11 Jeanne d'Arc

Illustrated Classic 011 - Jeanne D Arc

Jeanne d'Arc werd in de vroege ochtenduren van 06 januari 1412 geboren in het Franse dorpje Domremy, in de Maasvallei. Als kind leerde Jeanne al snel dat er een grote oorlog woedde. Een oorlog tussen de Fransen en de Engelsen die toen al bijna 80 jaar duurde en later bekend zou worden als de honderjarige oorlog. Op 25 oktober 1415 had het leger van Karel VI van Frankrijk een gevoelige nederlaag geleden bij Agincourt. Hier bleken de Engelsen onder aanvoering van Henry V te sterk voor de Franse cavalerie. Vijf jaren gingen voorbij. De Engelsen wonnen slag na slag en drongen steeds dieper in Frankrijk door. In 1422 stierven Henry V en Karel VI. Beiden lieten een zoon achter die de Franse troon opeiste. Toen Jeanne 15 jaar was hoorde zij een stem. De stem zou toebehoren aan aartsengel Michaël en hij vertelde Jeanne d'Arc dat zij in de toekomst een grootse taak zou moeten vervullen. In de twee daaropvolgende jaren hoorde Jeanne meer stemmen. Toen vernam zij wat er van haar werd verwacht. Zij moest Frankrijk bevrijden van de Engelsen en hiervoor naar de dauphin (troonopvolger) gaan. Hij zou haar het bevel geven over zijn strijdkrachten. Voor haar taak riep zij de hulp in van gouverneur Baudricourt. Haar oom Laxart begeleidde haar tijdens haar audiëntie bij de gouverneur. Maar de gouverneur geloofde haar niet en stuurde Jeanne terug. Een jaar later stond zij weer voor hem. Het ging slecht bij de slag om Orléans en Jeanne wist dit. Nadat het verhaal van Jeanne werd bevestigd, stuurde de gouverneur haar toch naar de dauphin. Jeanne d'Arc vertrekt naar de dauphin Met enige moeite bereikte ze het hof. Maar nu moest ze de troonopvolger overtuigen. Na een enige tijd werd ze toegelaten tot de dauphin. Ze overtuigde hem van haar oprechtheid en het was hem duidelijk dat Jeanne populair was bij het volk. En zo kreeg Jeanne het bevel over de troepen die Orléans moesten heroveren. Hoewel het niet werd verwacht slaagde zij in deze opzet. Na menig gevecht werd Orléans ingenomen. Nu wilde Jeanne dat de dauphin met haar mee zou gaan om in Reims tot koning te worden gekroond. Maar dit durfde hij niet aan en stuurde eerst Jeanne om de weg naar Reims veilig te maken. Ook hierin slaagde zij en op 17 juli 1429 werd de dauphin gekroond tot koning Karel VII.
Nu ging de strijd om Parijs. De hertog van Bourgondië had in het verleden een verbond met de Engelsen gesloten. Jeanne wilde de stad direct bestormen, maar de koning voelde hier niet veel voor. De hertog en de koning sloten twee verdragen. Er zou geen strijd ten noorden van de Seine worden gevoerd en er zou geen overgave zijn voor kerstmis. Tegen de wil van de koning in viel Jeanne toch Parijs aan, maar werd door de koning bevolen om terug te keren. In 1430 verliet Jeanne de koning en sloot zich aan bij Barezta, de leider van een klein legertje Fransen. Ondertussen had de hertog van Bourgondië het verdrag dat hij had gesloten geschonden. Samen met de Engelsen veroverde hij de ene na de andere stad. De strijd vond plaats in Compagnie. Jeanne en Barezta besloten de Fransen te gaan steunen. Tijdens deze strijd werd Jeanne gevangen genomen door de mannen van de hertog. De Engelsen waren bereid om geld te betalen om Jeanne in handen te krijgen, maar Karel VII wilde niet betalen voor de vrijheid van Jeanne. Ze werd naar Rouaan gebracht. Daar zou ze als verdacht van hekserij terecht staan. Pas nadat ze gemarteld was schreef Jeanne een valse bekentenis. De Franse rechters veroordeelde haar tot een levenslange gevangenisstraf. Maar hier waren de Engelsen niet tevreden mee. Ze legden mannenkleding in haar cel in de hoop dat ze deze zou aantrekken en als ketter te boek zou staan. Het plan had succes en op 30 mei 1431 stierf Jeanne d'Arc op de brandstapel. Maar voor de Fransen werd zij nu een symbool van de strijd. In 1456 kreeg Jeanne eerherstel. In 1909 werd ze door paus Pius X zalig verklaard en in 1919 volgde de heiligverklaring van de maagd van Orléans.

Classics Illustrated no 78 - Joan of Arc Classics Illustrated no 78 - Joan of Arc eerdere editie Dat Jeanne d'Arc echt heeft bestaan bewijzen de stukken van het proces dat tegen haar gevoerd werd. Het verhaal in de Illustrated Classic volgt redelijk getrouw de levensgeschiedenis zoals deze door de eeuwen heen is overgeleverd. Wat er nu daadwerkelijk is gebeurd blijft uiteraard grond voor speculatie. Uit de processtukken komt een beeld naar voren van een eenvoudig boerenmeisje. Dat ze dapper was staat buiten kijf. Maar wie was ze werkelijk? Daarop zal wel nooit een antwoord komen.
Of de Illustrated Classic gebaseerd op een specifiek boek over Jeanne d'Arc is onduidelijk. Haar leven is voor veel kunstenaars een inspiratiebron gebleken. Er zijn veel boeken geschreven die als grondslag voor het verhaal kan zijn gebruikt. Ik heb in ieder geval niet kunnen achterhalen welke versie als basis heeft gediend. In Amerika verscheen Jeanne d'Arc als nummer 78 in de serie, maar wel onder de Engelse benaming Joan of Arc natuurlijk. Het deeltje werd in 1951 uitgebracht. Links is de Amerikaanse kaft weergegeven die bij een heruitgave is gebruikt. Maar er was al een eerdere editie van Classics Illustrated verschenen van het verhaal. De kaft van het Nederlandse deeltje is van de eerdere versie afgeleid. In de Nederlandse editie staan nog twee korte verhalen. 'Muskiet, de snurker - het verhaal van een dappere hond' is het eerste. Het tweede verhaal gaat over Alexander, baron van Humbolt, de grondlegger van de geografie. Dit deel werd getekend door Henry C. Kiefer waarover later meer informatie wordt opgenomen bij deel 20: 20.000 mijlen onder zee.

12 Davy Crockett

Illustrated Classic 012 - Davy Crockett

Op 17 augustus 1786 werd Davy Crockett geboren als zoon van John en Rebecca Crockett. Hij werd geboren in wat nu de staat Tennessee is. De Crocketts hadden een groot gezin en Davy leerde al vroeg voor zichzelf te zorgen. Toen hij acht jaar was kreeg hij zijn eerste geweer. De vier volgende jaren was Davy bijna dagelijks op jacht. Toen hij twaalf was begon zijn vader een herberg aan de weg van Abingdon naar Knoxville. Het volgende jaar ging Davy naar school. Nadat hij had gevochten met een medeleerling spijbelde Davy een aantal dagen. Toen zijn vader hier lucht van kreeg liep Davy weg. Uit angst voor wat zijn vader zou doen durfde hij niet naar huis terug te gaan. Daarom verhuurde hij zich bij een veeboer die naar Virginia moest. Het was het begin van een twee jaar durende zwerftocht. Maar toen kwam hij weer thuis. Twee jaar lang werkte Davy om de schulden die zijn vader had af te betalen. Toen hij zeventien was begon hij voor zichzelf te werken op de boerderij van een quaker. De zoon van de quaker was onderwijzer en hij leerde Davy lezen en schrijven. In die periode leerde hij ook Polly Finley kennen. In 1804 trouwden hij met Polly. Vier jaar lang woonden ze op een kleine boerderij. In die tijd kregen ze twee zonen. In de jaren die volgde verhuisde het gezin regelmatig. In 1813 werd fort Mimms (in de huidige staat Alabama) door de Creek indianen overvallen. Dit betekende oorlog en er werden vrijwilligers gezocht. Davy meldde zich aan. Hij was een van de 1.300 vrijwilligers uit Tennessee. Davy Crockett in gevecht Davy Crockett was een van de verkenners voor kolonel Coffee. Uiteindelijk kwam het tot een gevecht waarbij een groot aantal indianen het leven liet. Er volgde nog diverse gevechten, maar de beslissende werd gevoerd bij de rivier de Talaloosa. Het leger onder leiding van generaal Andrew Jackson won de strijd. Het bleek een keerpunt in de oorlog met de Creeks. Weer thuis werkte Davy op zijn boerderij. Toen werd zijn geliefde vrouw Polly ziek en stierf. Een jaar later hertrouwde hij met Elizabeth Patton. Zij was weduwe en had ook al kinderen. Na verloop van tijd werd Davy kolonel van de burgerwacht. In 1821 werd Davy gekozen als afgevaardigde in de senaat van Tennessee. Juist toen hij een zitting bijwoonde vernielde een overstroming al zijn have en goed. Weer verhuisde het gezin. Ditmaal naar het gebied aan de rivier Obion. Davy beleefde vele avonturen, vooral zijn ontmoeting met een beer tijdens een winterse jacht bleef leven in de herinnering van de mensen. Hij doodde in die periode 58 beren. In heel Tennessee sprak men er over. Davy werd zo beroemd dat de geschiedenis zich herhaalde. In 1827 werd hij gevraagd om zich kandidaat te stellen voor het congress van de Verenigde Staten namens Tennessee. Veel mensen hadden vertrouwen in hem en hij werd dan ook gekozen. En zo ging Davy Crockett naar Washington en nam hij deel aan het congress. In het congress kwam hij in aanvaring met Andrew Jackson, de man met wie hij nog tegen de Creek indianen had gevochten. Inmiddels was Jackson president en hij wilde een aantal stammen verplaatsen naar andere gebieden. Maar Davy vond dat de overeenkomsten die gesloten waren geschonden werden en stemde tegen. Mede hierdoor werd Davy Crockett niet herkozen. Inmiddels was hij wel een nationale bekendheid geworden. Nog eenmaal probeerde hij herkozen te worden, maar ook nu werd hij niet gekozen. In die periode was de strijd in Texas begonnen met de Mexicanen. Texas had lang toebehoort aan de Mexicanen, maar de Amerikaanse kolonisten wensten onafhankelijkheid. Ze trokken ten strijde tegen het leger van Santa Anna. Davy sloot zich met enkele mannen aan bij de vrijheidstrijders In San Antonio in 1836 ontmoette hij kolonel Jim Bowie. Het leger van Santa Anna was in aantocht en de Amerikanen trokken zich terug op de Alamo. Het was een lange en harde strijd. Maar op 06 maart 1836 volgde de laatste bestorming door de Mexicanen. Elke Amerikaan in het fort vond de dood.

Classics Illustrated no 129 - Davy Crockett Net als met het voorgaande deel uit deze serie, volgt het scenario redelijk betrouwbaar het leven van Davy Crockett. In de Amerikaanse geschiedenis is zijn naam zeker onlosmakelijk verbonden met de slag bij The Alamo.
Davy Crockett Hoe die slag nu werkelijk is verlopen is niet geheel duidelijk. Wel is het zo dat de verdedigers, onder wie Davy Crockett, hier de dood vonden. Wat minder duidelijk is, is of Davy Crockett ook werkelijk tijdens de gevechten werd gedood. In 1955 werd uit het dagboek van een Mexicaanse officier geconcludeerd dat Crockett met een aantal anderen gevangen was genomen en geëxecuteerd werd op last van Santa Anna. Hier staan andere verklaringen weer tegenover, waaronder een persoon die verklaarde dat Davy Crockett dood in een barak werd gevonden. Zijn mes zou nog in het lichaam van een dode Mexicaanse soldaat zitten. Ook is niet duidelijk wat er met de stoffelijke overschotten is gebeurd. De lichamen zouden in opdracht van Santa Anna verbrand zijn. Volgens een verhaal zouden de nog aanwezige resten in een simpele lijkkist zijn geplaatst en begraven bij een perenboom. Maar deze locatie is verloren gegaan.

In de Amerikaanse serie verscheen het verhaal over Davy Crockett in 1955 als nummer 129 uit de reeks. Het tekenwerk van dit deeltje is van de hand van Lou Cameron (zie ook deel 6 uit deze serie). Rest nog te vertellen dat in de Nederlandse versie het levensverhaal van James Bowie als tekst was opgenomen. het tweede verhaal ging over Deacon, een Sint-Bernard hond.

13 De Ilias

Illustrated Classic 013 - De Ilias

Dit is het verhaal van de Grieks-Tjrojaanse oorlog, waaraan goden en helden meededen. De goden woonden op de berg Olympus, waar zij genoten van de hemelse spijzen nectar en ambrozijn en het mensengedoe beneden zich niet alleen gadesloegen, maar zich er ook vurig mee bemoeiden. Op de uitslag van de Trojaanse oorlog hadden zij een grote invloed.
Helena, de dochter van de koning van Sparta, koos Meneleus als echtgenoot. Hij was de broer van Agamemnon, de leider van de Griekse vorsten. Helena en Meneleus leefden een lange tijd gelukkig. Maar toen kwam een jonge prins genaamd Paris naar Sparta. Paris was de zoon van koning Priamus van Troje. Paris schaakte Helena. Agamemnon liet alle Griekse vorsten beloven dat zijn broer Helena terug zou krijgen. Zo begon de oorlog tussen Grieken en Trojanen. Al negen jaar belegerden de Grieken de stad, maar zij konden de muren niet doorbreken. Tijdens een plundertocht in de buurt van Troje kreeg Agamemnon het meisje Chryseis toegewezen. Zij was de dochter van een priester van Apollo de zonnegod. Toen Agamemnon weigerde het meisje terug te geven keerde Apollo zich tegen de Grieken. Dit verbitterde Achilles, de dapperste der Grieken. Hij kreeg woorden met Agamemnon. Maar toen Achilles Agamemnon wilde doden greep de godin Athene in. En zo begonnen de goden zich steeds meer te mengen in het gevecht om Troje. Ook Zeus, de oppergod, deed een duit in het zakje. Paris schaakt Helena, het begin van de Trojaanse oorlog, uit De Ilias De gevechten namen in hevigheid toe. Op een gegeven moment lieten de goden Athena en Apollo het idee in het hoofd van Hektor ontstaan dat hij de dapperste der Grieken voor een gevecht moest uitdagen. Als Hektor zou winnen zouden de Grieken naar huis gaan. Zijn tegenstander werd Ajax. Beide mannen bevochten elkaar, maar geen kon de overwinningen claimen. Zo ging de strijd verder. Dan weer leken de Trojanen de overhand te krijgen, een andere keer leken de Grieken te gaan winnen. Maar de strijd bleef onbeslist. Het werd de Grieken duidelijk dat zij de hulp nodig hadden van Achilles. Maar hij had zich na het conflict met Agamemnon teruggetrokken. Agamemnon zag zijn fout in en stuurde een aantal Griekse vorsten onder leiding van Ajax naar Achilles. Rijk beladen met geschenken probeerde zij Achilles over te halen om vrede te sluiten met Agamemnon. Maar hij weigerde. Hierop besloot Agamemnon om een spion naar het kamp van de Trojanen te sturen. Diomedes en Odysseus waren vrijwilliger. Gezamenlijk kwamen zij er achter dat de positie van de Trojanen minder sterk was dan het zich liet aanzien. Tijdens de gevechten de volgende dag leken de Grieken dan ook de overhand te krijgen, maar de Trojanen vochten zich terug. De Trojanen bereikten de schepen van de Grieken. Ajax voerde de mannen aan in poging om te voorkomen dat hun schepen in brand gestoken zouden worden. Hierop vroeg Patroclus aan aan zijn vriend Achilles of hij diens wapenuitrusting mocht lenen en zijn mannen aanvoeren om de Grieken te helpen. Achilles stemde toe, maar Patroclus mocht alleen de Trojanen verjagen. Toen Patroclus verscheen sloegen de Trojanen op de vlucht, denkende dat het Achilles was. Nu ging Patroclus echter tegen de wens van Achilles en de goden in en probeerde toch Troje te veroveren. Maar Hektor, met hulp van de god Apollo, versloeg Patroclus en doodde hem. Hij ontdeed Patroclus van de wapenuitrusting en trok deze zelf aan. De dood van Patroclus was voor Achilles de reden om zijn ruzie met Agamemnon te beëindigen. Hij nam weer deel aan de gevechten. Hij wilde Hektor doden hoewel een voorspelling had gezegd dat hij dan zelf ook spoedig zou sterven. In een tweegevecht doodde Achilles Hektor. Maar de voorspelling kwam uit. Paris doodde op zijn beurt Achilles met een pijl. Ook hierin had Apollo de hand. Paris zelf, de oorzaak van alle moeilijkheden, kwam ook om door een pijl. Toen kwamen de Grieken op het idee een groot houten paard te bouwen en zich daarin te verstoppen. Om op die manier de stad binnen te komen. De Trojanen dachten dat het een geschenk was voor de goden en trokken het paard de stad binnen. De Grieken kwamen uit het paard en veroverde de stad, in het tiende jaar van het beleg.

Het bekende verhaal over het beleg van Troje zoals dit in de Ilias beschreven is, wordt toegeschreven aan Homerus. Hij was een Griekse dichter en zanger die leefde van ca. 800 v.Chr. tot ca. 750 v.Chr. Hoewel zijn naam voor altijd verbonden is aan de Ilias is de huidige opvatting dat hij het verhaal niet zelf verzonnen heeft. Waarschijnlijker is het dat hij verhalen, die al eeuwen lang mondeling werden overgedragen, op schrift heeft gesteld. Dit soort verhalen wordt een epos of heldendicht genoemd. De naam van het verhaal, Ilias, is ontleend aan de oude Griekse naam voor Troje. Dit was Ilios of Ilion. Van de stad Troje werd lang aangenomen dat het een verzinsel was, maar opgravingen in Turkije hebben aangetoond dat Troje werkelijk heeft bestaan. De stad lag aan de west-kust van het huidige Turkije. Vooral de opgravingen van Heinrich Schliemann (1822-1890) hebben bijgedragen aan de vondst van de stad waar de gevechten hebben plaats gevonden. De oorlog waarbij de stad verwoest werd heeft ongeveer tussen 1250 en 1180 v.Chr. Plaats gevonden. Ver voor de tijd van Homerus dus.
Classics Illustrated no 77 - Iliad
Over Homerus is niet zoveel bekend. Aan hem wordt naast de Ilias ook een ander bekend klassiek verhaal toegeschreven en wel de Odyssee (deze komt later in de Illustrated Classic serie ook aan bod). Er zijn mensen die aannemen dat Homerus echt heeft geleefd en verhalen verzamelde en vertelde. Anderen stellen echter dat Homerus zelf nooit heeft geleefd maar dat de naam een verzamelnaam was voor verschillende dichters.

In Amerika verscheen het verhaal in 1950 is de Classics Illustrated reeks als nummer 77 onder de benaming Iliad. Het verhaal is getekend door een persoon die al eerder voor is gekomen, namelijk Alex A. Blum.

In de Nederlandse editie is een pagina te vinden over Homerus. Hierin wordt aangenomen dat Homerus daadwerkelijk heeft geleefd en het verhaal heeft geschreven. Verder is er een pagina over een opera en wel La Gioconda. Als laatste is er een getekende pagina te vinden over de (bouw)wonderen van de oude wereld. Rechtsonder is ook hier de naam van Alex Blum te zien.

14 De rode piraat

Illustrated Classic 014 - De rode piraat

In het jaar 1759 was Newport op Rhode Island een bedrijvige kleine zeehaven. Een koopvaardijschip lag afgemeerd in de haven, maar buiten de haven lag een groter, goedbewapend schip voor anker. Geruchten deden de ronde dat het een slavenschip was. Kapitein Harry Wilder en zijn vrienden, Fid en Scipio, bekeken vanuit de haven het vreemde schip, toen zij werden aangesproken door een vreemdeling. Na een kort gesprek namen zij afscheid, maar diezelfde dag trof Wilder opnieuw de vreemdeling. Terwijl zij in een toren aan het praten waren, kwamen er vier vrouwen voorbij. Uit het gesprek viel op te maken dat de jonge knappe vrouw Gertude Grayson was, dochter van Generaal Grayson. Samen met haar gouvernante, mevrouw Wyllys, zou zij de reis gaan maken naar haar vader in Carolina. De reis zou met een schip gemaakt worden. Nadat de vrouwen weggingen adviseerde de vreemdeling Wilder om te kijken of de slavenhandelaar geen baan had voor hem. Wilder was tenslotte werkeloos. En dus ging Wilder die avond met zijn twee vrienden naar het slavenschip. Opmerkelijk genoeg werd Wilder al verwacht aan boord. Maar eenmaal aan boord werd het mysterie opgelost. Het schip was helemaal geen slavenhandelaar, maar een piratenschip. En het commando werd gevoerd door de man die Wilder eerder had aangesproken en die de rode piraat bleek te zijn. Hij zocht een betrouwbare zeeman die zijn plaatsvervanger wilde zijn. Dan blijkt dat Wilder op zoek is geweest naar de rode piraat om bij hem in dienst te treden. Aldus geschiedde. Een zeilschip uit de Illustrated Classic De rode piraat In opdracht van de rode piraat ging Wilder aan boord van het zeeschip Royal Caroline. De kapitein had een ongeluk gehad en de reder zocht een ervaren zeeman om het bevel te voeren. Niet geheel toevallig was dit ook het schip waarmee Gertude Grayson naar haar vader zou reizen. Dankzij de vervalste getuigenschriften die Wilder van de rode piraat had ontvangen, kreeg hij het bevel over het schip. Maar het schip kwam in een zware storm terecht en de bemanning en de passagiers moesten het schip verlaten in de reddingssloepen. Een paar uur later werden Wilder en de twee vrouwen opgepikt door het schip van de rode piraat, de Dolfijn. Plotseling verscheen er een Engelse kruiser aan de horizon. De rode piraat wilde slag leveren. Nu was het tijd voor Wilder om bekend te maken dat hij in werkelijkheid Henry Ark was en opdracht had van de koning om de rode piraat onschadelijk te maken. Omdat de rode piraat niet wilde dat Henry en de twee vrouwen op zijn schip zouden zijn tijdens de slag liet hij hen overbrengen naar het Engelse schip. De slag begon. Er werd verbeten gevochten maar uiteindelijk moesten de piraten zich overgeven. Op een na. De rode piraat ging met zijn schip ten onder.

De tekenaar van deze aflevering was Peter Costanza die in 1913 werd geboren in Amerika. Hij was een tekenaar van de zogenoemde Golden Age van de Amerikaanse comics. Naast zijn werk voor de Classic Illustrated werkte hij veel aan afleveringen van Cartain Marvel. Costanza overleed in 1984.
Classics Illustrated no 114 - The red rover De schrijver van het originele werk waar dit boekje op gebaseerd is was James Fenimore Cooper. Hij werd geboren op 15 september 1789 in Amerika. Zijn bekendste werk is natuurlijk 'De laatste der Mohikanen' (The last of the Mohicans) uit 1826. In Burlington, New Jersey werd hij geboren als zoon van een Congreslid. Toen hij veertien jaar was begon hij te studeren aan de Yale universiteit. Hij voltooide zijn studie niet, maar trok naar zee. Eerst was hij matroos op een koopvaarder, later bij de marine waar hij adelborst werd. In 1811 verliet hij de marine. Toen hij tweeëntwintig jaar was trouwde hij met Susan DeLancey.
In 1820 had hij (anoniem) zijn eerste werk gepubliceerd. Dit was het boek 'Precaution'. Een jaar later kwam hij met 'The Pioneers', de eerste uit de Leatherstocking-reeks met de woudloper Natty Bumppo in de hoofdrol. Zoals gezegd gaf hij in 1826 zijn beroemdste boek, 'The last of the Mohicans', uit. In datzelfde jaar vertrok hij met zijn gezin naar Europa als vertegenwoordiger van de Verenigde Staten. In die periode (1828) schreef hij ook het boek 'The red rover' (De rode piraat). In 1833 keerde hij terug naar Amerika. James Fenimore Cooper overleed op 14 september 1851 in New York. In de serie Illustrated Classics zullen nog meer werken van hem opduiken. In de Classics Illustrated verscheen het verhaal 'The red rover' als deel 114 in 1953.
In de Nederlandse editie zijn als extra's opgenomen een overzicht van het leven van Cooper en een overzicht over het leven van William Shakespeare.

15 Buffalo Bill

Illustrated Classics 15 - Buffalo Bill

In 1845 was Amerika gekoloniseerd tot aan de rivier de Missouri. Het gebied daarachter was nagenoeg onbekend. In 1846 werd in Scott County een jongetje geboren dat een rol zou spelen bij de verovering van dat gebied door kolonisten. Zijn ouders noemde de jongste telg van de familie Bill. Toen Bill zeven was, viel zijn broer van een paard en stierf. In 1853 besloot Isaac Cody dat het gezin naar Kansas zou verhuizen. De reis duurde enkele maanden, maar uiteindelijk kwamen ze aan bij Fort Leavenworth. In dit fort zochten de kolonisten bescherming wanneer er een oorlog was met de indianen. In die jaren leerde Bill paard rijden, schieten en veel over het leven op de prairie. Toen er nieuwe grond beschikbaar kwam trok de familie Cody naar de Salt Creek vallei. In Kansas werd ook door de kolonisten onderling gevochten. Omdat zijn vader tegen slavernij was werd hij op een kwade dag neergestoken. Een tijd lang kon Isaac Cody zich verbergen, maar bezweek toch aan zijn wonden. Nu moest de jonge Bill voor het gezin zorgen. Hij werd onder meer veedrijver. Een avontuur met indianen zorgde ervoor dat zijn naam voor het eerst in de krant verscheen. In die periode leerde hij een andere grote naam uit de geschiedenis van het wilde westen kennen. Het was Kit Carson. Bill Cody werkte ook nog een tijd voor de legendarische Pony Express. Toen er grote problemen ontstonden met de indianen werd de Pony Express stilgelegd. Een groep leden van de Pony Express trok er op uit om de indianen te verdrijven. Bill Cody was van de partij en de groep werd aangevoerd door een andere bekende naam, namelijk Wilde Bill Hickok. In 1861 brak de Amerikaanse burgeroorlog uit. Buffalo Bill in Illustrated Classics, tekening van Maurice del Bourgo Zijn moeder had hem laten beloven dat hij geen dienst zou nemen zolang zij leefde. Bill hield woord, maar hij nam wel deel aan een groep die zich de roodlaarzen noemden. Deze groep ging achter plunderaars aan. In 1863 stierf zijn moeder en Bill Cody nam dienst bij de noordelijken. Bill kwam onder het bevel van generaal Smith. In zijn opdracht voerde Bill Cody spionage opdrachten uit. Maar al snel werd hij ook als verkenner ingezet omdat hij zoveel van de wildernis wist en van de indianen. Na de oorlog bleef hij verkenner voor generaal Sherman om rusteloze stammen te onderwerpen. Toen hij eenmaal uit het leger was trouwde Bill met Louisa Frederici. Samen begonnen ze een hotel. Maar het rustige leven beviel Bill niet en toen men hem een baan als verkenner aanbood in Fort Leavenworth hapte hij toe. Later ging hij werken voor de spoorwegmaatschappij. Het was in deze periode dat Bill een beroemde jager werd. Hij wist als geen ander de buffels te vinden. Maar op een dag werd Bill uitgedaagd door Billy Comstock tot een schietwedstrijd. Het ging erom wie de meeste buffels kon schieten binnen een bepaalde tijd. Bill Cody won en kreeg toen zijn bijnaam Buffalo Bill. Nadat hij stopte met werken voor de spoorwegen ging hij weer terug naar het leger. Door zijn grote verdiensten werd Bill Cody benoemd tot chef van alle verkenners met de rang van kolonel. De faam van Buffalo Bill was inmiddels zo groot dat leden van buitenlandse vorstenhuizen met hem op jacht wilde. Ook ging hij naar New York. Bill Cody was een nationale bekendheid geworden. In latere jaren trok hij met een western circus door het land en zelfs door Europa. Op 17 januari 1917 overleed Bill Cody, bijgenaamd Buffalo Bill.

Classics Illustrated no 106 - Buffalo Bill Het tekenwerk is van Maurice Del Bourgo. Deze tekenaar heeft wel meer delen van de Classics Illustrated serie getekend zoals het deel Wilhelm Tell. Het levensverhaal van Buffalo Bill is vele malen opgetekend.
William Cody of Buffalo Bill Welke versie aan dit deel van de Illustrated Classics te grondslag heeft gelegen, is niet bekend. Nu behoort het levensverhaal van William Frederick Cody (zoals Buffalo Bill officieel heette) natuurlijk tot de Amerikaanse cultuur en is het een onderdeel van de Amerikaanse geschiedenis. Het verhaal dat in het deeltje wordt verteld stemt dan ook in grote lijnen wel overeen met het werkelijke leven van Cody. Wellicht enigszins onverwacht, maar Buffalo Bill was een grote voorvechter van rechten voor de indianen. In de jaren dat hij rond trok met zijn western circus maakte de bekende indiaanse aanvoerder Sitting Bull deel uit van het gezelschap. Zij zijn zelfs opgetreden voor de koningin van Engeland, Queen Victoria, in 1887.

In Amerika verscheen het verhaal over Buffalo Bill in 1953 als nummer 106. In de Nederlandse versie is achterin nog informatie opgenomen over William Quantrill en over de Huron indianen.

16 De talisman

Illustrated Classic 016 - De talisman

Tijdens de derde kruistocht naar het heilige land (1189-1191) werd koning Richard van Engeland ernstig ziek. Omdat hij de belangrijkste leider was, besloten de andere kruisvaarders een wapenstilstand van 30 dagen te vragen een de sultan van de Saracenen, Saladin. Een Engelse ridder, Sir Kenneth, reed door de woestijn van Syrië. Toen hij een oase naderde trof hij hier een Saraceense ruiter. De twee vochten kort maar besloten toen toch de wapenstilstand te eerbiedigen. De ruiter heette Ilderim en samen reden ze verder naar de bestemming van Sir Kenneth. Hij moest de heilige man Theodorik zoeken en Ilderim wist waar deze man zich bevond. Na een korte rit vonden ze Theodorik, die weinig moest hebben van Ilderim. Toen de twee mannen gingen slapen, maakte Theodorik Kenneth wakker en bracht hem naar een kapel. Hier bad de kruisvaarder een deel van de nacht. Bij het ochtendgloren kwam een groep nonnen en novicen zingend binnen. Kenneth merkte dat een van de novicen Lady Edith was, de nicht van koning Richard. Voor haar voelde hij grote genegenheid. Nadat de vrouwen weg waren kwamen twee vreemde dwergen binnen, maar Theodorik sommeerde dat zij verdwenen. Ondertussen in het kamp der kruisvaarders twiste Richard met zijn raadgever De Vaud. Hij vond de wapenstilstand nonsens, maar De Vaud vertelde dat dit nu eenmaal de situatie was. Plotseling verscheen Sir Kenneth in het kamp. Hij had Adonbec, een hakim (Arabische arts), bij zich. Nadat hij de schildknaap van Kenneth had genezen werd Adonbec toegelaten tot Richard. Maar de gang van zaken was zeer tegen de zin van de opper-tempelier en de markies van Montserrat. Zij hadden gehoord dat Saladin mannen zou belonen wanneer zij ervoor zouden zorgen dat de kruistocht beëindigd zou worden. Ridderduel uit De talisman En dus gingen zij de Oostenrijkse edelen opzetten tegen Richard. Een opzet die bijna slaagde. Kenneth kreeg de opdracht om het vaandel van Richard te bewaken, maar liet zich verschalken. Het vaandel verdween en Kenneth werd overladen met schande. Hoewel Richard de jonge ridder eerst wilde laten doden, gaf hij hem mee aan Adonbec. Vier dagen later verscheen er een Nubische slaaf in het kamp, een cadeau van Saladin aan Richard. De slaaf redde het leven van Richard en wist ook een manier om de echte dief van het vaandel te ontmaskeren. De hond zou zijn aanvaller herkennen. Het plan werkte en de markies van Montserrat werd gedwongen tot een duel. Als hij won was hij onschuldig, verloor hij dan was hij de dief. Richard mocht als leider niet zelf vechten. Weer bood Saladin uitkomst. Het duel werd bij de oase gehouden waar Kenneth Ilderim had ontmoet. En het was Kenneth die voor Richard vocht en won. De waarheid kwam naar boven. Saladin had in vermomming geholpen. Want hij was zowel Ilderim als Adonbec geweest. Kenneth in vermomming was de Nubische slaaf geweest. Toen kwam ook de echte identiteit van Kenneth aan het licht. In werkelijkheid was hij David, kroonprins van Schotland. Niets stond een huwelijk tussen hem en Lady Edith nog in de weg. De opper-tempelier vermoorde markies van Montserrat maar werd gestraft voor zijn misdaad. Kort daarna traden de twee geliefden in het huwelijk. Saladin schonk hun zijn talisman als huwelijksgeschenk.

Classics Illustrated no 111 - The talisman Het zestiende deel uit de serie Illustrated Classics betrof het verhaal De talisman naar een roman van Sir Walter Scott. De auteur werd geboren op 14 augustus 1771 in Edinburgh. Doordat hij in zijn jeugd polio kreeg bleef zijn rechterbeen zijn hele leven verlamd. Als jongeman volgde hij een studie rechten aan de universiteit van Edinburgh. Net als zijn vader werd Walter Scott advocaat. Al als kind was Scott gefascineerd door de mondelinge verhalen die zich afspeelde op de grens met Schotland. Het zou een grote bron worden voor zijn verhalen. Maar in 1796 begon hij eerst met het vertalen van Duitse boeken. In 1805 begon hij bekendheid te verkrijgen met zijn boek 'The Lay of the Last Minstrel'. Zijn carrière als schrijver was begonnen en vele boeken verschenen. In 1810 publiceerde hij het boek 'The Lady of the Lake'. In Duitsland zette Franz Schubert hier muziek onder. Een van deze nummers 'Ellens dritter Gesang' is meer bekend als Schubert's Ave Maria. Zijn meest bekende boek is ongetwijfeld Ivanhoe uit 1820 maar zijn productie is zeer groot. Zo behoren 'Castle dangerous'en 'Rob Roy' ook tot zijn bekendere werken. Sir Walter Scott overleed op 21 september 1832.

De tekenaar die het verhaal tot leven bracht was Henry C. Kiefer, waarbij de originele roman door Kenneth W. Fitch is bewerkt voor de stripuitgave. In de Nederlandse editie is nog informatie opgenomen over Sir Walter Scott en een pagina over Sir Isaac Newton.

17 Moby Dick

Illustrated Classic 017 - Moby Dick

Ishmael, een leraar die zijn leven in Massachusetts had achtergelaten, besloot weer te gaan varen. Een aantal jaren eerder had hij op vrachtschepen gevaren. Nu wilde hij zijn geluk gaan beproeven op de walvisvaart. Op een zaterdagavond in december kwam hij aan in New Bedford. Omdat de boot naar Nantucket pas maandag zou varen zocht Ishmael een plaats waar hij kon slapen. Uiteindelijk vond hij iets maar hij moest de kamer wel delen met Queequeg. De twee mannen werden vrienden en togen samen naar Nantucket. Ishmael ging op zoek naar werk voor hen beide. Dat vond, hij scheepte in op de walvisvaarder Pequod. Ook Queequeg tekende de monsterrol. Toen ze het schip verlieten werden ze aangesproken door een oud-zeeman die hen waarschuwde voor de kapitein van de Pequod, Ahab. Langzaam maar zeker werd het schip in gereedheid gebracht voor zijn reis. De eerste stuurman Starbuck kwam aan boord en zo ook de tweede, Stubb. De hele bemanning van de Pequod volgde, maar van kapitein Ahab was nog niets te bekennen. Toen voer het schip uit en zette het koers naar het zuiden. Ergens gedurende de vaart zag Ishmael kapitein Ahab voor het eerst. Er liepen koude rillingen over zijn rug bij de aanblik van Ahab. Op een dag liet Ahab de hele bemanning verzamelen. Hij beloofde een goudstuk, dat hij aan de mast vastmaakte, voor de eerste man die een witte walvis zou zien. Deze walvis werd ook wel Moby Dick genoemd en had het been van Ahab afgebeten zodat de kapitein zich nu voortbewoog met een houten been. Kapitein Ahab uit de strip Moby Dick, tekening van Louis Zansky Het is de eerste stuurman Starbuck die tegen Ahab zegt dat het dier uit instinct gehandeld heeft en dat de kapitein zich niet op een dom ding moet willen wreken. Maar Ahab valt scherp uit naar de stuurman. Niets kan hem van zijn wraaktocht weerhouden. Dagen en weken gingen voorbij. Geen spoor van Moby Dick. Maar ze vonden wel andere walvissen en dus begon de jacht. Queequeg laat tijdens deze jacht zijn grote bekwaamheid zien met de werpspeer. De potvis werd gedood en naar het schip gebracht. De kop werd van het dier afgesneden en aan een kabel gehangen. Van het lijf werd de speklaag verwijderd om te worden uitgekookt. Uit de kop van het dier werd traan gehaald, het zogenaamde walschot. Maar tijdens de werkzaamheden is er een ongeluk. Alleen doordat Queequeg snel ingrijpt blijft een bemanningslid in leven. En zo gaat de reis verder. Er worden meer walvissen gevonden en gedood. Maar Moby Dick blijft onvindbaar. Ahab raakt steeds meer geobsedeerd. Wanneer Starbuck hem hierop aanspreekt grijpt Ahab naar een geweer en richt dit op de eerste stuurman. De stuurman verlaat de kajuit van Ahab met de woorden "Maar laat Ahab zich wachten voor Ahab! Pas op voor uzelf, kapitein!". Na enige tijd kwam de Pequod in de Japanse zee in een noodweer terecht. De toppen van de masten begonnen zacht te gloeien. Dit verschijnsel, het St.Elmusvuur, was geen ongewoon verschijnsel. Maar de bemanning sloeg het verschijnsel gefascineerd gade. Ook de speciaal voor Ahab gemaakte harpoen gloeide op. Maar de kapitein blies het licht simpelweg uit. De twijfel werd bij Starbuck steeds groter. Eenmaal bevond hij zich in de hut van Ahab toen deze lag te slapen. De neiging om de slapende man te doden kwam bij de stuurman omhoog. Maar hij kon zich er niet toe zetten. Een paar dagen later ontmoette de Pequod de Rachel, eveneens een walvisvaarder. De zoon van de kapitein van de Rachel was met een sloep verdwenen. De man vroeg Ahab om hulp bij het zoeken. Iets wat Ahab weigerde. Voor hem telde alleen Moby Dick. Dagen gingen voorbij maar toen verscheen de witte walvis! Het was Ahab zelf die Moby Dick als eerste zag. Direct werden er drie boten uitgezet, maar de poging om de walvis te doden faalde. Ook de tweede poging liep op niets uit. Voor een derde keer gingen er drie sloepen naar de witte walvis maar die deed iets wat niemand had verwacht. Het dier ramde de Pequod waardoor het schip begon te zinken. Vol haat stuurde Ahab de sloep in de richting van Moby Dick. De harpoen werd door Ahab geworpen. Het getroffen dier vloog vooruit. Toen de harpoenlijn bleef haken bukte Ahab zich om hem los te maken maar raakte gevangen in een lus. Voordat de bemanning wist wat er gebeurde werd Ahab uit de boot geslingerd. Toen kreeg de zuiging, veroorzaakt door de zinkende Pequod, de eenzame sloep te pakken en zoog het mee naar de bodem. Alleen Ishmael overleefde. De volgende dag werd hij opgepikt door de zoekende Rachel.

Het bekende boek over de witte walvis was het 17de deel dat in Nederland verscheen. In Amerka is dit een van de deeltjes die als eerste verschenen. De eerste versie verscheen al in 1942. Dit was de periode dat de serie nog als Classic Comics werd uitgebracht. Moby Dick was deel 5 en werd getekend door Louis Zansky. Over deze man is niet echt heel veel bekend. Duidelijk is dat hij in 1920 werd geboren in de Verenigde Staten, maar er is geen indicatie in welke stad hij ter wereld kwam. Ook over zijn verdere levensloop tref je geen informatie aan. Louis Zansky is in 1978 overleden. Nu waren de kaften van de Classic Comics tekeningen en niet zoals de latere versie geschilderd. De kaft van Moby Dick uit 1942 is ook van de hand van Zansky. Hij heeft wel meer delen en kaften getekend. Zo is de originele eerste uitgave van Robin Hood (1942) eveneens van hem. Maar ook Don Quichote uit 1943 en The Deerslayer uit 1944 zijn van zijn hand. Hij tekende nog wel meer deeltjes, ook enkele die nooit in het Nederlands verschenen zijn zoals Sherlock Holmes and the Hound of the Baskervilles en A Study in Scarlet. Verder is bekend dat Louis Zansky in de jaren 30 van de twintigste eeuw illustraties verzorgde voor een blad genaamd The Magpie. Dit was het literaire blad van de DeWitt Clinton High School. Aangenomen wordt dan ook dat hij eind jaren dertig nog studeerde. Tenslotte duikt zijn naam op bij een uitgave van Marvel uit 1953. Het boekje is het zestiende deel uit de serie Strange Tales waaraan ook Mike Sekowsky en Sy Barry hebben bijgedragen.

Classic Comics no 5 - Moby Dick Classics Illustrated no 5 - Moby Dick Classics Illustrated no 5 - Moby Dick 2de versie In latere jaren werd het boekje ook uitgebracht als onderdeel van de Classics Illustrated. Bij de heruitgave werd niet alleen de kaft aangepast, maar ook het tekenwerk. Dit is waarschijnlijk gebeurd bij de heruitgave in 1956 door Norman Nodel. Ditmaal verscheen de geschilderde versie als kaft en dit is ook de kaft die de voorzijde van de Nederlandstalige versie siert. Maar hier bleef het niet bij. Er volgende nog een herdruk. De prijs van de boekjes was inmiddels opgelopen van 15 cent naar 25 cent. En ook nu werd de uitgave voorzien van een nieuwe kaft. Mogelijk bestond deze al een aantal jaren, dat ik mij zo voorstellen. Dit is een verschijnsel dat wel vaker voorkomt bij de heruitgave van de Classics Illustrated, namelijk dat de (duurdere) heruitgave een andere kaft had dan de eerdere versie. En om het verhaal nu helemaal compleet te maken, in de jaren 70 verschenen een aantal delen uit de Illustrated Classics opnieuw in het Nederlands in de serie Top Illustrated Classics. Wat opvalt, is dat de uitgave van deze Moby Dick ook weer een andere versie heeft als kaft. Een afbeelding van deze kaft is terug te vinden op de introductie pagina van Illustrated Classics.

Het verhaal in dit deel van de serie is gebaseerd op het boek van Herman Melville (1819 - 1891). Hij was een schrijver van romans, essays en gedichten. Van de kant van de moeder van Melville is er nog een Nederlands tintje. Zij kwam namelijk uit de familie Gansevoort, een belangrijke Nederlands-Amerikaanse familie. De familienaam was ook niet altijd Melville, maar Melvill. Pas na het overlijden van zijn vader voegde zijn moeder een 'E' toe aan de familienaam. Hermann Melville maakte als kajuitjongen een reis van New York naar Liverpool en weer terug. Een aantal jaren later ging hij weer naar zee. Ditmaal met een walvisvaarder. De details die hij beschrijft in zijn boek Moby Dick stammen waarschijnlijk van deze reis. Hoewel hij als schrijver redelijk succesvol was voor een bepaalde tijd, was hij ten tijde van zijn dood alweer helemaal vergeten. Maar dit bleef niet zo. Zijn roman uit 1851 'Moby Dick or The Whale', zoals de volledige titel luidde, werd in de jaren 20 van de vorige eeuw herontdekt. Tegenwoordig wordt hij beschouwd als een belangrijke Amerikaanse schrijver. Naast Moby Dick schreef Melville natuurlijk nog meer boeken, zoals Typee.

18 Prins en bedelknaap

Illustrated Classic 018 - Prins en bedelknaap

In de 16de eeuw werd in de Londense achterbuurt een jongen, Tom Canty, geboren. Bijna niemand was blij met zijn komst. Op diezelfde dag werd er nog een jongen geboren, Edward Tudor. Iedereen was blij met zijn komst. Heel Engeland verheugde zich over de geboorte van de prins. De jaren gingen voorbij en de twee jongens leidden een erg verschillend leven. Prins Edward kreeg onderricht in vele zaken, Tom moest uit bedelen gaan. Maar Tom had ook een leermeester, pater Andrew. Een vriendelijke oude priester die in de buurt woonde. Hoe meer Tom verhalen hoorde hoe meer hij droomde over prinsen en kastelen. En hoe meer hij over prinsen droomde hoe prinselijker hij zich ging gedragen. Eens maakte Tom een lange wandeling. Hij kwam door straten die hij nooit eerder had gezien. Toen kwam hij bij het mooiste gebouw; het Westminster paleis. Hier werd hij gezien door een schildwacht die Tom hardhandig wilde verwijderen. Maar net op dat moment kwam prins Edward voorbij in de tuin van het paleis. En hij droeg de schildwacht op om Tom binnen te laten. Tom hoorde over het leven aan het hof. En prins Edward hoorde over het leven van Tom. Beide jongens droomde van de mooie kanten die het leven van de ander in zou houden. Toen kwamen ze op het idee om van kleding te wisselen. Maar nadat zij dit gedaan hadden viel hen beide op dat de prins en Tom als twee druppels water op elkaar leken. Zij hadden zelfs dezelfde stem. De prins wilde even van het vrije leven proeven en verliet het paleis. Maar dit had hij beter niet gedaan, want niemand geloofde natuurlijk dat hij in werkelijkheid de prins van Wales was. Tekening uit Illustrated Classic Prins en Bedelaar En hij maakte kennis met de wrede vader van Tom. Alleen de moeder van Tom had haar bedenkingen, was dit wel haar zoon? Ondertussen had Tom in het paleis ook zo zijn problemen. Niemand wilde geloven dat hij niet de prins van Wales was. Zelfs toen hij bij de koning werd gebracht, zag deze niet dat Tom niet zijn zoon was. En de koning wilde dat de prins van Wales de volgende dag als troonopvolger werd geïnstalleerd. De eerste minister, Lord Hertford, ging zich nu met Tom bezig houden. Omdat Tom wel inzag dat niemand hem zou geloven, speelde hij het spel maar mee. Maar de echte prins van Wales had het grootzegel van zijn vader gekregen. En alleen de echte prins wist waar dit zegel was verborgen. Ondertussen had prins Edward het niet gemakkelijk. Maar een man, Miles Hendon, nam het voor hem op. Miles zorgde voor de jongen, redde hem uit de handen van schurken en bracht hem naar Hendon Hall. Maar toen stierf de koning en de prins van Wales moest zijn plaats innemen. In dit geval was het dus Tom die op de troon terecht kwam. En Tom deed zijn best om een genadige koning te zijn. Maar hij moest natuurlijk nog wel gekroond worden. Ondertussen had ook Miles grote problemen want zijn broer had rondgebazuind dat Miles al jaren dood was. En omdat Miles jaren weg was geweest herkende velen hem niet meer. Maar een oude bediende van Miles herkende hem wel. Zijn broer had niet alleen de erfenis gestolen maar ook zijn geliefde Edith. Maar gelukkig lukte het de echte prins van Wales om weer in het paleis te komen en te bewijzen dat hij de echte troonopvolger was. Miles werd in ere hersteld en Tom en zijn moeder gingen in het paleis wonen.

Het verhaal van de prins en de bedelaar (de oorspronkelijke titel was 'The prince and the pauper') werd geschreven door Samuel L. Clemens. Nu is deze schrijver veel bekender gebleven onder zijn schrijversnaam. Die van Mark Twain.
Hij werd als Samuel Langhorne Clemens op 30 november 1835 geboren in Florida (Missouri). Twain is vooral bekend gebleven in de Amerikaanse literatuur door zijn boeken over Huckleberry Finn en Tom Sawyer. Hij was de zoon van een plattelandskoopman. Toen Twain 4 was verhuisde het gezin naar Hannibal, een havenstad aan de Mississippi. De jonge Twain was net 11 toen zijn vader stierf aan een longontsteking. Het jaar daarop werd hij leerling bij een drukkerij. In 1851 begon hij artikelen en humoristische verhaaltjes te schrijven voor de Hannibal Journal, een krant waar zijn broer Orion eigenaar van was. Op zijn 18de vertrok Mark Twain naar New York. Hij begon hier te werken als drukker, een beroep dat hij later ook uitoefende in Philadelphia, St. Louis en Cincinnati. Op zijn 22ste keerde Mark Twain terug naar Missouri. Hij legde de reis voor een deel af met een stoomboot. De loods van de stoomboot, Horace E. Bixby, maakte Mark Twain enthousiast voor een baan als stoombootloods. In 1859 behaalde hij zijn loodsdiploma. Hij haalde zijn jongere broer Henry over om met hem samen te werken.
Classics Illustrated no 29 The prince and the pauper versie 1 Classic Comics no 29 - The prince and the pauper Classics Illustrated no 29 The prince and the pauper versie 2 Maar op 21 juni 1858 kwam Henry om, toen de stoomboot waarop hij werkte explodeerde. Twain voelde zich schuldig over de dood van zijn broer en voelde zich daar voor de rest van zijn leven verantwoordelijk voor. Hij bleef op de rivier werken en diende als loods tot in 1861 de Amerikaanse Burgeroorlog uitbrak en het verkeer over de Mississippi beperkt werd. Mark Twain reisde samen met zijn andere broer, Orion, naar het westen. Ook hier had hij uiteenlopende banen. Nu begon zijn schrijverscarrière pas echt. En Mark Twain kende een grote productie en was bijzonder succesvol. Mark Twain maakte ook verschillende reizen naar Europa. Zijn indrukken werden verwerkt in boeken. Dit is iets wat hij wel vaker deed. Zo heeft verleden als stoombootloods als basis gediend voor zijn autobiografische werk 'Life on the Mississippi'. Zoals al gezegd heeft Mark Twain een groot aantal boeken geschreven, waarvan er vele klassiekers werden. Naast de al genoemde 'De Lotgevallen van Huckleberry Finn' (Adventures of Huckleberry Finn) en 'De Lotgevallen van Tom Sawyer' (The Adventures of Tom Sawyer) kan ook gedacht worden aan 'A Connecticut Yankee in King Arthur's Court' en 'Pudd'nhead Wilson'. Hoewel deze laatste in Nederland en België minder bekendheid geniet. Deze boeken komen later in de Illustrated Classics serie nog aan bod. Het boek van Mark Twain dat in dit deel van de Illustrated Classics terecht is gekomen, werd niet echt goed onthaalt toen het boek op de markt kwam. Het boek was de eerste poging van Twain om een roman te schrijven. In de jaren die zouden volgen verkreeg het verhaal zijn populariteit. Er werden diverse filmversies van gemaakt en Disney maakte er een tekenfilm van met Mickey Mouse in de hoofdrol. In latere jaren kreeg Twain het, ondanks zijn successen, financieel moeilijk. Om te trachten een faillissement af te wenden schreef hij in hoog tempo artikelen en boeken. Mark Twain stierf op 21 april 1910 aan een hartaanval in Redding, Connecticut.

Het verhaal van The prince and the pauper verscheen in de Classisc Illustrated reeks oorspronkelijk in 1946. Dit was de periode dat de serie nog de naam Classic Comics droeg. Het verscheen als deel 29 in de reeks. Ook nu is de tekenaar van dit deeltje niet bekend gebleven. Van dit deel verschenen meerdere herdrukken waarbij de kaft veranderde. De voorkant van de Nederlandstalige versie is die van de laatste Amerikaanse heruitgave. In de Nederlandse editie is extra informatie opgenomen over het leven van Mark Twain. Daarnaast is op de binnenzijde van de achterkaft een stuk opgenomen over Jan Adriaanszoon Leeghwater. Van deze Illustrated Classic bestaan meerdere versies. Zo is er een versie waarbij de nummering en dergelijke in het bekende gele boekje op de voorkaft ontbreekt. Bij andere versies is de nummering wel aanwezig. Dit deel uit de serie werd getekend door Alfred L. Hicks, helaas is over de man zelf geen informatie beschikbaar.

19 Huckleberry Finn

Illustrated Classic 019 - Huckleberry Finn

Het viel voor Huckleberry Finn niet mee om altijd in een huis te wonen, nieuwe kleding te dragen en zijn lessen te leren. Dit kwam vooral omdat Huckleberry zolang met zijn vader in de bossen had gewoond. Toen zijn vader verdween nam de weduwe Douglas hem aan als haar zoon. Nu was de weduwe de kwaadste niet, maar juffrouw Watson, haar zuster, had het altijd op Hucleberry gemunt vond hij. Op een avond hield Huckleberry het niet meer uit en liet hij zich uit het raam van zijn kamer zakken. Op de grond wachtte zijn vriend Tom Sawyer. Samen met andere jongens uit het dorp gingen de jongens naar een grot waar ze een roversbende oprichtten. Natuurlijk was dit maar spel, maar wel een spannend spel. Alle jongens moesten een heilige eed zweren op hun familieleden, maar Huck had geen echte familie meer. Van zijn vader ontbrak elk spoor maar dit zou wel eens niet lang meer kunnen duren. Want Huck had 6000 dollar gekregen omdat hij gestolen geld had teruggebracht. Maar uiteindelijk mocht Huck toch bij de bende. Zo verstreken drie, vier maanden. Maar toen zag Huck een afdruk in het zand. En hij herkende de afdruk van de schoen maar al te goed. De jongen besefte dat hij snel naar rechter Thatcher toe moest gaan. Samen met de rechter zorgde Huck er zo voor dat zijn geld veilig weggeborgen stond voor iedereen. En dat was maar goed ook want die avond trof Huck in zijn kamer zijn vader aan. De man had gehoord dat zijn zoon 6000 dollar had en hij wilde het geld hebben. Huck vertelde dat hij het geld niet had, zijn vader moest het maar aan de rechter vragen. Huckleberry Finn en Jim moeten vluchten tekening van Zansky En zo nam zijn vader Huck weer mee. Hij ging met zijn zoon van Missouri tot ongeveer 5 km van de oever van de Illinois. Zijn vader verloor hem niet uit het oog en Huck begon het luie leventje prettig te vinden. Behalve als zijn vader gedronken had en agressief werd. Toen nam Huck een besluit. Hij zou weglopen. Maar terwijl hij daar mee bezig was kreeg hij een beter idee. Hij deed net alsof er inbrekers waren geweest en dat hijzelf dood zou zijn. En dus zette Huck alles in scène en ging met voldoende mondvoorraad en een kano naar het eiland midden in de rivier. Op het Jackson eiland kwam toch niemand en dus kon hij zich daar prima verbergen. De volgende dag zag Huck hoe er op de rivier gezocht werd naar zijn lichaam. De list was geslaagd. Maar Huck was niet alleen op het eiland. Hier trof hij Jim aan, de slaaf van juffrouw Watson. Jim was weggelopen omdat juffrouw Watson hem wilde verkopen. Het tweetal bleef samen op het eiland. Na een zware storm zagen ze de volgende dag een huis dat door de rivier was meegenomen. Binnen lag het dode lichaam van een man. Huck zag niet wie het was, maar Jim wel. Omdat er gezocht werd naar Jim moest het tweetal op een dag vluchten en beleefde ze onderweg een aantal avonturen. Op een gegeven moment raakten Huck en Jim gescheiden en de jongen ging op zoek naar zijn reisgenoot. Uiteindelijk hoorde hij dat ze een gevluchte slaaf naar de boerderij van Phelps hadden gebracht. Daar ging Huck dus naartoe. Maar toen Huck aankwam dachten ze dat hij Tom Sawyer was, de vriend van Huck. Nu was Tom ook onderweg naar de boerderij. Toen de twee vrienden eenmaal wisten waar Jim werd vastgehouden ontstond er een ingewikkeld spel om Jim te bevrijden. Het kon ook eenvoudig maar dat vond Tom helemaal niets. Maar het spel werd gevaarlijk toen een aantal mannen er lucht van kregen dat Jim zou ontsnappen. Tijdens de vlucht werd Tom Sawyer in zijn been geschoten. Jim stond er op dat er een dokter zou komen. Zo werd Tom gered maar zat Jim weer vast. Maar toen verscheen de tante van Tom Sawyer en was de waarheid snel bekend. Jim werd vrijgelaten en Huck hoefde niet meer bang te zijn voor zijn vader. De dode man in het huis was zijn vader geweest.

Classics Illustrated no 19 - Huckleberry Finn versie 1 Classics Illustrated no 19 - Huckleberry Finn versie 2 Ook dit deel uit de Illustrated Classics is, net als het vorige deeltje, gebaseerd op een boek van Mark Twain. Het is duidelijk dat het verhaal stamt uit een tijd dat slavernij nog volkomen normaal werd gevonden in de Verenigde Staten. Ondanks de invloed van deze zwarte pagina uit de Amerikaanse geschiedenis lezen de avonturen van Huckleberry Finn en zijn vriend Tom Sawyer nog steeds heerlijk weg. Het gevoel van avontuur is nog steeds heel sterk aanwezig en is tijdloos. Het verhaal heeft ook die aparte sfeer die je zo snel in relatie brengt wanneer je aan een rivier als de Mississippie denkt. Een gevoel dat Mark Twain heel goed gekend heeft. Niet alleen was hij ooit loods op deze rivier, maar hij is ook geboren in een stadje bij de machtige rivieren die door het zuiden van de Verenigde Staten vloeien.
Het tekenwerk van deel was van de hand van Louis Zansky, die ook het tekenwerk deed voor deel 16 Moby Dick (zie hierboven). Het verhaal over Huckleberry Finn werd oorspronkelijk in Amerika uitgebracht in de Classic Comics als deel 19 in 1945. De uitgave als Classic Comics had nog een getekende kaft die ook van de hand was van Louis Zansky. De heruitgave had wel de geschilderde plaat die ook de Nederlandse versie siert. Wie deze gemaakt heeft is niet bekend. Wel staat vast dat bij de heruitgave in 1956 het verhaal opnieuw werd getekend en wel door Mike Sekowsky en Frank Giacoia. In de Nederlandse versie is wederom de biografie van Mark Twain opgenomen.

20 20.000 mijlen onder zee

Illustrated Classic 020 - 20.000 mijlen onder zee

In het jaar 1866 voer ter hoogte van de Australische kust het stoomschip 'Gouverneur Higginson'. De bolle zeilen hielpen het schip sneller vooruitkomen. Men had deze route vaak gevaren. De zee was kalm en er leek geen vuiltje aan de lucht. Maar plotseling leek het wel of er een rif lag op de vaarroute. Nadat het schip koers had gewijzigd keek men verbaasd, want het leek wel of het wezen leefde. Men speculeerde dat het een reuzenwalvis moest zijn, zeker toen het wezen een enorme waterstraal over het dek van het schip spoot. Daarna verdween het. Maar enkele dagen later was het terug en viel het stoomschip aan. Gehavend bereikte het schip de haven. Niet lang daarna stond de gebeurtenis in alle kranten van de wereld. Kort daarna werd er weer een schip aangevallen. De Amerikaanse regering besloot een marineschip te sturen. De kapitein van het schip, het marine fregat 'Abraham Lincoln', ging op zoek naar specialisten. En zo kwam kapitein Farragut ook bij professor Aronnax, gespecialiseerd in diepzee leven. De bediende van de professor, Conseil, kondigde de kapitein aan. Nadat de kapitein had verteld wat het doel van de expeditie was, besloot de professor mee te gaan. De volgende dag ging hij samen met Conseil scheep aan boord van het fregat. Hier ontmoette hij nog een deskundige. Ned Land, een beroemde walvisjager. Kapitein Nemo en Ned uit de Illustrated Classic 20.000 mijlen onder zee Terwijl het schip de haven verliet wisselden Ned Land en professor Aronnax hun gedachten uit. Beiden geloofden niet echt in de suggestie dat het hier om een walvis zou gaan. Maar wat dan wel? Nu brak de periode aan van het zoeken, wat natuurlijk niet meeviel op de grote oceanen. Weken gingen voorbij. Het fregat voer langs de kust van Zuid-Amerika zonder resultaat en ook hun zoektocht op de grote oceaan leverde niets op. De bemanning werd ongeduldig. Maar toen er eigenlijk besloten was om terug te gaan kwam de lang verwachtte uitroep. Het ding werd gezien door Ned. Na een korte ontmoeting verdween het weer onder de golven, maar het fregat probeerde te volgen. En met resultaat. Toen het fregat dichtbij genoeg was gooide Ned zijn harpoen. Maar hierop kwam meteen de reactie. Het ding viel aan. Door de schok werd professor Aronnax overboord geslagen. Conseil aarzelde geen moment en dook zijn werkgever achterna. Maar het fregat was stuurloos geworden en dreef weg van de twee mannen die in de zee lagen. Toen hoorde ze toch een stem. Het was Ned, hij bevond zich op het ding. Nadat de drie mannen zich omhoog hadden gehesen merkten ze dat het ding van staal was. Het was een machine! Niet lang daarna werden de drie mannen door de bemanning in de machine gebracht en opgesloten. Toen Ned niet veel later probeerde te ontsnappen verscheen er een man met autoriteit. Het was de kapitein van het schip. De man stelde zich voor als kapitein Nemo en het schip waar zij zich in bevonden heette de Nautilus. Volgens kapitein Nemo waren de drie mannen zijn gevangenen en moesten zij altijd aan boord blijven. Natuurlijk was het drietal dit niet van plan maar voorlopig hadden ze weinig keuze. Terwijl zij meevoeren met de Nautilus maakten ze het ene avontuur na het andere mee. Een tocht onder de zuidpool door, enkele wandelingen over de zeebodem waarbij onder meer het verzonken Atlantis werd aangedaan en nog veel meer. Maar eindelijk kwam het moment dat het drietal kon ontsnappen. De Nautilus bevond zich in een draaikolk en werd naar de bodem van de zee gezogen. Het drietal ontkwam in een sloep en zette voet op Noorse bodem. Hun avontuur met kapitein Nemo en de Nautilus was voorbij. Maar was het schip echt voorgoed verdwenen?

Classics Illustrated no 47 - 20000 legues under the sea versie 1 Classics Illustrated no 47 - 20000 legues under the sea versie 2 Classics Illustrated no 47 - 20000 legues under the sea versie 3 Het twintigste deel in de Illustrated Classic reeks was het beroemde verhaal '20.000 mijlen onder zee' naar het boek van Jules Verne. In Amerika was het verhaal (Twenty thousand leagues under the sea) rond 1947 verschenen als deel 47 van de Classics Illustrated. Het tekenwerk van dit deeltje is afkomstig van Henry C. Kiefer. Deze Amerikaanse tekenaar, die voluit Henry Carl Kiefer heette, werd op 15 april 1890 geboren in Cincinnati, Ohio. Zijn vader, Daniel Kiefer, was handelaar en getrouwd met Rosa Danziger. Hij was het eerste kind uit het huwelijk. Henry Kiefer had nog drie broers (Henry, Abraham en Daniel) en een zus Marian. Op school begon Henry Kiefer zich voor kunst te interesseren. In het weekend volgde hij cursussen die gegeven werden in het Cincinnati Art Museum. In 1908 was hij klaar met zijn opleiding en begon hij aan een rondreis door Europa. Na zijn thuiskomst ging hij werken in het bedrijf van zijn vader. Maar zijn hart lag bij kunst en dus ging hij in 1910 naar Chicago om zijn opleiding voort te zetten. In 1917 werd Henry Kiefer onder de wapenen geroepen. Amerika was betrokken geraakt bij de eerste wereldoorlog. Hoewel hij een beroep deed op gewetensbezwaren, werd hij toch naar de Europese slagvelden gezonden waar hij diende tot 1918. Na de oorlog was het moeilijk rondkomen. Maar blijkbaar was er toch voldoende geld want in 1922 keerde Henry Kiefer terug naar Europa. Hij bezocht onder meer Groot-Brittannië, Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Italië. Tijdens zijn verblijf in Parijs raakte hij verliefd en trouwde met Aline Marie De Kerosett. In 1925 kwam het stel naar Amerika. Zij gingen wonen in New York. Vanaf 1928 begon Henry Kiefer illustraties voor boeken te maken en bleef dit een groot aantal jaren doen. In de jaren 30 ging hij ook strips (comics) tekenen voor uitgeverijen zoals Funnies en DC Comics. Vanaf 1947 begon hij ook verhalen te tekenen voor Classics Illustrated. Een groot aantal delen die in de reeks verschenen zijn, kwamen van zijn hand. Henry C. Kiefer overleed op 10 mei 1957.(bron: www.pulpartists.com/Kiefer)
In de Nederlandse uitgave is, behalve een korte biografie over Jules Verne, een pagina gewijd aan de gebroeders Wright (de pioniers van de luchtvaart). Ook zijn er twee bladzijden opgenomen met informatie over de Cheyennes.