21 Het geheimzinnige eiland

Illustrated Classic 021 - Het geheimzinnige eiland

Het is 20 maart 1865. Generaal Grant wil een einde maken aan de burgeroorlog door de belegering van Richmond. Maar de zuidelijken in de stad willen met een luchtballon ontsnappen aan de belegering en zo de hulp van generaal Lee inroepen. Het is echter vreselijk weer en de poging om met de ballon te ontsnappen wordt uitgesteld. Twee soldaten maken de ballon vast en gaan daarna schuilen. Dit tafereel wordt echter gadegeslagen door een zeeman die direct naar het huis van kapitein Cyrus Harding gaat. In het huis van deze krijsgevangene bevinden zich nog meer mensen. Pencroft, de zeeman die komt vertellen wat er aan de hand is, Herbert Brown (een vriend van Pencroft), de journalist Gideon Spillet en Neb de bediende van Harding. De vijf mannen zijn vastbesloten om uit Richmond te vluchten en de ballon biedt hen die kans. Ook de hond Top gaat mee met de vluchtpoging. De soldaten leggen hun niets in de weg en al snel worden ze door de wind meegevoerd. Gemakkelijk gaat het niet, alles moet overboord ook de mand waar ze in zaten om de storm te overleven. Nadat de storm is gaan liggen bevinden zij zich boven de eindeloze oceaan, geen land meer in zicht. Maar plots is daar aan de horizon het silhouet van land. Door een plotselinge golf komen Harding en de hond Top in zee terecht terwijl de ballon onstuitbaar voortgaat. De overige drie bereiken met moeite de kust. Na enig zoeken vinden ze tot hun verbazing Harding en de hond Top terug op het eiland. Hoe zijn zij daar terechtgekomen? Jup en Neb uit de Illustrated Classic 'Het geheimzinnige eiland' Het eerste wat ze gaan doen is uitzoeken waar ze zijn. Na een lange tocht komen ze er achter dat ze op een eiland belandt zijn. Nadat gezorgd is voor eten, drinken en onderdak wordt het eiland verkend. Tijdens zo'n verkenning krijgt Top het aan de stok met een zeekoe. De hond lijkt verloren maar wordt plots het land op geslingerd. De zeekoe is dood naar wat lijkt van een messteek. Harding beseft dat er iets geheimzinnigs is aan het eiland waar ze op terecht zijn gekomen. De weken gaan snel voorbij. Het vijftal bouwt tal van nuttige zaken zoals een smidse. Harding is in staat om nitroglycerine te maken. Met deze springstof legt hij een grot bloot die als hun nieuwe onderdak zal gaan dienen. Weer gaan er weken voorbij. De winter treedt in. Met hun eigen gemaakte wapens gaan ze op jacht. Pencroft heeft een jonge pecari (witlippekari) gevangen. Maar wanneer ze deze opeten blijkt er een kogel in te zitten. Nu is het wel duidelijk, er moeten andere mensen op het eiland zijn. De avonturen stapelen zich op voor het vijftal. Tijdens een van deze avonturen krijgt de groep gezelschap van de aap die Jup wordt gedoopt. Ook vinden ze op een naburig eiland, nadat ze een boot hebben gebouwd, de schipbreukeling Ayrton. Maar de situatie wordt echt nijpend wanneer piraten zich op het eiland willen vestigen. Maar ook nu krijgen ze hulp van hun onbekende weldoener. Het wordt wel zaak om het raadsel van het geheimzinnige eiland op te lossen en een manier te vinden om naar de beschaving terug te keren.

Classic Comics no 34 - Mysterious Island Classics Illustrated no 34 Mysterious Island US versie Het bekende verhaal 'Het geheimzinnige eiland' van Jules Verne dateert uit 1874. Het is onder meer een vervolg op de roman '20.000 mijlen onder zee' (die als deel 20 in de Illustrated Classic reeks is opgenomen). Op het einde van het verhaal komt dan ook weer kapitein Nemo en zijn duikboot Nautilus op het toneel. In 1947 werd het verhaal ook opgenomen in de Comics Classic reeks als nummer 34. Dit was meteen het laatste nummer dat als Classic Comic verscheen. Vanaf het volgende nummer (The Last Days of Pompeii) werd de serie herdoopt in Classics Illustrated. Zoals al vaker opgemerkt werd de kaft voor de latere herdruk herzien. De tweede voorkant heeft ook gediend als omslag voor de Nederlandstalige versie. De originele roman werd aan de strip aangepast door Manning Lee Stokes. Het tekenwerk van dit deeltje is van Robert Hayward Webb en David Heames.

Mannin Lee Stokes werd in 1911 geboren. Hij had een wat gemengde carrière. In 1945 verscheen zijn eerste werk. Vast staat dat hij in de jaren 60 meeschreef met de Nick Carter reeks, dit waren spionnenverhalen. Gedurende zijn leven schreef hij wel meer detectivewerk. Manning Lee Stokes overleed in 1976.
Robert Hayward Webb, beter bekend als Bob Webb, was een Amerikaanse tekenaar. In de jaren 40 en 50 werkte hij voor de Iger Shop. Hij werkte onder meer voor Fiction House aan 'The Hawk', 'Inspector Dayton', 'Kayo Kirby' en 'Sheena'. Ook maakte hij strips voor Fox Comics (Blue Beetle) en vele anderen. Maar voor de Classic Illustrated voorzag hij, naast dit deel, ook de verhalen 'Frankenstein' en 'Kidnapped' van illustraties.
Ook David Heames was een Amerikaanse tekenaar, die net als Webb voor de Igor Shop heeft gewerkt. Hij verzorgde tekeningen voor onder meer Farrell Publications, Fiction House (waaronder 'Kayo Kirby' en 'Sheena'), Leader Enterprises, MC Combs en Superior Publishers (Love and marriage).
In de Nederlandse versie is een informatief stukje opgenomen over Rembrandt van Rijn, in de Amerikaanse versie is het levensverhaal van Jules Verne opgenomen als extra informatie.

22 Macbeth

Illustrated Classic 022 - Macbeth

Op een open plek op de heide zitten drie heksen rond een ketel. Ze spreken af dat zij op de hei Macbeth zullen ontmoeten na de veldslag. In het begin van de elfde eeuw werd Schotland verscheurd door een opstand tegen koning Duncan. De neef van de koning, Macbeth die ook de thaan (titel) van Glamis is, voert het koninklijke leger aan. Koning Duncan en zijn zonen Malcolm en Donalbain wachten vol ongeduld op nieuws van het slagveld. Een gewonde krijger vertelt de koning dat zij de slag gewonnen hebben onder de dappere leiding van Macbeth. Dit bericht wordt bevestigd door de thaan van Rosse. De koning veroordeelde de thaan van Cawdor, een van de rebellen, ter dood. De titel thaan van Cawdor gaat over op Macbeth zo oordeelt Duncan. Op de nevelige heide bij het kamp van Duncan komen de heksen weer bijeen. Op dat moment naderen Macbeth en Banquo, eveneens een Schotse edelman en vriend van Macbeth. Zij zijn op weg naar de koning. Dan doen de drie heksen de voorspelling dat Macbeth nu ook thaan van Cawdor is en dat hij eens koning zal zijn. Maar ook voor Banquo is er een voorspelling. Hij zal een geslacht van koningen voortbrengen zonder zelf ooit koning te zijn geweest. Voor de ogen van de verbaasde vrienden lossen de drie heksen op in lucht. Dan nadert de thaan van Rosse en hij vertelt Macbeth dat hij nu ook thaan van Cawdor is, precies zoals voorspeld werd. Nadat Macbeth de koning begroet heeft gaan zijn gedachten terug naar de voorspellingen. Dit blijft hem bezighouden en hij vertelt zijn ervaring aan zijn vrouw lady Macbeth via een brief. Wanneer hij terug is op zijn kasteel op Inverness bespreken de echtlieden het voorval. Lady Macbeth heeft al over het geval nagedacht en koud en sluw als zij is beseft ze dat Macbeth alleen koning kan worden als Duncan dood is. En het lot lijkt haar te begunstigen want koning Duncan zal de nacht doorbrengen op Inverness. Ze heeft al bedacht dat Duncan die nacht moet sterven en vertelt dit aan haar man. Macbeth denkt die avond lang na en wil afzien van het plan maar lady Macbeth beschimpt hem. Macbeth en de 3 heksen uit de Illustrated Classics, tekening van Blum Als hij niet doorzet is hij geen man. Ze kunnen niet falen want ze heeft een plan waardoor de wachten van de koning de schuld zullen krijgen. Lady Macbeth overtuigt haar echtgenoot. Later op de avond, terwijl Macbeth wacht op een boodschap van zijn vrouw dat de kust veilig is, ziet hij in gedachten een dol voor zich. Een dolk zoals de zijne maar de dolk voor zijn geestesoog is besmeurd met bloed. Dan hoort hij signaal van zijn vrouw, de wachten zijn bedwelmd en Macbeth vervult zijn bloedige taak. Maar hij keert terug met de bebloede dolk in zijn handen en die moest bij de wachters blijven. Omdat Macbeth zelf niet terug durft te gaan doet zijn vrouw dit. Even later keert zij terug met bebloede handen. De volgende ochtend wordt de moord ontdekt door de Schotse edelen Macduff en Lennox. Macbeth vermoord de beide wachters waardoor zij hun onschuld nooit meer kunnen aantonen. De twee zonen van Duncan vluchten naar Engeland, evenals de trouw gebleven Macduff, de Thane van Fife. Hierop wordt Macbeth koning. Omdat Banquo ook van de voorspelling weet en zo zijn twijfels heeft, besluit Macbeth dat zijn vriend moet sterven. De aanslag lukt maar de zoon van Banquo, Fleance, ontkomt aan de moordenaarshand. Hoewel hij nu koning is treedt de wroeging in bij Macbeth. Hij ziet de geest van Banquo. Ook lady Macbeth begint last te krijgen van de daden, zij begint te slaapwandelen waarbij zij onophoudelijk haar handen wast. Opnieuw bezoekt Macbeth de drie heksen die hem weer een voorspelling doen. Macbeth zal alleen overwonnen worden wanneer het woud van Birnam tegen Dunsinan (het nieuwe kasteel van Macbeth) ten strijde trekt. Daarnaast kan hij alleen geveld worden door mens die niet door een vrouw ter wereld is gebracht. Ook moet hij oppassen voor Macduff. Hierdoor voelt Macbeth zich zeker. Een woud kan immers niet oprukken en ieder mens is geboren uit een vrouw. Het gezin van de gevluchte Macduff wordt uitgemoord. Maar hij heeft de voorspelling niet goed begrepen. Aangespoord door de vele wrede daden komen Macduff en Malcolm in opstand en trekken vanuit Engeland met een leger naar Schotland. Vele Schotse edelen lopen over naar de zoon van hun vroegere koning. Maar nog steeds voelt Macbeth zich zeker. Maar dan besluit Malcolm dat iedere man een tak uit het woud van Birnam zal dragen zodat onduidelijk is uit hoeveel strijders zijn leger bestaat. En zo trekt het woud op naar Dunisan. Dan komt het bericht naar Macbeth dat zijn vrouw dood is, mogelijk zelfmoord. Macbeth doet met zijn mannen een uitval maar wordt in de steek gelaten. Hij loopt alleen door het woud en treft uiteindelijk Macduff. Nu blijkt dat deze laatste via een keizersnede ter wereld is gekomen. Zijn moeder heeft hem dus niet gebaard. Dit is het tweede deel van de voorspelling. In het gevecht dat volgt vindt Macbeth dan ook de dood en Malcolm wordt gekroond tot koning.

Classics Illustrated no 128 - Macbeth
Dit deel uit de Illustrated Classics is uiteraard gebaseerd op het bekende werk van William Shakespeare. Het is een tragedie die hij ergens tussen 1603 en 1607 geschreven heeft. Shakespeare heeft zijn verhaal gebaseerd op de ware gebeurtenissen van de Schotse koning Macbeth van Schotland (1005-1057). Deze man kwam op de troon toen hij koning Duncan I van Schotland doodde in 1040. De door Shakespeare geschreven tragedie is een van de meest bloedige die de bekende auteur op schrift stelde. Het verhaal richt zich vooral op Macbeth die aan het begin nog een eerlijke edelman is die zijn vorst trouw dient. Maar na de voorspelling dat hij koning zal worden sluipt de gedachte binnen dat dit alleen kan door de koning te vermoorden. Hoewel Macbeth zelf eigenlijk wil afzien van het plan om via moord de macht te grijpen, is het zijn vrouw lady Macbeth die hem sterk aanspoort om door te gaan met het bloedige plan. Na voltrekking van de laffe moord begint bij beide de wroeging te knagen. Omdat hij door geweld de troon heeft verkregen ziet Macbeth zich steeds meer genoodzaakt om bedreigingen uit de weg te ruimen. Hij verandert in een tiran wat uiteindelijk ook zijn val inleidt. Wat dat betreft is het nog steeds een actueel thema.

In Amerika werd dit verhaal in 1955 als deel 128 van de Classics Illustrated uitgebracht. In Nederland en Belgié verscheen het een jaar later in de reeks. In de Nederlandse versie wordt bij de openingsbladzijde verwezen naar de vertaling van Nico van Suchtelen (1878-1949). Deze Nederlandse schrijver, dichter, vertaler en uitgever verzorgde onder meer de vertaling van het werk van Shakespeare. Deze verwijzing is waarschijnlijk nodig geweest om de letterlijke Nederlandse tekst van Macbeth, die soms in het boekje te vinden is, te kunnen opnemen. In de Nederlandse editie is achterin op de bekende gele pagina's informatie opgenomen over Shakespeare, een stuk over de afstammeling van Banquo (waar het verhaal ook naar verwijst) en een gedeelte over een pionier der wetenschap Marie Sklodowska Curie. In de Engelse editie zijn ook de gedeeltes over Shakespeare en Banquo terug te vinden. Het stuk over Curie niet, in plaats daarvan is er het tweede gedeelte van het verhaal 'The story of Great Britain' opgenomen wat gaat over de Romeinse verovering van Engeland. De inmiddels al eerder genoemde Alex Blum was de tekenaar van dit deeltje.

23 Het schateiland

Illustrated Classic 023 - Het schateiland

De vader van Jim Hawkins had de herberg 'Admiraal Benson'. Jim en zijn moeder hielpen mee met het werk zoals in die tijd (de 16de eeuw) gewoon was. Op een dag verscheen er een zeeman bij de herberg. De man klopte aan en na een glas rum besloot de zeeman te blijven in de herberg. Als naam gaf hij op Kapitein. Hij was een rustige man. De hele dag zwierf hij rond bij de baai. De hele avond zat hij in de hoek en dronk rum. Hij beloofde Jim een zilverstuk op de eerste van elke maand als Jim goed op zou letten of hij een zeeman met één been zag. Jim Hawkins ontmoet een piraat uit Illustrated Classics Schateiland, tekening van Alex Blum Als Jim die man zag moest hij Kapitein waarschuwen. De maanden gingen voorbij en de oude zeeman was niet meer weg te denken uit de herberg. Op een dag kwam dr Livesey naar de zieke vader van Jim kijken. De vader van Jim werd steeds zieker en de jongen had niet veel tijd meer om zich te storen aan Kapitein. Op een morgen, toen Kapitein uit wandelen was, verscheen er een andere zeeman die vroeg of zijn vriend Bill in deze herberg verbleef. Plotseling kwam Kapitein binnen gelopen en herkende de andere man die hij Poedel noemde. Het kwam tot een gevecht waarbij Poedel op de vlucht sloeg. Juist toen Kapitein flauw viel kwam dr Livesey binnen. Hij merkte dat Kapitein teveel gedronken had. Later in de kamer van Kapitein vertelde deze aan Jim dat hij stuurman was geweest bij de piraat Flint. Ook Poedel hoorde bij de bemanning. Als de anderen er ook waren kon het zijn dat ze hem het zwarte teken zouden geven. Als dit zou gebeuren moest Jim de dokter gaan halen. Die avond stierf de vader van Jim en hij had het nu zo druk dat hij het verhaal van Kapitein vergat. Enkele dagen later verscheen er een blinde man die Jim dwong om hem naar Kapitein te brengen. De jongen deed wat er gezegd werd. Kapitein schrok vreselijk toen hij de man zag. De blinde man, die Pew heette, gaf Kapitein een stuk papier. Toen Kapitein het las greep hij naar zijn keel en viel dood neer. Jim vertelde zijn moeder wat er was gebeurt en zij beseften dat ze in groot gevaar waren. Samen gingen ze op weg om de hulp van dr Livesey te gaan inroepen. Maar de naam van Flint was genoeg om iedereen op een afstand te houden. Niemand wilde de dokter gaan halen en dus gingen ze terug naar de herberg en doorzochten de kist van Kapitein. Zijn moeder haalde het geld er uit wat de zeeman hen nog verschuldigd was en het oog van Jim viel op een bundeltje papieren. Terwijl die avond de piraten terugkwamen werden Jim en zijn moeder gered door douane-ambtenaren die wel waren gewaarschuwd. Nu kwam Jim wel aan bij het huis van de dokter en vertelde aan dr Livesey wat er was gebeurt. Ook jonker Trelawney was aanwezig. Nadat ze het verhaal hadden aangehoord beseften ze dat de papieren van Kapitein konden leiden naar de schat van Flint. En dus ruste de jonker een schip, de Hispaniola, uit om de schat te gaan zoeken. Eerst lukte het hem niet om een bemanning te vinden maar nadat hij een zeeman genaamd Long John Silver had leren kennen zorgde deze laatste ervoor dat er toch een bemanning kwam. Kapitein Smollett werd door de jonker aangesteld om het schip te leiden. En zo voer de Hispaniola uit op zoek naar de schat van Flint. Maar al snel bleek dat Long John Silver niet de eerlijke zeeman was die hij zei te zijn.

Classics Illustrated no 64 Treasure Island US versie 1 Classics Illustrated no 64 Treasure Island versie 2 Robert Louis Stevenson is de auteur van de roman waarop het boekje 'Schateiland' (Treasure Island) is gebaseerd. Hij werd geboren in Edinburgh op 13 november 1850. Stevenson had een zwakke gezondheid. Hij begon op de universiteit een studie voor ingenieur, maar stapte later over op rechten. Ondanks zijn zwakke gezondheid maakte hij verschillende reizen naar Hawaï. Stevenson schreef voor verschillende tijdschriften. Het boek wat zijn doorbraak betekende was Treasure Island uit 1883. Oorspronkelijk zou de roman Sea-cook gaan heten maar uiteindelijk kwam het onder de titel Schateiland op de markt. Maar dit is zeker niet het enige bekende werk van Stevenson. Hij schreef bijvoorbeeld ook het bekende boek The Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde (1886), maar ook Kidnapped (Ontvoerd) uit 1886 en The Master of Ballantrae (De Heer van Ballantrae) uit 1889. In de Illustrated Classics zijn dan ook meer werken van Stevenson te vinden. Stevenson overleed op 03 december 1894 aan de gevolgen van een hersenbloeding. In de Nederlandstalige editie zijn als extra opgenomen de biografie van Stevenson, een stuk over John Roebling en informatie over Lohengrin (een opera van Wagner). In de Engelstalige versie zijn ook de stukken over Stevenson en Roebling opgenomen. Het gedeelte over Lohengrin niet, in plaats daarvan vind je hier een stuk over dog heroes (een stuk over een collie genaamd Major) en een stuk over The magic flute van Mozart. Het tekenwerk van dit deeltje is wederom afkomstig van Alex Blum, die ook de kaft van de eerste Amerikaanse uitgave tekende.

24 De ridders van de tafelronde

Illustrated Classic 024 - De ridders van de tafelronde

Toen Uther Pendragon koning van Engeland was, waren er vele edellieden die hem weliswaar trouw hadden gezworen, maar die op zijn dood wachtten om zich meester te maken van de troon. Toen hij eenmaal een zoon kreeg vertrouwde hij deze toe aan Merlin, zodat de edelen geen poging zouden wagen om de jongen te vermoorden. De jongen, die Arthur heette, wist helemaal niet dat de koning van Engeland zijn vader was. Hij groeide op in het gezin van Sir Ector en was goede maatjes met Kay, de zoon van Sir Ector. De jaren gingen voorbij en het land werd verscheurd door onderlinge strijd. Nadat de koning was overleden werd besloten dat er een nieuwe koning moest komen. Hiertoe werd een toernooi georganiseerd. Toen de edelen zich verzamelden zagen zij een zwaard in een aambeeld steken. Op de tekst bij het aambeeld stond dat degene die het zwaard uit het aambeeld zou kunnen trekken de rechtmatige koning van Engeland zou zijn. Velen probeerden het, doch allen faalden. Onderweg naar het toernooi bleek dat Kay zijn zwaard was vergeten. Arthur reed terug om het te halen en zag het zwaard in het aambeeld. Zonder er verder over na te denken trok hij het zwaard er uit en bracht dit naar Kay. Zo werd duidelijk wie Arthur echt was, de koning van Engeland. Kort na zijn kroning ging Arthur met Merlin mee naar een meer. Een vrouwenhand hield een zwaard boven het water, dit was het zwaard voor Arthur, een zwaard met de naam Excalibur. Zolang Arthur de schede van het zwaard zou dragen zou hij nimmer bloed verliezen, hoe zwaar gewond hij ook was. Na een jaar besloot Arthur dat hij wilde trouwen met Geneveva, de dochter van koning Leodegrance. Als huwelijksgeschenk ontving Arthur een ronde tafel waar 150 dappere ridders aan konden plaats nemen. Galahad wordt geridderd uit de strip De ridders van de tafelronde Zo werd de tafelronde geboren. Vele dappere edelen melden zich aan zoals Sir Lancelot en Sir Gawaine. De roem van de tafel verspreidde zich door Engeland en vele ridders wilden lid worden. Op een dag meldde zich een jongeman. Hij vroeg om 3 gunsten. Het eerste was of hij een jaar aan het hof mocht blijven. Daarna zou hij de andere vragen stellen. Arthur stemde in en vertrouwde de jongen toe aan Sir Kay. Deze stelde het geduld van de jongen op de proef, maar de vreemdeling doorstond de test glansrijk. Na een jaar werd hij er op uit gestuurd om een jonkvrouw te redden. En ondanks de schimpscheuten van de dienstmaagd die om de hulp vroeg bleef de jongeman rustig en kweet zich uitstekend aan zijn taak. Later bleek dat de jongeman Sir Gareth was. Maar het was Sir Lancelot die de meest beroemde ridder bij de tafelronde bracht, Sir Galahad. Alleen hij mocht op de zetel zitten bestemd voor de gevaarlijkste ridder. Ook Sir Galahad verkreeg een bijzonder zwaard. Op een avond verscheen de beeltenis van de heilige graal aan de tafelronde. De ridders vertrokken naar alle uithoeken om het te zoeken. Maar het was Sir Galahad die de graal vond, waarna nooit meer iets van hem vernomen werd. Tragiek achtervolgde de ridders en de tafelronde. Zo verloor Arthur op een kwade dag Sir Lancelot die zich terugtrok op zijn kasteel in Frankrijk. Ondertussen probeerde Mordred zich meester te maken van de Engelse troon. In de velden van de Kantelberg kwamen de legers tegenover elkaar te staan. Felle gevechten werden geleverd. Toen de zon onderging leefden nog maar 3 mannen. Arthur, Mordred en Sir Bedivere. Arthur en Mordred vochten waarbij de koning won, maar omdat hij die dag de schede had verloren van het zwaard raakte hij dodelijk gewond. Sir Bedivere wilde eerst Excalibur niet in het meer gooien. Maar Arthur had hem door. Toen de laatste ridder aan de wens van zijn koning voldeed zag hij een vrouwenhand het zwaard wegvoeren. Sir Bedivere bracht Arthur naar een boot aan de rand van het meer. Deze boot, met edele koninginnen en hofdames brachten Arthur naar zijn laatste rustplaats. Zo eindigde de tafelronde.

Classics Illustrated no 108 - Knights of the round table Het vierentwintigste deel uit de Illustrated Classics serie is het verhaal 'De ridders van de tafelronde'. Angliaanse koning uit de 7de eeuw, tekening van Agnus McBride Het verhaal gaat over de legendarische koning Arthur en zijn ridders die al eeuwenlang tot de verbeelding van mensen spreekt. Arthur (ook wel Artur of Artus) maakt deel uit van Keltische legenden en de middeleeuwse hoofse literatuur. Of hij ook werkelijk heeft geleefd staat eigenlijk helemaal niet vast. Wat wel vaststaat, is dat de gebeurtenissen zoals die zo vaak worden gepresenteerd in de Arthur verhalen verzonnen zijn. Er is geen genootschap geweest dat zich de ridders van de tafelronde noemde. En zo hoffelijk als de heren ridders in de boeken en de films worden gepresenteerd waren zij zeker niet. In de Engelse geschiedenis zijn wel wat aanwijzingen te vinden voor een leider die Arthur genoemd zou kunnen worden. Hij zou een Romano-Britse legeraanvoerder geweest kunnen zijn die een halt probeerde toe te roepen aan de veroveringen van Brittannië door de Angelsaksen (Germaanse stammen) in de vijfde en zesde eeuw. Als hij al geleefd heeft dan zag hij er zeker niet uit zoals velen hem in het hoofd hebben. Rechts is een afbeelding opgenomen van een uitmonstering zoals die in de zevende eeuw gebruikelijk was. In eerdere periodes zal er nog veel meer Romeinse invloeden te zien zijn geweest. Arthur wordt voor het eerst genoemd in het Welsh gedicht, Y Gododdin van de dichter Aneirin uit de zevende eeuw. De monnik Nennius schreef rond 830 Historia Britonum waarin Arthur wordt omschreven als een aanvoerder, niet als een koning. Maar het is aan Geoffrey of Monmouth te danken dat de Arthur legende (met onder meer Merlijn of Merlin) een vastere vorm kregen. Hij bracht de verhalen samen en deed dit in de twaalfde eeuw. De Arthur legende zoals we die nu kennen is te danken aan het werk van Thomas Malory, Le Morte d'Arthur, dat werd uitgegeven in 1485. Alle latere verhalen over Arthur baseren zich op dit boek. (bron: nl.wikipedia.org/wiki/Koning_Arthur)

Het verhaal in dit deel van de Illustrated Classics is een bewerking van John Cooney die zich mogelijk gebaseerd heeft op de verhalen van Sidney Lanier (The boy's King Arthur uit 1880) of Howard Pyle (The story of the champions of the round table uit 1905). Het tekenwerk is ook nu van Alex Blum.

25 De Odyssee

Illustrated Classic 025 - De Odyssee

Vele eeuwen geleden werd een Griekse prinses ontvoerd door een Trojaanse prins. Dit voorval was de aanleiding tot de Trojaanse oorlog die tien jaar duurde. Het eindigde met de vernietiging van Troje. Een van de belangrijkste strijders aan Griekse kant was Odysseus (of Ulysses zoals de Romeinen hem later zouden noemen). Met buit beladen was hij met zijn vloot op de terugweg naar Ithaca toen hem een reeks vreemde avonturen overkwam. De twaalf schepen kwamen in de buurt van Ithaca toen er een storm opstak die hen weer naar zee dreef. Na enige tijd bereikte de vloot het land van de cyclopen, het volk van de eenogige reuzen. De mannen van Odysseus gingen op zoek naar vers voedsel en die avond werd er goed gegeten. Maar de volgende dag zagen ze een groot vuur op het eiland. Met een groep mannen ging Odysseus aan land om het geval te onderzoeken. Ze vonden een ogenschijnlijk verlaten grot. Maar plotseling verscheen de cycloop. Odysseus en zijn mannen verstopten zich. De cycloop dreef een kudde schapen naar binnen en sloot de grot toen af met een grote steen. Odysseus probeerde met de cycloop te praten, maar deze at twee mannen van Odysseus op. Toen de cycloop de volgende dag weer wegging met zijn kudde sloot hij de Grieken in. Odysseus liet zijn mannen een punt aan een boomstam maken. Die avond at de cycloop nogmaals twee Grieken op. Toen bood Odysseus hem de koppige wijn aan die hij had meegebracht en vertelde dat hij niemand heette. Met de scherpe boomstam werd de cycloop verblindt en toen de andere cyclopen kwamen kijken wat er aan de hand was zei hij dat niemand hem pijn had gedaan. Hierop vertrokken de andere cyclopen weer. Odysseus en Circe uit de strip De odyssee Nu moesten ze nog ontsnappen. Odysseus liet zes schapen selecteren zodat zij allen onder een schaap zich konden verbergen. De volgende morgen werden de schapen weer buiten gelaten. De blinde cycloop betaste de ruggen van de schapen maar merkte niet dat de Grieken onder de schapen hingen. Zo ontkwamen ze aan hun gevangenis. Nadat de cycloop merkte dat hij bedot was wierp hij nog wel stenen naar de schepen maar deze konden ongedeerd ontkomen. Na een tijdje kwamen ze op een drijvend eiland, waar een machtige koning woonde, heerser over de winden. Hij wilde Odysseus wel helpen om thuis te komen. Alle winden, behalve de westenwind, werd in een zak gedaan. Zo naderden de schepen weer Ithaca. Jammer genoeg dachten sommige mannen dat de zak een rijke buit bevatte en openden de zak. De losgelaten winden bliezen hen weer terug de zee op. Op een gegeven moment kwamen de mannen aan bij een ander eiland. Eenmaal aan land zag Odysseus in de verte een rookkolom. Toen hij dit aan zijn mannen vertelde werden ze nieuwsgierig. Een deel van de mannen ging met hem mee, de anderen gingen met Eurylochus mee. De groep met Eurylochus kwam op een gegeven moment bij een paleis waar zij een mooie vrouwenstem hoorden zingen. Alle mannen, behalve Eurylochus, gingen naar binnen en vielen onder de toverspreuk van Circe. Zij veranderde de mannen in zwijnen. Omdat zijn mannen niet meer terugkwamen ging Eurylochus terug naar Odysseus die op zijn beurt het paleis binnen ging. Maar voordat hij naar binnenging kreeg hij van een vreemde geest kruiden waardoor de spreuk van Circe ongevaarlijk werd. Dankzij deze kruiden overwon Odysseus Circe. De mannen werden weer mannen. Circe had er spijt van dat ze de Grieken zo slecht behandeld had. Odysseus en zijn mannen bleven een jaar op het eiland. Toen hij weer vertrok kreeg hij Circe adviezen mee hoe hij de gevaren op weg naar huis kon omzeilen. Hij kreeg te maken met sirenen en hun lokroep, met Scylla het zeskoppige zeemonster en de woede van Zeus. Maar alle gevaren werden overwonnen. Echter op het einde was alleen Odysseus nog over. Hij bereikte Ithaca waar hij leerde dat de edelen zijn vrouw wilden dwingen om opnieuw te trouwen. Samen met zijn zoon smeedde hij een plan om de edelen te straffen. Het plan werkte en Odysseus kon zijn plaats op de troon weer innemen.

Classics Illustrated no 81 - The oddessey 1ste versie Classics Illustrated no 81 - The oddessey 2de versie Wederom een verhaal uit de vroegere tijden van de mens als basis voor een Illustrated Classics. Ditmaal is het 'De odyssee' van Homerus die de basis vormde voor een deeltje. Het verhaal is een vervolg op de Ilias, die als deel 13 in de Illustrated Classics is opgenomen. De held Odysseus maakt een jarenlange zwerftocht om weer thuis te komen. In deze strip wordt maar een klein deel van de gebeurtenissen die in De odyssee beschreven worden behandeld. Op zich logisch aangezien het hele verhaal moest worden teruggebracht naar een beperkt aantal pagina's. De avonturen van Odysseus vonden in Romeinse tijden nog navolging. De Romeinse dichter Vergilius schreef veel later het epos de Aeneïs. Hierin worden de belevenissen van de Trojaanse held Aeneas na de val van Troje beschreven. Zoals al werd opgemerkt noemden de Romeinen Odysseus Ulysses. De Ierse schrijver James Joyce baseerde zijn meesterwerk Ulysses op de Odyssee. Het verhaal verscheen in de Amerikaanse reeks als nummer 81. Bij de eerste uitgave is de kaft nog dezelfde als die later de Nederlandstalige versie zou sieren. De kaft is gemaakt door de welbekende Alex Blum. In 1969 verscheen een herdruk waarbij een andere afbeelding de kaft sierde. Deze tweede kaft is gemaakt door Tony Tallarico. Deze Amerikaanse tekenaar en schrijver werd in 1933 geboren in New York. Zo rond 1953 begon hij zijn tekencarrière. Hij heeft veel werk geleverd voor Charlton Comics en Dell Comics. Voor de Classics Illustrated heeft hij het tekenwerk gedaan voor een verhaal van H.G. Wells. Ook voor de junior uitgaven van Classics Illustrated heeft hij tekenwerk afgeleverd. Het tekenwerk van De odyssee is niet van hem, maar van Harley M. Griffiths. Hij werd in 1908 geboren in Brooklyn waar hij de St. Augustine's High School bezocht. Later bezocht hij de National Academy of Art. Al zijn werk voor Classics Illustrated dateert van het begin van de reeks. In 1947 werd hij de art director voor B. Altman and Company. Dit werk bleef hij doen tot zijn pensioen. Griffiths overleed in 1986. Als extra's is in de Nederlandstalige editie informatie opgenomen over Homerus en een stukje over Justinianus. In de Engelstalige versie is er, naast de al genoemde stukjes, nog informatie opgenomen over de hond Bosco en een tekstgedeelte over een opera van Verdi.

26 De mijnen van koning Salomon

Illustrated Classic 026 - De mijnen van koning Salomon

Allan Quatermain blikt terug op de gebeurtenissen die hij heeft beleefd in Afrika, gebeurtenissen die hem en zijn metgezellen zouden brengen naar de vallei des doods en de mijnen van koning Salomon. Nadat hij een vakantie had genoten in Kaapstad keerde hij met een schip terug naar Durban, Natal in Zuid-Afrika. Aan boord maakte hij kennis met Sir Henry Curtis en de gepensioneerde kapitein John Good. Quatermain vertelde aan beide mannen hoe hij in bezit was gekomen van een met bloed geschreven kaart die zou leidden naar de mijnen van koning Salomon. De kaart was getekend door een Portugese gelukzoeker genaamd José da Silvestra. Nu bleek dat de broer van Sir Henry, George, ook op zoek was gegaan naar de mijnen. Maar hij werd al vijf jaar vermist en Sir Henry was vastbesloten om hem te vinden. Dus vroeg hij Quatermain om een expeditie uit te rusten. Ook kapitein Good wilde deel nemen aan de onderneming. Vlak voor ze zouden vertrekken voegde de bediende Umbopa zich bij het gezelschap en stelde zich in dienst van Sir Henry. Nadat ze al een tijd door het land hadden getrokken zag Good op een gegeven moment een groep olifanten en als fervent jager wilde hij een poging wagen. Dit werd de volgende dag ondernomen maar kende een tragische afloop. Khiva, de trouwe bediende van Quatermain, redde het leven van Good ten koste van zijn eigen leven. In de tweede week van mei kwamen ze aan bij de kraal van Sitanda waar ze alle zware uitrusting achterlieten. Voor hen lag de dodelijke woestijn. Dagen lang trokken ze, gekweld door gebrek aan water, door de verzengende hitte en alleen het vinden van een kleine bron door de spoorzoeker Ventvogel, redde hun leven. Een dodelijke jacht uit de strip De mijnen van koning Salomon Na de hitte van de woestijn kwam de kou van het hooggebergte. Op een avond zochten ze beschutting in een grot. De volgende ochtend bleek Ventvogel te zijn doodgevroren. In dezelfde grot lag ook het lichaam van José da Silvestra, dit werd ook de laatste rustplaats van Ventvogel. Zo bereikte slechts vier mannen de achterliggende vallei. Maar hier stuiten ze meteen op krijgers van een stam. Alleen door het gebruik van zijn vuurwapen slaagde Quatermain er in om de krijgers ervan te overtuigen dat hij een blanke god was. Onderweg naar het dorp hoorde Quatermain het verhaal van de stam. Twala was de koning. Hij was de zwakste en laatstgeborene van een tweeling. Zijn broer Imotu zou de opvolger moeten worden van hun vader Kafa. Maar de heks Gagool dacht hier anders over. Zij nam Twala onder haar hoede en nadat Kafa stierf zorgde ze ervoor dat Twala de koning werd en niet zijn broer. Twala doodde zijn broer maar de vrouw van Imotu vluchtte met hun kind, een jongen genaamd Ignosi. Eenmaal in het dorp bleek al snel dat Twala een boosaardig en wreed heerser was. Maar er kwam die avond ook een verrassing. Umbopa bleek de verdwenen Ignosi te zijn. Een strijd om de troon zou zich gaan ontvouwen. De drie blanke mannen kozen uiteraard de zijde van Ignosi. Uiteindelijk werd Twala verslagen en in een tweegevecht met Sir Henry gedood. Good was ondertussen ziek geworden maar werd liefdevol verpleegd door de mooie Foulata, die zij eerder uit de handen van Twala hadden gered. Gagool kreeg van de nieuwe koning de opdracht om de drie mannen naar de mijnen van koning Salomon te brengen. Het leek alsof ze woord hield maar de heks had een plan om de mannen te doden. Een plan dat door Foulata werd verijdeld maar daarvoor zij betaalde met haar leven. Hoewel zij nu een enorme rijkdom zagen moesten de mannen een uitweg uit de mijn zien te vinden. Gelukkig lukte hen dit. Na afscheid te hebben genomen trokken ze verder en stuiten bij toeval op de verblijfplaats van de broer van Sir Henry. De vier mannen keerden rijk terug naar hun wereld.

Classics Illustrated no 97 - King Salomon's mines
Sir Henry Rider Haggard (1856-1925) is de schrijver van het oorspronkelijke boek 'King Solomon's Mines' waar dit deel uit de serie op gebaseerd is. Het verscheen voor het eerst in 1885. Haggard kende Afrika goed. Tijdens de Zoeloe-oorlog en de Eerste Boerenoorlog trok hij als soldaat door het land en deed daar vele indrukken op. Deze indrukken verwerkte hij later in zijn romans. Toen het boek voor het eerst verscheen was het direct een groot succes en bleef lang de fantasie van het lezerspubliek prikkelen. De hoofdpersoon uit de roman, Allan Quatermain, keerde later nog terug in nieuwe boeken van Haggard en beleefde nieuwe avonturen. Het boek is ook meerdere malen verfilmd. De roman werd door Kenneth Fitch bewerkt zodat er een stripverhaal van gemaakt kon worden. Het tekenwerk in dit boek, als ook de kaft, is gemaakt door Henry C. Kiefer die al eerder naar voren kwam als tekenaar (zie o.a. deel 20 - 20.000 mijlen onder zee). De extra informatie in het Nederlandse deeltje betreft een biografie over Sir H. Rider Hagard, een tekstgedeelte over Samuel Gompers (die voor arbeidsvoorwaarden opkwam) en een verhaal over de Mormonen van Salt Lake City. Deze drie verhalen zijn ook terug te vinden in de Engelstalige versie maar daar is nog een vierde verhaal opgenomen. Dit gaat over de honkballer Lou Gehrig.

27 Wilde Bill Hickok

Illustrated Classic 027 - Wilde Bill Hickok

Op een warme middag in augustus 1876 in Deadwood City (in het huidige Zuid Dakota) was een journalist getuige van een indrukwekkende gebeurtenis. Twee mannen reden al schietend door de hoofdstraat die in een oogwenk verlaten was. Op een man na, die doodkalm bleef staan wachten op de schutters. Als bij toverslag verschenen er twee revolvers in de handen van de eenzame man, die beide schutters neerschoot. Al snel hoorde de journalist dat de eenzame man de bekende Wild Bill Hickok was, de man waarvoor hij naar het westen was gereisd. Wild Bill Hickok uit Illustrated Classics De journalist werd aangesproken door Charlie Utter die Hickok al als kleine jongen had gekend. Van Charlie hoorde de journalist het levensverhaal van deze bekende wild west figuur. De echte naam van Wild Bill was James Butler Hickok. Hij werd geboren rond 1840 in een stadje genaamd Troy Grove aan de grens van Illinois. De vader van Jim was een abolitionist (tegenstander van de slavernij) en hielp ontsnapte slaven ontkomen naar het vrije noorden. Toen Jim elf jaar was moest hij zijn vader hier voor het eerst mee helpen. Toen hij zeventien was ging Jim werken bij de aanleg van het Illinois-Michigan kanaal. Hij kreeg het aan de stok met een enorme bullebak genaamd Hudson. Iedereen was bang voor Hudson maar met Jim viel niet te sollen. Omdat Jim dacht dat hij Hudson in een gevecht had gedood vertrok hij naar het westen. Gelukkig voor Jim was Hudson niet dood en bleef hij een vrij man. Jim sloot zich aan bij de roodbroeken die tegen een stel schurken vocht die de grensboeven werden genoemd. Het grote gevecht vond plaats in 1858. Ook Charlie Utter maakte deel uit van de roodbroeken en op die beslissende dag zag hij Jim zijn wapens gebruiken zoals hij nog nooit iemand had zien vuren. Nadat met de grensboeven was afgerekend werd Jim muilezeldrijver op de Santa Fe route. Later werd Jim wagenmeester. Eens vocht Jim met een beer. Hij doodde het dier met een mes, hiermee begon zijn naam bekend te worden. Om bij te komen van zijn verwondingen stuurde de maatschappij hem naar het station Rock Creek. Hier kreeg hij het aan de stok met Dave MacCanless, die uit het zuiden kwam. De burgeroorlog was net begonnen en Jim was tegen de slavernij. Uiteindelijk ruimde Jim Maccanless en zijn bende uit de weg in een vuurgevecht. Jim moest voor de rechter komen maar werd vrijgesproken. Nu de oorlog een feit was ging Jim zijn deel doen en hij ging naar fort Leavensworth. Hier kreeg Jim opdracht om voedselvoorraden met een karavaan naar Independence in Missouri te brengen. Een bende overviel de karavaan en stal de voorraden. Natuurlijk liet Jim het hier niet bij zitten maar eerst gebeurde er iets anders in Independence. Een meute wilde een winkelier ophangen maar Jim greep hardhandig in en de meute kwam tot bedaren. Toen riep een vrouw uit het publiek "Goed zo Wilde Bill" en zo kwam Jim aan zijn bijnaam. Niemand noemde hem vanaf toen nog anders dan Wild Bill Hickok. Ook de voorraden werden teruggevonden. Wild Bill ondernam vele gevaarlijke opdrachten tijdens de burgeroorlog. Na de oorlog werkte hij als scout voor het leger, maar hij werd ook veel gevraagd om steden te ontdoen van allerlei raddraaiers. In die jaren ontmoette hij ook de vrouw met wie hij zou trouwen. En nu, vertelde Charlie, is Wild Bill in Deadwood om de stad schoon te vegen. En dat was al aardig gelukt. Dus die avond speelde Wild Bill een spelletje poker toen een zekere MacCall de saloon binnenstapte en Wild Bill Hickok in de rug schoot. De wild West legende was niet meer.

Wild Bill Hickok Classics Illustrated no 121 - Wild Bill Hickok Het leven van James Butler Hickok, ook wel bekend als Wild Bill Hickok, is het onderwerp van deel 27 uit de Illustrated Classics serie. Hij heeft echt bestaan en links naast deze tekst is een foto van hem te zien ((bron foto: nl.wikipedia.org/wiki/Wild_Bill_Hickok).
De levensloop van Wild Bill Hickok zoals dit in het boekje uiteen wordt gezet, komt vrij goed overeen met wat er van hem bekend is gebleven. Wat wel altijd onduidelijk is gebleven is de reden waarom Jack McCall nu precies Wild Bill doodschoot. Volgens sommige bronnen had het te maken met een geldlening, maar helemaal zeker is dit nooit geworden.
In de Nederlandse editie is als extra een informatief stuk opgenomen over het lot van de Nez Perces indianenstam. De stam heeft op een hardvochtige manier kennis gemaakt met de moraal die heerste in het Amerika van de 19de eeuw. Dit stukje informatie is ook terug te vinden in de Engelstalige versie, maar hier is een extra stuk opgenomen over een andere bekende naam uit het wilde westen namelijk Jesse James.
Het tekenwerk van dit deeltje is van de hand van Sal Trapani (die al eerder is genoemd in de reeks, zie deel 10 - Zo vind ik Livingstone) en Medio Iorio. Nu is er over deze laatste tekenaar niet zoveel bekend, je zou haast denken aan een schuilnaam, maar wat wel bekend is gebleven is dat deze persoon net als Trapani veel voor Charlton Comics heeft gewerkt.

28 Caesars overwinningen

Illustrated Classic 028 - Caesars overwinningen

Iets meer dan 2000 jaar geleden vormden de gebieden, die tegenwoordig bekend zijn als Frankrijk, Nederland, België, Zwitserland en Duitsland, samen één gebied dat Gallië werd genoemd. Hoewel het één geheel vormde, had Gallië geen centraal gezag. Er woonden vele stammen, die verschillende talen spraken en hun eigen gewoonten en wetten hadden. De stammen voerde ook voortdurend oorlog met elkaar. In die tijd was Rome de machtigste staat ter wereld. In 58 v.Chr. benoemde de Romeinse senaat Julius Gaius Caesar tot gouverneur van de twee Romeinse provincies die aan Gallië grensden. In dat jaar begon Caesar een veldtocht met als doel heel Gallië te veroveren. Caesar hield nauwkeurig aantekening van al zijn triomfen en nederlagen. Het boek kreeg als titel 'Over de Gallische oorlog'. Doordat de Helvetii, een stam uit het oosten van Gallië, naar nieuwe gebieden zochten trokken zij naar het westen. Caesar hoorde van de volksverhuizing en besefte dat de Helvettii maar via twee routes naar het westen konden gaan. Een daarvan ging over Romeins gebied. Dit kon hij nooit toestaan en Caesar liet de grens dan ook versterken. Daarop kozen de Helvetii de andere route maar het duurde niet lang voordat de Gallische leiders uit dat gebied Caesar om hulp kwamen vragen. Hij besloot de invallers tegen te houden. Het kwam tot een veldslag die door de Romeinen gewonnen werd. Maar hiermee was de rust nog lang niet teruggekeerd. Julius Caesar in de strip Illustrated Classics, tekening van Joe Orlando De Gallische stammen werden door een andere vijand bedreigd. De Germanen, onder leiding van hun koning Ariovistus, waren de Rijn overgestoken. De Germaanse stammen begonnen zich in de beste gebieden te vestigen. Ook nu besloot Caesar in te grijpen en stuurde een afgezant naar Ariovistus. Maar de Germaanse leider weigerde aan de voorwaarden voor onderhandelingen te voldoen. Caesar liet zijn leger tegen dat van Ariovistus oprukken. In 58 v.Chr. kwam het tot een veldslag tussen de Romeinen en de Germanen bij het huidige Besançon. Ook ditmaal behaalde Caesar de overwinning, de overgebleven Germanen vluchtten de Rijn over. Omdat de winter hierna inviel liet Caesar zijn leger in Gallië winterkwartier maken en ging hij zelf terug naar Rome. Hier vernam hij dat de Belgische stammen samenspanden tegen hem. Hierop bracht hij twee nieuwe legioenen op de been (een legioen was 6.000 man sterk) en toen het lente werd trok hij naar Gallië. Volgens geruchten hadden de Belgen 350.000 man op de been gebracht, Caesar beschikte over maar 48.000 man. Maar hij wist dat zijn mannen beter getraind waren en dat de Romeinen een betere strategie en tactiek hadden. Bij de rivier de Aisne liet hij een groot kamp bouwen. Omdat de Belgen het kamp niet frontaal wilden aanvallen waar de grond moerassig was, rukten zij op naar de rivier de Aisne om via die kant het kamp aan te vallen. Maar hier had Caesar rekening mee gehouden en viel de Belgen aan toen ze halverwege de oversteek waren. De Belgen moesten zich in wanorde terugtrekken. Hierop onderwierp Caesar de meeste Belgische stammen alleen die van de Nervii wilden niet capituleren. De gevechten met de Nervii waren zwaar en de Belgen hielden dapper stand. Het leidde zelfs tot man tegen man gevechten en alleen de aankomst van nieuwe legioenen besliste de strijd in Romeins voordeel. In 57 v.Chr. had Caesar praktisch heel Gallië in handen. In de twee jaren die hierop volgde ondernam Caesar expedities naar Brittannië en drukte hij enkele kleine opstanden de kop in. In 54 v.Chr. was de oogst in Gallië erg slecht. Caesar besloot de legioenen te spreiden over de verschillende stammen. En hierin zagen de Eburonen een kans. Zij lokten een legioen in de val en vernietigde de Romeinse legermacht. De Nervii sloten zich bij de opstand aan. Maar ook deze opstand werd door Caesar in bloed gesmoord. In 52 v.Chr. was Caesar weer in Rome vanwege de politieke onrust. En weer zagen Gallische stammen hun kans schoon. Onder leiding van de jonge Galliër Vercincetorix kwamen zij in opstand. De tegenstanders raakten enkele malen slaags. Toen besloot Vercincetorix om alle strijdkrachten samen te trekken bij Alesia. Hier bouwde de Gallieërs een versterking maar werden op hun beurt omsingeld door Romeinse versterkingen. Er werden felle gevechten gevoerd maar uiteindelijk moest Vercincetrorix zich overgeven. Caesar liet hem maar Rome brengen waar hij terechtgesteld werd. Met de onderdrukking van deze opstand was Caesar's werk in Gallië voltooid. Heel Gallië was veroverd.

Classics Illustrated no 130 - Caesars conquests Dit deel uit de Illustrated Classics is gebaseerd op het geschrift van Julius Caesar wat oorspronkelijk Commentarii de Bello Gallico heet (Commentaren over de Gallische oorlogen). Het volledige verslag bestond uit acht delen en was natuurlijk wel een gekleurd geheel. Caesar gebruikte zijn publicatie ook als propaganda in zijn machtsstrijd met Pompeius. In de Nederlandse uitgave van Caesars overwinningen zijn drie extra teksten opgenomen. Allereerst een pagina over Julius Caesar. Daarnaast een pagina over het leven van Blaise Pascal, de Franse wijsgeer en wiskundige. En tenslotte een stukje over de opera Manon. De Engelstalige uitgave heeft wel de tekst over Julius Caesar maar niet de andere twee stukken. In plaats daarvan is er deel 4 te vinden over de geschiedenis van Groot-Brittannië (de inval van de Normandiërs) en een stukje over het Romeinse leger. In de Classics Illustrated verscheen Caesar's conquests in 1956 als deel 130. Het verhaal is door Annete Rubinstein bewerkt voor de serie en het tekenwerk was van Joe Orlando. Hij werd als Joseph Orlando op 04 april 1927 geboren in Bari, Italië. In 1929 emigreerde het gezin naar Amerika. Al op jonge leeftijd tekende hij veel en won ook al snel diverse prijzen voor zijn werk. In 1941 ging hij naar de School of Industrial Art. Nog tijdens zijn studie werden zijn eerste tekeningen uitgegeven in een schoolboek met een verhaal van Mark Twain (The Prince and the Pauper). Maar het er was ook een oorlog gaande en Joe Orlando moest in dienst. Hij kwam terecht bij de militaire politie en werd uitgezonden naar West-Europa. Nadat hij in 1947 was afgezwaaid begon hij te studeren aan de Art Students League. In 1949 begon hij als tekenaar te werken voor Treasure Chest. In de jaren 50 tekende hij ook verschillende delen voor Classics Illustrated en begon hij te werken voor EC Comics. In 1968 kwam hij terecht bij DC Comics (o.a. House of Mystery en Swamp Thing). In de jaren 80 begon hij les te geven aan de School of Visual Arts en in de jaren 90 was hij ook nog betrokken bij het bekende blad MAD. Joe Orlando overleed op 23 december 1998.

29 Wilde dieren op bestelling

Illustrated Classic 029 - Wilde dieren op bestelling

Frank Buck heeft twintig jaar lang op wilde dieren gejaagd en tussen hen geleefd. En dus speelden dieren een grote rol in zijn leven. Maar ook de mensen die hij tijdens zijn avonturen ontmoette maakte ieder hun eigen indruk zoals blijkt uit de volgende verhalen die hij vertelt.

De nevelpanter
Van tijd tot tijd kom je een dier tegen dat zich anders gedraagt dan verwacht. En dat is niet altijd omdat het dier gila (dol) is geworden. Nee, want alles wat een dier doet heeft een reden. Zo ook in het verhaal over de nevelpanter. In Singapore liet Frank Buck zijn bediende, Ali, een lijst met bestellingen zien. Op de lijst stond ook een nevelpanter. Om het dier te vangen moest Ali de helpers voorbereiden op een reis naar Johore (staat op Malakka). Eenmaal aangekomen werd er kamp gemaakt. Frank Buck loofde een beloning uit voor iedereen die hem op het spoor van de nevelpanter kon brengen. Het duurde even maar uiteindelijk meldde zich iemand. De man sprak geen Engels maar met gebaren leidde hij de weg. Het begon al donker te worden toen ze eindelijk de nevelpanter vonden. Het dier zat in een boom verscholen. Frank Buck zette een groep mannen met fakkels neer om het dier in de boom te houden tot de volgende ochtend. Toen ze terugkwamen waren de helpers die nacht in slaap gevallen maar toch zat de nevelpanter nog in de boom. De helpers stonden beneden aan de boom klaar met een net en met een gericht schot schoot Frank Buck de boomtak in tweeën waar het dier op zat. Nadat het gevangen was ging Frank Buck op zoek naar de reden dat het dier in de boom was gebleven. En het antwoord was dat de nevelpanter recent jongen had gekregen en de mensen niet naar het nest had willen leiden.

Binji
Eens zat Frank Buck met een vriend, Johnson, op een terras van een golfclub ergens in het verre oosten. Ze zagen een jonge hond over het terrein rennen, tot woede van een van de golfspelers. Frank Buck uit de stripreeks Illustrated Classics Frank vond het voorval amusant maar zijn vriend niet. Omdat Johnson zo vreemd reageerde vroeg Frank wat er aan de hand was. Johnson vertelde dat hij die avond ervoor bijna gedood was. Het hele verhaal begon met een hond die Binji heette. De vorige eigenaar wilde van het dier af omdat het schapen aanviel en hij al verschillende keren iemand had moeten schadeloos stellen. Johnson wilde de hond gebruiken als lokaas om een tijger te vangen. Hij nam het dier mee naar zijn plantage en samen met een bediende ging hij het oerwoud in. Ze lieten Binji achter in een val voor de tijger. Maar die nacht kon Johnson niet slapen, hij zag steeds de bruine ogen van Binji voor zich. En dus ging hij midden in nacht terug om Binji te bevrijden. Op de terugweg gebeurde het. Een wild zwijn viel Johnson aan en het was zeker zijn einde geworden als Binji niet had gereageerd. Hij viel het wilde zwijn aan. Snel schoot Johnson het zwijn dood maar voor Binji was het te laat.

Krokodillentranen
In het verre oosten bestaat een oud bijgeloof dat krokodillen huilen om de slachtoffers die zij verslinden. Vandaar ook de uitdrukking krokodillentranen, waarmee onechte tranen en gehuicheld verdriet wordt bedoeld. Frank Buck kwam al jaren in Sadakan, op de noordkust van Borneo. Daar hoorde hij van de Naga Besar, de grote draak van de baai. Maar hij stond er nooit echt bij stil totdat een delegatie Dajaks hem vroegen om de Naga te vangen. Eerst wilde hij niet maar uiteindelijk liet hij zich toch overhalen. En hij vond de verblijfplaats van het dier, de grootste krokodil die Frank Buck ooit had gezien. Maar ditmaal was het Ali die het dier ving. De volgende ochtend lag het dier vastgebonden op het strand maar de Dajaks hadden het dier verwond. Het enige dat overbleef was de krokodil te doden.

De reuze-orang
Op een dag kreeg Frank Buck de opdracht om een volwassen mannelijke orang-oetang te vangen. En niet zomaar een, maar de grootste die ooit gevangen was. De jacht begon in een klein dorpje op het eiland Sumatra. Dankzij de lokale bevolking kwam hij een orang-oetang op het spoor. Uren lang volgden ze hem totdat hij in de top van een boom zat. Frank Buck liet de bomen die in de buurt stonden neerhalen zodat het dier niet verder kon. Hij probeerde eerste dezelfde truc als bij de nevelpanter, maar dit mislukte. Toen besloot hij het dier uit te hongeren. En na zes dagen wachten was het dan zover en kreeg hij de orang-oetang te pakken voor een dierentuin in Amerika.

De drager van de tand
Een vriend van Frank Buck, George Davis die districtsambtenaar was in Colombo, vertelde hem voor het eerst over de tand van Boeddha. Ieder jaar werd er een feest gehouden in Kandy. Elk jaar werd de tand aan pelgrims getoond. Het voorwerp werd in een gouden Howda (zetel op de rug van een olifant) gedragen. De olifant was de grootste die Davis ooit had gezien. En dus ging Frank Buck met Davis mee naar Kandy. Frank Buck zou de olifant best mee willen nemen naar Amerika, maar volgens Davis zou de bevolking daar nooit mee instemmen. Die avond vertelde Davis een verhaal over de olifant. Onlangs ging de berijder van de olifant, een man genaamd Marku, bidden bij het graf van zijn voorouders in India. De olifant was tijdens de afwezigheid van de oude man heel rusteloos en op een nacht brak het dier vrij. De olifant ging de jungle in. Vroeg in de ochtend gingen de bewoners het oerwoud in om de olifant te volgen. Maar hoe ze hun best ook deden ze konden het dier niet meer vangen. En dus werd Marku teruggehaald uit India. En de olifant volgde hem zo mak als een schaap.

Classics Illustrated no 123 - Fang and claw Dit is de tweede maal dat de belevenissen van Frank Buck het onderwerp zijn van een deeltje uit de serie. De eerste maal was in deel 7 (Ik vang dieren). Toen was het tekenwerk van Henry C. Kiefer. Ditmaal heeft Lin Streeter het tekenwerk verzorgd. Deze Amerikaanse tekenaar heeft in de jaren 40 en 50 aan diverse Amerikaanse stripreeksen zoals Pep Comics en America's best comics bijgedragen. Zijn eigenlijke naam was Lindsay Robert Streeter. Over de man zelf is niet veel bekend. Hij heeft gewerkt voor onder meer Chesler Studio (Danny in Wonderland), Better Publications (Commando Cubs & Miss Masque) en natuurlijk Gilberton. Voor deze uitgever tekende hij niet alleen het verhaal Wilde dieren op bestelling maar ook leverde hij het verhaal Repelsteeltje af voor de reeks Sprookjes in beeld. In de Nederlandse uitgave is als extra opgenomen een pagina over Frank Buck en een pagina over Christiaan Huygens. In de Engelstalige editie is ook het stuk over Frank Buck natuurlijk terug te vinden. Maar in plaats van Huygens is er informatie over Aisopos of Aesopus (Aesop) en een pagina over de eenhoorn (unicorn).

30 In Londen en Parijs

Illustrated Classic 030 - In Londen en Parijs

Eind november 1775 reed een postkoets langs de donkere en gevaarlijke weg van Londen naar Dover. De passagier in de koets, de heer Jarvis Lorry, kreeg onderweg een bericht van Lucie Manette. Hij moest op haar wachten in Dover. Hier vertelde Lorry aan Lucie de waarheid over haar vader, dokter Alexander Manette. Hij was niet dood zoals ze dacht maar had 18 jaar lang gevangen gezeten in de Bastille. Nu hij weer vrij was had een oude bediende, Defarge, hem onder zijn hoede genomen. Nadat de oversteek naar Frankrijk was gemaakt werd Lucie herenigd met haar vader, die niet wist wie zij was of wie hijzelf was. Enkele dagen later ging het gezelschap terug naar Engeland en ontmoette op de reis een man genaamd Charles Darnay. Hij vertelde aan Lucie dat hij eigenlijk Fransman was maar in Engeland aan de kost kwam. Vijf jaren gingen voorbij. In 1780 moest Lucie getuige in een proces waarbij Charles Darnay van hoogverraad werd beschuldigd. Maar dankzij de gelijkenis van de assistent van de advocaat van Darnay kwam deze laatste vrij. De gelijkenis tussen Charles Darnay en Sydney Carton, de assistent, was zeer treffend. Maar in tegenstelling tot Darnay leidde Carton een zeer ongelukkig leven. Darnay bracht nu meer tijd door in Londen en ging vaak op bezoek bij de Manettes. In Frankrijk werd de toestand steeds slechter. De adel werd steeds rijker en machtiger en de bevolking steeds hongeriger. De markies Saint Evremonde werd in het bijzonder gehaat. Zo had hij een kind doodgereden met zijn koets met paarden. Nu was deze markies de oom van Charles Darnay, die in werkelijkheid ook Evremonde heette maar deze naam had afgezworen. Nadat Charles weer naar Engeland was vertrokken werd zijn oom vermoord door de vader van het gedode kind. Charles vestigde zich in Londen en maakte Lucie het hof, dit zeer tot plezier van haar vader die inmiddels volledig hersteld was. Carton bezoekt Darnay en Lucie uit In Londen en Parijs, tekening van Joe Orlando Ook Carton hield zielsveel van Lucie maar wist dat zij niet van hem hield maar van Charles. Op de dag dat Charles en Lucie zouden gaan trouwen vertelde Charles aan de vader van Lucie wie hij werkelijk was. De dokter reageerde met afschuw maar wilde niet zeggen waarom. Het huwelijk ging door en het jonge paar kreeg een dochter die ook Lucie heette. Ondertussen was het 1789 geworden en op 14 juli brak in Frankrijk de revolutie uit met de bestorming van de Bastille. Een van de mannen die de gevangenis bestormde was Defarge. Hij zocht naar een stuk papier in de oude cel van dr. Manette en vond dit ook. Charles had zijn landgoed achtergelaten onder beheer van een bediende. Maar deze man, Gabelle, kwam nu in de problemen. Charles besloot naar Frankrijk te gaan om de man te helpen. Maar omdat hij tot een adellijk geslacht behoorde werd hij gearresteerd en opgesloten in de Bastille. Lucie ging met haar vader, Lorry, hun dochtertje en de hulp juffrouw Pross naar Frankrijk om haar man vrij te krijgen. Dit lukte in eerste instantie maar toen werd Charles weer gearresteerd. Het stuk papier dat Defarge had gevonden, beschuldigde de vader en oom van Charles van moord op de familie van mevrouw Defarge. De beschuldiging was een getuigenverklaring van dokter Manette. Ditmaal werd Charles wel schuldig bevonden en zou moeten sterven onder de guillotine. Maar nu kwam Carton over uit Engeland en nam de plaats in van Charles die bewusteloos werd weggevoerd naar Engeland. Zo gaf Carton zijn leven voor de mensen van wie hij hield.

Classics Illustrated no 6 - A tale of two cities 1942 uitgave Classics Illustrated no 6 - A tale of two cities 1956 uitgave Classics Illustrated no 6 - A tale of two cities 1968 uitgave Voor de eerste maal in de Illustrated Classics serie is er een werk van de fameuze Charles Dickens opgenomen en wel de roman 'A tale of two cities' (In Londen en Parijs of De geschiedenis van twee steden) uit 1859. Charles John Huffham Dickens werd op 07 februari 1812 geboren Portsmouth, Engeland.
Charles Dickens Hij is uitgegroeid tot één van de belangrijkste Engelse schrijvers. Zijn eerste succes had hij met 'The Pickwick Papers' uit 1836. Maar in de jaren die volgde schreef hij een groot aantal tijdloze romans. Denk maar aan 'Oliver Twist', 'David Copperfield', 'Great expectations' en 'A christmas carol'. Kenmerkend in zijn werk was dat hij aandacht had voor de sociale misstanden die in het Victoriaanse Engeland zo schrijnend waren. Vanaf 1860 ging de gezondheid van Charles Dickens achteruit. Op 09 juni 1870 overleed deze grote schrijver en werd begraven in de Poets' Corner in Westminster Abbey in Londen. In de Illustrated Classics serie komen dan ook veel van zijn romans aan bod. Het verhaal van A tale of two cities verscheen voor het eerst in 1942 in wat toen nog Classic Comics werd genoemd. Het was het zesde deeltje uit de reeks. De originele roman van Dickens werd door Evelyn Goodman bewerkt tot een scenario waar een strip van te maken viel. De versie uit 1942 werd getekend door Stanley Maxwell Zuckerberg, die als tekenaar alleen de eerste twee namen gebruikte, dus Stanley Maxwell. Hij werd geboren op 13 september 1919 in New York. Hij studeerde aan Pratt Institute en later aan The Art Students League. Op het Pratt Institute leerde hij Lillian Chestney kennen die eveneens tekenaar was. Van haar hand zijn ook deeltjes opgenomen in de serie maar die komen we later tegen. In 1941 trouwde het stel. Tijdens de oorlog diende Stanley Maxwell bij de Amerikaanse luchtmacht. Op deze pagina zijn echter meerdere versies te zien van A tale of two cities. In 1956 werd het verhaal heruitgegeven en opnieuw getekend. Ditmaal was het Joe Orlando die het penseel ter hand nam. Er volgde zelfs nog een derde heruitgave, die was in 1968, waarbij weer een nieuwe kaft werd gemaakt en ditmaal door Norman Nodel. De Nederlandstalige versie is waarschijnlijk die van Joe Orlando, waarbij ditmaal geen aanvullende pagina's met informatie zijn opgenomen. In de Engelstalige uitgave is nog wel een pagina over het leven van Charles Dickens te vinden.