De Druïden intro


Jean-Luc Istin is geboren op 01 augustus 1970 in Frankrijk. Hij volgt een studie kunst en gaat vervolgens in militaire dienst. Na zijn diensttijd begint hij te schrijven aan stripverhalen. Vanaf 1999 werkt hij aan het fanzine Avenir. Hier leert hij Guy Michel kennen. Met Michel maakt hij de series 'Aquilon' en 'Arthur Pendragon'. De afgelopen jaren verschenen meerdere verhalen van zijn hand. Behalve de serie 'Het vijfde evangelie' schreef hij ook de serie 'De drakenorde' (L'Ordre des dragons). Zijn verhalen zijn sterk beïnvloed door mystieke elementen.
Thierry Jigourel werd geboren op 17 september 1960 in Lorient, Frankrijk. Hij is journalist, schrijver, scenarioschrijver en docent. Hij is een specialist in Groot-Brittannië en de Keltische landen. Hij werkt of heeft gewerkt voor tijdschriften zoals Pays de Bretagne, Histoire médiévale en Histoire antique. Er zijn ook diverse boeken van zijn hand verschenen. In 2004 maakt hij op het festival d'Univers Celtes kennis met Jean-Luc Istin. Deze kennismaking resulteert in de huidige samenwerking.
Jacques Lamontagne werd in 1961 geboren in Quebec. Wanneer hij zich op school verveelde, tekende hij personages in de marges van werkmappen. Al snel tekent hij op het bord afbeeldingen die betrekking hebben op bijvoorbeeld de kerstperiode, Pasen en dergelijke. Zijn leraren zagen al gauw in dat Jacques Lamontagne een bijzonder tekentalent had. Het was dus de eerste officiële opdracht van de kleine Jacques, waarvoor hij zich beloond zag met snoep. Buiten schooltijd verslond hij strips. Op latere leeftijd volgt hij een cursus van drie jaar in de grafische vormgeving aan het College Sainte-Foy. Na zijn afstuderen werkte hij voor reclamebureaus, maar al snel werd hij freelance illustrator. In de late jaren '90 werd hij gevraagd door een aantalgrote tijdschriften om voor hen te werken. In december 2004 tekende hij voor de uitgever Soleil uit Frankrijk een nieuwe serie, De Druïden.

De serie 'De Druïden' (Les Druides) speelt zich af in de nadagen van de klassieke oudheid, tijdens de overgang naar de middeleeuwen. Het is een periode van verwarring en ook een tijd waarin talrijke Keltische koninkrijkjes ontstaan. De macht van het West-Romeinse rijk was tanende. Maar het is ook de tijd dat de Rooms-katholieke kerk haar invloed steeds verder uitbreidt. Hierdoor ontstaan natuurlijk conflicten, onder meer met de wereld van de druïden. Een van hen is Gwenc'hlan. Hij leefde in het noorden van Bretagne, een gebied dat toen bekend stond als Dumnonia. De naam is namelijk niet per ongeluk gekozen. Gwenc'hlan is de bijnaam van een legendarische 6e eeuwse Bretonse druïde en bard genaamd Kian. Hij was het onderwerp en benoemd auteur van een Bretonse lied genaamd "Diougan Gwenc'hlan" (Gwenc'hlan's profetie). Dit lied is door Hersart de la Villemarqué in 1839 in zijn bloemlezing Barzaz Breiz opgenomen. De legende van de 6de eeuwse bard is grotendeels een creatie van de la Villemarqué, maar hij heeft wel gebaseerd op traditionele Bretonse verhalen.

1 Het mysterie van de Ogams

De druïden - Het mysterie van de Ogams (Le Mystère des Oghams)

Gwenc'hlan... Mijn meester, naar wie al mijn gedachten uitgaan, nu ik verlangend begin uit te kijken naar het ogenblik dat ik hem zal weerzien in de andere wereld, achter de nevelen...
Doordat de druïdendienst tanende was besloot een man zijn herinneringen, zijn kennis, op papier te zetten. De meeste druïden waren verdwenen of hadden zich bekeerd. Voor de schrijver is het op schrift stellen van zijn herinneringen de enige manier om zijn kennis over te dragen aan latere generaties. En zijn herinneringen voeren hem terug naar het eiland Bréhat, Armorica op het einde van de 5de eeuw. Een groep monniken verlaat de veiligheid van de abdij. Ergens buiten in de zware storm moet zich nog de jongen Efflam bevinden. Er moet een reden zijn waarom hij niet is teruggekeerd. Gwenc'hlan en Budog onderzoeken de moorden uit de strip De Druïden, tekening van Lamontagne Na enig zoeken vinden ze de jongen aan het strand. Op zijn knieën, biddend. En daar is goede reden toe. Want in het water ligt het onthoofde lichaam van een man. Door zijn borst steekt een staak met hierop opmerkelijke tekens. Het lichaam bleek dat van een broeder te zijn, Tutgwal. De leider van de abdij ziet zich geplaatst voor een dilema maar weet dat hij eigenlijk geen keuze heeft. Hij moet raad zoeken bij Gwénolé. Deze Gwénolé is een oud-leerling van de leider van de abdij en is zeer machtig geworden. Anders dan zijn vroegere meester Budog, is Gwénolé geen volgeling van Pelagius. Deze Britse monnik was de mening toegedaan dat er niet zoiets bestond als de erfzonde. Een stelling die door Rome als ketterij werd veroordeeld. En Gwénolé volgt met zijn abdij van Landeweneg de lijn van Rome.
Na een kort gesprek uit beleefdheid komt Budog tot de zaak waarvoor hij naar Gwénolé is gekomen. Dan blijken er zich meer moorden te hebben voorgedaan. Drie om precies te zijn. Alle drie de slachtoffers waren monniken, alle drie waren ze onthoofd en stak een staak door hun borst. Een staak met hierop speciale tekens, Ogams. De heilige schrifttekens die door de druïden worden gebruikt. Beide mannen beseffen dat de Ogams door willekeurig wie op de stukken hout kan zijn aangebracht om de druïden in diskrediet te brengen. En dan doet Gwénolé een opmerkelijk voorstel. Waarom laten ze de zaak niet heronderzoeken door een betrouwbare druïde? Budog kent zo'n druïde uit het verleden. Zijn naam is Gwenc'hlan. De genoemde man heeft zojuist het feest samonios met de clan beleefd. Maar ditmaal kwam hij in contact met Morrigane. Deze godin waarschuwt Gwenc'hlan voor de gevaren van de toekomst. Kort daarna komt de boodschapper van Budog. En samen met zijn leerling Taran begeeft Gwenc'hlan zich op weg. Hij zal flink moeten uitpakken om de waarheid omtrent de moorden te achterhalen.

Het album 'Het mysterie van de Ogams' (Le Mystère des Oghams) opent deze bijzonder intrigerende serie. In het begin moest ik even aan de namen wennen, maar daarna las het verhaal als een trein. De clash tussen de opkomende macht van de kerk in Rome en de neergang van de druïdendienst is door heel het album voelbaar. Maar er is meer dan dat. Ook binnen de monniken zijn er verschillen van inzicht en is het opletten welke koers gevaren wordt. Het beeld dat uit de nevelen van die onzekere tijd opduikt is er een van angst, twijfel, intrige, zucht naar invloed en macht. Als een soort Keltische Cadfael onderzoekt Gwenc'hlan de drie moorden, die op het oog overduidelijk wijzen naar de druïden. Maar is dit ook werkelijk zo, of is er iets totaal anders aan de hand? Gadegeslagen door zijn leerling volgt Gwenc'hlan het pad in deze boeiende thriller. In de inleiding van het album melden de makers dat het uiteindelijke doel van het verhaal is om de lezer te boeien. Geslaagd, tien met een griffel!

2 Ys

De druïden - Ys (Is la blanche)

Gwenc'hlan zoekt zijn oude vriend Budog op. Tijdens een wandeling langs het strand, waar de dode en onthoofde monnik is aangetroffen, heeft hij iets in het zand gevonden. Wanneer Budog het voorwerp ziet schrikt hij. Het is een medaillon van de duivel volgens de monnik. Gwenc'hlan begrijpt het niet. Is dit niet het teken van het geloof van Budog? Dan vertelt Budog de ontstaansgeschiedenis van het teken. Toen het geloof in Jezus Christus zich over Brittanië verspreidde waren er verschillende interpretaties van het geloof. Dit stoorde Rome. De paus stuurde een speciale afgezant, Patricius, naar Brittanië. En deze Patricius was niet tot enig mededogen geneigd. Hij riep een geheime groep in het leven, de 'imperium dei'. Het waren duistere extremisten die iedereen vermoorde die een afwijkende en onafhankelijke mening had. Het symbool op het medaillon is die van hun orde. De orde imperium dei zou niet meer bestaan maar daar twijfelt Budog nu aan. Gwenc'hlan in een duel uit de strip De Druïden, tekening van Lamontagne Terwijl ze teruglopen naar de abdij vertelt Budog dat Gwénolé hem gevraagd heeft naar Ys te komen. In de stad van koning Gradlon verblijft hij momenteel en hij maakt zich grote zorgen om de dochter van de koning, Dahud. Zij laat zich niet bekeren en hangt de oude goden aan. Maar voordat de reis naar Ys kan worden ingezet heeft Taran een onheilsbode. Er is weer een dode monnik gevonden. En dus vertrekken ze. Het schijnt dat de dorpelingen de schuldigen al gevat hebben. Een gevoel van onheil bekruipt Gwenc'hlan. En bij aankomst blijkt dit niet zonder reden te zijn geweest. In een blinde wraakzucht en alleen gebaseerd op onderbuikgevoelens hebben de dorpelingen drie druïden afgeslacht. Overtuigd van hun eigen gelijk, dat alleen gebaseerd is op vooroordelen, zijn de drie mannen als de daders aangewezen en met stokken doodgeslagen. Wanneer Budog één van de jongens ondervraagt die de druïden heeft gezien, blijkt het verhaal natuurlijk veel genuanceerder te liggen dan dat de verblinde menigte had aangenomen. Gwenc'hlan onderzoekt de bodem en komt tot de conclusie dat er zeven ruiters zijn geweest. Maar het spoor houdt op. Omdat er niets meer te doen viel vertrok het gezelschap naar de fabelachtige stad Ys. Onderweg vertelt Gwenc'hlan aan Taran het verhaal over Gradlon en een godin uit het hoge noorden. Duhad zou hun dochter zijn. Een verhaal dat Budog naar het rijk der fabelen verwijst. Hier treffen zij Gwénolé maar ook de extreem mooie Duhad. Taran valt voor haar als een blok. Ondertussen gelooft Gwénolé niet aan het bestaan van de imperium dei. Maar in Ys is veel niet wat het lijkt te zijn. En er wacht Gwenc'hlan een ontmoeting met een geheimzinnige en gevaarlijke vreemdeling.

Ook het tweede deel uit de serie is een bijzonder goed verhaal. In het album 'Ys' (Is la blanche) gaat Gwenc'hlan verder met zijn onderzoek naar de dode monniken. Het scenario zit overigens niet alleen sterk in elkaar, maar toont ook een stuk van het menselijke gedrag dat maar al te bekend is. De dorpelingen die louter uit vooroordeel en onderbuikgevoelens een blinde haat botvieren op de druïden is iets dat helaas vele malen is voorgekomen in de geschiedenis van de mensheid.
Maar het verhaal is ook een spannende voortzetting met een geheimzinnige sekte de imperium dei, een magische invalshoek met de stad Ys en Dahud, de dochter van Gradlon. Zoals ik bij het eerste deel al opmerkte is dit een geweldige reeks met fantastische illustraties. Het tweede deel is een uitstekend vervolg.

3 De lans van Lugh

De druïden - De lans van Lugh (La Lance de Lug)

Door zijn onderzoek in de stad Ys leert Gwenc'hlan dat een geestelijke bezig is om een stuk van het manuscript te vertalen. De eerder vermoordde broeders hebben ook aan delen hiervan gewerkt. Maar wanneer hij deze broeder Thomas vindt is het al te laat. De geestelijke is dood. En in de kamer treft Gwenc'hlan een man die gehuld is in een mantel met een kap die zijn gezicht afschermt. Al snel komt het tot een gevecht. Prinses Duhad uit de strip De Druïden, tekening van Lamontagne Een gevecht dat op daken van Ys wordt voortgezet terwijl de regen neerdaalt en de bliksemschichten door de lucht flitsen. De geheimzinnige man weet wie Gwenc'hlan is. En hij sommeert hem om de zoektocht op te geven. Iets wat Gwenc'hlan geen moment overweegt. Tijdens het gevecht vallen beide mannen van het dak waar zij zich bevinden en met enig fortuin belanden zij op het dek van een schip dat juist onder hen ligt. De gemaskerde man ziet zijn kans schoon en springt in het water en verdwijnt. Wanneer Gwenc'hlan terugkeert naar de kamer van de vermoorde monnik treft hij hier prinses Duhad. Dankzij de tussenkomst van Gwenc'hlan heeft de moordenaar zijn werk niet af kunnen maken. In een verborgen nis vinden zij een kist met hierin de persoonlijke aantekeningen van broeder Thomas. De broeder was toegetreden tot een geheim genootschap. De leider hiervan heeft Thomas belast met de vertaling van een deel van het manuscript. Ook Thomas wist niet waar het manuscript vandaan kwam. Maar aangezien hij in staat was om de Ograms te vertalen toog hij aan zijn taak.
De vondst werd meegenomen en samen met Budog en Taran lezen Gwenc'hlan en Duhad de aantekeningen. Nadat de Romeinse legioenen uit Brittannië waren vertrokken vielen de oorspronkelijke bewoners ten prooi aan de Saksische invallers. Het pratende hoofd van Talwrc'h leidt de Picten. Hij was ooit een Pictische prins die zich verzette tegen de Romeinen en het christelijke geloof. Nadat zijn hoofd was afgehouwen werd het door de krijgers meegenomen en bleek het een pratend orakel te zijn geworden. Omdat er geen veilige plek meer was op het eiland werd het hoofd naar de noordelijk gelegen eilanden gebracht. Talwrc'h beval dat in ieder geval twee talismans veilig moesten worden verborgen. De bodemloze ketel van Dagda en de lans van Lugh. De magische lans die nooit doel mist. Dan blijkt dat de lans verborgen is op de plek waar later Ys zou verrijzen. Nu begrijpt Duhad ook waarom een priesteres haar vertelde dat juist hier de stad moest verrijzen. De lans ligt diep onder de grond verborgen. De enige manier om het te bereiken is via een deur die maar met één sleutel geopend kan worden. En het is de sleutel die om de nek van de vader van Duhad hangt. Maar de dood van broeder Thomas roept natuurlijk ook een heftige reactie op Gwénolé. Hij eist dat er een kerk kan verrijzen in Ys, iets waar Duhad niets van wil horen. Maar haar aanstaande echtgenoot tracht toch een brug te slaan. En zo gaat het avontuur verder. Terwijl Gwenc'hlan verder onderzoek doet naar de informatie uit het manuscript gaat de leider van de geheimzinnige orde verder met zijn plan. En hij heeft hulp. Niet alleen van de Saken, maar ook van iemand die veel dichter bij de groep van Gwenc'hlan staat.

In dit derde deel uit de serie, die de titel 'De lans van Lugh' (La Lance de Lug) draagt, komen langzaam de eerste onthullingen op gang. Het verhaal wordt vlot vertelt en de handelingen volgen elkaar snel op. Het lukt Istin echter zeer goed om de spanning vast te houden. Hij slaagt er in om de informatie zo in het scenario te verwerken dat de rode draad van het verhaal niet verloren raakt in de details. Iets wat je bij andere series nogal eens hebt, maar daar is hier geen sprake van. Ook voegt hij nieuwe ontwikkelingen toe aan het verhaal. Steeds meer betreedt je als lezer een magische wereld waarbij er onder de op het oog gewone geschiedenis een verborgen verhaal ligt te wachten. En de makers voeren je op een spannende manier naar deze ontdekkingen.

4 De kring der reuzen

De druïden - De kring der reuzen (La Ronde des géants)

Terwijl Gwenc'hlan en Taran in de grot onder de stad Ys het gevecht aangaan met zijn handlangers, snelt prins Gurvan omhoog. Trede na trede snelt de minnaar van Dahud omhoog met in zijn handen de magische lans van Lugh. Hij slaat geen acht op de waarschuwingen van Gwenc'hlan. De druïde waarschuwde dat het verwijderen van de lans uit de ruimte het evenwicht zou verstoren. De stad Ys zou zo ontdaan worden van haar bescherming tegen de woeste oceaan. Dan is hij boven. Gurvan loopt met zijn trofee een zaal in. Maar hier wordt hij opgewacht door prinses Dahud. Zij begrijpt dat haar minnaar haar bedrogen heeft, gebruikt heeft om zijn doel te bereiken. Een gevecht ontaard. Gurvan meent dat hij haar aan kan. Heeft hij haar immers al eens niet eerder verslagen? Maar hij maakt een kolossale fout. In het eerste gevecht heeft slechts een deel van Dahud verslagen, maar nu wordt hij geconfronteerd met haar goddelijke deel. Het is nu een gevecht dat hij verliest en waarbij hij de hoogste prijs betaald. Ondertussen stijgt de oceaan en de stad Ys wordt overspoeld. Een schouwspel dat door Budog en zijn helper Mawdez vanaf een kleine sloep wordt gadegeslagen. In de stad zoekt Gwénolé ook naar een uitweg. Zijn oog valt op een groot houten kruis, volgens de geestelijke een teken van God. Maar ook Gwenc'hlan en Taran moeten in de onderaardse gewelven van de stad vluchten voor het woedende water. Dankzij de vindingrijkheid van Gwenc'hlan bereiken zij ongedeerd de oppervlakte. Hier treffen zij Gwénolé die de ramp ook heeft overleefd. De tegenstellingen verharden uit de strip De Druïden, tekening van Lamontagne Maar vele inwoners van Ys waren niet zo gelukkig. Van Dahud en haar vader Gradlon ontbreekt elk spoor. Nadat de aangespoelde doden zijn begraven bestuderen Gwenc'hlan, Taran, Budog en Mawdez het zesde manuscript. Het verhaalt over de reis van de reuzenstenen door de magische klanken van de harp van Myrdhin. Als een graf voor honderden Britse doden door de handen van de Saksen. De kring bestaat echt, zo weet Gwenc'hlan. Volgens het manuscript vallen de stralen van de ondergaande zon bij de winterzonnewende op een bepaalde steen. Deze steen zal een plan onthullen. En dus trekken Gwenc'hlan, Taran en Mawdez samen met enkele monniken naar Brittannië. Budog blijft achter in de abdij. Terwijl het gezelschap in hun boot het kanaal oversteekt heeft Gwénolé in Redones (Rennes) een ontmoeting met een hoge geestelijke van de kerk uit Rome. Het is hier dat de opdracht wordt gegeven om alle uitingen van geloof die niet stroken met de leer van Rome te laten verdwijnen. Te beginnen met de orde van de Druïden. Gwenc'hlan en Taran hebben nog weet van de bijeenkomst maar vermoeden al wel dat hun orde slachtoffer zou kunnen gaan worden. Maar eerst zijn er andere zaken waar zij zich op moeten concentreren. Hun reis brengt hen naar het legendarische kasteel van Tintagel en voert hen naar de kring van de reuzenstenen waar zij een zeer bijzondere ontmoeting hebben.

In dit vierde deel uit de serie De Druïden, met als titel 'De kring der reuzen' (La Ronde des géants), wordt het vasteland verlaten en maakt het verhaal de oversteek naar Groot-Brittannië. Ook ditmaal verweven Jean-Luc Istin en Thierry Jigourel meerdere elementen en presenteren zij wederom een intrigerend en bovenal spannend verhaal. Er is nog geen enkele sprake van een vermindering in de kwaliteit van het verhaal. Integendeel zelfs. Door het oversteken van het kanaal gaan nu ook de legendes over koning Arthur, zijn raadsheer Merlijn en het kasteel Tintagel deel uitmaken van het verhaal. Ook Stonehenge doet zijn intrede. Dahud lijkt uit het verhaal verdwenen te zijn maar in haar plaats komen nu de Britse mythes en legenden, hoewel Istin en Jigourel dit zeer interessant invullen. Ook de politieke koers van de vroege kerk komt aan bod. Het tekenwerk van Jacques Lamontagne is ook nu weer uitermate goed en toont een hoge mate van vakmanschap. De vormgeving van de steden, de personen, de natuur. Alles is even goed. Ook de uitdrukkingen op de gezichten tonen zeer veel detail. Kijk bijvoorbeeld eens naar de verandering in oogopslag van het wezen dat Gwenc'hlan en Taran ontmoeten bij de reuzenstenen op bladzijde 31. In een woord geweldig. Maar dat geldt eigenlijk voor de hele reeks tot nu toe.

5 De steen van het lot

De druïden - De steen van het lot (La Pierre de destinée)

Nadat Taran in het woud zwaar gewond was geraakt heeft Gwenc'hlan met zijn gekwetste leerling de tocht gemaakt naar het eiland Mona. Ze vertrokken in een kleine sloep terwijl de zee woest op en neer deinde. In zijn koortsdroom valt Taran steeds dieper de oceaan in. Hij ziet vreemde wezens met vrouwelijke vormen. Is dit zijn einde? Maar een stem roept zijn naam. Het is een krachtige stem. Taran opent zijn ogen en kijkt naar het gezicht van zijn leraar. Gwenc'hlan vertelt hem dat zij het beoogde eiland hebben bereikt. Een monnik, broeder Brieg, heeft Taran verzorgd. Hij is er in geslaagd de jongen aan de dood te ontrukken. Volgens de ervaren druïde zullen de gebeurtenissen grote veranderingen in Taran teweegbrengen. Hij was dood en is teruggehaald, hij heeft de andere kant gezien. Wordt Gwénolé bezocht door de Heilige Maagd? Tekening van Lamontagne uit de strip De Druïden Nadat Taran weer in slaap is gevallen gaat Gwenc'hlan naar buiten. Hier wacht broeder Brieg op hem. De twee lopen al pratend naar de rand van een klif. Volgens broeder Brieg zijn Gwenc'hlan en Taran welkom om te blijven. Maar Gwenc'hlan vertelt dat dit niet kan. Aan de overzijde van het water wacht de rest van het gezelschap op hun terugkeer. Zij moeten verder. Maar dit kan pas nadat Taran genezen is. Tijdens zijn herstel leert Taran veel van Broeder Brieg. Hij beseft nu wat zijn lot in het leven moet zijn. Die van genezer, heler van de gewonden en zieken.
En zijn nieuw verworven vaardigheden worden eerder op de proef gesteld dan verwacht. Er wordt een gewonde jongen binnengebracht door een groep broeders. Omdat broeder Brieg afwezig is, kijkt men naar Taran. Kan hij de jongen helpen? Een proef waar Taran voor slaagt. Hij kan de jongen helpen. Hij was gewond door een pijl in zijn schouder en nu hij bijkomt, vertelt hij kort wat er is gebeurt. Er zijn schepen van de Scoti (Schotten) in een baai. Gwenc'hlan besluit naar de baai te gaan om te zien wat er is gebeurd. Het wordt hem al snel duidelijk. Hij ziet twee leden van de geheimzinnige orde die het gezelschap achtervolgen. Zij hebben zich ditmaal verzekerd van de hulp van de Scoti, maar zijn wel leiders met harde hand. De man die de pijl afschoot betaald met zijn leven. Dit kan de achtervolgers immers verraden. Zodra het maar even mogelijk is gaat het gezelschap weer verder. Zij komen in het gebied waar de Picti de scepter zwaaien. Een woest volk. Hun krijgers versieren zich met blauwe tatoeages. En het duurt dan ook niet lang eer zij met de Picti in aanraking komen. Maar merkwaardig genoeg lijkt de leider hen te verwachten. Het blijkt namelijk dat zij hetzelfde reisdoel zullen hebben. Vikingen hebben het dorp van de Picti overvallen en hun heilige steen van het lot meegenomen. En deze vikingen komen van Ailbi (IJsland). En dus is er een verbond. Het gezelschap krijgt nog meer deelnemers. Want op de reis naar Ailbi ontmoeten zij broeder Brandaan. Een geestelijke die de vikings van Ailbi goed kent. Het is een gevaarlijke onderneming, maar niemand schrikt hiervoor terug. Ondertussen krijgt Gwénolé steeds meer te maken met de op macht beluste leiders van zijn kerk. In een droom meent hij eerst de Heilige Maagd te zien, maar die gestalte vervaagt en verwordt tot Dahu. De jonge vrouw die verdween met haar stad Ys. Gwénolé komt steeds meer tot de overtuiging dat hij zich niet wil mengen in de politiek van zijn kerkelijke leiders. Een politiek die niet de idealen van zijn geloof uitdraagt maar een politiek voor de verwerving van macht. Ook Gwénolé bevindt zich op een kruispunt in zijn leven. Net als het gezelschap dat de reis naar Ailbi maakt.

De serie wordt voortgezet met 'De steen van het lot' (La Pierre de destinée). In dit deel minder fantasy dan in de vorige delen, maar meer gericht op het verweven van lang vervlogen verhalen en legendes. Denk bijvoorbeeld aan de verwijzing naar Brandaan van Clonfert, bijgenaamd de Zeevaarder. Het geheel ademt een veel aardser sfeer uit. De Scoti en de Picti komen regelrecht uit de geschiedenisboeken, dit geldt ook voor de vikingen die zich op IJsland hadden gevestigd. Voor de mogelijk onverklaarbare zaken wordt een meer alledaagse verklaring aangereikt (bijvoorbeeld de droom van Gwénolé). Ook het onverzoenlijke karakter van de kerk in die tijd wordt sterk voor het voetlicht gebracht. Er wordt een politiek gevolgd die de meest trouwe volger doet afschrikken. Ook wordt nu meer iets meer licht geworpen op de geheimzinnige orde, het is die van Esus. De serie had natuurlijk wel een deel als dit nodig. Hiermee voorkomen de makers dat de serie een te sterke fantasy inslag krijgt. En hoewel ik vind dat het karakter iets wijzigt ten opzichte van de vorige delen boeit het verhaal net zo sterk als de vorige delen dit deden. Hoe zullen de lotgevallen van Gwenc'hlan verder gaan? Dat ligt in een , hopelijk niet zo verre, toekomst.

6 Avondschemering

De druïden - Avondschemering (Crepuscule)

Gwenc'hlan en Taran zijn in het gezelschap van de Picten en van broeder Brandaan aangekomen Ailbi (IJsland). Hier leven de Vikingen die de heilige steen van het lot van de Picten gestolen hebben. Brandaan weet een manier om de versterking van de Vikingen binnen te dringen. Na een lange tocht door de uitgestrekte grotten komen ze bij een onderaardse bron, waar de Vikingen hun bronwater uit putten. Het gezelschap baant zich in de nacht een weg naar een centraal gebouw waar de steen bewaard wordt en waar zich ook de aanwijzing moet bevinden waar de ketel van Dagda verborgen is. Alles lijkt goed te gaan maar wanneer ze binnentreden, blijkt het een val te zijn. Gwénolé weerstaat Verus uit de strip De Druïden, tekening van Lamontagne Ze worden opgewacht door de leider van de Vikingen, Leif, en zijn mannen. De geheimzinnige broeders van Esus, de grote tegenstanders van Gwenc'hlan, hadden Leif verteld wat er stond te gebeuren. Blijkbaar worden de sekte van Esus door iemand op de hoogte gehouden. Omdat hij buiten de wacht houdt, is Taran de enige van de groep die niet in de handen van de Vikingen valt. Iets wat door de Picten, die de versterking in de gaten houden van een afstand, is gezien. Er is dus een bondgenoot binnen de muren. En dat is iets waar gebruik van gemaakt kan worden. De Vikingen op hun beurt denken een voordeel te hebben op de Picten. Een dodelijke vergissing. Een groep Viking krijgers loopt in de val en wordt bedolven onder rotsblokken. Leif en zijn vrouw Igilt staan op het punt om te beginnen met hun wrede ritueel om tegenstanders van een grote hoogte naar beneden te gooien en dit net zolang te herhalen totdat het slachtoffer dood is. Gwenc'hlan en Bradaan staan te wachten wanneer er plots brand uitbreekt in de stallen. Dit is het werk van Taran en het teken voor de Picten om tot de aanval over te gaan. Na een bloedig gevecht komen de Picten als overwinnaars uit de strijd. Leif en Igilt hebben de dood gevonden. Nu kunnen ze de aanwijzingen op de steen lezen over de ketel van Dagda. Brandaan kan ook het schrift lezen en om de ketel te vinden zullen ze verder moeten reizen. Verder naar het westen. Naar een land waar Brandaan wel eens van gehoord heeft maar nooit is geweest. Een land dat Brandaan aanduidt als Tir Na N'Og. Hij vergezelt het gezelschap van Gwenc'hlan en Taran dan ook op de reis. De reis voert hen over een zee van ijs. Een reis die het uiterste vraagt en die niet door iedereen wordt volbracht. Onder meer broeder Iltud, die bekent informant te zijn geweest van de Esus sekte, haalt het einde van de reis niet. Sterk vermagerd komen ze tenslotte terecht in een land waar de bossen reiken tot zover het oog kan zien. En hier maken ze kennis met de stammen die hier wonen. In Letavia komt Gwénolé steeds meer in opstand tegen de genadeloze vervolging van de nog levende druïden. En hij besluit dan ook dat het tijd wordt om te handelen. En dit leidt tot een opmerkelijk verbond. Aan de andere kant van de oceaan vindt ondertussen de laatste confrontatie plaats tussen Gwenc'hlan en de Esus sekte en hun geheimzinnige leider.

Het album 'Avondschemering' (Crepuscule) is het slot van deze cyclus van de opmerkelijk goede strip 'De Druïden'. Thierry Jigourel besteed in het voorwoord van dit album aandacht voor de keuze om Gwenc'hlan en Taran op het Noord-Amerikaanse continent te doen belanden. Nu is dit idee minder vreemd dan wellicht gedacht. Velen hebben in de geschiedenisboekjes geleerd dat Columbus de ontdekker van Amerika is. Maar in de laatste 50 jaar is dit idee allang bijgesteld. De Vikingen trokken al veel eerder naar het westen en bevolkten inderdaad IJsland (dankzij Erik de Rode). En er zijn bewijzen dat van daaruit tochten zijn gemaakt die inderdaad tot aan Amerika hebben gereikt. Zo zijn er aanwijzingen gevonden op Newfoundland. Maar los van dit gegeven is het afsluitende album een sterke thriller waarbij de makers eindelijk de antwoorden geven op de vragen die gedurende de looptijd van het verhaal bij de lezers aanwezig zijn geweest. En de antwoorden komen op een overtuigende manier. Het hele verhaal zit uitstekend in elkaar. En passant schilderen ze de botsing tussen de locale bevolking van Brittannië en de opkomst van de kerk uit Rome. Genadeloze en gewetenloze mannen misbruiken het geloof om hun macht te vestigen. Ook nu is het tekenwerk van Lamontagne wederom zeer sterk. Prachtige vergezichten en schitterende details. Gelukkig is er de belofte van een nieuwe cyclus die hopelijk even goed is als de eerste zes delen.

7 De vermisten van Cornouaille

De druïden - De vermisten van Cornouaille (Les disparus de Cornouailles)

Geteisterd door de wind en de regen gaat de man gebogen voort. Hij nadert een huis waar zijn aankomst wordt opgemerkt. De oude man die komt aanlopen is de druïde Corann en zijn komst is welkom. Hij wordt opgewacht door Leonin, de Tiern (een oude Bretonse term voor een lokale heerser). Leonin bevindt zich bij dit huis omdat hier het gezin van de smid Ronan verdwenen is. De smid zelf is dood aangetroffen. Beestachtig afgemaakt. Nadat Corann zich herstelt heeft van de aanblik van het lichaam is zijn eerste vraag wie voor zoiets weerzinwekkends verantwoordelijk zou kunnen zijn. De gedachten van Leonin gaat uit naar de Sasken. Maar meer dan een bijl en wat vooringenomenheid heeft de Tiern niet als aanwijzingen. Taran en Gwenc'hlan onderzoeken het lichaam uit de strip De Druïden, tekening van Lamontagne De Saksen waren in die tijd een plaag, Rome slaagde er niet in de situatie onder controle te houden. De ondergang van de Romeinse beschaving leek een kwestie van tijd. In een hut ergens in het bos verblijven Gwenc'hlan en Taran. Het valt de leerling op dat zijn meester zeer passief is. Alsof de toekomst die Gwenc'hlan gezien heeft zijn ziel heeft aangetast. Maar de passieve tijd lijkt voorbij want een leerling van Corann komt Gwenc'hlan een boodschap brengen. De reis naar het huis van de smid duurt niet lang. Samen met Taran onderzoekt Gwenc'hlan het ontzielde lichaam van de man. Alle ingewanden zijn uit zijn borstkas gehaald.
Wie is hier verantwoordelijk voor? Al snel sluiten de twee een aanval door een dier uit. Dit is het werk van een mens. Maar waar is het gezin gebleven? Terwijl Gwenc'hlan de smidse verder onderzoekt voelt Taran een onweerstaanbare aantrekkingskracht om richting het strand te lopen. En hier komt hij een jonge vrouw tegen die uit het niets lijkt op te duiken. Haar naam is Leil en zij zegt een goede vriendin van de familie van de smid te zijn. Nadat het lichaam van de smid aan de vlammen is toevertrouwd gaat een bont gezelschap op pad. Het drietal sluit zich aan bij Leonin en zijn mannen die op zoek gaan naar Saksen. De volgende ochtend vinden ze het kamp van de Saksen maar ook zij zijn aangevallen. De doden liggen op de grond, slechts een enkeling leeft nog. Gwenc'hlan is er niet van overtuigd dat de Saksen de gruweldaden hebben begaan, maar Leonin en zijn mannen gaan de overgebleven Saksen achtervolgen. In het woud gebeurt echter iets wat niemand verwacht had. Bovendien is het gezin van de smid niet het enige slachtoffer. Gwenc'hlan, Taran en Leil volgen hun eigen pad om onderzoek te doen. Maar waar zal het pad naartoe leiden?

Het verhaal 'De vermisten van Cornouaille' (Les disparus de Cornouailles) betekent de openingszet van een nieuwe cyclus in de reeks 'De Druïden'. Het betekent ook het begin van een nieuw onderzoek voor Gwenc'hlan en Taran. Net als bij de eerste cyclus worden eerst een aantal raadselachtige zaken naar voren gebracht. Het enige dat duidelijk is, is dat een aantal mensen worden gedood en anderen verdwijnen. Maar wie of wat daar achter zit is nog volledig in het duister gehuld. Istin heeft opnieuw een zeer goed scenario afgeleverd. De tekeningen van Lamontagne zijn wederom schitterend. Met dit deel tonen beide weer aan dat de serie 'De Druïden' een absolute aanrader is!

8 De geheimen van het oosten

De druïden - De geheimen van het oosten (Les secrets d'orient)

De moord op de smid Ronan en het verdwijnen van zijn familie heeft Gwenc'hlan en Taran samengebracht met Leonin de Tiern om de daders op te sporen. Ook de jonge Leil voegt zich bij het gezelschap aangezien ze zou trouwen met de oudste zoon van de smid. In eerste instantie dacht Leonin dat een Saskenclan verantwoordelijk was. Maar ook de Sasken zijn aangevallen door hetzelfde wezen. Een wezen dat de ingewanden van zijn slachtoffers meeneemt. Er blijken veel meer slachtoffers te zijn geweest in de afgelopen jaren. Gwenc'hlan, Taran en Leil gaan op onderzoek uit bij een groep hutten waarvan de bewoners verdwenen zijn. Ook de nieuwe bewoners lijken allemaal in lucht te zijn opgegaan, op één na. Ze vinden een man begraven in de aarde, verdoofd maar nog in leven. Gwenc'hlan besluit te wachten tot het wezen weer terugkomt om het te confronteren. Maar zijn plan slaagt maar gedeeltelijk. Het wezen krijgt zijn slachtoffer te pakken en Gwenc'hlan lijkt nu ook verdwenen te zijn. Opgeschrikt door het lawaai komen Taran en Leil poolshoogte nemen en volgen de sporen tot ze bij een gat in de grond komen. Taran besluit zijn meester te volgen, afgeschrikt door het onbekende blijft Leil achter. Nadat hij een zoen heeft gekregen van de jonge vrouw laat Taran zich in het gat zakken. In voslagen duisternis moet de leerling van Gwenc'hlan op handen en voeten verder kruipen. Na enige tijd wordt de ruimte groter en kan hij een toorts aansteken en zo zijn weg vervolgen. De sporen leiden hem steeds verder deze vreemde onderaardse wereld in. Uren gaan voorbij en het de voetafdrukken leiden Taran naar een nieuw gat in de grond. Om de diepte te peilen laat hij de toorts naar beneden vallen en daalt dan af. Tot zijn stomme verbazing komt hij in een grote ruimte maar wat hij dar ziet verbaasd hem nog meer. In deze onderaardse ruimte is een tempel gebouwd. Maar door wie en waarom? Een mysterieus eiland uit de strip De Druïden, tekening van Lamontagne Langzaam gaat hij de tempel binnen en ziet afbeeldingen die aan zijn eigen geloof doen denken. Wanneer hij een put bereikt liggen daar lichamen in. Sommige leven nog maar de meeste mensen zijn dood. Dan duikt ook zijn meester Gwenc'hlan op. Omdat de onderaardse gangen eindeloos lijken te zijn en ze gemakkelijk kunnen verdwalen besluiten ze te wachten in het duister. Zo komen ze mogelijk ook de daders op het spoor. Hun lange wachten wordt beloond. Na enige uren verschijnt er een jongen, wel een jongen die zich heel vreemd gedraagt en de huid van een wolf om zich heeft, maar niettemin een jongen. Plots gaat hij er weer vandoor, Gwenc'hlan en Taran volgen hem op enige afstand en komen zo weer aan de oppervlakte. Ze zijn in het bos en komen bij de boog waar Leonin en zijn mannen de dag eerder ook zijn geweest toen ze de overgebleven Saksen achtervolgde. In het bos schuilt iets reusachtig, iets dat de Tiern heeft doen vluchten naar het kasteel in het oosten waar heer Lucius de scepter zwaait. Hier komt hij een oude bekende tegen, Pepin. Deze vertelt hem dat ook hier mensen verdwijnen, waaronder de vrouw van heer Lucius. In het bos schuilen geheimen, het bos waar niemand meer komt sinds de druïden die er woonden zijn vermoord. Toch lijkt het antwoord op alle verdwijningen zich in het bos te bevinden. Heer Lucius en Leonin besluiten met hun manschappen het bos in te trekken. Ondertussen hebben Gwenc'hlan en Taran gezien dat de jongen een oudere jongen tegenkwam. De jongeman met de kraaienveren neemt de jongere mee. Gwenc'hlan en Taran volgen weer op afstand en komen aan bij een groot meer. Met een boot die ze in de buurt vinden gaan ze verder. Dan duikt in de verte een eiland op en in de mist is een kasteel zichtbaar. Het is een onheilspellende aanblik, maar het tweetal moet verder. Op zoek naar antwoorden.

In 'De geheimen van het oosten' (Les secrets d'orient) volg je in eerste instantie Taran. Zijn leraar Gwenc'hlan was op het einde van het vorige deel verdwenen. Het begint al meteen weer goed. Onderaardse gangen, een geheimzinnige tempel, een kasteel op een mistig eiland. Ze krijgen te maken met een zeer vreemde familie, eentje die er ook kannibalisme op nahoudt. Al vanzelf sla je de pagina's om om verder te kunnen. Het scenario is zeker onderhoudend en het tekenwerk Jacques Lamontagne is echt weer heel erg goed. Spannend vervolg van een verhaal dat nog niet voorbij is. Gelukkig maar.