij het tweetal aan land, maar door het slechte weer raken Alan en David gescheiden. David krijgt van een man aanwijzingen waar hij Alan terug kan vinden, in het land van Torosay. Dor het tonen van de zilveren knoop zijn er steeds mensen die David helpen. Ook krijgt hij het advies om uit de buurt van de Cambells en de Engelse soldaten te blijven. David is onderweg naar Aucharn als hij een groep soldaten tegenkomt. Juist als de leider van het groepje zich voorstelt als de Rode Vos, Alans aartsvijand, velt een kogel hem. David wil achter de schutter aan en rent in de armen van Alan. Van zijn vriend hoort David dat hij zijn aartsvijand niet gedood heeft, Alan was niet de schutter. Het lukt hen om Aucharn te bereiken waar ze hulp krijgen. Daarna vluchten ze verder. Uiteindelijk komen ze in de buurt van het dorp waar de oom van David woont. Hij laat Alan achter een gaat op zoek naar de advocaat Rankeillor. David vertelt de advocaat zijn belevenissen. Van advocaat Rankeillor hoort David dat het landgoed aan hem toebehoort, maar dat zijn oom Ebenezer zal ontkennen dat David zijn neef is. Met de hulp van Alan en advocaat Rankeillor loopt oom Ebenezer in de val en bekent hij alles. Zo krijgt David Balfour zijn erfenis in handen. Hij laat Alan onderduiken tot hij een schip gevonden heeft dat zijn vriend naar Frankrijk brengt. En zo scheiden hun wegen zich.

Classics Illustrated no 46 - Kidnapped versie 1 Classics Illustrated no 46 - Kidnapped versie 2 Het boek 'Kidnapped' van Robert Louis Stevenson ligt ten grondslag aan deel 51 uit de illustrated classics serie. Het verhaal 'Ontvoerd' verscheen in 1958 in het Nederlands. In de Verenigde Staten verscheen het als deel 46. Het tekenwerk was van Robert H. Webb, naar een scenario van John O'Rourke. Boeken van Robert Louis Stevenson hebben al eerder gediend als basis voor afleveringen in de reeks, denk maar aan deel 23 Schateiland. Ook bij latere delen gaan boelen van Stevenson de basis vormen, zo keert David Balfour terug in deel 70 van de illustrated classics. In de Nederlandse editie is een biografie opgenomen van Robert Louis Stevenson. Verder is deel 10 van de geschiedenis van Amerika over het koloniale tijdperk opgenomen. Tot slot is er een kort overzicht te vinden van het leven van de gebroeders Wright als pioniers van de wetenschap. In de Amerikaanse versie, nummer 46 uit 1948, is niets terug te vinden over het verleden van Amerika. De stukjes over Robert Louis Stevenson en de gebroeders Wright zijn wel opgenomen. Aanvullend zijn er pagina's gewijd aan de collie Toots en aan de legendarische Jeanne D'Arc. Zoals al vaker het geval is geweest, werd ook dit deeltje heruitgegeven met een nieuwe kaft.

52 De roep der wildernis

Illustrated Classic 052 - De roep der wildernis

Van het zonovergoten Californië naar de barre vlakten van het noorden. Het zou de plaats zijn waar Buck voor het eerst de roep der wildernis hoorde. Buck's vader was altijd de onafscheidelijke metgezel geweest van rechter Miller en Buck was een waardige opvolger. De sterke hond kende alleen maar vrede en tevredenheid. Op zomerse dagen stoeide hij met de kinderen van de rechter of maakte hij met het gezin wandelingen. Er werkten ook een aantal mensen voor de rechter, waaronder de tweede tuinman Manuel. Wat rechter Miller niet wist was dat Manuel groten schulden had en snel geld bij elkaar moest zien te krijgen. In een kroeg zat de tuinman over zijn gokschulden na te denken yoen hij een ander gesprek hoorde. Het was 1897, het jaar dat er goud gevonden was in Alaska. Veel mannen waren op zoek naar sterke honden om deze mee te nemen naar het koude noorden. En dus nam Manuel de hond mee toen het gezin er niet was en verkocht hij Buck voor 100 dollar. Maar Buck gaf zich niet zomaar gewonnen. Uiteindelijk moest hij in de man echter zijn meerdere erkennen. Samen met een handlanger stopte de man Buck in een houten kooi. Die brachten ze naar de trein. Twee dagen en nachten reed de trein door. Toen werd de kooi uit de trein gehaald en op een kar overgeladen. De kar bracht Buck naar een binnenplaats. Toen werd Buck uit de kooi gehaald. Direct viel hij een man aan die dichtbij stond. Maar de man was hierop berekend en sloeg Buck. Dit herhaalde zich een aantal keren maar uiteindelijk moest Buck het afleggen tegen de knuppel. De sterke hond was verslagen, hij wist dat hij geen kans had tegen een man met een knuppel. Maar gebroken was hij niet. Op een dag kwam Perrault, een man die als koerier voor de regering werkte. Hij kocht Buck voor 300 dollar. Perrault zag meteen dat Buck een hond uit duizenden was. Hij betaalde en weldra waren Buck en Curly, een New-foundlander vrouwtjeshond, aan boord van de "Narwhal" op weg naar Alaska. Op het schip ontmoette Buck Spitz, een witte eskimohond, en Dave, een somber en knorrig dier. De dagen gingen voorbij en ook Buck merkte dat het kouder werd. Uiteindelijk kwam de "Narwhal" stil te liggen. Buck voelde dat er iets ging gebeuren. Het reisdoel was bereikt en iedereen ging van boord. De eerste dagen moest Buck erg wennen aan zijn nieuwe omgeving. Vooral de wilde eskimohonden waren erg dreigend. Hoe gevaarlijk deze honden bleek al snel toen een van hen Curly doodde. Niet lang daarna werd Buck samen met Spitz en Dave in een tuig gedaan en moest het drietal voor trekhond spelen. De mannen die de proef hadden genomen waren helemaal tevreden met de honden. Harde dagen volgden waarin Buck leerde zich staande te houden in het koude noorden. Al die tijd hing een gevecht tussen Buck en Spitz in de lucht. Met Perrault en zijn kompaan trokken de honden over de koude vlakte. De elementen en wolven overwinnend. Uiteindelijk kwamen ze aan in Dawson. Na een week gingen ze weer op weg, Perrault moest weer overal post naartoe brengen. Na verloop van tijd kwam het dan toch tot een gevecht op leven en dood tussen Buck en Spitz. Buck kwam als overwinnaar uit de bus en werd de nieuwe leider van de honden. Lange tijd bleef het leven zo gaan. De volgende grote verandering voor Buck was het vertrekt van Perrault en zijn maat. Buck zou ze nooit meer terug zien. Omdat er nu teveel honden waren werden ze verkocht. Ook Buck werd verkocht. De honden werden naar het kamp van hun nieuwe eigenaars gebracht, wiens namen Hal en Charles waren. Er was ook een vrouw bij, Mercedes. Zij was de vrouw van Charles en de zus van Hal. Het drietal waren onhandige, lompe en domme mensen die geen benul hadden van het leven in het noorden. Het drietal wilde naar Dawson maar de reis werd een ramp. Halverwege was het voedsel voor de honden al op. Toen kwamen ze een man tegen genaamd John Thornton. Hij vertelde de mannen dat ze niet verder over het ijs moesten gaan omdat het aan het smelten was. Maar het drietal geloofde Thornton niet. Toen Hal met een knuppel Buck begon te slaan, kwam John Thornton tussenbeide. Het kwam tot een vechtpartij waarbij Hal de strijd opgaf. Zo bleef Buck bij John. Ruziemakend vertrok het drietal toch over het ijs. Het werd ze fataal. John was door zijn twee kameraden bij kamp gelaten omdat zijn voeten bevroren waren. Toen de twee mannen, Hans en Pete, weer terug waren trok het gezelschap verder. Buck bleef een lange tijd bij de drie mannen waarbij ze het nodige beleefden. Maar de roep van de wildernis bleef Buck aantrekken. Alleen zijn band met John hield hem tegen. Maar toen John, Hans en Pete door indianen werden gedood was het pleit beslecht. Buck sloot zich aan bij een groep wolven en verbleef de rest van zijn leven in de wildernis.

Classics Illustrated no 91 - The call of the wild Deel 52 van de Illustrated Classics was het verhaal 'De roep der wildernis' naar een roman van Jack London. Van hem was al eerder het verhaal 'Wittand' (deel 42) in deze reeks verschenen. Jack London is een pseudoniem van John Griffith Chaney die op 12 januari 1876 werd geboren in San Francisco. Hij was de onwettige zoon van de Ierse astroloog William Henry Chaney en nam de naam aan van zijn stiefvader. Hij groeide op bij de haven van Oakland. In 1893 monsterde hij aan op een walvisvaarder en voer naar Japan. Vier jaar later trok hij als gouddelver naar Klondike. Hier deed hij stof op voor zijn latere romans, waaronder 'White Fang' dat in 1906 verscheen. Eerder had hij al de roman 'The Call of the Wild' (Roep van de Wildernis, 1903) gepubliceerd.Gedurende zijn hele leven besteedde London veel aandacht aan sociale en economische vraagstukken. London hield er een levensstijl op na die en veel geld koste en een zware wissel op zijn gezondheid trokken. Hij overleed in 1916 op zijn boerderij te Glenn Ellen. Er is lang gedacht dat hij zelfmoord gepleegd had omdat er vergiftigingsverschijnselen waren. Maar mogelijk leed hij aan ernstig nierfalen, mede ten gevolge van zijn alcoholmisbruik.
De biografie van Jack London is dan ook in het Nederlandse deeltje opgenomen. Daarnaast zijn verder als extra's opgenomen het elfde deel over de geschiedenis van Amerika. Dit het als titel 'Het koloniale tijdperk' meegekregen. Het andere extraatje was een verhaal over de collie Toots, onderdeel van honden kunnen helden zijn. In de Amerikaanse uitgave is ook de biografie van Jack London opgenomen. Verder is de Verklaring van de rechten van de mens als tweede extra te vinden in dit deeltje. Dit wordt gevolgd door een verhaal over het vroege Amerika met als titel 'Clippers to the west'. In Nederland verscheen 'De roep der wildernis' in 1958. Het oorspronkelijke verhaal werd voor de strip bewerkt door Kenneth W. Fitch en werd het vervolgens getekend door Maurice del Bourgo.

53 De zwarte tulp

Illustrated Classic 051 - De zwarte tulp

In het jaar 1671 lag Holland kalm en vredig in de zonneschijn, met zijn vele blinkende kanalen en rivieren, zijn windmolens en vrolijke tuinen vol frisse bloemen. Maar het vredelievende land werd door vijandelijke buren bedreigd en de schijn van vrede en rust was bedrieglijk, want de regering werd verscheurd door grote tegenstellingen en vijandschappen, zowel van politieke als persoonlijke aard. Aan de oevers van een kronkelende rivier lag de liefelijke stad Dordrecht, onder aan de met molens bezaaide heuvel. Aan de voet van de heuvel stond de voorname villa van Dr. Cornelis van Baerle. Hij had van zijn vader meer geld geërfd dan hij kon uitgeven. Na zijn medische studie had hij in de zee-oorlog gevochten en nu had hij zich in zijn stille villa teruggetrokken om zich aan zijn liefhebberijen te wijden: schilderen en het kweken van tulpen. Hij voelde zich een gelukkig man. In de "droogkamer" nam Cornelis vele proeven met zijn bollen om te proberen nieuwe tulpsoorten te kweken. Maar hij besefte niet welk een vreselijke afgunst er leefde in het hart van zijn buurman, Isaak Boxtel, die ook een groot liefhebber van tulpen was. Boxtel had zelfs een telescoop aangeschaft om zo in de droogkamer van het huis van Cornelis te kijken. Juist in die tijd maakte de Haarlemse bond van tulpenkwekers bekend dat zij een wedstrijd uitschreven. De eerste persoon die een zwarte tulp kon kweken zou 100.000 gulden winnen. Die herfst ging Cornelis koortsachtig aan het werk en zijn tulpen kregen langzaam maar zeker een steeds donkerder tint. In januari 1672 kwam onverwacht niemand minder dan Cornelis de Witt op bezoek. Hij was een van de machtigste mannen van Holland, Ruwaard van Putten en peetvader van Cornelis van Baerle. Natuurlijk had Isaak Boxtel het deftige rijtuig ook gezien en toen hij licht zag in de droogkamer kon hij zich niet meer bedwingen. Met zijn telescoop gluurde hij naar binnen en herkende Cornelis de Witt. Ook zag hij dat Cornelis de Witt papieren overhandigde aan zijn buurman. Wat kon dat te betekenen hebben? Boxtel hoefde niet lang op een antwoord te wachten, want binnen zes maanden was er een eind gekomen aan de macht van Cornelis de Witt en zijn broer Johan. Cornelis de Witt was zelfs in de gevangenis opgesloten en dit alles als gevolg van de eerzucht van de jonge Willem van Oranje, die de alleenheerschappij over Holland wilde hebben. Op 20 augustus 1672 had een opgejutte menigte zich verzameld voor het Buitenhof in 's Gravenshage waar Cornelis de Witt was opgesloten. Rosa en Cornelis uit de comic De zwarte tulp Hij was veroordeeld tot ballingschap, maar de meute nam daar geen genoegen mee. Johan de Witt was naar het Buitenhof gekomen om zijn broer te redden. Cornelis de Witt besefte dat zijn petekind nog papieren verborgen hield. Hij schreef een brief aan Cornelis van Baerle om de papieren te verbranden. Een bediende van Johan zou deze in Dordrecht bezorgen. Toen wilden de broers vertrekken. Aan de dochter van cipier Gryphus, Rosa, gaf Cornelis de Witt zijn bijbel als dank voor de goede zorgen. Toen zij echter per rijtuig wilde vertrekken vielen de broers in handen van de meute. Beide broers de Witt lieten die dag het leven. Precies zoals Willem van Oranje had georganiseerd. Ondertussen reed Craeke, de bediende van Johan de Witt, zo snel hij kon naar Dordrecht. Uiteraard wist hij niets van het droeve lot van zijn meester. Aangekomen in de stad ging hij meteen naar de villa van Cornelis. Deze ging helemaal op in zijn poging om een zwarte tulp te kweken. Ook zijn buurman kwam daar niet toe omdat hij het te druk had met Cornelis te bespioneren. Zodra hij binnenstapte gaf Craeke de brief met instructies aan Cornelis. Deze had echter van schrik zijn tulpenbollen laten vallen en had geen oog voor het schrijven. Nu ging het allemaal snel. De politie stapte het huis binnen om Cornelis te arresteren. Vluchten wilde hij niet. In een opwelling deed hij de tulpenbollen in de brief van zijn peetvader en stak deze onder zijn tuniek. Gewapende mannen voorafgegaan door magistraat Van Spennen betraden de kamer. Al snel waren de papieren van zijn peetvader gevonden en werd Cornelis afgevoerd naar Den Haag. In de gevangenis kwam Cornelis Rosa en haar vader tegen. De twee jonge mensen voelden zich direct tot elkaar aangetrokken. Al snel kwam de rechtszaak tegen Cornels en hij werd ter dood veroordeeld. In zijn cel gaf Cornelis zijn tulpenbollen aan Rosa. Ook maakte hij haar zijn erfgenaam. Gelukkig voor Cornelis zette de prins van Oranje het vonnis om. Cornelis werd nu opgesloten in Slot Loevestein. In 1673 werd hij herenigd met Rosa. Ook Boxtel was naar Loevestein gekomen in de hoop de zwarte tulp te bemachtigen. Terwijl Boxtel pogingen doet om de zwarte tulp te stelen, leert Cornelis Rosa lezen en schrijven. Wanneer Boxtel lijkt te slagen in zijn plannen, is het Rosa die naar Haarlem gaat om recht te zoeken. Ze vindt dit vanuit onverwachte hoek. De prins van Oranje krijgt nu de vrij pleiting van Cornelis onder ogen en herstelt het aangedane onrecht. Boxtel overlijdt aan een hartaanval. Cornelis en Rosa worden in de echt verbonden.

Classics Illustrated no 73 - The black tulip versie 1 Classics Illustrated no 73 - The black tulip versie 2 De roman van Alexander Dumas over de zoektocht naar de bijzondere tulp stamt uit 1850. Toen verscheen 'De zwarte tulp' (La Tulipe noire). De Franse schrijver Alexandre Dumas had ditmaal Holland als decor genomen voor een historische roman. Voor ons extra leuk natuurlijk omdat het verhaal zich afspeelt in Dordrecht, Den Haag, Haarlem en onder meer Slot Loevestein.
Alexandre Davy de La Pailleterie Dumas, beter bekend als Alexandre Dumas Père werd op 24 juni 1802 geboren in Aisne. Hij stamde uit een adellijk geslacht. Zijn vader stierf toen Alexandre vier jaar oud was en hij kende een povere jeugd. Maar het was een intelligente jongen die alle boeken waar hij de hand op kon leggen verslond. In het begin van zijn loopbaan schreef hij voornamelijk variétéstukken, samen met zijn vriend Adolphe de Leuven. In eerste instantie oogstte Dumas weinig succes. Het eerste grote succes kwam in 1829 met het toneelstuk 'Henri III et sa cour'. Hierna had hij nog meer successen met toneelstukken. Maar hij legde zich uiteraard ook toe op het schrijven van romans en hiervoor wordt hij dan ook herinnerd. Dumas had een grote interesse in geschiedenis en dat is in zijn werk terug te zien. De geschiedenisleraar Auguste Maquet leverde hem feiten die Dumas in zijn romans verwerkte. Het eerste grote succes van deze samenwerking is het legendarische 'De drie musketiers' (Les trois mousquetaires) uit 1844.
In de Nederlandse uitgave is een biografie opgenomen over Alexander Dumas, gevolgd door weer een aflevering van de geschiedenis van Amerika (ditmaal deel 12). en het wordt afgesloten met een verhaal over de hond Tara. De biografie over Alexander Dumas en het verhaal over de hond Tara staan ook in de Engelstalige versie. Maar in plaats van het stukje Amerikaanse geschiedenis is hier ruimte gemaakt voor een bladzijde over Alfred Nobel. Het tekenwerk was weer van Alex Blum naar een bewerking van Kenneth W. Fitch.