51 Ontvoerd

Illustrated Classic 051 - Ontvoerd

Vroeger was het moeilijk om mannen te vinden die de gevaren van de zeevaart wilden trotseren. Daarom gebeurde het maar al te vaak dat er mannen en jongens geronseld werden. Soms was het ook een handige manier om van iemand af te komen, zoals David Balfour overkwam. Na de dood van zijn vader in de zomer van 1751 verlaat David zijn geboortedorp Essendean in Schotland. Van dominee Campbell krijgt hij een brief die zijn vader heeft geschreven. David moet de brief bezorgen bij Ebenezer Balfour van Shaws, de oom van David. Nu wist hij niet eens dat zijn vader een broer had maar toch gaat David onderweg. Na een paar dagen reizen komt David in de buurt van het huis waar zijn oom woont. De mensen die hij onderweg tegenkomt reageren allemaal nogal vreemd wanneer David naar zijn oom informeert. Eenmaal aangekomen bij het huis van Shaws klopt hij op de deur en kijkt in de loop van een geweer. Zijn oom is een paranoïde man. Wanneer hij vertelt wie hij is, laat zijn oom hem binnen en leest de brief van zijn overleden broer. David kan bij zijn oom komen wonen. In de volgende dagen vindt David een boek met hierin een geschreven opdracht. Daaruit blijkt dat zijn vader ouder was dan zijn oom. Wanneer het een stromachtige avond is vraagt Ebenezer of David een kist wil gaan halen uit een toren. Hij kan er alleen via een trap komen die buitenom de toren loopt. David gaat naar de toren en komt er bij toeval achter dat de trap ineens ophoudt. Zijn oom heeft hem willen doen verongelukken. David Balfour en zijn oom Ebenezer uit de comic Ontvoerd Wanneer David weer in de kamer verschijnt, valt zijn oom flauw van de schrik. De volgende ochtend confronteert David zijn oom met de gebeurtenis, maar de man ontwijkt de vraag, zegt dat het een grap was. Het gesprek wordt onderbroken doordat er een brief wordt gebracht voor zijn oom. De brief biedt Ebenezer een kans om van zijn neef af te komen. Hij krijgt David zo ver dat ze samen naar een herberg wandelen. Daar ontmoeten ze kapitein Hoseason die het bevel heeft over het schip "Covenant". De kapitein brengt David en zijn oom aan boord, zogenaamd voor een kort bezoekje.
Maar de oom van David verlaat stiekem het schip en zo komt David op de "Covenant" terecht als scheepsjongen. Het schip voer verder in het slechte weer. In het slechte weer ramde de "Covenant" een ander schip dat zonk. Slechts één van de opvarenden van het andere schip werd gered. De man die ze gered hadden vertelde dat hij niet in de handen van de Engelsen mocht vallen. Hij wilde naar Frankrijk maar kapitein Hoseason weigerde dit. Wel wilde hij de man aan land zetten, tegen een ruime vergoeding natuurlijk. De vreemdeling, een banneling en rebel, die met groot gevaar voor zijn leven uit de Schotse Hooglanden was gekomen om zijn leider die Frankrijk vocht geld te brengen, maakte vaak een praatje met David. De man is een Jacobiet en tegenstander van de Engelse koning George. Per toeval komt David er achter dat de kapitein de Schot in de val wil lokken en uitleveren aan de Engelsen. Hij vertelt de vreemdeling, die zegt Alan Breck te heten, wat de kapitein van plan is. Samen slaan ze de aanvallen van de kapitein en zijn mannen af. Alan geeft David een zilveren knoop van zijn jas, die Alan gekregen heeft van zijn eigen vader, Duncan Stewart. Mocht David ooit in de problemen komen en deze knoop laten zien aan de vrienden van Alan dan krijgt hij altijd hulp. Ondertussen wil kapitein Hoseason maar één ding, Alan en David van zijn schip af. Midden in een storm zet hij het tweetal aan land, maar door het slechte weer raken Alan en David gescheiden. David krijgt van een man aanwijzingen waar hij Alan terug kan vinden, in het land van Torosay. Dor het tonen van de zilveren knoop zijn er steeds mensen die David helpen. Ook krijgt hij het advies om uit de buurt van de Cambells en de Engelse soldaten te blijven. David is onderweg naar Aucharn als hij een groep soldaten tegenkomt. Juist als de leider van het groepje zich voorstelt als de Rode Vos, Alans aartsvijand, velt een kogel hem. David wil achter de schutter aan en rent in de armen van Alan. Van zijn vriend hoort David dat hij zijn aartsvijand niet gedood heeft, Alan was niet de schutter. Het lukt hen om Aucharn te bereiken waar ze hulp krijgen. Daarna vluchten ze verder. Uiteindelijk komen ze in de buurt van het dorp waar de oom van David woont. Hij laat Alan achter een gaat op zoek naar de advocaat Rankeillor. David vertelt de advocaat zijn belevenissen. Van advocaat Rankeillor hoort David dat het landgoed aan hem toebehoort, maar dat zijn oom Ebenezer zal ontkennen dat David zijn neef is. Met de hulp van Alan en advocaat Rankeillor loopt oom Ebenezer in de val en bekent hij alles. Zo krijgt David Balfour zijn erfenis in handen. Hij laat Alan onderduiken tot hij een schip gevonden heeft dat zijn vriend naar Frankrijk brengt. En zo scheiden hun wegen zich.

Classics Illustrated no 46 - Kidnapped versie 1 Classics Illustrated no 46 - Kidnapped versie 2 Het boek 'Kidnapped' van Robert Louis Stevenson ligt ten grondslag aan deel 51 uit de illustrated classics serie. Het verhaal 'Ontvoerd' verscheen in 1958 in het Nederlands. In de Verenigde Staten verscheen het als deel 46. Het tekenwerk was van Robert H. Webb, naar een scenario van John O'Rourke. Boeken van Robert Louis Stevenson hebben al eerder gediend als basis voor afleveringen in de reeks, denk maar aan deel 23 Schateiland. Ook bij latere delen gaan boelen van Stevenson de basis vormen, zo keert David Balfour terug in deel 70 van de illustrated classics. In de Nederlandse editie is een biografie opgenomen van Robert Louis Stevenson. Verder is deel 10 van de geschiedenis van Amerika over het koloniale tijdperk opgenomen. Tot slot is er een kort overzicht te vinden van het leven van de gebroeders Wright als pioniers van de wetenschap. In de Amerikaanse versie, nummer 46 uit 1948, is niets terug te vinden over het verleden van Amerika. De stukjes over Robert Louis Stevenson en de gebroeders Wright zijn wel opgenomen. Aanvullend zijn er pagina's gewijd aan de collie Toots en aan de legendarische Jeanne D'Arc. Zoals al vaker het geval is geweest, werd ook dit deeltje heruitgegeven met een nieuwe kaft.

52 De roep der wildernis

Illustrated Classic 052 - De roep der wildernis

Van het zonovergoten Californië naar de barre vlakten van het noorden. Het zou de plaats zijn waar Buck voor het eerst de roep der wildernis hoorde. Buck's vader was altijd de onafscheidelijke metgezel geweest van rechter Miller en Buck was een waardige opvolger. De sterke hond kende alleen maar vrede en tevredenheid. Op zomerse dagen stoeide hij met de kinderen van de rechter of maakte hij met het gezin wandelingen. Er werkten ook een aantal mensen voor de rechter, waaronder de tweede tuinman Manuel. Wat rechter Miller niet wist was dat Manuel groten schulden had en snel geld bij elkaar moest zien te krijgen. In een kroeg zat de tuinman over zijn gokschulden na te denken yoen hij een ander gesprek hoorde. Het was 1897, het jaar dat er goud gevonden was in Alaska. Veel mannen waren op zoek naar sterke honden om deze mee te nemen naar het koude noorden. En dus nam Manuel de hond mee toen het gezin er niet was en verkocht hij Buck voor 100 dollar. Maar Buck gaf zich niet zomaar gewonnen. Uiteindelijk moest hij in de man echter zijn meerdere erkennen. Samen met een handlanger stopte de man Buck in een houten kooi. Die brachten ze naar de trein. Twee dagen en nachten reed de trein door. Toen werd de kooi uit de trein gehaald en op een kar overgeladen. De kar bracht Buck naar een binnenplaats. Toen werd Buck uit de kooi gehaald. Direct viel hij een man aan die dichtbij stond. Maar de man was hierop berekend en sloeg Buck. Dit herhaalde zich een aantal keren maar uiteindelijk moest Buck het afleggen tegen de knuppel. De sterke hond was verslagen, hij wist dat hij geen kans had tegen een man met een knuppel. Maar gebroken was hij niet. Op een dag kwam Perrault, een man die als koerier voor de regering werkte. Hij kocht Buck voor 300 dollar. Perrault zag meteen dat Buck een hond uit duizenden was. Hij betaalde en weldra waren Buck en Curly, een New-foundlander vrouwtjeshond, aan boord van de "Narwhal" op weg naar Alaska. Op het schip ontmoette Buck Spitz, een witte eskimohond, en Dave, een somber en knorrig dier. De dagen gingen voorbij en ook Buck merkte dat het kouder werd. Uiteindelijk kwam de "Narwhal" stil te liggen. Buck voelde dat er iets ging gebeuren. Het reisdoel was bereikt en iedereen ging van boord. De eerste dagen moest Buck erg wennen aan zijn nieuwe omgeving. Vooral de wilde eskimohonden waren erg dreigend. Hoe gevaarlijk deze honden bleek al snel toen een van hen Curly doodde. Niet lang daarna werd Buck samen met Spitz en Dave in een tuig gedaan en moest het drietal voor trekhond spelen. De mannen die de proef hadden genomen waren helemaal tevreden met de honden. Harde dagen volgden waarin Buck leerde zich staande te houden in het koude noorden. Al die tijd hing een gevecht tussen Buck en Spitz in de lucht. Met Perrault en zijn kompaan trokken de honden over de koude vlakte. De elementen en wolven overwinnend. Uiteindelijk kwamen ze aan in Dawson. Na een week gingen ze weer op weg, Perrault moest weer overal post naartoe brengen. Na verloop van tijd kwam het dan toch tot een gevecht op leven en dood tussen Buck en Spitz. Buck kwam als overwinnaar uit de bus en werd de nieuwe leider van de honden. Lange tijd bleef het leven zo gaan. De volgende grote verandering voor Buck was het vertrekt van Perrault en zijn maat. Buck zou ze nooit meer terug zien. Omdat er nu teveel honden waren werden ze verkocht. Ook Buck werd verkocht. De honden werden naar het kamp van hun nieuwe eigenaars gebracht, wiens namen Hal en Charles waren. Er was ook een vrouw bij, Mercedes. Zij was de vrouw van Charles en de zus van Hal. Het drietal waren onhandige, lompe en domme mensen die geen benul hadden van het leven in het noorden. Het drietal wilde naar Dawson maar de reis werd een ramp. Halverwege was het voedsel voor de honden al op. Toen kwamen ze een man tegen genaamd John Thornton. Hij vertelde de mannen dat ze niet verder over het ijs moesten gaan omdat het aan het smelten was. Maar het drietal geloofde Thornton niet. Toen Hal met een knuppel Buck begon te slaan, kwam John Thornton tussenbeide. Het kwam tot een vechtpartij waarbij Hal de strijd opgaf. Zo bleef Buck bij John. Ruziemakend vertrok het drietal toch over het ijs. Het werd ze fataal. John was door zijn twee kameraden bij kamp gelaten omdat zijn voeten bevroren waren. Toen de twee mannen, Hans en Pete, weer terug waren trok het gezelschap verder. Buck bleef een lange tijd bij de drie mannen waarbij ze het nodige beleefden. Maar de roep van de wildernis bleef Buck aantrekken. Alleen zijn band met John hield hem tegen. Maar toen John, Hans en Pete door indianen werden gedood was het pleit beslecht. Buck sloot zich aan bij een groep wolven en verbleef de rest van zijn leven in de wildernis.

Classics Illustrated no 91 - The call of the wild Deel 52 van de Illustrated Classics was het verhaal 'De roep der wildernis' naar een roman van Jack London. Van hem was al eerder het verhaal 'Wittand' (deel 42) in deze reeks verschenen. Jack London is een pseudoniem van John Griffith Chaney die op 12 januari 1876 werd geboren in San Francisco. Hij was de onwettige zoon van de Ierse astroloog William Henry Chaney en nam de naam aan van zijn stiefvader. Hij groeide op bij de haven van Oakland. In 1893 monsterde hij aan op een walvisvaarder en voer naar Japan. Vier jaar later trok hij als gouddelver naar Klondike. Hier deed hij stof op voor zijn latere romans, waaronder 'White Fang' dat in 1906 verscheen. Eerder had hij al de roman 'The Call of the Wild' (Roep van de Wildernis, 1903) gepubliceerd.Gedurende zijn hele leven besteedde London veel aandacht aan sociale en economische vraagstukken. London hield er een levensstijl op na die en veel geld koste en een zware wissel op zijn gezondheid trokken. Hij overleed in 1916 op zijn boerderij te Glenn Ellen. Er is lang gedacht dat hij zelfmoord gepleegd had omdat er vergiftigingsverschijnselen waren. Maar mogelijk leed hij aan ernstig nierfalen, mede ten gevolge van zijn alcoholmisbruik.
De biografie van Jack London is dan ook in het Nederlandse deeltje opgenomen. Daarnaast zijn verder als extra's opgenomen het elfde deel over de geschiedenis van Amerika. Dit het als titel 'Het koloniale tijdperk' meegekregen. Het andere extraatje was een verhaal over de collie Toots, onderdeel van honden kunnen helden zijn. In de Amerikaanse uitgave is ook de biografie van Jack London opgenomen. Verder is de Verklaring van de rechten van de mens als tweede extra te vinden in dit deeltje. Dit wordt gevolgd door een verhaal over het vroege Amerika met als titel 'Clippers to the west'. In Nederland verscheen 'De roep der wildernis' in 1958. Het oorspronkelijke verhaal werd voor de strip bewerkt door Kenneth W. Fitch en werd het vervolgens getekend door Maurice del Bourgo.

53 De zwarte tulp

Illustrated Classic 053 - De zwarte tulp

In het jaar 1671 lag Holland kalm en vredig in de zonneschijn, met zijn vele blinkende kanalen en rivieren, zijn windmolens en vrolijke tuinen vol frisse bloemen. Maar het vredelievende land werd door vijandelijke buren bedreigd en de schijn van vrede en rust was bedrieglijk, want de regering werd verscheurd door grote tegenstellingen en vijandschappen, zowel van politieke als persoonlijke aard. Aan de oevers van een kronkelende rivier lag de liefelijke stad Dordrecht, onder aan de met molens bezaaide heuvel. Aan de voet van de heuvel stond de voorname villa van Dr. Cornelis van Baerle. Hij had van zijn vader meer geld geërfd dan hij kon uitgeven. Na zijn medische studie had hij in de zee-oorlog gevochten en nu had hij zich in zijn stille villa teruggetrokken om zich aan zijn liefhebberijen te wijden: schilderen en het kweken van tulpen. Hij voelde zich een gelukkig man. In de "droogkamer" nam Cornelis vele proeven met zijn bollen om te proberen nieuwe tulpsoorten te kweken. Maar hij besefte niet welk een vreselijke afgunst er leefde in het hart van zijn buurman, Isaak Boxtel, die ook een groot liefhebber van tulpen was. Boxtel had zelfs een telescoop aangeschaft om zo in de droogkamer van het huis van Cornelis te kijken. Juist in die tijd maakte de Haarlemse bond van tulpenkwekers bekend dat zij een wedstrijd uitschreven. De eerste persoon die een zwarte tulp kon kweken zou 100.000 gulden winnen. Die herfst ging Cornelis koortsachtig aan het werk en zijn tulpen kregen langzaam maar zeker een steeds donkerder tint. In januari 1672 kwam onverwacht niemand minder dan Cornelis de Witt op bezoek. Hij was een van de machtigste mannen van Holland, Ruwaard van Putten en peetvader van Cornelis van Baerle. Natuurlijk had Isaak Boxtel het deftige rijtuig ook gezien en toen hij licht zag in de droogkamer kon hij zich niet meer bedwingen. Met zijn telescoop gluurde hij naar binnen en herkende Cornelis de Witt. Ook zag hij dat Cornelis de Witt papieren overhandigde aan zijn buurman. Wat kon dat te betekenen hebben? Boxtel hoefde niet lang op een antwoord te wachten, want binnen zes maanden was er een eind gekomen aan de macht van Cornelis de Witt en zijn broer Johan. Cornelis de Witt was zelfs in de gevangenis opgesloten en dit alles als gevolg van de eerzucht van de jonge Willem van Oranje, die de alleenheerschappij over Holland wilde hebben. Op 20 augustus 1672 had een opgejutte menigte zich verzameld voor het Buitenhof in 's Gravenshage waar Cornelis de Witt was opgesloten. Rosa en Cornelis uit de comic De zwarte tulp Hij was veroordeeld tot ballingschap, maar de meute nam daar geen genoegen mee. Johan de Witt was naar het Buitenhof gekomen om zijn broer te redden. Cornelis de Witt besefte dat zijn petekind nog papieren verborgen hield. Hij schreef een brief aan Cornelis van Baerle om de papieren te verbranden. Een bediende van Johan zou deze in Dordrecht bezorgen. Toen wilden de broers vertrekken. Aan de dochter van cipier Gryphus, Rosa, gaf Cornelis de Witt zijn bijbel als dank voor de goede zorgen. Toen zij echter per rijtuig wilde vertrekken vielen de broers in handen van de meute. Beide broers de Witt lieten die dag het leven. Precies zoals Willem van Oranje had georganiseerd. Ondertussen reed Craeke, de bediende van Johan de Witt, zo snel hij kon naar Dordrecht. Uiteraard wist hij niets van het droeve lot van zijn meester. Aangekomen in de stad ging hij meteen naar de villa van Cornelis. Deze ging helemaal op in zijn poging om een zwarte tulp te kweken. Ook zijn buurman kwam daar niet toe omdat hij het te druk had met Cornelis te bespioneren. Zodra hij binnenstapte gaf Craeke de brief met instructies aan Cornelis. Deze had echter van schrik zijn tulpenbollen laten vallen en had geen oog voor het schrijven. Nu ging het allemaal snel. De politie stapte het huis binnen om Cornelis te arresteren. Vluchten wilde hij niet. In een opwelling deed hij de tulpenbollen in de brief van zijn peetvader en stak deze onder zijn tuniek. Gewapende mannen voorafgegaan door magistraat Van Spennen betraden de kamer. Al snel waren de papieren van zijn peetvader gevonden en werd Cornelis afgevoerd naar Den Haag. In de gevangenis kwam Cornelis Rosa en haar vader tegen. De twee jonge mensen voelden zich direct tot elkaar aangetrokken. Al snel kwam de rechtszaak tegen Cornels en hij werd ter dood veroordeeld. In zijn cel gaf Cornelis zijn tulpenbollen aan Rosa. Ook maakte hij haar zijn erfgenaam. Gelukkig voor Cornelis zette de prins van Oranje het vonnis om. Cornelis werd nu opgesloten in Slot Loevestein. In 1673 werd hij herenigd met Rosa. Ook Boxtel was naar Loevestein gekomen in de hoop de zwarte tulp te bemachtigen. Terwijl Boxtel pogingen doet om de zwarte tulp te stelen, leert Cornelis Rosa lezen en schrijven. Wanneer Boxtel lijkt te slagen in zijn plannen, is het Rosa die naar Haarlem gaat om recht te zoeken. Ze vindt dit vanuit onverwachte hoek. De prins van Oranje krijgt nu de vrij pleiting van Cornelis onder ogen en herstelt het aangedane onrecht. Boxtel overlijdt aan een hartaanval. Cornelis en Rosa worden in de echt verbonden.

Classics Illustrated no 73 - The black tulip versie 1 Classics Illustrated no 73 - The black tulip versie 2 De roman van Alexander Dumas over de zoektocht naar de bijzondere tulp stamt uit 1850. Toen verscheen 'De zwarte tulp' (La Tulipe noire). De Franse schrijver Alexandre Dumas had ditmaal Holland als decor genomen voor een historische roman. Voor ons extra leuk natuurlijk omdat het verhaal zich afspeelt in Dordrecht, Den Haag, Haarlem en onder meer Slot Loevestein.
Alexandre Davy de La Pailleterie Dumas, beter bekend als Alexandre Dumas Père werd op 24 juni 1802 geboren in Aisne. Hij stamde uit een adellijk geslacht. Zijn vader stierf toen Alexandre vier jaar oud was en hij kende een povere jeugd. Maar het was een intelligente jongen die alle boeken waar hij de hand op kon leggen verslond. In het begin van zijn loopbaan schreef hij voornamelijk variétéstukken, samen met zijn vriend Adolphe de Leuven. In eerste instantie oogstte Dumas weinig succes. Het eerste grote succes kwam in 1829 met het toneelstuk 'Henri III et sa cour'. Hierna had hij nog meer successen met toneelstukken. Maar hij legde zich uiteraard ook toe op het schrijven van romans en hiervoor wordt hij dan ook herinnerd. Dumas had een grote interesse in geschiedenis en dat is in zijn werk terug te zien. De geschiedenisleraar Auguste Maquet leverde hem feiten die Dumas in zijn romans verwerkte. Het eerste grote succes van deze samenwerking is het legendarische 'De drie musketiers' (Les trois mousquetaires) uit 1844.
In de Nederlandse uitgave is een biografie opgenomen over Alexander Dumas, gevolgd door weer een aflevering van de geschiedenis van Amerika (ditmaal deel 12). en het wordt afgesloten met een verhaal over de hond Tara. De biografie over Alexander Dumas en het verhaal over de hond Tara staan ook in de Engelstalige versie. Maar in plaats van het stukje Amerikaanse geschiedenis is hier ruimte gemaakt voor een bladzijde over Alfred Nobel. Het tekenwerk was weer van Alex Blum naar een bewerking van Kenneth W. Fitch.

54 Het donkere fregat

Illustrated Classic 054 - Het donkere fregat

Philip Marsham had al jong een band met de zee. Hij was een kind toen zijn moeder stierf. Een paar jaar later liep hij weg van school om zich bij zijn vader te voegen die als zeeman voer op het schip 'Sarah'. Op een zeker moment werd Philip ziek. Zijn vader stuurde hem naar Londen terwijl hij op het schip bleef. Phil kwam terecht in de herberg van Molly Stevens, een kennis van zijn vader. Op een dag kwam er tragisch nieuws. Het schip 'Sarah' was met man en muis vergaan. Nu wilde Molly zo snel mogelijk van Phil af. Dat gebeurde op een manier die niemand had voorzien. Phil liet een geweer uit zijn handen vallen, het ging af en veroorzaakte een hoop schade. Phil besloot er snel vandoor te gaan. Phil vroeg zich af wat nu te doen. Hij kon niet terug naar Londen, dus liep hij een andere kant op. Hij liep verder en en verder tot hij twee mannen tegenkwam. De mannen heten Tom Jordan en Martin Barwick en waren ook zeelieden. Ze overtuigde Phil om met hen mee te gaan naar Bideford. Daar zouden ze wel kunnen aanmonsteren op een schip. Phil had al snel door dat zijn nieuwe reisgenoten schurken waren, maar voorlopig ging hij mee. Onderweg kregen Jordan en Barwick ruzie en Jordan beende weg. Phil bereikte samen met Barwick Bideford. Martin Barwick bracht hen naar het huis van iemand die hij moeder Taylor noemde. Moeder Taylor zal hen eten geven en een schip wijzen waar ze op kunnen aanmonsteren. Toen ze door de stad liepen merkte Phil dat Martin bang was toen ze zagen dat er iemand aan de schandpaal stond. Ze bereikte het huis van moeder Taylor waar het Phil duidelijk werd dat hij in het gezelschap van piraten terecht was gekomen. Ze wist een schip waar Martin en Phil op konden aanmonsteren. De 'Rose of Devon' met als kapitein Francis Candle zocht nog zeemannen. Nadat ze kapitein Candle hadden gesproken werden ze aangenomen. Kapitein Candle had meteen een sympathieke indruk van Phil. Een week verliep rustig nadat het schip was uitgevaren. Toen verongelukte de bootsman. Kapitein Candle, die al eerder de intelligentie van Phil had getest, benoemde hem tot de nieuwe bootsman. Na een aantal dagen kwam de 'Rose of Devon' in een zware storm terecht. Martin Barwick werd overboord geslagen. Phil bedacht zich geen seconde en dook hem achterna en redde het leven van de piraat. Nadat de storm was gaan liggen kwamen ze een zinkend schip tegen. Kapitein Candle stuurde een sloep om de overlevenden op te halen. Een van hen was Tom Jordan. Zodra Jordan en zijn mannen hun kans schoon zagen namen ze de 'Rose of Devon' over, kapitein Candle werd vermoord. Tegen hun wil in werden de mannen van de 'Rose of Devon' in het piratenleven getrokken. In het Caribisch gebied werd geprobeerd om een stad te overvallen, maar dit mislukte totaal. Wel zag Phil zijn kans schoon om te vluchten. Na een lange omzwerving over het eiland, zag hij in een andere baai een ander schip liggen. Hij sloop aan boord maar werd ontdekt en bij de kapitein gebracht. Het was een Engels oorlogsschip en de kapitein, Winterton, had al gehoord over het donkere fregat dat nu een piratenschip was. Maar hij vertrouwde Phil niet helemaal. Classics Illustrated no 132 - The dark frigate Toch werden de piraten gevangen of gedood dankzij de informatie van Phil. Terug in Engeland moesten de mannen voor de rechter komen. Phil wilde niemand beschuldigen. Hierop nam Tom Jordan het woord en verklaarde dat Phil tegen zijn wil in in het piratenleven terecht was gekomen. De rechters veroordeelden alle piraten tot de dood, behalve Phil Masham. Hij werd vrijgesproken en was weer een vrij man.

Het verhaal 'Het donkere fregat' (The Dark Frigate) werd geschreven door de Amerikaan Charles Boardman Hawes (1889 -1923). In Amerika verscheen het deel als nummer 132 waarbij de oorspronkelijke roman bewerkt was door Annete Rubinstein. Het tekenwerk werd in handen gelegd van Robert H. Webb en Ed Waldman.
Robert H. Webb was ook de tekenaar van deel 51 Ontvoerd. De Nederlandse editie verscheen in 1958. Bij de extra's zit een biografie van Charles Boardman Hawes. Verder is er deel 13 over de geschiedenis van Amerika (Het koloniale tijdperk) en een bladzijde over de slag bij Trafalger. De biografie van de schrijver is ook in het Engelse deeltje te vinden. Daarna is er deel 6 over de geschiedenis van Groot-Brittannië, het onderwerp zijn de Tudor koningen. Het wordt afgesloten met dezelde bladzijde als de Nederlandse editie namelijk de slag bij Trafalger.

55 Op jacht naar avontuur

Illustrated Classic 055 - Op jacht naar avontuur

Tegen het einde van de 19de eeuw werd ingenieur Robert Clay door zijn firma in New York naar Zuid-Amerika gestuurd. Hij werd daar met het toezicht op ijzermijnen belast. Clay ontdekte spoedig dat hij er geen rustig leventje zou kunnen leiden. Er was een revolutie op handen. Op een avond zat Clay met zijn twee assistenten Mac Williams en Ted Langham, de zoon van de mijneigenaar, te praten over de verwachte komst van de familie Langham. Hoewel het al laat was kwam er een bezoeker. De bezoeker was generaal Mendoza. Clay ontving de man en haalde wijn en sigaren te voorschijn. De generaal was de aanvoeder van de oppositie in het land. Zij waren bijzonder ontevreden over de manier waarop president Alvarez met buitenlandse bedrijven omging. Hij gaf de bodemschatten weg, ook aan de firma waar Clay voor werkte. Volgens Mendoza was het laatste woord daar nog niet over gesproken. Maar voor 60.000 dollar zou het bedrijf van Clay geen last hebben van de oppositie. Vervolgens kwamen zijn assistenten binnen. Zij hadden alles gehoord. Mendoza vertrok boos en liet zich ontvallen dat er binnen twee maanden een nieuwe regering zou zijn. Clay besefte dat er een staatsgreep aan zat te komen. Maar ook Alvarez wilde meer macht. Hij wilde dictator worden. Het bedrijf van Clay had 1.500 soldaten-arbeiders in dienst. Clay rekende erop dat zij de belangen van de firma zouden verdedigen, maar de mannen waren ongewapend. Enkele dagen later arriveerden de heer Langham met zijn twee dochters, Alice en Hope. Clay kende de familie al langer en hij en Alice konden het bijzonder goed vinden met elkaar. Diezelfde avond verscheen ook het jacht van Reggie King voor de kust. Hij was helemaal niet blij met de vriendschap tussen Clay en Alice. De volgende dag bracht het gezelschap een bezoek aan president Alvarez. Ze werden onder meer voorgesteld aan kapitein Stuart die over de veiligheid van president Alvarez en zijn gezin waakte. Vooral Hope was onder de indruk van de engelsman. Die avond gaf Alvarez een feest. Hope wilde er ook naartoe, maar Alice vond haar daar te jong voor. Op het bal danste Clay met Alice maar hij zag steeds het teleurgestelde gezicht van Hope voor zich. Hij verzon een excuus om even van het bal weg te gaan en zocht Hope op. Het gesprek met haar maakte indruk op Clay. Toen hij weer op het bal terug was riep zijn vriend Stuart hem apart. Ze spaken af later die avond. Stuart had een pamflet bij zich dat over de stad was verspreid. In het pamflet werden Alvarez, Stuart, Langham en de mijnen aangevallen. Clay besefte dat dit het werk van Mendoza was. Het zou niet lang duren voordat de revolutie zou uitbreken. Het was belangrijk dat er wapens gevonden zouden worden zodat Clay en zijn mannen zich konden verdedigen. Dankzij Stuart en Mac Williams komen ze achter een bergplaats waar geweren te vinden zijn. Clay vermoedde dat de geweren in het oude fort aan de Platta baai te vinden moesten zijn. En hij had gelijk. Terug op het landhuis van Langham begroette Hope Clay met een gelukkige glimlach. De volgende dag was er in de stad een parade. Hope wilde er naar toe maar Clay verbood het. Het meisje besloot toch te gaan, met de bedienden en in vermomming. Gelukkig zag Clay haar op tijd. Classics Illustrated no 119 - Soldiers of fortune Het was tijdens de parade dat Mendoza een greep deed naar de macht. Stuart werd gedood toen hij mevrouw Alavarez wilde beschermen. Het lukte Clay om mevrouw Alvarez in veiligheid te brengen. En dankzij Hope ontkwamen Clay en zijn mannen aan de soldaten van Mendoza. Langham wilde de mijnen er aan geven en terugkeren naar Amerika. Clay besloot om de wettelijke opvolger van de vermoorde Alvarez te steunen. Met zijn mannen bestormde hij het paleis waarbij Mendoza gedood werd. Enige dagen later keerden het gezelschap terug naar New York. Ook de verliefde Clay en Hope.

Het verhaal 'Op jacht naar avontuur' is gebaseerd op de roman 'Soldiers of Fortune' van de Amerikaanse schrijver Richard Harding Davis (1864-1916). Hij was een Amerikaanse journalist en schrijver van fictie en drama, vooral bekend als de eerste Amerikaanse oorlogscorrespondent van de Spaanse-Amerikaanse Oorlog, de Tweede Boerenoorlog en de Eerste Wereldoorlog. Zijn schrijven heeft de politieke carrière van Theodore Roosevelt enorm geholpen en hij speelde ook een belangrijke rol in de evolutie van het Amerikaanse tijdschrift. Zijn invloed is uitgebreid naar de wereld van de mode en hij wordt gecrediteerd om een glad geschoren gezicht populair te maken bij mannen aan het begin van de twintigste eeuw.
Het tekenwerk van dit deeltje was van Kurt Schaffenberger (1920-2002). Hij was een Amerikaanse comics artist en vooral bekend voor zijn werk aan Captain Marvel en de Marvel familie gedurende de gouden en zilveren tijden van de Amerikaanse comics in de jaren 50 en 60.
De Engelstalige uitgave verscheen als nummer 119. In de Nederlandse editie is een biografie opgenomen over Richard Harding Davis en een pagina over de geschiedenis van Amerika. In de Engelstalige uitgave is ook de biografie van Richard Harding Davis te vinden. Verder is een een bladzijde over Lawrence of Arabia en een pagina over het zinken van The Maine.

56 De man met het ijzeren masker

Illustrated Classic 056 - De man met het ijzeren masker

Op een avond in het jaar 1661 liepen drie mannen over de binnenplaats van de Bastille. De voorste man was een cipier die de twee andere mannen begeleidde. Aramis, de vroegere musketier en nu bisschop van Vannes, was naar de Bastille gekomen om een geheimzinnige gevangene die Marchiali genoemd werd, de biecht af te nemen. De derde man was de gouverneur van de Bastille. Aramis maakte al snel duidelijk at hij de gevangene alleen wilde spreken. Eenmaal in de cel gaf de man aan dat hij onschuldig was, iets dat Aramis natuurlijk wel vaker hoorde. Maar Aramis heeft de jongeman die voor hem zit in de cel al eerder gezien, toen hij nog musketier was. Hij begeleidde altijd een dame die in het zwart gekleed ging. Nu herkent Marchiali de man die voor hem staat. Hij herinnert zich nu dat hij in zijn jeugd alleen sprak met de vrouw in het zwart, zijn leraar en het kindermeisje. De dag dat hij vijftien werd hoorde hij de leraar met het kamermeisje praten in de tuin. Zijn leraar was bezorgd want hij had de laatste brief van de koningin laten vallen en die was in de waterput terecht gekomen, voordat hij de brief had kunnen lezen. De jongen realiseerde zich nu dat het de koningin was die iedere maand bij hem op bezoek kwam. Nadat het tweetal was weggegaan liet de jongen zich in de waterput zakken en bracht de brief naar boven. Hij las de brief en werd niet veel later gevonden door het kindermeisje en de leraar. Diezelfde avond had hij een koortsaanval en begon te ijlen en vertelde zo alles wat hij wist. De leraar schreef de koningin wat er was gebeurd. Niet lang daarna werd hij overgebracht naar de Bastille. Aramis vertelt de jongeman dat zijn leraar en kindermeisje later zijn vergiftigd. Aramis op zijn beurt komt er achter dat de jongeman niet weet wat spiegels zijn en niets weet van geschiedenis. Dit is met opzet gedaan. Hij wil dat de jongeman aandachtig luistert naar wat de voormalige musketier te vertellen heeft. Op 5 september 1638 schonk Anna van Oostenrijk, vrouw van Lodewijk XIII, het leven aan een zoon. Nadat de koning was vertrokken en feest aan het vieren was, beviel de koningin van een tweede zoon. De koning werd direct op de hoogte gebracht en hij voorzag grote problemen, misschien wel een burgeroorlog. Afbeelding uit De man met het ijzeren masker Na overleg met de eerste minister werd besloten dat de tweede zoon naar een plaats moest worden gebracht zodat niemand van zijn bestaan zou weten. En zo geschiedde het. Aramis geeft de jongeman een portret van de huidige koning Lodewijk en een spiegel. De gezichten zijn identiek. Aramis dat de man een voorstel. Als hij wil zet Aramis hem op de troon maar dan moet zijn broer zijn plaats in de gevangenis innemen. Enkele dagen later ging Aramis op bezoek bij de Franse minister van Financiën. Met de belofte van geld, de schatkist was bijna leeg, wist Aramis een papier te bemachtigen waarmee hij de jongeman uit de Bastille kon halen. Niet lang daarna dineerde Aramis met de gouverneur van de Bastille. Plots kwam een koerier aan op de Bastille. Hij bracht een vrijlatingsbericht en Aramis zag kans om het te verwisselen met het bericht dat hij geregeld had. Zo kwam de gevangene met de naam Marchiali vrij. Samen met Aramis verliet Philippe, zoals de jongeman echt heette, de gevangenis. Philippe had zich bekend gemaakt met de belangrijkste personen aan het hof zoals de eerste minister Colbert, maar ook Porthos en D'Artagnan. Met de koets ging het tweetal naar Vaux waar de koning een feestmaal zou bijwonen. Onderweg naar Vaux maakte Aramis zijn beloning bekend. Mocht Philippe de plaats innemen van de koning dan moest hij Aramis steunen om paus te worden. De volgende dag kwam Lodewijk XIV aan in Vaux. Nu moet de verwisseling plaats gaan vinden, maar D'Artagnan heeft door dat zijn oude vriend Aramis iets in de schild voert. Het is de belofte van Aramis dat hij de koning geen kwaad zal doen waardoor D'Artagnan de zaak laat rusten. Omdat Philippe de plek moet innemen van Lodewijk heeft Aramis ervoor gezorgd dat ze precies boven de slaapkamer van de koning hun eigen kamer hebben en via een speciaal luik in de kamer kunnen kijken. Zo komen ze er achter dat minister Colbert de minister van financiën, Fouquet, in de kwaad daglicht zet. De woedende Lodewijk geeft D'Artagnan de opdracht om Fouquet direct te arresteren, hoewel ze bij de man te gast zijn. D'Artagnan raad dit zijn koning dan ook af. Maar de koning houdt voet bij stuk. Nadat D'Artagnan weg is gegaan gaat Lodewijk op bed liggen en dat is het moment waarop Aramis gewacht heeft. Het bed met de koning verdwijnt naar de kelder waar Aramis en Porthos Lodewijk opwachten en hem naar de Bastille brengen. Ondertussen was Philippe naar de slaapkamer van de koning gegaan. Wanneer D'Artagnan zich bij de kamer van de koning meldt, neemt Aramis hem mee om Fouquet weer in vrijheid te stellen. D'Artagnan begrijpt er helemaal niets meer van en vertrouwt het niet. Wanneer Aramis Fouquet de waarheid vertelt is de minister ontstelt. Hij wil dat Aramis direct vertrekt. Niet veel later ziet D'Artagnan zijn oude vrienden Aramis en Porthos vertrekken. Het had veel weg van een vlucht. Fouquet gaat naar de Bastille en bevrijdt Lodewijk. Hij bracht Lodewijk naar het hof waar de twee broers oog in oog met elkaar staan. Ze leken als twee druppels water op elkaar. Het was D'Artagnan die het onderscheid kon maken. Lodewijk beval dat zijn broer weer gevangen gezet moest worden en de rest van zijn leven een ijzeren masker moest dragen.

Classics Illustrated no 54 - The man in the iron mask 1ste versie Classics Illustrated no 54 - The man in the iron mask 2 de versie Het verhaal 'De man met het ijzeren masker' van Alexandre Dumas heeft een historische grondslag. Er heeft echt een man bestaan die, deels gemaskerd, zijn leven sleet in diverse gevangenissen, waaronder de Bastille. Wie deze persoon is geweest lijkt niet duidelijk. Overigens droeg deze persoon een zwart fluwelen masker, pas later is daar in verhalen een ijzeren masker van gemaakt. Voor meer details hierover is het beste om Wikipedia te raadplegen (nl.wikipedia.org/wiki/Man_met_het_ijzeren_masker).
Ook over het boek “De man met het ijzeren masker' is genoeg te vertellen. De oorspronkelijke Franse titel van het verhaal geschreven door Alexandre Dumas was 'Le Vicomte de Bragelonne'. Het maakt deel uit van de verhalen die Dumas schreef waarin D'Artagnan een belangrijk aandeel had. De Nederlandse titel was De burggraaf van Bragelonne: Tien jaar later. Het was het derde en laatste deel. De andere twee waren 'De drie musketiers' en 'Twintig jaar later'. Het werd uitgegeven in de jaren 1847 en 1850. (nl.wikipedia.org/wiki/De_burggraaf_van_Bragelonne).
In de Illustrated Classic serie werd 'De man met het ijzeren masker' uitgegeven in 1958. Het tekenwerk van deze uitgave was van de hand van Ken Battlefield. In de VS is echter een eerdere uitgave geweest met tekenwerk van August M. Froehlich. Om het verhaal te laten passen in het format van de Classics iIllustrated werd de oorspronkelijke roman door John H. O'Rourke bewerkt.
In de Nederlandse editie zijn geen extra's opgenomen, althans niet in de druk die ik heb. In de Engelstalige herdruk is een biografie over Alexandre Dumas te vinden. Verder een pagina gewijd aan Lavoisier, de opera Thais en een bladzijde over de hond Brave.

57 Mannen tegen wind en water

Illustrated Classic 057 - Mannen tegen wind en water

Op 28 april 1789 kwam een deel van de bemanning van het transportschip 'Bounty' in opstand tegen het tirannieke gezag van de kapitein, luitenant William Bligh. Negentien mannen, onder wie Bligh, werden midden op de oceaan aan hun lot overgelaten. Ze zouden drieduizend zeshonderd mijl moeten afleggen over een woelige Zuidzee en dat in een bark die slechts acht meter lang was. Wat deze mannen overkwam werd later opgetekend door Thomas Ledward, de scheepsarts van de Bounty. Hij begint zijn verslag op het moment dat Fletcher Christian, de tweede stuurman, de muiterij leidde. Ledward koos ervoor bij de kapitein te blijven. Er zaten negentien mannen in de bark die achtergelaten werd op de oceaan. Iedere man had een bundel kleren bij zich en ze kregen voedsel mee. Maar ze waren wel te zwaar beladen. Na twee uur was de Bounty uit het zicht verdwenen. Langzaam kwam de bark bij het eiland Tofoa. Omdat het donker begon te worden konden ze geen plek vinden om veilig aan land te gaan. De volgende dag waagde ze de sprong. In eerste instantie ging alles goed, totdat een van de mannen een stapel schedels vond. Ze bleven een aantal dagen op het eiland, op zoek naar voorraden. Op de derde dag kwamen ze de inwoners van het eiland tegen. Eerst ging alles goed maar uiteindelijk ontstond er toch een gevecht waarbij een van de matrozen het leven liet. In de bark gingen ze weer de zee op. Op de open zee moesten de mannen vele ontberingen doorstaan, zoals zware stormen. Toen ze weer een eiland aan de horizon zagen voeren ze voorbij, de gebeurtenissen op Tofoa nog vers in het geheugen. Bijna verloren ze nog een matroos, toen Lebogue probeerde een zeeschildpad te vangen. Alleen het snelle handelen van Bligh redde zijn leven. Drie dagen en nachten voeren ze verder. Nog steeds konden ze de Fiji eilanden zien liggen. Toen ze door een nauw kanaal moesten varen, werden ze weer achtervolgt door eilandbewoners. Maar gelukkig konden ze uit hun handen blijven. Niet lang daarna begon het weer te stormen en de bark was overgeleverd aan het ruwe water en de stormwind. De storm hield zesendertig uur aan en behoorden tot de ergste herinneringen van Thomas Leward. Bligh loodste de bark door de storm heen. Geen moment liet hij het roer los. De daaropvolgende morgen ging de storm liggen. De dreiging van de storm was even verdwenen. Maar voedsel werd een probleem. Een van de matrozen slaagde er in een zeevogel te vangen die gretig door de mannen werd verorberd. Het lukte de mannen nog drie maal om een zeevogel te vangen die als eten dienden. Om middernacht zag Bligh een branding. Met enige moeite lukte het om aan land te gaan. Bligh stuurde enige mannen op pad om eten te vinden. De mannen kwamen terug met bessen en oesters. Ze brachten drie dagen en nachten op het eiland door. Op de vierde dag zagen ze rook van vele vuren op het vasteland. Bligh besloot te proberen het vasteland te bereiken. Tussen hen en het vasteland lagen een aantal kleine eilandjes. Ze zagen dat er mannen stonden op de stranden. Bligh probeerde contact met ze te maken, maar toen sloegen de eilandbewoners op de vlucht. Ze geraakte niet meteen bij het vasteland. Op een van de eilandjes maakte ze een tussenstop. De bark werd wat opgelapt en er werd naar voedsel gezocht. Toen ze weer wegvoeren moesten ze nog zo'n negenhonderd mijl open zee overbruggen om bij Timor te graken. Steeds meer zeelieden raakte uitgeput. Het was een slopende reis. Onderweg lukte het een matroos om een kleine dolfijn te vangen. Maar vele konden de rauwe vis niet eten. Bovendien was er een ander probleem, een waterhoos kwam op hun pad. Gelukkig passeerde ze deze ongeschonden. Na veel gevaren te hebben getrotseerd beriekte uiteindelijk de haven van Koepang (Kupang). In deze Hollandse haven werden ze opgevangen en konden ze herstellen. Een van de mannen kwam echter toch nog te overlijden. Bligh zocht naar een mogelijkheid om naar Engeland te reizen. Op 20 augustus had hij een klein schip gekocht dat hij 'Resource' doopte. Hiermee voeren ze naar Batavia (Jakarta) op Java. Op 16 oktober vertrok Bligh met een deel van de bemanning naar Engeland. Iedereen die te ziek was om de reis te maken, bleef op Java zoals Thomas Ledward.

Classics Illustrated no 103 - Men against the sea 1ste versie Classics Illustrated no 103 - Men against the sea 2 de versie 'Mannen tegen wind en water' (Men against the sea) is het tweede luik in de trilogie door Charles Nordhoff en James Norman Hall over de muiterij aan boord van HMS Bounty. Het wordt voorafgegaan door 'Muiterij op de Bounty' (deel 10 in de Illustrated Classics) en gevolgd door 'Pitcairn's Eiland'.
Charles Bernard Nordhoff (1887-1947) werd geboren in Engeland maar was een Amerikaan. Zijn ouders waren in Engeland toen hij geboren werd, vandaar. Nordhoff studeerde aan de Standford en Harvard universiteiten. Tijdens de eerste wereldoorlog was hij lid van het Lafayette Escadrille (dit was een groep vrijwilligers die in de Franse luchtmacht vochten). Na de oorlog bleef Nordhoff in Parijs wonen en ging schrijven. Samen met James Norman Hall schreef hij in Frankrijk een boek getiteld 'The Lafayette Flying Corps'. Beide mannen keerden terug naar Amerika en begonnen artikelen te schrijven over de Stille Zuidzee. Samen schreven ze ook drie boeken die bekend werden als de Bounty triologie. Naast de Bounty boeken werd het boek 'The Hurricane' ook heel succesvol. Nordhoff is zelfs een tijd getrouwd geweest met een Tahitiaanse vrouw. Beide mannen hebben dan ook een aantal jaren op Tahiti gewoond. Nordhoff stierf op 10 april 1947.
James Norman Hall (1887-1951) werd geboren in Colfax, Iowa. Hij bezocht de lokale scholen en studeerde af aan het Grinnell College in 1910 en werd een sociaal werker in Boston. Hij probeerde zich te vestigen als schrijver en studeerde voor een Master's degree aan de Harvard universiteit. Hall was op vakantie in het Verenigd Koninkrijk in de zomer van 1914 toen de Eerste Wereldoorlog begon. Hij deed zich voor als Canadees en nam dienst in het Britse leger. Hij werd ontslagen toen zijn ware nationaliteit werd ontdekt. Hij keerde terug naar de Verenigde Staten en schreef zijn eerste boek, Kitchener's Mob (1916), over zijn ervaringen tijdens de oorlog. Maar hij ging weer naar Frankrijk en nam dienst in het Lafayette Escadrille. Hall werd onder meer onderscheiden met de Croix de Guerre.
'Men against the sea' verscheen als deel 103 in de Classics Illustrated. Het tekenwerk was van Rudolph Palais naar een bewerking van Kenneth W. Fitch. De twee zijn al eerder aan bod gekomen, onder andere bij deel 3 'Kit Carson'.
In de Nederlandse versie is een biografie van Nordhoff en Hall opgenomen, gevolgd door het slot van de geschiedenis van Amerika (Het koloniale tijdperk). Daar komt een pagina over Houdini.
In de Engelse versie is ook de biografie van Nordhoff en Hall opgenomen. Dit wordt gevolgd door een twee bladzijden over de geschiedenis van het Panama kanaal. Ook hier is het stuk over Houdine terug te vinden.