31 Robinson Crusoe

Illustrated Classic 031 - Robinson Crusoe

Hij werd geboren op 30 september 1632 in de Engelse stad York. Zijn vader heette Crusoe, zijn moeder Robinson en dus werd hij, naar het gebruik van die tijd, Robinson Crusoe genoemd. Zijn vader wilde dat hij een studie tot advocaat zou volgen, maar de jonge Robinson had heel andere plannen. Hij wilde naar zee! Echter, noch zijn vader noch zijn moeder gaf hem toestemming om aan zo'n onzeker leven te beginnen. Robinson Crusoe uit de strip Illustrated Classics Toch kwam op een dag de kans waar Robinson op gewacht had. De vader van een vriend had een schip dat naar Londen zou varen. Robinson kon gratis meevaren. En dus stapte hij op 01 september 1651 aan boord, zonder toestemming van zijn ouders. Maar de reis werd niet wat hij ervan gehoopt had. Tijdens een storm kwam het schip in moeilijkheden en zonk. De bemanning en passagiers moesten zich met een sloep in veiligheid brengen. Het restant van de reis ging te voet en per koets. Eenmaal aangekomen in Londen ging Robinson mee met een schip dat de bestemming Afrika had. Hij maakte de reis als passagier. Toen hij terug was ging hij voor de tweede maal naar Afrika. Op die reis leerde hij veel. Robinson slaagde er zelfs in geld te verdienen aan de handel met de lokale bevolking. Maar ook nu was het geluk niet aan zijn kant. Op de terugreis werd het schip aangevallen door Turkse piraten. Het duurde twee jaar voor hij kon ontsnappen en in Brazilië terecht kwam. Daar kocht hij land en begon een plantage. Bijna vier jaar woonde hij in Brazilië. Toen kwamen andere planters met het idee om een schip uit te rusten voor handel in Afrika. Op 01 september 1659 ging Robinson Crusoe aan boord. Nog diezelfde dag voer het schip weg. Maar ook ditmaal kwam het schip in een zware storm terecht en probeerde men zich met een sloep in veiligheid te brengen. Een hoge golf overviel de sloep en Robinson spoelde aan land. Al snel besefte hij dat hij de enige overlevende was. Nog geen twee kilometer uit de kust lag het wrak van het schip. Robinson begon zoveel mogelijk spullen van boord te halen die hij zou kunnen gebruiken. De scheepshond en twee katten hadden de ramp ook overleefd en kwamen aan land. Nu moest Robinson zien te overleven. Hij bouwde een woonplaats en kwam er achter dat er voldoende eten op het eiland was. Een groot aantal jaren woonde hij alleen op het eiland, allerlei moeilijkheden overwinnend. Maar op een dag schrok hij van een ontdekking die hij op het strand deed. De afdruk van een mensenvoet! Hij was niet alleen op eiland. Al snel bleek dat een groep kannibalen het eiland van tijd tot tijd aan deed om hun menselijke slachtoffers op te eten. Toen er weer een groep aan land kwam redde Robinson het beoogde slachtoffer. Een man die hij Vrijdag ging noemen. De volgende drie jaren gebeurde er weinig tot niets. Maar op een dag verscheen er een schip in de baai. Een sloep bracht drie gevangenen aan wal. Robinson kwam er achter dat de bemanning was gaan muiten en dat zij de kapitein, de stuurman en een passagier op het eiland achter wilde laten. Robinson hielp de kapitein om zijn schip te heroveren. Op 19 december 1686 verliet Robinson het eiland, met Vrijdag, waar hij achtentwintig jaar had doorgebracht.

Classic Comics no 10 - Robinson Crusoe Pagina 1 uit Classic Comics no 10 Classics Illustrated no 10 - Robinson Crusoe Het overbekende en nog immer populaire verhaal Robinson Crusoe werd geschreven door Daniel Defoe. Hij werd in 1660 geboren als Daniel Foe, waarschijnlijk in Stoke Newington in de buurt van Londen. Hij veranderde zelf later zijn naam in Defoe. Naast schrijver was hij ook journalist en wordt hij beschouwd als een van de grondleggers van de roman, zoals we die nu nog kennen. Al in 1697 begon hij te publiceren. Maar zijn grootste bekendheid ontleent hij toch aan de roman die in 1719 verscheen onder de titel "'The Life and Strange Surprising Adventures of Robinson Crusoe of York". Het verhaal gaat dat Defoe zich heeft laten inspireren door de lotgevallen van de Schotse zeeman Alexander Selkirk. Deze zeeman werd in 1709 gered na een verblijf van vier jaar op een eiland. Hoe het ook zij, de roman Robinson Crusoe is al eeuwen lang populair en blijft invloed uitoefenen. Ook in onze tijd, denk maar eens aan de film 'Cast away' uit 2000 met Tom Hanks in de hoofdrol. Daniel Defoe overleed op 24 april 1731. In april 1943 verscheen het verhaal in de toen nog Classic Comics als deel 10. Het verhaal was door Evelyn Goodman bewerkt voor de strip, die oorspronkelijk getekend werd door Stanley Maxwell (zie ook deel 30 uit deze serie). In 1956 werd het deeltje opnieuw uitgebracht maar nu als een Classic Illustrated. Het tekenwerk werd vervangen alleen is niet duidelijk wie dit nu gedaan heeft. Op Internet vind je twee namen die hiervoor verantwoordelijk zouden kunnen zijn, namelijk Sam Citron of Charles Sutan. Sam Citron is ook bekend vanwege zijn werk aan de Superman strip, maar tekende ook andere series voor DC Comics. Charles Sutan werkte in de Iger studio, later ging hij werken voor Chesler. Ook hij werkte kort voor DC. De versie die in het Nederlands verscheen is in ieder geval de opnieuw getekende versie uit 1956. Van de Classic Comics die door Stanley Maxwell werd getekend is de eerste pagina aan de linkerkant weergegeven. Deze is totaal anders dan de openingspagina die wij in Nederland en België kennen. Ook het verhaal is iets anders in de Classic Comics uitgave. In de Nederlandse editie is een pagina opgenomen over het leven van Daniel Defoe. In de Engelstalige uitgave is natuurlijk ook een stukje over de schrijver opgenomen. Daarnaast is er een pagina met gedichten over de zee, een pagina over Joan Fernandez en een verhaal getiteld 'With leg shot away' over de aanval op Dieppe in 1942.

32 De huifkar

Illustrated Classic 032 - De huifkar

In de lente van 1848 waren bijna 400 huifkarren, elk met een ploeg aan het achterschot, in Kansas City bijeengekomen om vandaar de lange tocht naar Oregon te beginnen. De familie Wingate was een van de eerste families die was aangekomen. Die avond kozen de mannen Jesse Wingate als hun leider voor de tocht. Nu kwam er nog een karavaan aan, deze kwam uit LIberty. Bij deze groep waren zes karren van Sam Woodhull, een rijke jongeman die even goed met kaarten als met vuurwapens overweg kon. Hij maakte Molly, de dochter van de familie Wingate die onderwijzeres was, het hof. Er kwam nog iemand aanrijden, Will Banion, de leider van de groep uit Liberty. Toen ze de karavaan van Wingate zagen, ging Will zichzelf voorstellen aan Jesse. De twee groepen kwamen de volgende ochtend bijeen om over de te volgen route te praten. Hierbij nam Will het woord en wierp zich duidelijk op als een leider, iets wat Jesse Wingate niet kon waarderen. De volgende ochtend begon de grote trek naar het westen. Het eerste grote obstakel was een diepe rivier. Will vond het onverstandig om te proberen zomaar de rivier over te steken. Toen Woodhull de mannen uit Liberty lafaards noemde, werd dit gehoord door Bill Jackson, de helper van Will. Woodhull liet zijn wagens het water overzetten door een groep indianen. Maar eenmaal aan de overkant weigerde hij te betalen. Toen de indianen protesteerde schoot hij de ongewapende mannen neer. Het grootste deel van de karavaan vorderde langzaam. Twee dagen later vond men de uitgebrande resten van de wagens van Woodhull, van hemzelf geen spoor. Will en Molly uit de strip De huifkar, tekening van Norman Nodel Men besloot halt te houden. Molly bracht de muilezels van de familie Wingate een paar kilometer buiten het kamp om ze te laten grazen. Toen zag ze een grote prairiebrand die hun kant op kwam. Snel maakte ze een waarschuwingsvuur aan maar werd bevangen door de hitte. Uit de rook dook plots een ruiter op die Molly naar veiligheid bracht en een tegenvuur aanlegde en zo de karavaan redde. Deze man was Will Banion. Hij vertelde Molly dat hij van haar hield, Molly hield ook van hem maar ze vertelde dat ze niet wilde trouwen met een dief. Woodhull had haar een verhaal verteld dat Will in het leger geld had gestolen. Zo ging de karavaan verder. Men ontmoette de bekende trapper Jim Bridger die de karavaan waarschuwde voor aanvallen van stammen die op het oorlogspad waren. Het was een fel gevecht maar de indianen trokken zich terug. Van Jim Bridger hoorde men ook dat Woodhull nog in leven was. Will en Jackson vonden hem uiteindelijk ook en brachten hem terug naar de karavaan. Ondertussen ging de tocht verder en kwam men aan in fort Laramie. Hier zag Bridger zijn oude vriend Kit Carson terug. Carson vertelde dat er goud was gevonden in Californië en gaf de trapper een goudklompje. Bridger gaf dit klompje aan Molly die het op haar beurt gaf aan Will. Ze vertelde hem waar er goud was gevonden en dat ze van haar vader moest trouwen met Woodhull. Maar toen de dag van het huwelijk aanbrak kon Molly met het huwelijk niet doorgaan en liep huilend weg. Een Indiaan die vlakbij was zag een witte gestalte en raakte in paniek. Hij schoot een pij op het meisje af. In haar koortsdromen sprak Molly die avond over het goud, iets wat Woodhull hoorde. Ook hij vertrok naar Californië. Hier trof hij Will. Het kwam tot een gevecht waarbij Will Woodhull doodde. Enkele dagen later kwam Bridger met goed nieuws. Het was bewezen dat Will onschuldig was. Will ging naar Oregon en trouwde met Molly.

Classics Illustrated no 131 - The covered wagon Deel 32 uit de serie Illustrated Classics is het in Europa vrijwel onbekende verhaal 'De huifkar' (The covered wagon) van Emerson Hough. Hij werd op 28 juni 1857 geboren in Newton, Iowa. In 1880 studeerde hij af aan de universiteit van Iowa met een graad in de psychologie. Daarna studeerde hij rechten. Zijn eerste publicatie (Far From The Madding Crowd) dateert van 1882. Hij verhuisde naar White Oaks in New Mexico waar Hough zich vestigde als advocaat. Later schreef hij een boek getiteld 'Study of the outlaw' waarin hij de Amerikaanse desperado's beschreef, waaronder Billy the Kid. Hij begon steeds meer te schrijven en in 1902 had hij zijn eerste grote succes met 'Mississippi Bubble'. Naast schrijven was hij ook gepassioneerd over de natuur en vooral het behoud ervan. Tijdens de eerste wereldoorlog diende hij als kapitein bij de Intelligence Service. De roman 'Covered wagon' dateert uit 1922. Hij stierf op 23 april 1923.
In 1956 verscheen The covered wagon als deel 131 in de Classics Illustrated serie. Het verhaal was voor de strip bewerkt door Annete Rubinstein. Het tekenwerk is van Norman Nodel. Deze Amerikaanse tekenaar, die in werkelijkheid Nochem Yeshaya heette, werd in 1922 geboren. Tijdens de oorlog tekende hij militaire kaarten. In de jaren 50 en zestig werkte hij aan veel van de Classic Illustrated deeltjes. Daarnaast werkte hij ook Charlton, waarvoor hij strips tekende die varieerden van horror verhalen tot romantische verhalen. Hij stierf op 25 februari 2000. In de Nederlandse editie zijn de volgende extra onderwerpen te vinden op de bekende gele pagina's: een stuk over Emerson Hough, een stuk over Archimedes en ten slotte iets over Jim Bridger. In de Engelstalige uitgave ontbreekt het stuk over Archimedes, in plaats daarvan is er een strip te vinden over de geschiedenis van Groot Brittannië dat gaat over de middeleeuwen.

33 De hut van oom Tom

Illustrated Classic 033 - De hut van oom Tom

Leven, vrijheid en het recht op geluk. Maar toch groeide en bloeide in het nieuwe Amerika de slavernij. Een slaaf kon zomaar verkocht worden, zoals op die koude februari dag. Shelby had een plantage in Kentucky maar kon niet al zijn schulden betalen. Om aan geld te komen verkocht hij een aantal slaven. De slavenhandelaar Haley liet zijn oog vallen op onder meer een man die oom Tom werd genoemd en de jongen Harry, de zoon van Eliza. Tom uit de strip De hut van oom Tom, tekening van Rolland Livingstone Een van de andere slaven hoorde van de gebeurtenis en waarschuwde de anderen. Eliza aarzelde geen moment en ging met haar zoontje op de vlucht, richting het noorden, waar geen slavernij was toegestaan. Tom besloot de gebeurtenissen af te wachten. De volgdende ochtend vernam Haley dat Eliza gevlucht was. Hij kreeg twee slaven van Shelby mee om haar terug te halen. De twee mannen deden er alles aan om Haley te vertragen en dat lukte goed. Maar toen Eliza bij een rivier kwam werd ze bijna ingehaald. Wanhopig sprong ze van ijsschots naar ijsschots. Plots viel ze in het water maar een paar sterke handen trokken haar en haar kind op het droge. De man die haar hielp was tegen de slavernij. Haley was woedend en huurde een andere slavenhandelaar in om Eliza op te sporen. Zelf ging hij met Tom onderweg naar de slavenmarkt in New Orleans. De volgende dag werden de slaven aan boord gebracht van het schip voor New Orleans. Het meisje Eva vroeg aan haar vader waarom de zwarte mensen geboeid waren. Haar vader legde uit dat het slaven waren, iets wat Eva vreselijk vond om te horen. De raderen kwamen in beweging en langzaam voer het schip de Mississippie af. Tijdens de reis kwam Eva in de rivier terecht en Tom aarzelde geen moment. Hij sprong in het water en redde het meisje. Uit dankbaarheid kocht haar vader Tom van Haley. Op het moment dat Tom naar het zuiden werd gebracht zette Eliza haar vlucht naar het noorden voort. Achtervolgd door de slavenvangers, maar geholpen door abolitionisten, lukte het haar om met haar kind het vrije noorden te bereiken. Terwijl Eliza richting Canada ging stapte Tom van de boot in het gezelschap van zijn nieuwe eigenaar. Eenmaal op de plantage maakte hij kennis met een apart meisje genaamd Topsy. De plantage behoorde toe aan de familie St. Claire. Mevrouw St. Claire was anders dan haar man en dochter. Ze was verwend en egoïstisch en leed aan denkbeeldige kwaaltjes. Na verloop van tijd lukte Tom iets wat nog niemand voor elkaar had gekregen. Topsy ging min of meer in het gareel lopen. Maar op een zekere dag gebeurde er iets vreselijks. De jonge Eva werd onwel en kwam te overlijden. Maar voor ze stierf had ze aan haar vader gevraagd om Tom vrij te laten, iets wat hij haar beloofd had en ook voornemens was om te doen. Zover zou het alleen nooit komen. St. Claire werd op een avond per ongeluk neergestoken en overleed. Zijn weduwe voelde zich niet gebonden aan de belofte van haar man. Zij verkocht alle slaven en het huis. Tom werd, samen met anderen, gekocht door de wrede Legree. Tom weigerde andere slaven te slaan en betaalde hiervoor een zware prijs. Toen twee vrouwen er in slaagde om te ontsnappen van de plantage, koelde Legree zijn woede op Tom. Juist op dat moment arriveerde de zoon van Shelby, die Tom wilde vrij kopen. Maar het was te laat, Tom stierf in zijn armen. Samen met zijn moeder besloot Shelby alle slaven vrij te laten.

Classic Comics no 15 - Uncle Toms cabin Classics Illustrated no 15 - Uncle Toms cabin versie 2 Classics Illustrated no 15 - Uncle Toms cabin versie 3 Het verhaal 'De hut van oom Tom' (Uncle Tom's cabin) is van de hand van Harriet Beecher Stowe. Ze werd geboren op 14 juni 1811 in Litchfield, Connecticut. Ze was schrijfster en een abolitioniste (tegenstander van de slavernij), iets wat in haar bekendste werk 'Uncle Tom's cabin' sterk en zeer terecht naar voren komt. Het verhaal werd eerst in serievorm uitgegeven in het abolitionistische blad de National Era. Ze was een van de 13 kinderen van de toen bekende religieuze leider Lyman Beecher. Haar moeder stierf toen ze vijf jaar oud was. Een aantal van haar broers en zussen maakten ook naam. Diverse van haar broers werden zelfs minister zoals Henry Ward Beecher, Charles Beecher en Edward Beecher. Een deel van haar opleiding kreeg ze op de school die door haar zus, Catharine Beecher (die ook schreef), werd geleid. Op haar 21ste verhuisde ze naar Cincinnati, Ohio om bij haar vader te kunnen zijn die het hoofd van een seminarie was geworden. Daar ontmoette ze Calvin Ellis Stowe met wie ze in 1836 trouwde. In 1850 nam het Amerikaanse congres de Fugitive Slave Law aan, waarin het verboden werd om gevluchte slaven te helpen. In juni 1851 begon het verhaal Uncle Tom's cabin te verschijnen in de National Era. Het boek is een van de bekendste boeken uit de Amerikaanse literatuur. Het oefende een enorme invloed uit op de heersende opvattingen over slavernij. In 1852 in het Nederlands vertaald door Jan Goeverneur.
Uiteraard kwam het verhaal ook terecht in de Classic Illustrated serie. Het vijftiende deel uit de reeks (nog als Classic Comics) is Uncle Tom's cabin geworden. Het werd voor het eerst uitgegeven in november 1943. Het tekenwerk was van Rolland H. Livingstone. Over deze Amerikaanse tekenaar is niet zoveel bekend. Waarschijnlijk werd hij in Chicago geboren, mogelijk al in 1873. In de jaren 30 en 40 is er werk van hem bekend vanuit de Eisner-Iger studio. Maar hij werkte ook voor Fox Comics. Voor de Classic Illustrated heeft hij een aantal titels getekend in de jaren 40 waaronder ook Rip van Winkle. In de Nederlandse editie zijn ditmaal geen extra pagina's opgenomen. In de Engelstalige versie is een pagina over Harriet Beecher Stowe te vinden.

34 Romeo en Julia

Illustrated Classic 034 - Romeo en Julia

Eeuwen geleden waren er in Verona, Italië, twee adellijke families, die elkaar bitter bestreden. Dat waren de Montagues en de Capulets. Elk lid van de families, vanaf de dienaren tot en met de meesters, nam deel aan de nooit aflatende strijd. De hoofden van deze families hadden elk slechts een kind. Montague had een zoon, Romeo, en Capulet een dochter, Julia. Op een dag in juli kwamen bedienden van beide families elkaar tegen. Al snel flitsten zwaarden. Benvolio, van de familie Montague, probeerde de vechtersbazen te scheiden. Maar de ook toegelopen Tybalt, van de familie Capulet, wilde het gevecht voortzetten. Dienaren van prins Escalus, vorst van Verona, probeerden het gevecht te stoppen. Toen de prins hoorde dat er weer gevochten was, verkondigde hij dat als het nogmaals zou gebeuren de vechtersbazen zouden boeten met hun leven. Ondertussen was Benvolio Romeo gaan opzoeken. De zoon van Montague had liefdesverdriet om een zekere Rosalinde. Later kwamen ze een bediende tegen van Capulet die met een lijst op pad was gestuurd om mensen uit te nodigen. Het feest werd gegeven omdat een jonge edelman, Paris genaamd, Julia beminde. Maar de bediende van Capulet kon niet lezen en vroeg aan Romeo en Benvolio of zij hem wilden helpen. Nadat de bediende weg was vatte Benvolio het plan op om met Romeo naar dit feest te gaan zodat hij niet aan Rosalinde zou denken. En dus gingen die avond Romeo, Benvolio en hun vriend Mercutio op weg naar het feest. Maar Romeo had een naar voorgevoel. Op het feest zag Romeo Julia voor het eerst. Het was liefde op het eerste gezicht. Maar Tybalt hoorde Romeo praten en herkende in hem een lid van de Montague familie. Direct wilde hij zijn zwaard laten halen, maar de vader van Julia voorkwam dit. Romeo en Julia spraken met elkaar en de liefde van Romeo sloeg over op de jonge vrouw. Nadat hij het feest verlaten had werd Romeo als vanzelf teruggetrokken naar het huis van Julia. In de tuin wachtte hij op een moment dat hij haar zou kunnen spreken. Romeo en Julia, tekening van George Evans Toen zag hij haar terwijl ze het balkon op de eerste etage opging. Julia had geen idee dat Romeo zich in de tuin bevond. Nadat hij haar woorden van liefde had gehoord, liet hij merken dat hij in de tuin was. Beide jonge mensen bekenden hun liefde voor elkaar en besloten daar dat zij zouden trouwen. Romeo ging rechtstreeks naar broeder Lorenzo om zijn huwelijk met Julia te bespreken. Nadat Romeo vervolgens kort met Benvolio en Mercutio had gesproken, maar hen niet van zijn voornemen had verteld, kwam hij de voedster van Julia tegen. Hij vertelde haar dat Julia te biecht moest gaan bij broeder Lorenzo. Die zou het huwelijk voltrekken. En Julia kwam. Door broeder Lorenzo werden Romeo en Julia in de echt verbonden. Later die dag komen Romeo, Benvolio en Mercutio Tybalt tegen. Tybalt maakt Romeo voor schurk uit. Maar Romeo wilde niet vechten met de neef van zijn vrouw. Mercutio, die van het huwelijk geen weet had, dacht dat Romeo niet durfde en ging zelf het gevecht aan. Tybalt doodde Mercutio. De woedende Romeo daagde nu Tybalt uit en in het gevecht werd Tybalt gedood. Als straf werd Romeo uit Verona verbannen. Hij vluchtte naar Mantua. De vader van Julia wilde dat zij met Paris zou trouwen en het huwelijk zou over drie dagen plaats vinden. Broeder Lorenzo werd op de hoogte gebracht, maar de broeder wist natuurlijk dat Julia al getrouwd was. Wanneer Julia bij hem komt, geeft Lorenzo haar een slaapmiddel, waardoor het zal lijken of ze dood is op de huwelijksdag. En zo gaat het ook. De broeder stuurde een boodschapper naar Romeo om hem de waarheid te vertellen, maar een knecht uit Verona bereikt hem eerder. Romeo weet niet beter of zijn vrouw Julia is dood. Romeo koopt vergif voor zichzelf en reist naar Verona om afscheid van Julia te nemen. Bij de grafkelder komt hij Paris tegen, die ook afscheid wil nemen van Julia. Romeo en Paris raken in gevecht en Romeo doodt de prins. Wel willigt hij het laatste verzoek van Paris in en legt hem bij het graf van Julia. Vervolgens kust Romeo de lippen van Julia en neemt het vergif in. Dan verschijnt Lorenzo omdat hij weet wanneer Julia weer zal ontwaken. Hij vindt de beide dode mannen. Julia ontwaakt en ziet de dode Romeo. Uit verdriet pakt zij een dolk en steekt die in haar hart. Iedereen werd naar de grafkelder geroepen. Capulet en Montague besluiten dat het afgelopen moet zijn met de rivaliteit en sluiten vrede.

Classics Illustrated no 134 - Romeo and Juliet versie 1 Classics Illustrated no 134 - Romeo and Juliet versie 2 Misschien wel het beroemdste liefdespaar uit de literaire geschiedenis. Romeo en Julia van William Shakespeare is het 34ste deel in de Illustrated Classics serie geworden. Het stuk werd door Shakespeare waarschijnlijk geschreven in de periode 1594-96 en is een tragedie over een onmogelijke liefde. Nu heeft Shakespeare zich wel laten inspireren door een ander verhaal. En dat was het verhaal 'Mariotto en Gianozza' van Masuccio Salernitano uit 1476.
De tekenaar van het verhaal in deze serie was George Evans. Deze Amerikaanse tekenaar werd geboren op 05 februari 1920 in Harwood, Pennsylvania. Door een schriftelijke cursus studeerde hij kunst. Als tiener lukte het hem al om illustraties te verkopen aan goedkope fictie-tijdschriften. Tijdens de oorlog diende Evans bij het leger. Nadat de vijandelijkheden voorbij waren begon hij te werken aan strips. Hij werkte een tijdje voor het bedrijf Fiction House. Eerst mocht hij alleen tekeningen aanvullen maar al snel mocht hij zijn eigen werk gaan maken. Later begon hij ook te werken voor andere bedrijven zoals Fawcett Publications, EC Comics, DC Comics en Marvel. Voor de Classics Illustrated tekende (en hertekende) hij diverse delen, waaronder 'De kleine wilde' en een herziene versie van 'De drie musketiers'. George Evans overleed op 22 juni 2001.
In de Classics Illustrated verscheen Romeo and Juliet als deel 134 in september 1956. In 1969 verscheen een herdruk met de alternatieve kaft die geschilderd werd door Edward Moritz. In de Nederlandse versie bestaan de extra's uit een pagina over Shakespeare en een over het toneel uit zijn tijd. In de Engelse versie is, naast de eerder genoemde pagina's, deel 8 terug te vinden over de geschiedenis van Groot-Brittannië.

35 Waterloo

Illustrated Classic 035 - Waterloo

Door de Franse revolutie van 1789 werd koning Lodewijk XVI van de troon gestoten. In 1804 werd Napoleon Bonaparte keizer. Tien jaar later waren de oorlogen, waarmee Napoleon gehoopt had Europa te veroveren, voorbij. De verenigde machten van Europa hadden de Fransen verslagen. Zij verbanden Napoleon naar het eiland Elba en herstelden de monarchie. De vreugde van het volk was groot toen Lodewijk XVIII de troon besteeg. De soldaten die met Napoleon hadden gestreden keerden terug naar huis. Een van hen, Joseph Berta, kwam terug in Pfalzbourg en ging naar het huis van meneer Goulden. Hier had hij voor de oorlog gewerkt en Goulden ontving Joseph met open armen. Al snel leefden ze weer zoals vroeger. Joseph werkte de hele dag in de horlogewinkel van Goulden. Reikhalzend keek hij uit naar de post want hij wilde trouwen met Catharine. Maar omdat hij eigenlijk nog soldaat was, had Joseph toestemming nodig van het ministerie. Het duurde ook niet lang voordat sommige mensen hun ware gezicht lieten zien, zoals de burgermeester. Een jaar eerder had hij nog gejuicht voor Napoleon, die hij nu omschreef als een monster. Ook de adellijken, die tijdens de revolutie waren gevlucht, keerden terug om hun bezittingen op te eisen. Toen op een dag kwam de vergunning. Joseph mocht met zijn Catharine trouwen. Twee dagen voor het huwelijk trok een groep soldaten door Pfalzbourg en in een van hen herkende Joseph zijn oude strijdmakker Zebedeus. Goulden en Joseph uit de strip Waterloo Op 08 juli werd het huwelijk voltrokken. Het jonge echtpaar betrok twee kamers boven de winkel van Goulden. Maar in de maanden die kwamen verslechterde de situatie van Frankrijk. Als in de oude dagen gedroeg de adel zich als of het volk de persoonlijke eigendommen van de adel waren. Langzaam groeide het verzet weer. De stad was vol met ex-officieren van Napoleon. Ze kregen weinig soldij en leefden van weinig meer dan een glas wijn en een homp brood per dag. Alleen de zonen van de adellijke families mochten officier worden of blijven. Zonen van het volk mochten alleen soldaat zijn. Goulden voorspelde dat de regering het volk tegen zich kreeg en Napoleon weer aan de macht zou komen. En op 01 maart 1815 landde Napoleon in Frankrijk. Met duizend man begon hij zijn opmars naar Parijs. Er werden soldaten gestuurd om Napoleon tegen te houden, maar de manschappen liepen massaal over naar Napoleon. Op 20 maart bereikte Napoleon Parijs, Lodewijk XVIII vluchtte. De vreugde over de terugkeer van de keizer was groot. Maar de verenigde machten van Europa waren vastbesloten om Lodewijk weer op de troon te zetten. Er zou weer oorlog komen en Joseph moest weer het leger in. Als snel had hij zijn uniform weer aan en marcheerde met zijn kameraden naar hun bestemming, Waterloo. Op 16 juni stonden ze tegenover de Pruisen bij Ligny in België. Hier werden zij bezocht door Napoleon. Na hevige gevechten dreven ze de Pruisen terug. Toen wachtte de slag bij Waterloo met de Engelsen. Op 18 juni 1815 begon het gevecht dat eindigde met het verlies van de Fransen. Op 02 juli vochten de overgebleven soldaten zij aan zij met de burgers van Parijs om de hoofdstad te beschermen. Maar op 04 juli werd de wapenstilstand afgekondigd. Joseph keerde terug naar zijn vrouw voor een verder vreedzaam leven.

Classics Illustrated no 135 - Waterloo De roman Waterloo werd in 1865 uitgegeven en was een product van het schrijvers duo Erckmann-Chatrian. Het duo bestond uit de Franse schrijvers Émile Erckmann (1822-1899) en Alexandre Chatrian (1826-1890). Ze specialiseerden zich in militaire fictie en spookverhalen. Het duo had bewonderaars en felle tegenstanders. Naast romans verschenen er ook toneelstukken van hun naam. Nu hadden ze wel een werkverdeling. De meeste romans werden geschreven door Erckmann, de meeste toneelstukken door Chatrian. In 1956 verscheen het verhaal Waterloo als deel 135 van de Classics Illustrated. Het verhaal werd getekend door Graham Ingels. Deze Amerikaanse tekenaar werd op 07 juni 1915 geboren in Cincinnati. Hij studeerde aan de New York's Hawthorne School of Art. Vanaf 1943 begon hij te werken voor Fiction House Publications, onder meer verzorgde hij werk voor hun Planet Stories reeks. In latere jaren werkte hij ook voor Magazine Enterprises en andere uitgevers. Hij werd ook art director bij Better Publications waar hij onder meer George Evans leerde kennen. De twee werden levenslange vrienden. Mogelijk is dit ook de reden waarom Graham Ingels dit deel van de Classics Illustrated heeft getekend, want het is het enige deeltje van zijn hand. En in de jaren 1956-1957 tekende George Evans voor Gilberton Company die de serie op de markt bracht. In 1948 werd Ingels ingehuurd door EC Comics om tekenwerk te verzorgen voor onder meer de reeks Tales from the Crypt. In de latere jaren van zijn leven was Ingels als docent verbonden aan diverse opleidingsinstituten. Hij overleed op 04 april 1991. In de Nederlandse editie is informatie opgenomen over Erckmann-Chatrian. Deze pagina is ook te vinden in de Engelstalige versie. maar daarnaast ook een stuk over de terugtocht van Napoleon uit Moskou en deel 9 over de geschiedenis van Groot-Brittannië. De kaft van dit deeltje, met hierop Napoleon, werd geschilderd door Alex Blum.

36 De weg naar het westen

Illustrated Classic 036 - De weg naar het westen

Francis Parkman wilde het leven in het verre westen leren kennen. Toen hij van school kwam, reisde hij naar Wyoming en sloot zich aan bij een groep Dakota indianen aangevoerd door Wervelwind. Dit opperhoofd voerde oorlog tegen de Slangen indianen die zijn zoon hadden vermoord. Het was de zomer van 1846. Parkman leerde hoe belangrijk de buffel was voor de indianen. Het dier voorzag de Dakota's van allerlei levensbehoeften. Voedsel, onderdag, kleding, bedden en pezen voor hun bogen. Als de buffels uitgeroeid zouden worden, zouden ook de Dakota indianen verdwijnen. Om de dood van zijn zoon te wreken viel Wervelwind het kamp der Slangen aan en liet het platbranden. Wervelwind en zijn krijgers besloten verder te trekken. Ze wilden door de Zwarte Heuvels trekken en een paar weken op de buffels jagen om voldoende voedsel en huiden bijeen te krijgen. Wervelwind en Parkman uit de strip De weg naar het westen, tekening van Kiefer Dagen later sloegen ze een kamp op en werd begonnen met de jacht. Parkman was inmiddels bevriend geraakt met de stam en leefde als een van hen. Op een zekere dag kwam het nieuws dat de Arapaho's, gezworen vijanden van de Dakota's, op het oorlogspad waren tegen de blanken. Ze hadden twee blanke woudlopers gedood. Nauwelijks was de moord gebeurd of er brak opwinding uit bij de stam van de Arapaho's. Elke dag verwachten zij de komst van het leger. Uiteindelijk kwam het tot een bloedig treffen. Het Amerikaanse leger kwam als overwinnaar uit de strijd. Parkman ging vaker mee met de jacht. Zo maakten ze ooit jacht op een groep bergschapen. Onder de indianen die mee gingen met de jacht was een Dakota die Panter genoemd werd. Parkman werd goede vrienden met Panter en van hem leerde hij de taal. Hij trok er vaak op uit met Panter en leerde veel van hem. Op een van deze tochten zagen ze huifkaren met voorraden voor het leger. Ook hoorde ze van de strijd tussen Amerika en Mexico. Dagenlang trokken ze verder tot ze bij een pueblo kwamen. Hier ontmoette Parkman een bekende die hij voor het laatst in fort Laramie had gezien. Van deze vriend hoorde Parkman dat de Arapaho's naar de pueblo waren gekomen om handel te drijven. Hierna nam Parkman afscheid van Panter en ging samen met enkele handelaren in de richting van een Aparaho dorp. Onderweg kwamen ze karavanen met kolonisten tegen. Op een dag kwamen ze in een Arapaho dorp terecht en dankzij het geven van geschenken kwamen de mannen ongedeerd weg. De tocht bracht Parkman steeds verder, onderweg kwam hij nog meer cavaleristen tegen. Uiteindelijk bereikte hij fort Leavenworth.

Classics Illustrated no 72 - The Oregon trail versie 1 Classics Illustrated no 72 - The Oregon trail versie 2 Francis Parkman is de schrijver van de roman 'The Oregon Trail: Sketches of Prairie and Rocky-Mountain Life' waarop dit deeltje uit de Illustrated Classics is gebaseerd. Hij werd op 16 september 1823 geboren in Boston, Massachusetts, als zoon van een predikant. De familie behoorde tot de meest vooraanstaande van de stad. Toen hij zestien was ging Parkman naar Harvard College in Cambridge, Massachusetts. In 1843 reisde Parkman naar Europa waar hij acht maanden verbleef. Hoewel hij in 1845 slaagde aan Harvard, dacht Francis Parkman er niet aan om iets met zijn rechtenstudie te gaan doen. Hij wilde de geschiedenis van de Amerikaanse wildernis vastleggen in boeken, iets wat in die tijd een gentleman niet behoorde te doen. Gelukkig liet hij zich niets gelegen aan de heersende opinie en trok hij in 1846 naar het westen. Hier bracht hij tijd door bij de Oglala Sioux. Het verslag van zijn reis werd eerst uitgegeven in een tijdschrift waarna het in 1849 in boekvorm verscheen. Ook het volgende boek dat van zijn hand verscheen, The Conspiracy of Pontiac uit 1851, is altijd populair gebleven. Maar in de loop der jaren schreef hij nog meer boeken. Naast het boek over Pontiac, vormde ook het boek 'Montcalm and Wolfe' uit 1884 een basis voor een deeltje uit de Illustrated Classics reeks.
In de Nederlandse editie is een extra stukje opgenomen over Francis Parkman en een stukje over Edward Livingstone Trudeau. Verder wordt er reclame gemaakt voor een andere serie, namelijk Sprookjes in Beeld. De extra pagina's die in de Nederlandse editie zijn opgenomen zijn ook te vinden in de Engelse uitgave. Maar daar zijn nog twee andere artikelen te vinden. Namelijk een stuk over de opera La Boheme en een stuk over een hond met de naam Duke. In de Classics Illustrated verscheen 'The Oregan trail' als nummer 72 in 1950. De tekenaar was Henry C. Kiefer.

37 Rob Roy

Illustrated Classic 037 - Rob Roy

De bittere twisten tussen de Schotten en de Engelsen bereikten hun bloedige hoogtepunt in de opstand van 1715. Er werd een poging gedaan om een lid van het huis Stuart op de Engelse troon te zetten. Na de dood van koningin Anna in 1714 kwam George I, keurvorst van Hannover, als koning van Groot-Brittannië op de troon. Hiermee eindigde de Stuart-periode in Groot-Brittannië. Dit leidde tot een opstand in 1715 in Schotland die geleid werd door Jacobus Frans Eduard Stuart (James), zoon van de verdreven Jacobus II en bijgenaamd de Old Pretender. Deze Jacobus III leek voorbestemd om in de voetsporen van zijn vader te treden. James had de steun van de Highlanders. Ook de volksheld Robert Roy MacGregor, beter bekend als Rob Roy, vocht in deze strijd mee aan de kant van de jakobieten. Francis Obaldistone duelleert uit de strip Rob Roy, tekening van Rudolph Palais Het was in deze periode dat Francis Obaldistone, een jonge Engelsman, uit Frankrijk werd teruggeroepen door zijn vader, een der meest vooraanstaande Londense zakenlieden. Zijn vader nam het Francis kwalijk dat hij niet in het bedrijf van zijn vader wilde gaan werken. Omdat Francis bij zijn weigering blijft, besluit zijn vader dat een van zijn neven in zijn plaats zal komen werken in het bedrijf. Francis wordt met dit bericht naar zijn oom Sir Hildebrand Osbaldistone in Northumberland gestuurd. Onderweg maakt hij kennis met een andere reiziger die doodsbang is voor de struikrovers. Iets wat Francis wat overdreven vindt. Die avond maakt hij in een herberg kennis met een schot genaamd Robert Campbell. De volgende dag reist Francis alleen verder naar Osbaldistone Hall, het huis van zijn oom. Onderweg ziet hij een groep jagers van wie Francis vermoedt dat het zijn neven zijn. Maar hij maakt ook kennis met Diana Vernon, een verwante van zijn neven. Na zijn aankomt wordt Francis de eetzaal binnengebracht en maakt hier kennis met zijn oom en zijn neven. Rashleigh, zijn jongste neef, is het meest sympathieke. Zijn oom heeft Rashleigh ook aan gewezen om de plek van Francis in te nemen in het bedrijf van zijn vader. Volgens Diana is Rashleigh, die haar leraar is geweest, de meest schrandere van zijn neven. Een paar dagen later hoort Francis dat de man met wie hij samen reisde, Morris, belangrijke documenten vervoerde voor de Engelse regering. Hij is beroofd en heeft een verdenking tegen Francis geuit. Omdat hij volkomen onschuldig is gaat Francis, samen met Diana, naar het huis van de rechter. Ook Rashleigh is daar aanwezig. Nu is Morris niet meer zo zeker en wanneer Robert Campbell Francis ook vrijpleit, is de onschuld van Francis voldoende aangetoond. Na het vertrek van Rashleigh brengt Francis veel tijd door met Diana. Dan krijgt Francis een brief van zijn vader. Rashleigh heeft de belangrijkste waardepapieren van zijn vader meegenomen en is naar Schotland vertrokken. De vader van Francis is bankroet als Francis de papieren niet terug krijgt. Hoewel hij en Diana van elkaar houden vertrekt Francis naar het noorden. Hier ziet hij Rashleigh en Morris samen. Omdat zijn neef de papieren niet wil teruggeven ontstaat er een duel. Dan verschijnt Robert MacGregor Campbell en stopt het duel. Later leert Francis dat Robert Canpbell in werkelijkheid de vogelvrije Rob Roy is. Omdat hij op zoek blijft naar de papieren komt Francis terecht in de gevechten tussen de Engelse soldaten en de Schotten. Morris wordt door de Schotten gedood omdat hij Robert MacGregor Campbell in de val heeft laten lopen. Inmiddels is Francis tot bij de vrouw van Rob Roy geraakt en zij stuurt hem naar de Engelsen als onderhandelaar. Zij heeft gevangengenomen Engelse soldaten die ze wil ruilen voor haar man. Dankzij een Schot in Engelse dienst kan Rob Roy ontsnappen. Ook Francis kan ontkomen en komt Diana Vernon en haar vader tegen. Zij geeft hem de waardepapieren die ze van Rashleigh hebben afgenomen. Francis reisde terug naar Londen en gaf de papieren aan zijn vader. Toen brak de opstand van 1715 uit. Francis vocht in het Engelse leger. Sir Hildebrand en zijn zonen aan de kant van de opstandelingen. Nadat de opstand was neergeslagen waren Sir Hildebrand en de meeste van zijn zoons dood. Sir Hildebrand had Francis als erfgenaam benoemd. Op een avond vragen Diana en haar vader of zij op Osbaldistone Hall mogen schuilen. De vader van Diana wordt gezocht omdat hij tegen de huidige regering is, maar de verraderlijke Rashleigh zit hen achterna. Hij heeft een groep soldaten meegenomen en de drie worden gevangen genomen. Maar tijdens het vervoer wordt de koets aangevallen door Rob Roy en zijn mannen. Rashleigh vind de dood en niet veel later trouwen Francis en Diana.

Classics Illustrated no 118 - Rob Roy Het verhaal Rob Roy is niet het bekendste werk van Sir Walter Scott. De roman dateert uit 1817 en Scott baseerde zich op historische gebeurtenissen. Het verhaal geeft de sociale situatie weer in Schotland in de 18de eeuw. Voor ons kan het verhaal in die zin enigszins verwarrend zijn omdat de troonsopvolging in Engeland een van de elementen van het verhaal is. Over het algemeen zijn de conflicten daarover op het vasteland van Europa natuurlijk veel minder bekend. Hoewel het verhaal de titel Rob Roy draagt is hij niet de hoofdpersoon. Dat is de jonge Engelsman Francis Osbaldistone. Wel is het een feit dat Rob Roy echt geleefd heeft. Robert Roy MacGregor werd geboren werd geboren op 07 maart 1671 in Glengyle. Hij wordt ook wel de Schotse Robin Hood genoemd. MacGregor was van adellijke afkomst. De titels waren echter ontnomen omdat hij en zijn familie meevochten met Jacobus II van Engeland tijdens de Jacobietenopstand. Ze werden verslagen door Willem III van Oranje (die ook koning van Schotland was) en zo viel de familie in ongenade. Rob Roy MacGregor overleed op 28 december 1734. (bron: nl.wikipedia.org/wiki/Robert_Roy_MacGregor)
De schrijver van het verhaal was Sir Walter Scott. In de Nederlandse editie is als extra een stukje te vinden over het leven van Sir Walter Scott en een reclame voor de serie Sprookjes in Beeld. In de Engelstalige serie Classics Illustrated was Rob Roy nummer 118 dat in 1954 werd uitgebracht. Ook hier is het stukje over Scott te vinden maar er zijn twee aanvullende verhalen opgenomen. Dit zijn 'Hero of the Highlands' (over Rob Roy) en 'Winning the northwest territory' (stories of early America). De tekenaars van dit deel waren Rudolph Palais en Walter Palais. De tekenaar Rudolph Palais is al eerder opgedoken in de serie. Hij tekende bijvoorbeeld deel 03 Kit Carson. Walter Palais was zijn broer die geboren werd in 1922. Net als zijn broer begon hij zijn carrière door te werken voor een aantal uitgevers in New York. In de jaren 40 werkte hij ook voor de Iger studio. Voor Fiction House werkte hij aan een aantal series. In de jaren die volgde werkte hij voor diverse uitgevers aan uiteenlopende strips. Deze besloegen romantische verhalen, westerns, horror verhalen en dergelijke. In 1992 stopte hij met werken. Hij overleed op 28 november 2007.

38 Ivanhoe

Illustrated Classic 038 - Ivanhoe

Meer dan een eeuw was verstreken sinds de verovering van het Angel-Saksische Engeland door de Normandiër Willem de Veroveraar. Toch was er nog steeds een grote afstand tussen de Normandiërs en de Sasken. Koning Richard Leeuwenhart, ook een Normandiër, steefde naar eenheid onder het volk. Maar koning Richard nam deel aan de kruistochten. Op een avond zocht een groep Normandiërs, die onderweg waren naar een groot toernooi, onderdak voor de nacht. Onder hen was Brian de Bois-Guilbert, lid van de Tempeliers. Brian de Bois-Guilbert ontvoerd Rebecca uit de strip Ivanhoe Aan twee mannen vroegen zij de weg naar het huis van Cedric de Saks. Deze twee mannen zijn Wamba de nar en Gurth de zwijnenhoeder. Wamba stuurt hen opzettelijk via een verkeerde route. Onderweg bespreken de Normandiërs de situatie bij Cedric. Zijn enige zoon Ivanhoe is in ongenade gevallen omdat hij verliefd werd op jonkvrouw Rowena. Ivanhoe vecht nu in de kruistochten samen met koning Richard. De ridders gaan twijfelen, rijden ze wel de goede kant op? Maar de ridders komen nog iemand tegen, iemand die zegt een pelgrim te zijn. In ruil voor een paard brengt de pelgrim de ridders naar het huis van Cedric de Saks. Tijdens het avondeten pocht Brian de Bois-Guilbert over de prestaties van de Tempeliers tijdens de kruistocht. Maar de pelgrim mengt zich in het gesprek en merkt op dat Brian de Bois-Guilbert is verslagen tijdens een toernooi door Ivanhoe. Diezelfde avond vraagt de Jood Isaak met zijn dochter Rebecca ook om gastvrijheid. Wanneer zij binnen zijn valt het Brian de Bois-Guilbert op hoe knap Rebecca is. Na het eten richt Brian de Bois-Guilbert zich tot een bediende. Isaak en zijn dochter moeten morgen worden overgebracht naar het kasteel van Reginald Front-De-Boeuf zodat er losgeld gevraagd kan worden. De pelgrim heeft dit gehoord en redt Isaak en zijn dochter. Uit dank zorgt Isaak ervoor dat de pelgrim een paard en uitrusting krijgt zodat hij kan deelnemen aan het toernooi. Wanneer het toernooi aanbreekt zitten Cedric en Rowena op de tribune, evenals Athelstane de Dralende. Hij is de laatste Saksische kroonprins en van Cedric moet Rowena met hem trouwen. Maar Rowena houdt van Ivanhoe. Tijdens het toernooi lijken de Normandische ridders oppermachtig. Maar dan verschijnt een onbekende ridder die in een tweekamp Brian de Bois-Guilbert verslaat en het toernooi wint. Wanneer de onbekende ridder plots onwel wordt, is zijn identiteit bekend. Het is Ivanhoe. Maar Cedric weigert zijn zoon te erkennen. Isaak en Rebecca ontfermen zich over Ivanhoe. Samen met Reginald Front-De-Boeuf beraamt Brian de Bois-Guilbert een plan om Isaak en Rebecca te ontvoeren. De vogelvrijen van Robin Hood moeten de schuld krijgen. Nu verschijnt er een in het zwart uitgedoste ridder op het toneel. Hij leidt de aanval op het kasteel van Reginald Front-De-Boeuf, waarbij de Normandiër de dood vindt. Brian de Bois-Guilbert ontvoert Rebecca. Na de slag maakt de zwarte ridder zijn identiteit bekend, het is koning Richard. Hij zorgt ervoor dat Cedric zijn zoon vergeeft en Athelstane schenkt Ivanhoe de hand van Rowena. Inmiddels is Rebecca in het kasteel van de Tempeliers waar men denkt dat zij een heks is. Brian de Bois-Guilbert neemt het in een tweekamp op tegen de nog gewonde Ivanhoe. Maar de Tempelier valt plots dood van zijn paard. Rebecca is vrij en Ivanhoe trouwt met Rowena.

Classic Comics no 2 - Ivanhoe Classics Illustrated no 2 - Ivanhoe 1ste versie Classics Illustrated no 2 - Ivanhoe 2de versie De roman Ivanhoe is wel het bekendste werk van Sir Walter Scott. Het boek vormde ook de aanzet tot nieuw genre namelijk de historische roman. Verhalen dus die (in ieder geval voor een deel) gebaseerd zijn op historische gebeurtenissen of historische personages. In dit geval is in ieder geval koning Richard I van Engeland (bijgenaamd Leeuwenhart) een historisch personage. En hij was inderdaad een Normandiër. Maar voor het overige heeft Scott nogal zijn fantasie de vrije loop gelaten. De verhouding tussen de oorspronkelijke Angel-Saksiche bevolking en de Normandische edelen was niet zoals de roman wil doen geloven. Dat de roman garant staat voor een goed verhaal is wel duidelijk. Denk alleen maar aan het aantal verfilmingen die plaats hebben gevonden van dit inmiddels klassieke verhaal. Misschien is dit ook wel de reden waarom het verhaal al heel vroeg werd opgenomen in de serie van Illustrated Classics. De eerste uitgave was namelijk al in december 1941 toen de serie nog als Classic Comics door het leven ging. Het was het tweede deeltje uit de reeks. De uitgave die nu nog te vinden is heeft niet meer het oorspronkelijke tekenwerk uit 1941. Dit werd verzorgd door Edd Ashe, waarbij de kaft getekend was door Malcolm Kildale. Ashe werkte voor de Jacquet studio en zijn volledige naam was Edmund Marion Ashe Jr. Hij werd geboren in augustus 1908 en overleed op 04 september 1986. Ashe verzorgde gedurende zijn leven tekeningen voor diverse series. Malcolm Kildale tekende het eerste deel uit de serie, de drie musketiers. Wanneer hij geboren werd is niet bekend, maar hij overleed in 1971. De versie van de Illustrated Classic die als basis heeft gediend voor de Nederlandse versie is een hertekende. Dit werd gedaan door Norman Nodell is 1957. Of hij ook de kaft heeft verzorgd is niet bekend. In de Nederlandse uitgave is een pagina te vinden over de reis van Vasco da Gama. In de Engelse editie is een pagina te vinden over Sir Walter Scott.

39 De prairie

Illustrated Classic 039 - De prairie

Kort na de Louisiana-aankopen in 1803 begonnen grote groepen woudlopers en landverhuizers hun trek vanaf de oostelijke oevers van de Mississippi naar het westen. Zij trokken door de grote prairie zonder rekening te houden met de indianenstammen die kwaad waren omdat de blanken hun land binnendrongen. Tot de eerste groep van landverhuizers behoorden de families van Ishmael Bush en diens zwager Abiram. Na een vermoeiende dagmars zochten ze een geschikte kampeerplaats voor de nacht. Plots zagen ze in de verte een man aan komen lopen. De landverhuizers uit de strip De prairie De zonen van Ishmael, Asa en Abner, gingen verder met het werk terwijl Ishmael en Abiram de vreemdeling tegemoet traden. De man bleek echter een oude woudloper met zijn hond te zijn. Op verzoek van Ishmael wees de woudloper hen een goede plek om te overnachten. Wat de woudloper wel opviel is dat er over een huifkar geheimzinnig werd gedaan. Wat zou er in zitten vroeg de woudloper zich af. Maar een antwoord kreeg hij niet. Toen de nacht viel begaf de woudloper zich buiten het kamp en ontmoette hier twee jonge mensen. De eerste was de jonge vrouw Ellen Wade, die met de karavaan reisde. De tweede was een bijenzoeker, die niet met de karavaan reisde, die Paul Hover heette. De twee jonge mensen hielden van elkaar en Paul volgde de karavaan. Maar toen het drietal nog stond te praten verscheen er een groep Sioux. Al snel werd het drietal gevangen genomen door de Sioux. Maar toen de indianen het vee van de landverhuizers stalen, zagen ze kans om te ontsnappen. Ellen sluipt daarop het kamp weer binnen. De woudloper bracht de landverhuizers de volgende dag naar een betere verdedigingspositie, boven op een heuvel. Toen de woudloper Paul weer op de vlakte ontmoette kwam er een militair aangelopen. Dit bleek kapitein Duncan Middleton te zijn. Hij onthulde het geheim van de huifkar. De vrouw van de kapitein, Inez, was geschaakt door Ishmael en Abiram. In het gezelschap van een vierde man, Dr. Battius, gingen ze naar de rots. De mannen waren niet aanwezig. Asa werd vermist en de mannen waren hem gaan zoeken. Alleen Ellen en de kinderen waren op de rots. De kapitein en zijn vrouw werden herenigd. Inmiddels hadden Ishmael en de zijnen Asa gevonden. De jongen was vermoord. De woudloper en zijn gezelschap waren ondertussen het Pawnee opperhoofd Hard-Hart tegengekomen. De Pawnees en de Sioux waren gezworen vijanden. Omdat Ishmael en zijn mannen de groep van de woudloper achtervolgde en de Sioux en Pawnees slaags raakten, kwamen de twee groepen blanken tussen de vechtende partijen te zitten. Dankzij de wijze raad van de woudloper ontliepen ze vele gevaren. Maar Ishmael en de zijnen bleven hen achtervolgen. Toen de gevechten voorbij waren volgde de confrontatie tussen de twee groepen blanken. Ishmael moest zijn fout om Inez te schaken erkennen. Nu moest nog de moordenaar van Asa gevonden worden. Dit bleek Abiram te zijn. Op de prairie werd het lot aan hem voltrokken. De anderen gingen onder bescherming van de Pawnees terug naar de bewoonde wereld. Alleen de woudloper bleef op de grote vlakte.

Classics Illustrated no 58 - The prairie 1ste versie Classics Illustrated no 58 - The prairie 2de versie De oorspronkelijke titel van de roman van James Fenimore Cooper waarop dit deeltje gebaseerd is was 'The Prairie: A Tale' en stamt uit 1827. Opmerkelijk aan dit deel is dat nergens de naam van de woudloper wordt genoemd. Volgens bronnen had Cooper hier een personage in gedachten die hij al vaker had opgevoerd en wel Natty Bumppo. De roman wordt dan ook gezien als de vijfde (en laatste) deel uit de zogenoemde Leatherstocking Tales. Ook het veel bekendere verhaal 'De laatste der Mohikanen' behoort tot deze serie verhalen. Zelf heb ik altijd wat moeite met het verhaal De prairie, de andere delen uit deze reeks kunnen mij meer boeien. Het verhaal werd in 1949 opgenomen in de Amerikaanse serie en werd getekend door Rudolph Palais. Deze tekenaar heeft meer verhalen getekend waaronder 'Kit Carson' (deel 03 in de Illustrated Classics). Ook James Fenimore Cooper is al eerder voorgekomen met het verhaal 'De rode piraat' (deel 14). Zoals vaker werd bij de heruitgave van de Amerikaanse editie ook de kaft van het boekje aangepast. In de Nederlandse editie is weer een reclame opgenomen voor Sprookjes in Beeld en is een stukje biografie te vinden over James Fenimore Cooper. Deze laatste is uiteraard ook in de Engelstalige uitgave te vinden. Maar ook stukjes over Hippocrates en de hond Tunney.

40 De graaf van Monte Cristo

Illustrated Classic 040 - De graaf van Monte Cristo

In 1815 waren er twee belangrijke partijen in Frankrijk. De royalisten steunden de koning, terwijl de bonapartisten Napoleon weer op de troon wilde hebben. Maar na de nederlaag en de verbanning van Napoleon naar Elba was het in Frankrijk een misdaad om bonapartist te zijn. Op 20 februari 1815 kwam een vrachtschip, de Pharao, in de haven van Marseilles aan. Aan boord bevond zich ook de eerste stuurman Edmond Dantes. De kapitein is tijdens de reis overleden en Dantes heeft het bevel gevoerd. De overleden kapitein had nog een laatste wens, een pakje moest naar Elba worden gebracht. Edmond had het als zijn plicht gezien om dit te doen. De eigenaar van het schip, de reder Pierre Morrel, komt aan boord en is zeer tevreden met het werk van Dantes. Wanneer hij zich laat ontvallen dat de jonge Dantes de nieuwe kapitein wordt, is dit zeer tegen de zin van de boekhouder Danglars, die zelf kapitein wil worden. Edmond gaat aan land om zijn vader te bezoeken en de mooie Mercedes. De twee willen trouwen, maar de neef van Mercedes, Fernand Mondego, is zelf ook verliefd op haar. Wanneer de twee geliefden elkaar begroeten, stormt Fernand het huis uit en komt Danglars tegen. Samen beramen ze een plan om Dantes dwars te zitten. Wanneer men hoort dat Dantes op Elba is geweest en een brief naar Parijs moet brengen, zal men hem voor een bonapartist houden. Danglars schreef een anonieme brief aan het hoofd van de politie en Fernand bracht de brief weg. De volgende dag zouden Edmond en Mercedes in het huwelijk treden maar die dag verscheen ook de politie. Edmond werd gearresteerd en voor de magistraat Gerard de Villefort gebracht. Edmond legt de situatie uit en eerst wil De Villefort hem helpen, tot hij ziet aan wie de brief geadresseerd is. De man heet Noirtier en is de vader van De Villefort. Omdat De Villefort vreest voor zijn vader en zijn eigen carrière besluit hij om Edmond Dantes voor de brief te laten opdraaien. Hij vernietigt de brief en laat Dantes levenslang opsluiten in het kasteel d'If dat op een eiland staat. Edmond Dantes ontsnapt uit de strip De graaf van Monte Cristo Dagen gingen voorbij en Edmond vroeg zich af waarom hij was opgesloten. Er verstreken 17 maanden. Toen kwam de Inspecteur-Generaal van het gevangeniswezen op bezoek. Edmond vertelde zijn verhaal en eiste een eerlijk proces. De inspecteur keek het gevangenisregister na maar zag de aantekening van De Villefort en besefte dat hij niets voor de gevangene kon doen. Jaren gingen voorbij en per toeval kwam Edmond in contact met de man in de cel naast hem, de Italiaanse priester Abbe Faria. Door gesprekken met Faria komt Edmond achter de waarheid. Weer gingen er jaren voorbij. Toen kwam het moment dat Faria op zijn sterfbed lag en aan Edmond het bestaan van een grote schat onthulde. Ook waar hij deze kon vinden. Nadat de priester was overleden neemt Edmond zijn plaats in. Zo ontsnapt hij uit de gevangenis. Na 14 jaar is hij weer vrij en gaat naar het eiland Montecristo, waar hij de schat aantreft. Terug op het vasteland leert Edmond dat zijn vader van wanhoop en honger is gestorven. De reder Pierre Morrel had zijn eigen positie in gevaar gebracht door te proberen Edmond uit de gevangenis te krijgen. Danglars had fortuin gemaakt en woonde in Parijs als miljonairbankier. De Villefort was nu procureur des konings in Parijs. Fernand was militair geworden en had met een veldtocht rijkdom vergaard. Ook was hij nu getrouwd met Mercedes. Edmond berreide zich 9 jaar lang voor op zijn wraak en verscheen uiteindelijk in Parijs als de graaf van Monte Cristo. Fernand en Mercedes hadden een zoon Albert, wiens leven door de graaf gered was. Dan begint Edmond aan de uitvoering van zijn plan. In Parijs ontmoette de graaf ook de zoon van zijn oude reder Morrel. De jongeman was verliefd op de dochter van De Villefort, Valentine. Maar haar stiefmoeder heeft ook een zoon en wil dat de erfenis van De Villefort aan haar eigen zoon toekomt. Eerst ruïneerde Edmond de bankier Danglars. Daarna bracht hij lafheid tijdens de oorlog van Fernand aan het licht. Zijn zoon Albert eist genoegdoening, iets waar de graaf van Monte Cristo met tegenzin mee akkoord gaat. Die avond krijgt hij bezoek van Mercedes. Zij is de enige die hem herkent heeft en weet dat Edmond Dantes de graaf van Monte Cristo is. Ze smeekt hem haar zoon niet te doden. Edmond is gevoelig voor haar pleidooi en besluit dat hij morgen zal sterven. Maar er komt geen duel want ook Albert leert de waarheid kennen. Dan confronteert Edmond Fernand met de waarheid waarna Fernand zelfmoord pleegt. Als laatste is De Villefort aan de beurt. Edmond voorkomt dat Valentine wordt vergiftigd en laat De Villefort de waarheid ontdekken. Hij dwingt zijn 2de vrouw zelfmoord te plegen, maar ze doodt ook hun zoon. Hierop wordt De Villefort krankzinnig. Ook Danglars ontkomt niet aan de wraak. De bankier vlucht voor zijn schuldeisers naar Italië maar de graaf laat hem opsluiten. Toch laat hij Danglars in leven. Nu zijn taak voltooid is verdwijnt de graaf van Monte Cristo weer.

Classis Comics 3 The count of monte Christo Classics Illustrated no 3 - The count of monte Christo versie 1 Classics Illustrated no 3 - The count of monte Christo versie 2 Voor een kort verhaal moet je niet bij Alexandre Dumas zijn. Want hij is natuurlijk de schrijver van dit overbekende verhaal. Van hem zijn uiteraard nog andere verhalen opgenomen in deze serie. Alexandre Davy de La Pailleterie Dumas, beter bekend als Alexandre Dumas Père werd op 24 juni 1802 geboren in Aisne. Hij stamde uit een adellijk geslacht. Zijn vader stierf toen Alexandre vier jaar oud was en hij kende een povere jeugd. Maar het was een intelligente jongen die alle boeken waar hij de hand op kon leggen verslond. In het begin van zijn loopbaan schreef hij voornamelijk variétéstukken, samen met zijn vriend Adolphe de Leuven. In eerste instantie oogstte Dumas weinig succes. Het eerste grote succes kwam in 1829 met het toneelstuk 'Henri III et sa cour'. Hierna had hij nog meer successen met toneelstukken. Maar hij legde zich uiteraard ook toe op het schrijven van romans en hiervoor wordt hij dan ook herinnerd. Dumas had een grote interesse in geschiedenis en dat is in zijn werk terug te zien. De geschiedenisleraar Auguste Maquet leverde hem feiten die Dumas in zijn romans verwerkte. Het eerste grote succes van deze samenwerking is het legendarische 'De drie musketiers' (Les trois mousquetaires) uit 1844. Ook de roman 'De graaf van Monte Cristo' (Le comte de Monte-Cristo) dateert uit 1844 en is gebaseerd op een werkelijk feit. Het vindt zijn oorsprong in het waargebeurde verhaal over de Franse schoenmaker Pierre Picaud die in 1807 in Parijs leefde. Picaud was verloofd met een rijke vrouw en zou met haar trouwen. Maar mensen uit zijn omgeving waren jaloers en zorgde ervoor dat hij valselijk werd beschuldigd van spionage voor Engeland. Hij werd veroordeeld en 7 jaar lang opgesloten. In de gevangenis vertelde een medegevangene op zijn sterfbed aan Picaud een geheim, een geheim over een schat. Nadat hij was vrijgelaten vond Picaud de schat en keerde als een rijk man terug in Parijs. Hier smeedde hij plannen voor wraak op de mensen die hem ten onrechte in de gevangenis hadden doen belanden. Dumas gebruikte dit gegeven voor Edmond Dantès. Dat de roman ook nu nog invloed heeft is te merken aan de films en verhalen die op deze roman gebaseerd zijn. Ook in de stripwereld kom je dit tegen, zoals bijvoorbeeld de stripreeks Dantès. Alexandre Dumas overleed op 05 december 1870.

Het verhaal over de graaf van Monte Cristo verscheen in 1942 in de reeks Classic Comics, als het derde deel uit deze reeks. Oorspronkelijk is het tekenwerk van dit deeltje een samenwerking geweest van drie mensen, te weten Ray Ramsey, Allen Simon en Vivian Lipman. De oorspronkelijke kaft was getekend door Ray Ramsey. In 1956 werd het boekje heruitgegeven maar nu als onderdeel van Classics Illustrated (deel 3) waarbij het tekenwerk ditmaal werd uitgevoerd door Lou Cameron. Hij tekende onder meer ook deel 06 Mars valt aan! Hierdoor ziet de strip die tegenwoordig te vinden is er wezenlijk anders uit dan de versie uit 1942.