41 Robin Hood

Illustrated Classic 041 - Robin Hood

Voor gewone mensen was Engeland 800 jaar geleden niet zo'n leuk land. Ze werden wreed onderdrukt door de adel. Het verhaal van Robin Hood begint op de dag, dat hij in het Sherwood woud enkele houtvesters ontmoette. Omdat hij nog jong was en een boog bij zich had, werd hij uitgedaagd om zijn vaardigheid te tonen. Een van de mannen beloofde hem een zak goud als hij een loslopend hert zou raken. Robin Hood, tekening van Louis Zansky Robin legde aan en trof het hert. Maar de houtventer was niet van plan het goud te geven. Omdat hij een hert van de koning had neergeschoten, wilde ze hem gevangen nemen. Het lukte Robin Hood echter om te vluchten. De sheriff van Nottingham hoorde ervan en verklaarde Robin Hood vogelvrij. Omdat hij moest vluchten, nam Robin afscheid van zijn meisje, Marianne. Eenmaal in het woud maakte hij al snel kennis met Klein Jantje, een reus van een kerel en beresterk. Zo begon het leven van Robin Hood in Sherwood Woud. Steeds meer mannen sloten zich bij hem aan en noemden hem hun leider. Robin Hood besloot om met zijn mannen het onrecht te bestrijden. Ze overvielen de adel die, met goed gevulde geldbuidels, onderweg waren. Het geld werd verdeeld onder de armen. Maar ook tegen wreedheid trad Robin Hood op. De armen noemde de naam van Robin Hood met eerbied, de adel met vrees. Op een dag zagen Robin en Jantje een oude ridder die zijn pachters slecht behandelde. Samen maakten ze de ridder flink wat goud lichter. Niet veel later vonden ze een huilende jongeman in het woud. Hij heette Alan-A-Dale en hij was een minstreel. Zijn verdriet kwam doordat het meisje waar hij van hield, gedwongen werd om te trouwen met een ander, een oude ridder aan wie de vader van zijn geliefde geld schuldig was. Robin Hood wilde dit onrecht natuurlijk rechtzetten. Maar als zijn plan zou slagen konden de twee geliefden nog niet trouwen. Klein Jantje had wel eens gehoord van Pater Tuck, deze geestelijke zou hen wel helpen. En dus ging Robin naar de pater op zoek. Zonder dat hij het wist vond hij de pater, die op zijn beurt niet wist dat hij met Robin Hood van doen had. De twee mannen testen elkaars vastbeslotenheid. Toen bleek wie de ander was, was het verbond meteen gesmeed. Nadat ze de jonge vrouw uit de handen van de oude ridder hadden bevrijd, werden de twee geliefden die avond nog in de echt verbonden. Maar Robin Hood hielp iedereen, ook Sir Richard of the Lea. Deze adelman zat in de knel bij de sheriff en Robin verzon een list om de man te helpen. Uiteindelijk hoorde ook Koning Richard Leeuwenhart de verhalen over Robin Hood. Hij besloot om de zaak zelf te onderzoeken. In vermomming begaf hij zich naar Sherwood Woud en trof daar Robin Hood en zijn mannen. Robin was inmiddels getrouwd met zijn Marianne. Nu kwam de koning er achter dat niet Robin de schurk was, maar de adel. Hij schonk Robin Hood en zijn mannen gratie.

Classics Illustrated no 7 - Robin Hood 1ste versie Classics Illustrated no 7 - Robin Hood 2de versie Het verhaal van Robin Hood is natuurlijk overbekend en ook vaak de basis geweest voor een film en de naam duikt ook op in talloze verhalen. Deze Engelse volksheld is ontstaan uit een reeks oude balladen en legenden. Of Robin Hood echt heeft bestaan, is onduidelijk. In oude Engelse volksverhalen wordt hij omschreven als een vrijbuiter. Deze verhalen zijn waarschijnlijk gebaseerd op historische gebeurtenissen. Maar omdat de naam Robin Hood niet in officiële documenten terug is te vinden, blijft het gissen. Een feit is dat Sherwood Forest (Nottinghamshire), bekendstond als toevluchtsoord voor vogelvrijverklaarden. Wel doen vergelijkbare namen en verhalen de ronde van drie personen die mogelijk de inspiratiebronnen vormen voor de legende. Er zijn, door diverse studies, een aantal kandidaten gevonden die mogelijk aan de basis hebben gestaan van de legende. De meest bekende van deze drie is Robert van Loxley. Sir Walter Scott was de eerste die de aanduiding Loxley gebruikt in zijn roman Ivanhoe wanneer het over Robin Hood gaat.
Ook het verhaal over deze sympathieke struikrover behoort tot de eerste delen die in de Amerikaanse serie werden uitgegeven. Het verscheen in 1942 als het zevende deel uit de reeks. De tekenaar was Louis Zansky die voor het verhaal de bewerking van Evelyn Goodman gebruikte. Wanneer je deze versie leest zijn niet alleen de tekeningen anders, maar is het verhaal zelf ook wat anders opgebouwd. Dit alles werd in 1957 herzien toen Jack Sparling de nieuwe versie van Robin Hood tekende. Het is deze laatste versie die ook in het Nederlands is verschenen.

42 Wittand

Illustrated Classic 042 - Wittand

In de wildernis van sneeuw en ijs, die Alaska in 1895 was, werd hij geboren. In het ijskoude noorden leerde hij de eeuwenoude wet "eten of gegeten worden". Zijn contact met de mens wekte geen liefde in hem alleen maar eerbied voor hun brute kracht. Over de koude sneeuwvelden van het noorden holde een troep wolven. De honger dreef hen voort want zij hadden al dagenlang niets gegeten. De scherpe zintuigen van de wolvin die de troep leidde hadden het vlees het eerst geroken. Geduldig volgden ze een groep mannen die door de sneeuw trokken. Toen die avond een van de mannen eten uitdeelde aan de honden kroop de wolvin dichterbij. Tot verbijstering van de mannen ging ze er met een vis vandoor. Die nacht lokte de wolvin een van de honden weg. Het dier viel ten prooi aan de troep. Omdat de wolvin de mannen en de honden niet met rust liet besloten de mannen iets te gaan doen. Een van de mannen ging achter de wolven aan maar hij ontmoette de dood. Zo leidde de wolvin de troep. De roedel splitste op en de wolvin paarde met een wolf met één oog. Er werden vijf jongen geboren. Slechts één welp overleeft. De wolvin ging er zelf op uit om voedsel te zoeken. In het hol van een lynx vond ze het karkas van één oog. In een zwaar gevecht doodt de wolvin uiteindelijk de lynx. De tijd verstreek en de jonge wolf werd steeds sterker. Op een dag wordt de jonge wolf gevonden door een groep indianen. Wittand en Smith, tekening Alex Blum Al snel verscheen ook de wolvin en de indiaan, die Grijze Bever werd genoemd, herkende de wolvin. Het was Kiche, de wolfshond van zijn overleden broer. Grijze Bever noemde de jonge wolf Wittand. De mensen waren goden voor Wittand, zij hadden macht over vele dingen zoals vuur. In 1898 brengt Grijze Bever Wittand naar Fort Yukon. Door de goudkoorts kon Grijze Bever zijn huiden ruilen voor goud. De goudkoorts trok vele gelukzoekers aan, sommige met honden. Wittand liet al snel zien dat hij de anderen de baas kon en trok zo de aandacht van 'mooie' Smith. Voor enkele flessen whiskey verkoopt Grijze Bever Wittand aan 'mooie' Smith, een man die leeft van hondengevechten. Hij traint Wittand als gevechtshond. Al snel wint de wolf alle gevechten. Op een dag moet Wittand vechten met een buldog. Dit was een nieuwe soort vijand voor Wittand. Fel viel Wittand het andere dier aan, maar de buldog stond zijn mannetje. De buldog grijpt Wittand naar de keel waardoor hij bijna stikt. Dan grijpt Weedon Scott, een vriend van de politiecommissaris, in. Hij laat het gevecht stilleggen en koopt Wittand voor een grote som geld. Door het geduld en de vriendelijkheid van Scott begon hij het vertrouwen van Wittand te winnen. Wittand hechte zich steeds meer aan Scott, maar deze moest op een dag weer terug naar huis. Scott meende dat het wreed zou zijn om Wittand mee te nemen naar Californië. Maar dat was buiten de wolf gerekend want Wittand sloop aan boord van het schip waarmee Scott zou vertrekken. Zo kwamen ze samen aan in San Francisco. Nu moest Wittand wennen aan het leven in de stad en de familie van Scott wantrouwde de wolf. De vader van Scott is rechter en op een dag ontsnapte een levensgevaarlijke misdadiger die de vader van Scott had veroordeeld. Deze Jim Hall had gezworen om wraak te nemen. Wanneer Hall op een nacht het huis binnendringt, wordt hij door Wittand aangevallen en gedood. Met de herdershond collie krijgt Wittand uiteindelijk jongen.

Classics Illustrated no 80 White Fang versie 1 Classics Illustrated no 80 White Fang versie 2 Het verhaal 'Wittand' (White Fang) is gebaseerd op een roman van de Amerikaanse auteur Jack London (1876-1916). Het boek werd eerst in delen gepubliceerd in het magazine Outing. In 1906 verscheen het verhaal in boekvorm. Het verhaal speelt zich af in Yukon tijdens de Goudkoorts van Klondike op het einde van de 19de eeuw. Het hoofdpersonage is uiteraard Wittand en de lezer ziet de wereld dan ook door zijn ogen. Het verhaal werd in 1991 door Walt Disney verfilmd onder regie van Randal Kleiser en met Ethan Hawke in een hoofdrol. Jack London is een pseudoniem van John Griffith Chaney die op 12 januari 1876 werd geboren in San Francisco. Hij was de onwettige zoon van de Ierse astroloog William Henry Chaney en nam de naam aan van zijn stiefvader. Hij groeide op bij de haven van Oakland. In 1893 monsterde hij aan op een walvisvaarder en voer naar Japan. Vier jaar later trok hij als gouddelver naar Klondike. Hier deed hij stof op voor zijn latere romans, waaronder 'White Fang' dat in 1906 verscheen. Eerder had hij al de roman 'The Call of the Wild' (Roep van de Wildernis, 1903) gepubliceerd.Gedurende zijn hele leven besteedde London veel aandacht aan sociale en economische vraagstukken. London hield er een levensstijl op na die en veel geld koste en een zware wissel op zijn gezondheid trokken. Hij overleed in 1916 op zijn boerderij te Glenn Ellen. Er is lang gedacht dat hij zelfmoord gepleegd had omdat er vergiftigingsverschijnselen waren. Maar mogelijk leed hij aan ernstig nierfalen, mede ten gevolge van zijn alcoholmisbruik.
White Fang verscheen als deel 80 in de Amerikaanse reeks en werd getekend door Alex Blum. In deze versie zijn er extra's opgenomen over Jack London (die ook in de Nederlandse editie te vinden is) en een stukje over hoe de tekst 'In God we trust' op Amerikaans geld terecht is gekomen. Ook zijn er pagina's toebedacht aan 'Die Fledermaus' (van Strauss) en een stuk over Johannes Kepler.

43 De orkaan

Illustrated Classic 043 - De orkaan

Op het Zuidzee-eiland Manukura, een Franse kolonie die bestuurd werd door een administrateur, woonde een jonge Polynesiër, Terangi geheten. Hij was eerste stuurman op een schoener, de 'Katopua'. Het schip bracht levensmiddelen naar het eiland en haalde er kopra, het gedroogde vruchtvlees van de kokosnoot. Op een middag dronk Terangi met twee vrienden iets in een havenkroegje. Aan de tafel naast hen zat de eigenaar van de 'Katopua', kapitein Nagle. Even later kwam er een dikke man de kroeg binnen die ruzie begon te zoeken met Tegangi en zijn vrienden. De twee vrienden liepen weg, maar Terangi bleef zitten. De dikke man haalde uit naar Terangi die terugsloeg. De dronken man had een gebroken kaak en omdat hij een belangrijk Brits politicus was, werd Terangi wegens mishandeling tot zes maanden gevangenisstraf veroordeeld. Kapitein Nagle kwam op bezoek en vertelde Terangi dat de moeder van Terangi wel voor zijn vrouw en baby zou zorgen. Want de vrouw van Terangi, Marama, was zwanger. Maar Ternagi was niet van plan die zes maanden uit te zitten en op een avond ondernam hij een vluchtpoging uit de gevangenis van Tahiti. Natuurlijk doorzocht de politie meteen het schip van kapitein Nagle. Maar hoewel hij het niet eens was met de straf van Terangi, had hij zijn stuurman niet aan boord verborgen. Terangi was nog steeds op Tahiti en was ondergedoken bij een varkensjager. Terangi en Marama herenigd uit de strip De Orkaan, tekening van Lou Cameron De jager wist dat er een beloning was uitgeloofd voor de vangst van Terangi en verried hem daarom aan de politie. Omdat hij een ontsnappingspoging had gedaan, werd Terangi veroordeeld tot een langere straf. Maar Terangi probeerde het nog een keer en werd weer gegrepen. In vijf jaar tijd ontsnapte hij acht maal en werd hij veroordeeld tot zestien jaar cel. Toen kreeg kapitein Nagle speciale toestemming om Terangi in zijn cel te bezoeken. Hij beloofde Terangi alles te doen om hem uit de cel te krijgen. Drie maanden na het bezoek van de kapitein, werd Terangi op de binnenplaats gelucht. Een ploeg gevangenen die buiten gewerkt hadden, werden juist de gevangenis binnengelaten. Opnieuw zag Terangi zijn kans schoon en vluchtte. Maar ditmaal was er een bewaker omgekomen. Nu was de vlucht wel succesvol, hoe men ook zocht er was geen spoor meer van de ontsnapte gevangene. Zes weken later keerde pater Paul, een priester, en Mako, een inlandse jongen, met hun zeilbootje terug naar Manukura. Midden op zee vonden zij Terangi die zich beet hield aan een omgeslagen kano. Pater Paul wist dat Terangi onrecht was aangedaan en besloot hem te helpen. Hij zette Terangi af op Motu Tonga, een onbewoond eiland in de buurt van Manukura. De pater vertelde alles aan de moeder van Terangi. De vrouw van Terangi. Marama, was samen met hun dochtertje Tita ook op Motu Tonga om schelpen te zoeken. Het duurde dan ook niet lang voor ze elkaar vonden. Samen met het stamhoofd en de moeder van Terangi werd een plan verzonnen om het gezin uit de greep van de politie te houden. Ze zouden doen voorkomen of het gezin was verdronken. De volgende dag keerde de administrateur met het schip de 'Katopua' terug op Manukura en werd verwelkomd door zijn vrouw. De administrateur kwam er al snel achter dat Terangi zich in de buurt verborgen moest houden. Maar ook nu werd de voortvluchtige niet gevonden. Hoewel het steeds slechter weer werd moest de administrateur voor zijn werk weer weg. Niemand had rekening gehouden met een orkaan. Toen deze in alle hevigheid toesloeg was het Terangi die de bevolking hielp, waaronder de vrouw van de administrateur. Toen de orkaan voorbij was ging Terangi met zijn gezin in een kano de oversteek wagen naar een eiland waar weinig mensen het bestaan van wisten. Net op dat moment kwam de administrateur terug. Maar hij besefte dat Terangi het leven van zijn vrouw had gered en liet hem gaan.

Classics Illustrated no 120 - The hurricane De film The hurricane uit 1937 Het verhaal 'De orkaan' is gebaseerd op het gelijknamige boek van de Amerikaanse auteurs Charles Nordhoff en James Norman Hall. Deze twee schrijvers zijn al eerder voorgekomen in de Illustrated Classics. Ook deel 9 uit de serie, De muiterij op de Bounty, is gebaseerd op één van hun boeken. Voor meer bijzonderheden over dit schrijversduo wordt dan ook verwezen naar die pagina. De roman zelf verscheen voor het eerst in 1936 en werd een jaar later al verfilmd. De regie was in handen van John Ford (de affiche van de film is rechts te zien). In 1979 werd het verhaal voor de tweede maal verfilmd. Het verhaal verscheen in 1954 in de Amerikaanse serie als deel 120. The hurricane werd vormgegeven door Lou Cameron, die onder meer ook 'Mars valt aan!' en 'Davy Crockett' heeft getekend. Voor het verhaal gebruikte hij een bewerking van Harry Miller met wie hij wel vaker samenwerkte. In de Engelstalige editie is een stuk opgenomen over Nordhoff en Hall. Daarnaast is er informatie over de zaak Dreyfus (waar Emiel Zola een rol in speelde) te vinden en het stuk 'The great fire'. In de Nederlandstalige versie ontbreekt de informatie over Nordhoff en Hall. Wel is er het tweede deel over de geschiedenis van Amerika te vinden met als titel 'Het koloniale tijdperk'.

44 Naar het midden der aarde

Illustrated Classic 044 - Naar het midden der aarde

Professor Lidenbrock en zijn neef Axel bestudeerden een oud IJslands boek waar plots een boodschap uit viel. Op een stuk papier stond de volgende tekst "Daal af in de krater van de Sneffel, die voor begin juli door de schaduw van Scartaris wordt aangeraakt en Ge komt in het midden der aarde. Ik heb het gedaan. Arne Saknussemm.". Volgens de oom van Axel was Arne Saknussemm een belangrijk IJslands geleerde die in de 16de eeuw leefde. Professor Lidenbrock wist dat de Sneffel een uitgedoofde vulkaan op IJsland is en een van de toppen heet Scartaris. Axel gelooft niet dat het mogelijk is om naar het midden van de aarde te reizen omdat de temperatuur daar zeker 20.000 graden moet zijn. Maar zijn oom is daar niet zo zeker van en zal samen met zijn neef afreizen naar IJsland. En zo nam Axel in mei 1863 afscheid van zijn verloofde Grauben en begon samen met zijn oom de reis vanuit Hamburg naar IJsland. Na een reis van vele weken kwamen ze op IJsland aan en keken ze van een afstand naar de Sneffel. Spoedig vonden ze een gids, Hans, een IJslander die geen Engels sprak. Het duurde niet lang voor ze de Sneffel beklommen. En na een klein oponthoud bereikten ze de top van de oude vulkaan. Ze daalden af in de krater en zagen op een steen de naam van Arne Saknussemm. Ook zagen ze 3 openingen in de bodem van de krater. Toen de schaduw van de Scartaris over de middelste krater viel, wisten ze dat ze daarin moesten afdalen. Op de onderaardse zee uit de strip Naar het midden der aarde, tekening van Norman Nodel Met behulp van touw klommen ze naar beneden en na 10 uur bereikten ze de bodem. De volgende ochtend ging het drietal een donkere gang in en namen afscheid van het daglicht. Een aantal dagen liepen ze door de gang. Het water begon op te raken. De volgende dag kwamen ze bij een tweesprong. Ze namen een gok maar na een aantal dagen lopen bleek de gang dood te lopen en moesten ze terug. Het tekort aan water werd hen haast fataal, maar gelukkig wist Hans een onderaardse waterstroom aan te boren. De dagen gingen voorbij. Op een van die dagen raakte Axel gescheiden van zijn reisgenoten. Tot overmaat van ramp begaf zijn lamp het. Axel was doodsbang dat dit zijn einde zou zijn. Maar in het duister hoorde hij zacht de stemmen van zijn oom en Hans. Door steeds verder naar beneden te lopen en kruipen kwam Axel uiteindelijk bij de uitgang. Op het laatste stuk was hij gevallen en zijn oom en Hans vonden hem bewusteloos op de grond. Toen Axel weer bijkwam liet zijn oom hem zien dat ze aan de oever van een reusachtige onderaardse zee stonden. Het licht dat de omgeving verlichtte moest volgens zijn oom wel elektrisch van aard zijn. Hans was al bezig om een vlot te bouwen waarmee het drietal de zee zou oversteken. De volgende dag begonnen ze aan hun zeereis. Vele dagen waren ze onderweg en voor eten moest er gevist worden. Hans ving een vis die op aarde al duizenden jaren was uitgestorven, maar het smaakte prima. Ook waren ze getuige van een gevecht tussen twee reusachtige dieren die in niets leken op de dieren op aarde. Een aantal dagen later kwamen ze in een zware storm terecht die hen uiteindelijk op de oever van de andere kant van de zee wierp. Op zoek naar een nieuwe gang zagen ze mammoets en een reusachtige mensensoort van wel 4 meter. Gelukkig vonden ze de ingang maar na een paar stappen liep de gang dood. Nadat Arne Saknussemm er was geweest, was de gang door een aardverschuiving ingestort. Met buskruit bliezen ze de doorgang open. Met hun vlot op het razende water schoten ze de nieuwe doorgang in. Plotseling lag het vlot stil en sloeg het water over hen heen. Ze waren aangekomen bij een vulkaantrechter. Het water begon het vlot omhoog te duwen. Het werd steeds warmer en de professor besefte dat ze in een actieve vulkaan waren aangekomen. Nu volgde een dolle rit op de lava die uiteindelijk buiten de vulkaan eindigde. Ze waren op een eiland in de Middellandse Zee weer op het aardoppervlak gekomen. Meer dan 3.000 mijl bij IJsland vandaan. Enkele dagen later waren ze weer in Hamburg waar ze afscheid namen van Hans die naar IJsland terugging. De professor werd een beroemdheid en Axel trouwde met zijn verloofde Grauben.

Classics Illustrated no 138 - A journey to the center of the earth De schrijver van het verhaal 'Naar het midden der aarde'is Jules Verne. Natuurlijk ontbreekt de informatie over deze Franse schrijver dan ook niet als extra bij dit deel. Op de pagina is te lezen dat Jules Verne als jongeling al avontuurlijk was aangelegd en dat hij beschikte over een grote fantasie. Op een zeker moment liep hij van huis weg en kocht een kajuitjongen om zodat Jules zijn plaats kon innemen en zo het zeeleven kon leren ervaren. Nu was de werkelijkheid minder opwindend dan dat de jonge Jules zich had voorgesteld en hij was dan ook blij dat hij weer naar huis kon. Thuis was Nantes waar hij op 08 februari 1828 werd geboren. Zijn vader was een advocaat en natuurlijk hoopte hij dat zijn zoon hem op zou volgen. Toen Jules 16 was ging hij bij zijn vader in de leer. Maar eerst moest hij een tentamen doen in Parijs. Toen had de jonge Jules al besloten dat hij liever schrijver wilde worden. In 1848 reisde hij naar de Franse hoofdstad voor zijn tweede examen en ontmoette Alexander Dumas. Deze al bekende schrijver moedigde Jules Verne aan, maar het duurde best nog een tijd voordat hij succes had. Pas met de roman 'Vijf weken in een ballon' brak hij in 1863 door. Verder is als extra opgenomen het derde deel over het koloniale tijdperk in Amerika. In de oorspronkelijke Engelstalige uitgave is de informatie over het koloniale tijd perk niet opgenomen. In plaats daarvan is er een stukje over de Britse geschiedenis en een bijlage over grot onderzoek. De tekenaar van dit deel van de Illustrated Classics was Norman Nodel, die al eerder in beeld kwam bij deel 32, De huifkar.

45 Onder twee vlaggen

Illustrated Classic 045 - Onder twee vlaggen

Om de goede naam te redden van een onwaardige broer en van een vrouw aan wie hij zijn erewoord gegeven had, ontvluchtte Burggraaf Bert Cecil zijn land en zijn titel om een hard soldatenleven te leiden in dienst van een vreemde mogendheid. Het begon allemaal op de dag dat Bert Cecil, die ook lid was van de Eerste Koninklijke brigade, in de regen op wacht had gestaan voor het paleis.Eenmaal terug in zijn woning in Picadilly in Londen voelde hij zich veel behaaglijker. Zijn bediende, Rake, was bij hem. Ze bespraken de grote militaire paardenrace die binnenkort gehouden zou worden, toen de broer van Bert arriveerde. Zijn broer, Berkley, had weer eens geld verloren met gokken. Hoewel Bert zelf niet veel geld meer had, gaf hij zijn broer zijn laatste geld. Daarna ging Bert naar zijn ouderlijk huis Royallieu. Veel edelen zouden bijeenkomen voor de race. Ook Sarafijn, die eigenlijk Philip, markies van Rockingham heette, was aanwezig. Hij was de rijkste man van Engeland en hoewel Bert tot de verarmde adel behoorde, waren de twee dikke vrienden. De volgende dag won Bert met zijn paard Forest King de race. Bert oogstte veel bewondering onder meer van Lady Beatrice Gwenevere. Toen hij weer op Royallieu terugkeerde was zijn broer daar ook. Berkley had met gokken meer dan 300 pond verloren. Ditmaal kon hij zijn broer niet helpen. Bert bracht veel tijd door in het gezelschap van Lady Beatrice Gwenevere, die getrouwd was. Hun ontmoetingen moesten dus geheim blijven. Twee gebeurtenissen veranderden het leven van Bert Cecil. Bert Cecil uit de strip Onder twee vlaggen Zijn broer zag zich, door geldnood, gedwongen een stuk papier te vervalsen met hierop de namen van Bert en Sarafijn. Maar er was ook een gokker met wie Bert Cecil het aan de stok had gehad. De man nam wraak door voor de volgende race Forest King te laten drogeren. Omdat hij niet veel geld meer had besloot Bert tijdens die race op zichzelf te wedden. Maar Forest King haalde nooit de finish. Toen kwam ook de valse schuldbekentenis van Berkley boven water. Bert herkende het handschrift van zijn broer en omdat hij niet kon vertellen dat hij in het gezelschap van Beatrice was geweest nam hij de schuld op zich. Samen met zijn bediende Rake, die bij Bert wilde blijven, nam hij dienst in het Franse Vreemdelingenlegioen. In zijn eerste jaar haalde Bert zich de haat van de Franse kolonel Raoul op de hals. Hij zorgde ervoor dat de vrouw van de opstandige Khalifa weer vrij kwam. De Khalifa en Bert werden hierdoor vrienden. Er gingen 12 jaren voorbij. Op een dag wilde Bert, die zich nu Louis Victor noemde, wat spullen verkopen in een lokale bazaar. Hier maakte hij kennis met een jonge Engelse vrouw genaamd prinses Corona. Hij wilde haar een set schaakstukken geven maar zij wilde het niet als cadeau. Prinses Corona kende de Franse kolonel en besprak het geval met hem. Zo werd Bert opgedragen die avond de schaakstukken te verkopen aan de Engelse vrouw. Dit werd gezien door een andere jonge vrouw genaamd Sigaret. Zij was al lang op Bert verliefd en ontwikkelde direct een haat voor de Engelse vrouw. Op de terugweg redde Sigaret Bert toen deze in een hinderlaag liep. De tijd ging weer voorbij en Bert en Rake kwamen in een gevecht terecht bij een oase die Zaraila heette. Bert gedroeg zich hierbij zeer moedig. Inmiddels wist Bert al dat zijn vader was overleden en zijn broer de titel had aangenomen. Omdat het gevecht bij de oase bekend was geworden wilde een aantal edelen de held ontmoeten. Maar Bert herkende zijn oude vriend Sarafijn en zorgde dat hij weer een opdracht moest vervullen. Bij deze opdracht vond Rake de dood. Eenmaal terug vond Bert een armband die toebehoorde aan prinses Corona. Hij gaf het haar terug in een doosje dat hij ooit had gekregen van het jonge zusje van Sarafijn, een meisje genaamd Venetia. Nu bleek dat prinses Corona en Venetia een en dezelfde persoon waren. Zij wist nu wie Bert echt was. Omdat hij tijdens een ruzie de kolonel had geslagen, werd Bert ter dood veroordeeld. Sigaret ging op zoek naar Berkley. Die verklaarde op papier wie Bert echt was. Het lukte Sigaret om gratie voor Bert te verkrijgen maar toen zij het papier aan de kolonel wilde geven werd zij getroffen door de kogels van het vuurpeloton en stierf. Bert keerde terug naar Engeland, in ere hersteld, en trouwde met Venetia.

Classics Illustrated no 86 Under two flags Het verhaal 'Onder twee vlaggen'(Under two flags) werd geschreven in 1867 door de schrijfster Ouida. Haar echte naam was Maria Louise Ramé en ze was de dochter van een Franse vader en een Engelse moeder. Haar schrijversnaam verwijst naar de manier waarop zij als peuter haar eigen naam (Louisa) uitsprak. Haar eerste werken waren korte verhalen die werden gepubliceerd in het tijdschrift Bentley's Miscellany. Zij schreef vervolgens een 40-tal romans, waaronder kinderboeken, en essays. Zij was een dierenrechtenactiviste en had zelf vele honden. Haar werk was zeer succesvol. Hoewel zij niet wordt beschouwd als een goed romanschrijfster, was zij wel een talentvol verhalenvertelster. 'Onder twee vlaggen' is een van haar meest bekende verhalen geworden, naast de roman 'Een hond van Vlaanderen' (A Dog of Flanders). Het verhaal 'Onder twee vlaggen' beschrijft de lotgevallen van een aantal Britten in Algerije. In het verhaal is ook veel sympathie verwerkt voor de Fransen met wie Ouida zich strek identificeerde. De roman is ook verwerkt tot een toneelstuk en is vier maal verfilmd geweest. Rond 1874 verhuisde zij naar Italië. Zij bleek niet goed met haar geld overweg te kunnen en zij overleed in armoede in 1908.(bron: nl.wikipedia.org/wiki/Ouida) Het verhaal werd in 1951 opgenomen in de Classics Illustrated reeks als nummer 86. Het tekenwerk was van Maurice Del Bourgo, die we ook al tegen kwamen bij de boekjes over Wilhelm Tell en Buffalo Bill. Als extra is opgenomen een pagina over Ouida (die je ook in de Nederlandstalige versie aantreft), een stuk over Edward Jenner, een stuk over de hond Brownie en een artikeltje over de opera Iolanthe geschreven door Gilbert and Sullivan.

46 Reis naar de toekomst

Illustrated Classic 046 - Reis naar de toekomst

Om te bewijzen dat tijd ook maar een soort ruimte is, bouwde hij een machine waarmee hij door de tijd kon reizen. Op een zomeravond tegen het einde van de 19de eeuw waren enkele van zijn vrienden bijeen in zijn huis in Richmond, Engeland. Plotseling kwam hij de kamer binnen wankelen. Vermoeid vertelde hij zijn vrienden dat hij zojuist een tijdreis had volbracht. En hoewel de meeste hem niet zouden geloven, vertelde hij toch zijn verhaal. Die ochtend had hij de laatste hand gelegd aan zijn tijdmachine. Daarna ging hij op het zadel zitten en legde zijn hand op de startknop. Hij haalde diep adem en drukt de knop verder in. Terwijl hij reisde, zag hij zijn omgeving in razend tempo veranderen. Hij verhoogde zijn snelheid nog meer. Toen hij besloot te stoppen greep hij de rem. De tijdmachine kwam tot stilstand en sloeg om. De tijdreiziger maakte een flinke buiteling. Hij was in het jaar 802.701 terecht gekomen. Om hem heen waren gebouwen, maar waren er ook nog mensen? Toen hij aankwam regende het, maar nu hield dit op en de zon brak door. Plotseling hoorde hij stemmen. Een groep van vrolijke, kleine mensen stormde op hem toe terwijl ze juichten. Hun taal klonk vreemd, maar wel muzikaal. De tijdreiziger verstond uiteraard niet wat de kleine mensen vertelden. Het was wel duidelijk dat de mensen graag wilde dat hij mee zou komen. Voor hij meeging verwijderde hij de twee knoppen die de tijdmachine in beweging zouden zetten. Weena bedankt haar redder uit 'Reis naar de toekomst' Het viel al snel op dat de mensen, die zichzelf Eloi noemden, alleen fruit aten maar geen groente of vlees. Ook zag hij niemand werken. Waar kwamen de vruchten dan vandaan? Die avond maakte hij een wandeling en kwam tot de schokkende ontdekking dat zijn tijdmachine verdwenen was. De Eloi waren te zwak om het apparaat te verplaatsen, wie had dit dan gedaan? De tijdreiziger bracht noodgedwongen langere tijd door bij de Eloi. In die tijd redt hij een vrouw genaamd Weena van verdrinking, waarna zij hem overal blijft volgen. Hij komt er achter dat de mensheid in de loop van de tijd in twee groepen verdeeld is geraakt. Aan de ene kant zijn er de Eloi, maar aan de andere kant zijn er de agressieve beestachtige Morlocks. De Morlocks zijn vleeseters die zich voeden met de Eloi. De Morlocks leven in het duister, ondergronds en kunnen fel licht niet verdragen. Op een dag besluit de tijdreiziger in een put af te dalen om te onderzoeken waar de Morlocks leven. Hier ontdekt hij machines, maar wordt aangevallen door de Morlocks. Alleen omdat hij lucifers heeft meegenomen kan hij aan hun aanvallen ontkomen en terugkeren naar de oppervlakte. De volgende dag ging hij met Weena een lange wandeling maken. Omdat zijn lucifers op waren beseft de tijdreiziger dat hij op zoek moet naar een wapen. Na een lange wandeling door een bos komen ze bij een vervallen museum. Al snel vinden ze sporen van de Morlocks. Gewapend met een metalen staaf, een doos lucifers en een bus kamfer, begint het tweetal aan de terugreis. Maar de avond begint te vallen en de Morlocks vallen hen aan. De tijdreiziger maakt een vuur, dat uitgroeit tot een bos brand. In paniek vluchten de Morlocks. De volgende ochtend kwamen ze weer terug bij de Eloi. De tijdreiziger weet inmiddels dat de Morlocks zijn machine in een monument hebben opgeslagen. Plotseling staat de deur open. Hij beseft dat het een val is maar slaagt er toch in om de tijdmachine weer aan te zetten voor de Morlocks hem echt kunnen belagen. Zo keert hij weer terug naar zijn eigen tijd, met een bloem van Weena als herinnering.

Classics Illustrated no 133 - The time machine Het boek 'De tijdmachine' (The Time Machine) uit 1895 van de Britse schrijver Herbert George Wells vormt natuurlijk de basis voor dit deeltje uit de reeks. Het uitgangspunt van tijdreizen is inmiddels in veel andere boeken, films en tv series gebruikt. Ook H.G. Wells gebruikte het al eens eerder, namelijk in het minder bekende boek The Chronic Argonauts. Oorspronkelijk wilde Wells het gegeven gebruiken voor een reeks verhalen voor de Pall Mall Gazette maar de uitgever vroeg hem in plaats daarvan rond hetzelfde thema een roman te schrijven. Het in 1895 gepubliceerde boek presenteert tijd als een vierde dimensie waar de hoofdpersoon met een machine doorheen kan reizen. Het boek introduceerde tevens het concept van tijdreizen met behulp van een apparaat dat de gebruiker in staat stelt zelf te bepalen waar hij heen wil.(bron: nl.wikipedia.org/wiki/De_Tijdmachine)
Herbert George Wells werd geboren op 21 september 1866 in Engeland. Hij is vooral bekend gebleven als de schrijver van sciencefiction verhalen. Wells schreef zijn eerste boek in 1888 en zou één van de populairste Engelse schrijvers worden. Hij overleed op 13 augustus 1946. Het verhaal 'The time machine'werd in 1956 opgenomen in de serie Classics Illustrated. De tekenaar was Lou Cameron die een bewerking van Lorenz Graham gebruikte als basis voor de strip. Het verhaal wijkt namelijk op een aantal onderdelen af van het originele verhaal uit het boek van H.G. Wells. In de Engelse uitgave is een stuk opgenomen over H.G. Wells. Verder twee pagina's over de geschiedenis van Engeland en een bladzijde over Charles Darwin. In de Nederlandse uitgave is ook het stuk over H.G. Wells te vinden, maar wordt gevolgd door een pagina over de Amerikaanse geschiedenis.

47 De kleine wilde

Illustrated Classic 047 - De kleine wilde

Het eerste dat de jongen zich herinneren kon, hij was op een eiland met een norse, sombere man. Het was een klein, rotsachtig eiland. Hij en de man woonde in een hut, in de schaduw van een rots. Hij had weinig te doen en de man sprak nauwelijks met hem. Een keer per jaar gebeurde er iets. Dan kwamen de vogels om te broeden. Dat was ook de tijd dat zij voor voedsel moesten zorgen. Ze vingen honderden jonge vogels. Het vlees konden ze eten en van de huid en de veren maakten zij kleding. Toen de jongen ongeveer twaalf jaar was, verloor de oude man zijn zicht. Dit gaf de jongen de mogelijkheid om de man te laten vertellen over het verleden. De man zijn naam was Edward Jackson, de jongen heette Frank Henniker. Jackson kende de vader van Frank. Zij werkten beiden voor zakenman die Evelyn heette. En beiden waren ze verliefd op de dochter van Evelyn. Maar Jackson raakte aan de drank en verloor zijn baan. Hierdoor zag hij zich genoodzaakt naar zee te gaan. Op een dag kwamen de vader en moeder van Frank als passagiers aan boord van het schip waar Jackson op voer als matroos. Het schip kwam in een zware storm terecht en enkelen van de opvarenden ontkwamen in een sloep. Jackson en de vader en moeder van Frank waren hierbij. Zo kwamen ze op het eiland terecht. Met de aangespoelde resten werd de hut gebouwd. Frank werd op het eiland geboren. Maar een voor een stierven de mensen tot alleen Jackson en Frank over waren. Frank Henniker uit de strip De kleine wilde De dagen verstreken. Twee jaar later vond Frank onder aan de rotsen de dodelijk gewonde Jackson. Voor hij stierf bekende Jackson dat hij de vader van Frank had gedood uit jaloezie. Nu was Frank alleen op het eiland. Om de eenzaamheid tegen te gaan werkte Frank van de ochtend tot de avond. Hij plantte bloemen en ving jonge vogels die hij tam maakte. Op een dag besloot hij ook de andere kant van het eiland eens te gaan verkennen. Daar zag hij nieuwe dieren. Uit het schip hadden de schipbreukelingen boeken mee genomen en Frank had leren lezen. En in een van die boeken stonden afbeeldingen van de dieren die hij nu zag. Het waren zeehonden. Hij wilde een van de jonge zeehonden als speelkameraadje hebben. Het koste Frank wel wat moeite, maar het lukte hem om een jong zeehondje mee te nemen. Hij gaf het dier de naam Nero. Al snel was Nero tam en werd de beste vriend en speelkameraad van Frank. Zo verstreek de tijd. Frank was nu bijna zeventien. De tuin deed het goed, de vogels vingen vis en samen met Nero maakte hij plezier. Op een stormachtige dag kwam er een sloep in zicht. Frank hielp de mensen aan land. Het waren ook schipbreukelingen. Frank voorzag hen van voedsel en vers water. Onder de mensen die aan land kwamen bevond zich ook een vrouw, mevrouw Reichardt. Zij was de vrouw van een zendeling. De volgende dag besloten de mannen het eiland weer te verlaten. Ze zouden ook Frank meenemen. Al het voedsel werd aan boord van de sloep gebracht. Maar de mannen vonden de sloep te zwaar worden en vertrokken zonder Frank en mevrouw Reichardt. Het tweetal bleef achter op het eiland. Nu woonde ze met z'n tweeën op het kleine eiland. Ze werkten hard en soms hadden ze geluk. Eens spoelde er het restant van een schip aan. Van de mensen geen spoor, maar het schip zat vol bruikbare dingen, zelfs levende dieren die ze in het ruim vonden. Twee jaar later hadden ze een prima boerderij. Met de sloep die ze bij het gestrande schip hadden gevonden maakten ze tochten. Een ervan werd een angstig avontuur maar gelukkig vonden ze hun eiland weer terug. Enkele maanden later kwamen er weer mensen aan land. Maar ditmaal waren een aantal van hen gewapend en sommige geboeid. Het waren muiters. Toen de muiters gingen slapen lukte het Frank om hun wapens weg te nemen. Al snel waren de muiters overrompeld. Een van de mannen die Frank bevrijdt had bleek zijn grootvader te zijn, de heer Evelyn. Spoedig waren Frank en de anderen op het schip dat hen naar Engeland bracht, waar hij samen met mevrouw Reichardt bij zijn grootvader ging wonen.

Classics Illustrated no 137 - The little savage De roman 'De kleine wilde' (The little savage) verscheen in 1848 en was een pennenvrucht van Frederick Marryat. Hij werd geboren op 10 juli 1792 in Londen en was de zoon van Joseph Marryat (een rijke Engelse handelaar en lid van het parlement) en Charlotte Von Geyer (een Amerikaanse). Na een aantal pogingen om weg te lopen, mocht hij in 1806 dienst nemen bij de Royal Navy als adelborst aan boord van HMS Imperieuse, een fregat onder bevel van Lord Cochrane. Gedurende zijn tijd aan boord van de Imperieuse nam Marryat deel aan de actie bij Gironde, redde hij een collega-adelborst die overboord was gevallen, was hij betrokken bij het veroveren van vele schepen voor de Middellandse Zeekust van Spanje, en de verovering van het kasteel van Montgat. In 1809 keerde hij terug naar Engeland. In de jaren die volgden diende Marryat op verschillende oorlogsschepen. In 1812 nam hij deel aan de Amerikaanse oorlog. In dat jaar werd hij ook bevorderd tot luitenant. Marryat maakte gestaag promotie in de jaren die volgden. In 1819 trouwde hij met Catherine Shairp. In 1820 voerde hij het commando over HMS Rosario en was hij het die het nieuws naar Engeland bracht dat Napoleon was overleden op Saint Helena. Vanaf 1829 begon Marryat werk te publiceren. Tot zijn bekendste boeken behoort 'Mr Midshipman Easy' uit 1836. Het boek 'The little savage' werd voltooid door zijn zoon Francis Samuel Marryat. Toen Frederick Marryat op 09 August 1848 overleed was het boek nog niet af.
Het verhaal verscheen in 1957 als deel 137 in de Classics Illustrated. Het werd getekend door George Evans, die we al eerder tegenkwamen als de man die 'Romeo en Julia' (deel 34) vorm gaf. In de Engelstalige editie is de biografie van Marryat opgenomen, gevolgd door twee bladzijden over het Victoriaanse tijdperk in Engeland. Tot slot is er een pagina over high diving birds. In de Nederlandse versie is er (naast het stuk over Marryat) een pagina over Copernicus opgenomen.

48 De wereld rond in 80 dagen

Illustrated Classic 048 - De wereld rond in 80 dagen

In 1872 waren er nog geen schepen die de Atlantische Oceaan in vier dagen overstaken. Vliegtuigen waren er nog niet. Men had minstens drie maanden nodig om de wereld rond te reizen. Op een avond zat Phileas Fogg in zijn club te luisteren naar een gesprek. Blijkbaar had een bankrover toegeslagen en was deze er vandoor gegaan met 55.000 pond, een fortuin. De overvaller had blijkbaar het uiterlijk van een echte heer. De mannen bespraken de kans dat de overvaller gepakt zou worden. Maar de Aarde was immers groot genoeg om je voor altijd te verschuilen. Nu mengde Phileas Fogg zich in het gesprek. Volgens hem was de wereld kleiner geworden, niet fysiek maar door alle moderne ontwikkelingen kon je overal veel sneller komen. Volgens de andere heren had je drie maanden nodig om de wereld rond te reizen. Maar Phileas Fogg stelde dat het in tachtig dagen gedaan kon worden. Hierop ging hij een weddenschap aan met de andere heren. Phileas Fogg wedde om 20.000 pond dat hij in tachtig dagen de wereld rond zou reizen. Nu ging hij snel naar zijn huis en gaf zijn knecht Passepartout opdracht om een valies te pakken voor de reis. Alle andere benodigdheden zouden ze onderweg wel kopen. De reis van Phileas Fogg had echter ook de belangstelling gewekt van de detective Fix. Hij meende de gentleman overvaller gevonden te hebben. Fix was dan ook aan boord gegaan van het schip dat Phileas Fogg en Passepartout naar Bombay zou brengen. Hier zou een arrestatiebevel klaarliggen. Detective Fix spreekt Phileas Fogg aan Maar Phileas Fogg had de bemanning van het schip een flinke fooi in het vooruitzicht gesteld als ze sneller in Bombay zouden aankomen. En dat lukte. Het schip kwam twee dagen te vroeg aan en het bevel voor Fix was nog niet aangekomen. En dus kon Phileas Fogg verder reizen. De reis van Bombay naar Calcutta zouden hij en Passepartout per trein afleggen. Tijdens deze reis leerden ze de Engelse militair Sir Francis kennen. Alleen bleek de spoorlijn nog niet af te zijn tot Calcutta. In het dorpje Kholby hield het spoor op. Nu moesten ze een andere manier vinden. Phileas Fogg kocht een olifant en huurde een gids. Zo ging het drietal verder. Tijdens de reis zien ze hoe de jonge en mooie weduwe Aouda levend verbrand zal gaan worden nu haar echtgenoot is gestorven. De drie mannen besluiten tot een reddingspoging die wonderwel slaagt. Aouda voegt zich nu bij het gezelschap dat richting Calcutta reist. Net voor ze deze stad bereiken neemt Sir Francis afscheid om zich bij zijn regiment te voegen. Ondertussen heeft Fix niet stilgezeten. Met een rechtszaak probeert hij het vertrek van Phileas Fogg te voorkomen. Maar de laatste is de detective te slim af en koopt zich met een borg weer vrij. Dan voert Fix de bediende Passepartout dronken en hoopt zo de reis te vertragen. Maar niets kan Phileas Fogg tegenhouden. In Shanghai komt het gezelschap weer bij elkaar. Dan volgt de oversteek naar Amerika. Dit grote continent wordt met de trein overgestoken. Hoewel ze een benauwd avontuur beleven met een aanval van indianen, komen ze toch op schema aan in New York. Door een zeeschip te kopen lukt het Phileas Fogg om op tijd in Liverpool aan te komen. Maar nu arresteert Fix zijn verdachte. Na een paar uur komt Fix er achter dat de echte overvaller al in de gevangenis zit. Hoewel ze zich haasten naar Londen komen ze te laat aan. Phileas Fogg is geruïneerd. Hij en Aouda besluiten toch te trouwen. En dan komt Passepartout er achter dat ze, door naar het oosten te reizen, een hele dag gewonnen hebben. En zo komt Phileas Fogg op tijd aan in zijn club en wint de weddeschap.

Classics Illustrated no 69 Around the world in 80 days versie 1 Classics Illustrated no 69 Around the world in 80 days versie 2 Er lijkt bijna geen ontsnappen aan Jules Verne in de stripreeks Illustrated Classics. Nu is dit op zich natuurlijk niet verwonderlijk, de Franse schrijver heeft de wereld uitzonderlijke verhalen geschonken. Zo ook 'De reis om de wereld in tachtig dagen' (Le tour du monde en quatre-vingt jours). Het boek werd voor het eerst gepubliceerd in 1873. De periode waarin het verhaal geschreven werd was niet de meest rustige periode voor Frankrijk. De Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) was net achter de rug en die had niet de afloop gekregen waar de Fransen op hadden gehoopt. Ook voor Jules Verne zelf was het een lastige periode, hij had nogal wat geldzorgen. Opmerkelijk aan het verhaal is dat er geen futuristische elementen in verwerkt zijn. Het verhaal is gesitueerd in 1872, de tijd van Jules Verne, en de transportmiddelen die beschreven worden bestonden allemaal al. Wanneer je denkt aan bijvoorbeeld '20.000 mijlen onder zee' of 'Van de aarde naar de maan' was dit in andere werken van Jules Verne wel anders. Het verhaal werd voor de Classics Illustrated getekend door Henry C. Kiefer en verscheen als deel 69 in 1950. Kiefer was (toevallig of niet) ook de tekenaar van onder meer '20.000 mijlen onder zee'. De extra's in de Engelstalige editie waren een pagina over Jules Verne, een pagina over 'Der Meistersinger' (een opera van Richard Wagner), een verhaal over de hond Smokey en een bladzijde over Thomas Wedgwood die experimenteerde met de ontwikkeling van de fotografie. In de Nederlandstalige versie zijn alleen de pagina's over Jules Verne en de hond Smokey opgenomen.

49 De zeewolf

Illustrated Classic 049 - De zeewolf

Een reeks toevallige gebeurtenissen is er de oorzaak van dat Humphrey van Weyden en Maud Brewster op het schip de Ghost terechtkomen. Kapitein van dit schip is de wrede en kwaadaardige Wolf Larsen. Het verhaal begint op een vroege januari-morgen in de baai van San Francisco. Een van de passagiers aan boord van de veerboot Martinez is de letterkundige Humphrey van Weyden. De veerboot wordt op een zeker aangevaren door een ander schip en zinkt onmiddelijk. In de algehele paniek slaagt men er niet in de sloepen te strijken en de passagiers komen in het koude water terecht. Geruime tijd later werd Humphrey van Weyden bewusteloos opgevist door de bemanning van een passerend schip. Wanneer Van Weyden weer bijkomt, hoort hij van de kok Thomas Mugridge dat hij zich op het schip Ghost bevindt en dat de kapitein Wolf Larsen is. Van Weyden wil de kapitein spreken en hem overhalen naar land te brengen. Maar Wolf Larsen heeft zojuist zijn stuurman verloren en heeft heel andere plannen. De Ghost is onderweg naar de wateren bij Japan om op zeehonden te jagen. Hij dwingt Van Weyden aan te monsteren en maakt hem koksmaat. De houding van de kok Muldrige verandert op slag. Eerst was hij heel beleefd maar nu doet hij er alles aan om Van Weyden te kleineren. Het leven aan boord van de Ghost is hard en wreed. De vijandigheid tussen Van Weyden en Mugridge houdt enige tijd aan. Maar dan besluiten ze toch om de strijdbijl te begraven. In gevecht met de Zeewolf Naarmate de Ghost dichter bij haar bestemming kwam, werd het gedrag van Larsen, de Zeewolf, steeds wreder. Muldrige briefde alles door wat hij hoorde, als een volleerd spion. Toen een zeeman kwam vragen om een nieuwe oliejas werd deze getrakteerd op een pak slaag, Samen met zijn overgebleven stuurman sloeg en schopte de Zeewolf de zeeman. Enkele avonden daarna werd de Zeewolf door zijn eigen mannen aangevallen. Volkomen onverwachts sloeg een man hem neer met een knuppel. Ze gooide hem overboord. Maar de muiters hadden de kracht van hun kapitein onderschat. Hoewel hij versuft was, wist Wolf Larsen, die zo sterk was als een beer, zich aan een touw vast te klampen en zich omhoog te hijsen. Eenmaal weer aan boord bleek dat de stuurman ook overboord was gegooid en hij was niet terug gekomen. Nogmaals vielen enkele mannen hem aan. Maar ook nu ontkwam Larsen. De volgende dag liet hij Van Weyden bij zich komen en maakte hem stuurman. Toen kwam het schip aan op de bestemming en begon de jacht. Een enorm aantal zeehonden werd gedood. Toen stak er een storm op en er verdween een sloep in de golven. Humphrey van Weyden had zich intussen het stuurmanschap eigen gemaakt. Op een dag verdwenen twee matrozen met een sloep omdat ze wisten dat Japan binnen bereik was. Woedend zocht de Zeewolf de oceaan af. Op een zeker moment vonden ze een sloep. Maar deze had vier mannen en een vrouw aan boord. Humphrey van Weyden moest de jonge vrouw, die Maud Brewster heette, naar een kajuit brengen. Zelfs nu er een vrouw aan boord was, dacht de Zeewolf er niet aan om eerder een haven binnen te lopen. Maud Brewster bleek een schrijfster te zijn. Ze kreeg een indruk van het wrede leven aan boord van de Ghost. Zoals de keer dat Larsen besloot om de kok Mugridge te straffen. Op een dag passeerde de Ghost het schip van Death Larsen, de broer van de Zeewolf. Kogels vlogen over een weer. Wolf Larsen was zijn broer te slim af en hij slaagde er in een aantal van de matrozen van zijn broer gevangen te nemen. Laat op de avond waren Humphrey van Weyden en Maud Brewster de enige personen op het dek. Toen besloten ze er met een sloep vandoor te gaan. Ze bereikten een onbewoond eiland. Tot grote verbazing van Humphrey van Weyden zag hij de volgende ochtend de Ghost op het strand liggen. Gewapend doorzocht hij het schip en vond de Zeewolf. De broer van Larsen had alle matrozen van de Ghost gevangen genomen, dus de Zeewolf was alleen aan boord. Het eiland was volgens Larsen een broedplaats van zeehonden. Van Weyden ging van boord en vertelde Maud wat er was gebeurd. Maud en Van Weyden wilde de Ghost in orde maken zodat ze weg konden varen, maar Larsen wilde dit verhinderen. De Zeewolf was inmiddels blind geworden. Het lukte het tweetal om het schip weer varende te krijgen. Larsen pleegde zelfmoord. Toen ze een Amerikaanse politieboot tegenkwamen stapte het tweetal over en keerde naar huis terug.

Classics Illustrated no 85 Sea wolf.jpg Het verhaal 'De Zeewolf' is een roman van de Amerikaanse auteur Jack London. Het verscheen in 1904. De hoofdpersoon uit de roman, Wolf Larsen, is gebaseerd op een echt persoon en wel kapitein Alex MacLean. Volgens Jack London "is veel van de persoon Wolf Larsen verzonnen maar de basis wordt gevormd door kapitein Alexander McLean." Deze kapitein Alexander McLean werd op 15 mei 1858 geboren op Nova Scotia. Samen met zijn broer Dan MacLean voer hij meestal op het noordwestelijk deel van de Pacific. Tijdens het schrijven van de roman De Zeewolf, zal Jack London gebruik hebben gemaakt van zijn ervaring op zee. In 1893 had hij aangemonsterd op het zeilschip Sophie Sutherland, dat naar Japan voer. Jack London was nogal actief bij het zoeken naar ervaringen die hij later in romans verwerkte. Bij deel 42 uit de Illustrated Classics (Wittand) is meer informatie over de Amerikaanse schrijver te vinden. Bij de Engelstalige uitgave is een bladzijde opgenomen over Jack London en een pagina over Copernicus. In de Nederlandse editie is alleen een stuk over de Amerikaanse auteur te vinden. Het verhaal werd in 1951 in de Amerikaanse serie opgenomen als deel 85. Het tekenwerk was van Alex Blum, die al meerdere deeltjes had verzorgd waaronder deel Alice in Wonderland. Hij maakte de tekeningen naar een scenario van John O'Rourke.

50 De nederlaag

Illustrated Classic 050 - De nederlaag

Op 19 juli 1870 verklaarde Frankrijk aan Duitsland de oorlog. Of beter gezegd, aan Pruisen, want Duitsland was toen nog niet verenigd. In een Frans dorp lezen de bewoners de aanplakbiljetten. Velen besluiten om dienst te nemen. Zo ook de voormalig korporaal Jean Macquart, hoewel hij een afkeer heeft van oorlog. Maar zijn land, zijn keizer (toen Napoleon III) had hem nodig. Zijn vrouw was kort daarvoor overleden dus liet hij ook niemand achter. Daarom liet hij zich inlijven bij het 106de regiment. Op diezelfde dag in Sedan, een Franse stad aan de Belgische grens, kreeg Henriette Weis bezoek van haar broer Maurice Levasseur. Ook hij had dienst genomen, maar dan wel in de veronderstelling dat de oorlog snel over zou zijn en dat Frankrijk gemakkelijk zou winnen. Ook Maurice Levasseur kwam bij het 106de regiment terecht. Maurice werd bij het peleton van korporaal Jean Macquart ingedeeld. Hij vond het naar dat hij onder het bevel stond van een man die een boer was. Maurice kon maar moeilijk wennen aan het soldatenleven, maar Jean hielp hem waar hij kon. Dan komt plots het bericht dat de Pruisen de Rijn zijn overgestoken en een onmiddellijke terugtocht op Parijs wordt bevolen. De boeren schelden de soldaten uit voor lafaards. Zij waren er zo zeker van geweest dat de oorlog op het gebied van Pruisen zou worden uitgevochten en nu vielen de Pruisen Frankrijk binnen. Op een lege maag aanvaarden de soldaten de mars op Parijs. Toen kregen de Franse soldaten te horen dat er een vergissing was gemaakt. De Pruisen waren de Rijn niet overgestoken. Jean Macquart wordt geraakt, tekening uit de strip De nederlaag Maar een paar dagen later gebeurde dit alsnog. En het 106de regiment werd in veewagens gepakt en vertrok toen eindelijk naar het front. Enkele dagen later trokken de mannen van het 106de weer te voet verder. Ze hadden al drie dagen geen rantsoenen meer gekregen. Toen kwamen ze langs een plaats waar familie van Maurice woonde, maar zijn oom wilde geen eten geven. En dus hielpen de soldaten zichzelf. Maurice had last van zijn voeten, gelukkig kon Jean hem wat helpen. Steeds meer kreeg Maurice respect voor Jean. Even leek het er op dat het 106de in gevechten betroken zou worden. Maar dit bleef nog even uit. Dankzij Jean kreeg Maurice toestemming om even in de stad te verblijven die in de buurt lag en waar Maurice was opgegroeid. Bij een kennis vond hij onderdak. Ook Napoleon III bevond zich in de stad, maar de keizer was volledig in verwarring wat te doen. De troepen laten oprukken? Of juist niet? Nauwelijks was Maurice weer terug bij zijn regiment of het sein voor de aanval werd gegeven. Het 106de bezette, na veel verliezen, een heuveltop. Maar omdat de artillerie van de Fransen was vernietigd moesten zij zich weer terugtrekken. Tijdens de terugtocht werd Jean geraakt door een kogel. Maurice nam de gewonde korporaal op zijn nek en droeg hem uit de vuurlinie. Toen het avond werd hadden de Pruisen de hele omgeving van Sedan bezet. Maurice moest aan zijn zus denken die hier in de buurt woonde. Haar man werd door de Pruisen gefusilleerd omdat hij, als burger, aan de gevechten had deelgenomen. De slag om Sedan duurde voort tot het een ware slachting was geworden. Toen stuurde Napoleon III een onderhandelaar. Het hele Franse rijnleger moest zich aan de Pruisen overgeven. Ook de mannen van het 106de regiment werden krijgsgevangen gemaakt. Doordat zij van boeren uit de omgeving burgerkleding hadden gekregen, slaagde Jean en Maurice er in om te vluchten. Maar Jean werd tijdens de vlucht in zijn been geschoten. Maurice bracht Jean bij een oom. Zijn zus Henriette verpleegde de gewonde korporaal. Maurice ging weg en sloot zich aan bij de nationale garde om Parijs te verdedigen. Napoleon III was afgetreden. Frankrijk was weer een republiek. Op 28 januari 1871 gaf Frankrijk zich over maar de nationale garde weigerde de wapens neer te leggen. Het reguliere leger werd naar de hoofdstad gestuurd om de strijd aan te gaan. In dit gevecht verwonde de herstelde Jean zijn goede vriend Maurice dodelijk.

Classics Illustrated no 126 - The downfall.jpg Het verhaal 'De nederlaag' (La Débâcle) is een roman van de Franse schrijver Émile Zola. De roman werd uitgegeven in 1892 als een van de laatste uitgaven in de serie Les Rougon-Macquart. Deze reeks omvat de belevenissen van een familie onder het Tweede Keizerrijk. Jean Macquart maakt hiervan onderdeel uit. Émile Zola werd geboren te Parijs op 02 april 1840. Zijn vader was ingenieur en Émile Zola bracht zijn jeugd door in Aix-en-Provence. Door zijn planning voor de watervoorziening was zijn vader geruïneerd. In de armoedige jaren die daarop volgden, wist zijn zoon zich toch een bestaan te verwerven bij de uitgeverij Hachette. Hij brak door met zijn roman Germinal (1885). Maar in de geschiedenisboekjes wordt hij vooral herdacht vanwege zijn open brief J'accuse! uit 1898. In deze open brief gaat Zola in op de Dreyfusaffaire. In de brief kiest hij partij voor de Joodse kapitein Alfred Dreyfus, die ten onrechte van spionage was beschuldigd. Voor het schrijven van de brief werd Zola veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. Maar de schrijver ging naar Engeland. Na een jaar mocht hij terugkeren naar Frankrijk en werd als een held ontvangen. Émile Zola stierf in Parijs op 29 september 1902 in zijn woning aan de Rue de Bruxelles door koolmonoxidevergiftiging. Overigens kreeg Dreyfus amnestie in 1899, maar het duurde tot 1906 tot hij helemaal werd vrijgesproken, iets wat Zola niet meer heeft meegemaakt.(bron: nl.wikipedia.org/wiki/%C3%89mile_Zola)
Het verhaal 'The downfall' werd in 1955 als nummer 126 opgenomen in de reeks Classics Illustrated. Het tekenwerk was in handen van Lou Cameron. In de Engelstalige uitgave zijn drie extra pagina's opgenomen. Een over Émile Zola, een bladzijde over de terugkeer van Napoleon Bonaparte in Frankrijk en een verhaal van Alphonse Daudet. In de Nederlandse editie is ook de bladzijde te vinden over Émile Zola en een pagina over het koloniale verleden van Amerika.