De Rode Ridder Hill intro

In 1959 wilde Studio Vandersteen een ridderreeks op de markt brengen. Willy Vandersteen maakte op dat moment al een aantal jaren de zeer succesvolle serie Suske en Wiske. Men deed een beroep op de jeugdboekenschrijver Leopold Vermeiren om het hoofdpersonage uit zijn werk te mogen gaan gebruiken als de hoofdpersoon voor deze nieuwe serie. Met de schrijver werd daartoe een overeenkomst gesloten en zo begon het stripleven van Johan de Rode Ridder. In de eerste jaren van De Rode Ridder werkte Willy Vandersteen veel samen met Karel Verschuere en Eduard de Rop. In 1968 trad Karel Biddeloo toe tot de groep personen die aan de verhalen werkte. Een jaar later schreef en tekende Karel Biddeloo de verhalen over De Rode Ridder volledig zelfstandig. Dit bleef hij doen tot zijn overlijden in 2004. Vanaf dan wordt de reeks voortgezet door Martin Lodewijk die de scenario's maakt en Claus Scholz die het tekenwerk voor zijn rekening neemt.

Willy Vandersteen (eigenlijk voluit Willebrord Jan Frans Maria Vandersteen) werd op 15 februari 1913 in Antwerpen geboren. Al op jonge leeftijd bleek dat de jonge Willy een talent had voor tekenen en daarbij beschikte over een levendige fantasie. Later ging hij dan ook in de avonduren tekenlessen volgen aan de Antwerpse Akademie voor Schone Kunsten. Ook werkte hij mee in het atelier van zijn vader die beeldhouwer en ornamentmaker was. Eerst was hij alleen timmerman maar kort daarna ook decorateur. Terwijl hij als etalageontwerper een opdracht uitvoerde bij het Antwerpse warenhuis Innovation, vond er een belangrijke gebeurtenis plaats. Hij moest iets uit een Amerikaans modetijdschrift overtekenen op een paneel. Maar zijn oog viel, toen hij het blad doorbladerde, op iets anders. Een artikel over strips. Toen besloot Willy Vandersteen om striptekenaar te worden. Over Willy Vandersteen is op de pagina over Suske en Wiske nog meer informatie te vinden.

Karel Verschuere werd op 19 november 1924 geboren in België. Omdat hij tijdens de tweede wereldoorlog aan het oostfront tegen het Russische leger had gevochten, werd hij afloop van de vijandelijkheden veroordeeld tot een aantal jaren gevangenisstraf. Na zijn invrijheidstelling werkte hij eerst voor een reclamebureau. Toen hij daarna zonder werk zat kwam hij Willy Vandersteen tegen. Deze laatste was op zoek naar een assistent en bood hem werk aan. Zo kwam hij in 1952 terecht bij Studio Vandersteen. Samen met Willy Vandersteen creëerde hij de serie Bessy. In de jaren 50 en 60 was hij de belangrijkste medewerker van Vandersteen. Naast de verhalen over De Rode Ridder werkte hij ook aan de series Karl May, Biggles en tekende hij ook delen voor de Suske en Wiske reeks. Karel Verschuere overleed in 1982.

Eduard de Rop werd op 05 maart 1928 geboren in België. Hij volgde een opleiding aan de Antwerpse Akademie voor Schone Kunsten. Hij begon zijn carrière als ontwerper van meubels maar stapte al snel over naar de reclamewereld. Zo ontwierp hij veel filmposters en verzorgde hij voor tijdschriften illustraties. In 1959 trad hij in dienst bij Studio Vandersteen. Ook hij werd een vaste medewerker van Willy Vandersteen. En net als Verschuere werkte hij in die eerste jaren aan De Rode Ridder. Nadat Biddeloo de reeks volledig ging verzorgen werkte hij mee aan andere series die door de Studio werden voortgebracht. Edward De Rop overleed op 03 december 2007.

Karel Biddeloo werd op 17 augustus 1943 geboren in Wuustwezel, België. Hij volgde een opleiding aan het Instituut voor Sierkunsten en Ambachten te Antwerpen. In 1966 ging hij werken voor Studio Vandersteen. In eerste instantie werkte hij aan de serie Bessy. Daarna werkte hij ook aan de series Biggles en Karl May. Maar in 1968 begon hij ook te werken aan De Rode Ridder, een jaar later was hij volledig verantwoordelijk voor de reeks. Zijn vrouw verzorgde de inkleuring. Onder Biddeloo kreeg de serie andere invloeden, vooral films speelde hierin een grote rol. In de loop der jaren veranderde de reeks in die zin dat het niet louter een 'klassieke' ridderstrip bleef maar ook fantasy elementen hun intrede deden. Karel Biddeloo is jaren verantwoordelijk geweest voor het succes van de reeks. Hij overleed op 07 juni 2004.

Martin Lodewijk werd geboren op 30 april 1939 in Rotterdam. Toen hij 18 jaar was ging hij van school af en begon met het tekenen van strips. In 1959 kwam hij in dienst bij de krant Het Parool waarvoor hij tekeningen verzorgde. In de volgende jaren richtte hij zich op het tekenen van reclames. Maar in 1966 keerde hij terug naar de strips. Voor het stripblad PEP maakte hij het eerste avontuur van Agent 327. In 1978 krijgt hij de Stripschapprijs, de enige oeuvreprijs die Nederland kent voor stripmakers. In 2004 ontfermt hij zich over De Rode Ridder voor de scenario's.

Claus Scholz werd op 13 mei 1949 geboren in Duitsland. Hij begon als etalagedecorateur in Wolfsburg. Omdat zijn hart bij het tekenen van strips lag, verhuisde hij in 1972 naar Antwerpen. Hij ging samen werken met Frank Sels nadat hij eerst had geprobeerd om bij Willy Vandersteen in dienst te komen. Samen met Sels maakte hij de stripreeks Zilverpijl. Ook tekende hij voor het blad Kuifje en verzorgde hij werk voor de Duitse tak van Marvel Comics. In de jaren 80 kwam hij dan toch in dienst bij Studio Vandersteen. Eerst werkte hij aan de serie Bessy en later ook aan Karl May.Vanaf 1986 werkte Scholz ook mee aan de stripreeks Bakelandt. Na het overlijden van Biddeloo nam hij het tekenwerk van De Rode Ridder op zich.

Geraadpleegde bronnen:

nl.wikipedia.org/wiki/De_Rode_Ridder_(stripreeks)#Albums

lambiek.net/

www.roderidder.net/

De Rode Ridder story; De Wispelaere, Garvaert, Steenhuyse (2009 Standaard Uitgeverij)

1 Het gebroken zwaard

De Rode Ridder - Het gebroken zwaard

Johan, de rode ridder, dwaalt door het land op zoek naar een gelegenheid om zijn zwaard in dienst van het recht te stellen. De avond begint te vallen en Johan moet op zoek naar een onderkomen. Aan de horizon heeft hij een burcht gezien en besluit daar naar toe te gaan. De rode ridder geeft zijn paard de sporen om zo snel mogelijk door het woud te zijn. Maar even verderop schrikt het dier terug. Op de grond ligt een gewonde man. Op aanwijzing van de man trekt Johan met zijn zwaard het bos in en ziet een zwevend en lichtgevend gebroken zwaard. Nu laat de rode ridder zich niet afschrikken door vreemde verschijnselen. Hij werpt een steen naar het zwaard, dat prompt verdwijnt. Hierna richt Johan zijn aandacht op de gewonde man. Hij heet Reyhold en is de rentmeester van de burcht die in de verte zichtbaar is. Snel brengt Johan de man naar het kasteel en wordt vriendelijk ontvangen door de kasteelvrouw. Vrouwe Sieglinde van het kasteel Eikendale vertelt de bezoekende ridder dat haar man is weggeroepen door de koning. Maar voordat zij hem meer kan vertellen klinkt er een ijselijke kreet. De Rode Ridder rijdt in 1959 de stripwereld binnen, tekening van Karel Verschuere Johan stormt naar de kamer waar de schreeuw vandaan kwam en ziet een gebroken zwaard zweven buiten het raam. Het was Reyhold die de kreet slaakte. Dan verdwijnt het zwaard. Nadat de rust is teruggekeerd vertelt vrouwe Sieglinde aan Johan de geschiedenis van de legende van het gebroken zwaard. Vele jaren geleden raakte haar man slaags met een roofridder, waarvan men beweerde dat hij omging met heksen en tovenaars.
Tijdens het gevecht versplinterde de man van vrouwe Sieglinde het zwaard van de roofridder. Stervend wierp de rover het gevest het moeras in. Voor hij stierf riep de roofridder nog uit dat het zwaard uit het moeras zal oprijzen om hem te wreken. Jaren gebeurde er niets maar na het vertrek van haar man worden reizigers aangevallen. En steeds is er het zwevende zwaard. Vol aandacht heeft Johan haar aangehoord maar hij gelooft niet in sagen en legenden. Sieglinde van Eikendale neemt het aanbod van de rode ridder, om te blijven zolang het raadsel niet is opgelost, dankbaar aan. Een tijdlang gebeurt er niets maar wanneer er een jachtpartij wordt gehouden verandert de situatie. Door een ongelukkige samenloop komt Johan in een benarde positie, maar de rentmeester redt hem. Alles lijkt goed af te lopen. Dan echter verschijnt het zwaard, schijnbaar uit het niets. En het paard van vrouwe Sieglinde slaat op hol. Zo snel mogelijk gaat Johan achter haar aan en is op tijd om de burchtvrouw te redden. Het paard stopt echter niet en blijft doordraven, het donkere woud in. Dit laatste voorval doet Sieglinde van Eikendale besluiten dat zij bij familie de terugkomst van haar man wil afwachten. Hoewel de rentmeester protesteert houdt zij voet bij stuk. Zal het raadsel van het zwevende zwaard worden opgelost? Is er echt sprake van een vloek of is er iets anders aan de hand? De rode ridder staat voor een grote uitdaging.

Het verhaal 'Het gebroken zwaard' is het eerste deel uit de reeks van De Rode Ridder. Het scenario voor dit openingsdeel werd geschreven door Willy Vandersteen. De Rode Ridder - Het gebroken zwaard uit 1959 Omdat Willy Vandersteen de mogelijkheid kreeg om een reis te maken naar het verre oosten, tekende hij niet het eerste deel zelf. Dit was wel zijn gewoonte maar de kans was te mooi om te laten lopen. En dus togen Karel Verschuere, Eduard de Rop en Bob Vandersteen aan het werk met de verhaallijn. Ongekleude versie van De Rode Ridder.jpg Karel Verschuere tekende met potlood het verhaal wat door Eduard de Rop van inkt werd voorzien. Bob Vandersteen verzorgde de achtergronddecors. Bij zijn terugkeer was Willy Vandersteen zeer tevreden met het werk van het drietal. Nog datzelfde jaar zag het eerste album het levenslicht. Dit deel uit 1959 was nog niet in kleur. Dit zou pas bij heruitgaven het geval zijn. Van de ingekleurde rode ridder uit de latere versie is ook de afbeelding opgenomen zoals het er in 1959 uitzag. Ook het album had een andere achtergrondkleur. Voor de pagina's op deze site zal gebruik worden gemaakt van de heruitgaven zoals die vanaf 1993 op de markt werden gebracht.

Het verhaal uit het eerste deel is een echt ridderverhaal. Johan is de klassieke ridderheld. Dapper, onverschrokken en altijd bereidt om een dame in nood bij te staan. Over de achtergrond van Johan kom je in dit eerste deel niets aan de weet, hij is een dolende ridder maar waar hij vandaan komt bijvoorbeeld blijft in het ongewisse. Voor een openingsdeel is het een prima verhaal waarmee je jezelf goed kan vermaken.

2 De gouden sporen

De Rode Ridder - De gouden sporen

In de middeleeuwen werd je niet zomaar ridder. Het leven als ridder en het bezit van een paard en een wapenuitrusting waren enkel weggelegd voor de rijken. Toch konden ook mannen van gewone komaf opklimmen tot ridder. Door verdienste kon men het tot ridder brengen waarbij men trouw moest zweren aan de kerk en aan de koning. Eén van die ridders is Johan, de rode ridder. Op een dag ziet Johan tijdens zijn omzwervingen in de verte drie schildknapen. Deze jongens gingen in dienst bij een ridder om te worden opgeleid in de wapenkunde. In ruil verzorgden zij de uitrusting van de ridder en stonden hem bij. De drie schildknapen die Johan ziet hebben verschillende achtergronden. Kurt is de zoon van een verdienstelijk ridder. De twee andere jongens, Erwin en Erik, zijn van addelijke afkomst. Een ridderduel uit de strip De Rode Ridder, tekening van Karel Verschuere Johan besluit het drietal eens te testen en stormt met zwaard in de hand op hen in. Een van de jongens, Erwin, schrikt zo dat hij op de vlucht slaat. De andere twee proberen zich wel gereed te maken om zich te verdedigen. Maar dit is natuurlijk niet nodig, want Johan brengt hen op de hoogte van zijn plannetje. Dan verschijnt er echter een andere ridder op het toneel die wel serieuze plannen heeft. Iets wat Johan niet op zich laat zitten. Hij bevecht dan ook de andere ridder en wint het gevecht. Alleen is zijn paard gewond geraakt. De drie schildknapen stellen dan ook voor dat hij met hen meegaat naar hun bestemming, de Reigershoeve. Deze versterkte hoeve behoort toe aan een hereboer genaamd Wulf. Zodra zijn dochter, Veerle, hoort dat er drie schildknapen met een ridder zijn aangekomen wil zij zich direct gaan opknappen. Maar haar vader beseft wat haar plan is en verbiedt het meisje om naar buiten te gaan. Maar ook wanneer je binnen moet blijven kan je zorgen dat je opgemerkt wordt. En dat is precies wat er gebeurt. Direct beginnen de drie jongens zich uit te sloven voor Veerle. Omdat Johan voorlopig moet wachten tot zijn paard herstelt is, besluit hij de training van het drietal op zich te nemen. Erwin heeft het meeste moeite met de oefeningen. Is het ridderschap wel iets voor hem? De andere twee wedijveren met elkaar, ook in de hoop om indruk te maken op Veerle. Maar dan bereikt hen het gerucht dat de Reigershoeve in de gaten wordt gehouden. Landbouwers uit de buurt hebben mannen zien rondzwerven. En het gerucht wordt al snel bewaarheid. Tijdens een nachtelijk gevecht slaat de verspieder op de vlucht, maar opnieuw heeft Erwin zich niet van zijn dapperste kant laten zien. De volgende ochtend is er rook waar te nemen. Johan trekt er in het gezelschap van de schildknapen op uit en ziet dat een naburige hoeve ten prooi is gevallen aan een roversbende. Deze bende staat onder leiding van Baldus de plunderaar. En zijn volgende doel is de Reigershoeve. De Rode Ridder neemt de leiding van de verdediging op zich.

Het verhaal 'De gouden sporen' is oorspronkelijk uit 1960. Centraal staat op welke manier mannen in de middeleeuwen ridder konden worden. Vaak had dit te maken met hun afkomst. Was je van adel dan kon je gemakkelijker ridder worden. Er was immers voldoende geld, ook voor een uitrusting. Maar ook mannen uit het gewone volk konden, bij bewezen vaardigheid, ridder worden. Johan is uit de laatste groep afkomstig en zo vernemen we als lezer voor het eerst iets over zijn achtergrond. De drie schildknapen hebben ook verschillende achtergronden en Willy Vandersteen gebruikt de personages om die achtergrond te laten wegen. Het verhaal in dit album is absoluut boeiend en gaat met veel actie gepaard. Het tekenwerk van de versterkte hoeve vind ik echt goed gedaan. Je kan je zomaar voorstellen dat zo'n hoeve er ook echt zo heeft uitgezien. Met dit tweede deel sluit je als lezer direct de serie in je hart. Uitstekend!

3 Het veenspook

De Rode Ridder - Het veenspook

Johan heeft spijt van zijn keuze om nog zo laat door een moerasgebied te trekken. Hij is door een zware storm overvallen en vindt zijn weg maar moeizaam. Het duurt dan ook niet lang voordat zijn paard struikelt en zijn berijder op de grond werpt. Wanneer Johan na de val om zich heen kijkt ziet hij door het gordijn van de regen een gestalte. Maar zodra hij zich opricht gaat de gestalte er vlug vandoor. Johan sprint achter de man aan die op zijn beurt ten val komt. De vreemdeling is bewusteloos wanneer Johan hem bereikt maar er dreigt direct een gevaar. Uit het moeras duikt een reusachtige hagedis op. Met het zwaard van de vreemdeling gaat de rode ridder direct tot de aanval over en met moeite weet hij het dier te doden. Alleen is tijdens het gevecht de vreemdeling er weer vandoor gegaan. Nog maar nauwelijks bekomen ziet Johan plots een witte gestalte. Een gezicht is niet zichtbaar maar de gestalte waarschuwt Johan om het gebied te verlaten. Nu is de rode ridder niet van plan zich zomaar weg te laten sturen. Siegmund en zijn mannen doorzoeken het moeras uit de strip De Rode Ridder, tekening van Karel Verschuere Wanneer hij echter de gedaante nadert wordt van achteren een steen tegen zijn hoofd geworpen en de rode ridder verliest het bewustzijn. De volgende morgen wordt hij, nog steeds bewusteloos, gevonden door een landbouwer die hem naar het slot Kamroen brengt. Hier komt Johan weer bij bewustzijn en maakt hij kennis met de heren van Kamroen. Siegmund en zijn drie broers Rolf, Gunnar en Ulrich. In hun bijzijn vertelt Johan zijn avontuur. Wanneer hij bij het punt van de witte gedaante komt, schrikt Ulrich zo hevig dat hij zijn drinkbeker op de grond laat vallen. Volgens Ulrich is dit al de tweede maal dat deze verschijning zich voordoet, maar zijn broer Siegmund is niet onder de indruk. Hij vertelt Johan wat er zich in de streek heeft afgespeeld. Een jaar geleden werd ridder Helmund, heer van Valkenstein, door onbekende rovers vermoord. Zijn vrouw, Hiordis, was een prinses uit het hoge noorden. Zij werd krankzinnig van verdriet. Op een dag stuurde zij alle bedienden weg en stak het kasteel in brand. Siegmund heeft met eigen ogen gezien hoe zij zich in de vlammen wierp. Valkenstein is nu een ruïne en recent zagen een aantal boeren een witte schim door de vennen dwalen. Die avond is Johan al weer een stuk opgeknapt. Maar dan bezorgt een vreemdeling het zwaard van de heer van Valkenstein in het slot van de heren van Kamroen. De vreemdeling vlucht de venen in, daar waar de ruïne zich bevindt. Is er in het gebied daadwerkelijk een spookverschijning? Johan wil alles proberen om het raadsel op te lossen maar komt in een onverwachte situatie terecht.

Het verhaal 'Het veenspook' dateert uit 1960. Het is een prachtig verhaal. Een veen, flarden mist, een spookverschijning en personages die verdwijnen. Het is een mysterie met griezel elementen er aan toegevoegd. Gaanderweg merk je dat de rol van de heren van Kamroen een andere is dan dat je eerst denkt. Zoals bij alle delen tot nu toe is het scenario van Willy Vandersteen die ook een deel van het tekenwerk deed. Maar ook Karel Verschuere, Eduard De Rop en Bob Vandersteen hebben weer hun aandeel gehad bij de totstandkoming van het avontuur. Het derde deel stelt zeker niet teleur.

4 De parel van Bagdad

De Rode Ridder - De parel van Bagdad

De rode ridder is op zijn zwerftochten aangekomen in een havenstad. In een herberg luistert hij naar de reisverhalen van de zeemannen. De verhalen fascineren Johan en hij geeft een rondje op voorwaarde dat de zeeman nog meer vertelt. En dat doet hij. Irak-El-Arabi is een fabelachtig koninkrijk waar de wegen volgens de zeeman van goud zijn. Gouden koepels schitteren in de zon. Johan luistert aandachtig maar hij is niet de enige. De Rode Ridder in Irak, tekening van Karel Verschuere Kapitein Thibalt en een van zijn mannen horen het verhaal ook aan en komen zo aan de weet dat de hoofdstad van het rijk Bagdad is. Het schip van Thibalt heet de Zeearend en hij laat de zeeman een aanbod doen om mee te varen. Maar daar wil de zeeman niets van weten, hij heeft zijn bekomst van de gevaren van de reis. De stuurman van Thibalt wil van geen weigering weten en al snel raakt hij slaags met de rode ridder. Johan werkt Thibalt en zijn stuurman de herberg uit en luistert verder naar de zeeman. Maar Thibalt laat het er niet bij zitten. Laat in de nacht verlaat Johan de herberg. Plots wordt hij op straat overvallen door mannen van Thibalt. Ze brengen de rode ridder aan boord van de Zeearend. Thibalt is van plan om Johan in Constantinopel te verkopen als slaaf. Maar gedurende de reis verkrijgt Johan de sympathie van de bemanning van het zeeschip. Ze hebben genoeg van de wrede Thibalt. Het komt dan ook tot een opstand en Thibalt en de stuurman worden gevangen gezet. De bemanning wil naar Constantiniopel varen om drinkwater en voorraad in te slaan. Johan kan daar een schip zoeken die hem terug kan brengen naar zijn vaderland. Maar zover komt het niet. De Zeearend wordt overvallen door een zware storm. In dit natuurgeweld wordt de rode ridder overboord geslagen, gelukkig kan hij zich redden met wat wrakhout. Bewusteloos spoelt hij aan op een strand, hij heeft geen idee waar hij zich bevindt. Gewapend met een stok gaat hij op verkenning uit. Het duurt dan ook niet lang voordat Johan gevangen wordt genomen en als slaaf de Tigris wordt afgevoerd. De zeilboot bereikt uiteindelijk Bagdad waar Johan verkocht zal gaan worden. Ook Haroum, kalief van Bagdad, komt naar de verkoop kijken. Dan is er paniek want een leeuwin ontsnapt en bedreigt de kalief. Door snel te handelen redt de rode ridder het leven van de kalief. Als dank krijgt Johan zijn vrijheid weer terug en is hij de gast van de kalief. In het paleis van de kalief maakt Johan kennis met Omar, hoofd der wijzen. Omar is een voorstander van afschaffing van de slavernij maar er zijn vele lieden die daar anders over denken. Volgens Omar kan alleen de parel van Bagdad de kalief ervan overtuigen dat hij de slavernij moet afschaffen. Velen hebben getracht om de parel terug te halen maar niemand is ooit teruggekeerd. Toch zal de rode ridder proberen om deze missie wel tot een goed einde te brengen.

'De parel van Bagdad' is het vierde stripverhaal uit de reeks van De Rode Ridder. Het verhaal verscheen voor het eerst in 1960 als album. Voor de eerste keer komt Johan terecht in het Midden-Oosten en beleeft daar avonturen die doen denken aan duizend-en-een-nacht. Reuzenschorpioenen, zwarte magiërs die in een paleis wonen en een wonderbaarlijke parel waarmee de toekomst voorspeld kan worden. Het duurt even voordat Johan in Bagdad aankomt maar dan barst al snel de magië los.

5 De vrijschutter

De Rode Ridder - De vrijschutter

De rode ridder is terug in zijn eigen gewesten op zoek naar nieuwe mogelijkheden om zijn zwaard in dienst te stellen van rechtvaardigheid. De beurs van Johan is bijna leeg en dus zint hij op een manier om deze weer gevuld te krijgen. Wanneer hij bij een boerderij halt houdt informeert hij of er in de buurt misschien een steekspel wordt gehouden waar hij een mooie trofee in de wacht kan slepen. Hier hoort hij dat in Berkendael een schutterswedstrijd wordt georganiseerd. De heer van Bokkensteen heeft geldprijzen uitgeloofd. Dit is iets waar Johan op hoopte. Het meisje wijst Johan de weg maar geeft hem het advies om niet door het woud te gaan. Een advies dat Johan negeert. Maar het duurt niet lang voordat hij in het woud omringd wordt door boogschutters. Al snel is duidelijk dat er bij de rode ridder geen geld te halen valt. Een gemaskerde rover lijkt de leiding te hebben en zegt niet geïnteresseerd te zijn in ridders met lege beurzen. Maar Johan moet niet in het woud komen want dat behoort toe aan de Vrijschutters. De rode ridder dringt de stompe toren binnen De rode ridder geeft zijn paard de sporen maar is onder de indruk van de wijze waarop de leider van de Vrijschutters de boog hanteerde. Weldra bereikt Johan Berkendael dat aan de voet van het Bokkensteen ligt. Het duurt niet lang voordat het toernooi begint en met zijn kundigheid bereikt Johan de finale. Nadat hij het toernooi heeft gewonnen blijkt dat de heer van Bokkensteen bedreigd wordt en de hulp van een ridder goed kan gebruiken. Het toernooi is nog maar net afgelopen of daar verschijnt de gemaskerde schutter die Johan al in het woud was tegengekomen. Een pijl snort door de lucht en kletterend valt het blazoen van Diedrich van Bokkensteen op de grond. Terwijl Johan in zichzelf bewondering heeft voor de kundigheid van het schot, proberen de soldaten van Bokkensteen de schutter te pakken. Maar de moeite is tevergeefs. De gemaskerde schutter ontkomt. Als gast vergezelt de rode ridder de slotheer naar Bokkensteen. Hier hoort hij het verhaal van heer Diedrich. Sinds de dood van zijn broer, enkele maanden geleden, beheert hij de burcht. Zijn nicht, Godelieve, is door een zware ziekte ongeschikt om de taak op zich te nemen. Een bende rovers, die zich de Vrijschutters noemen, maken de omgeving onveilig. Heer Diedrich vraagt of Johan de leiding op zich zou willen nemen in een actie tegen de vrijschutters. Hierin stemt Johan toe. Maar al snel blijkt dat er in de burcht mensen moeten zijn die de Vrijschutters van informatie voorzien. En dan is er nog het raadsel van de stompe toren waar de alchemist Geeraard zich in terugtrekt. Hier wordt een geheim bewaard. Maar er blijken wel meer geheimen te zijn en niet iedereen is zoals men zich voordoet.

Het verhaal 'De Vrijschutters' stamt uit 1960. Johan is terug in eigen land maar komt er achter dat er misbruik wordt gemaakt van zijn goede trouw. De heer van Bokkensteen schildert een mooi verhaal maar de waarheid ligt volkomen anders. Gekrenkt in zijn trots doet de rode ridder er alles aan om de waarheid te achterhalen. Sympathiek deel uit de reeks.

6 Het wapen van Rihei

De Rode Ridder - Het wapen van Rihei

In 1260 waren Nicolo Polo en zijn broer Matteo de eerste Europeanen die dwars door Perzië naar China reisden. In 1269 vertrok Nicolo voor een tweede reis, ditmaal in het gezelschap van zijn zoon Marco. Van deze tocht werd later door Marco Polo een boek geschreven. Kooplui uit Portugal zeilden al snel naar het onbekende gebied. Ook de rode ridder had de verhalen gehoord. En nieuwsgierig geworden had Johan besloten om zich in te schepen voor een reis naar dat onbekende land dat door de mensen Cathay werd genoemd. Maar het Portugese schip kwam ter hoogte van Korea in een zware storm terecht. Klaar voor de aanval uit De Rode Ridder Ze stevenden af op een eilandengroep in de stille oceaan die door de Chinezen Zipangu (Japan), het land van de rijzende zon werd genoemd. De Japanners lieten echter geen buitenstaanders toe tot hun eilanden. Het Portugese schip werd dan ook al snel begeleidt door een Japans schip en naar een speciale aanlegplaats gebracht. Hier mochten de Europeanen wel hun schip verlaten en op de wal van dit afgelegen gebied werden Johan en de kapitein hoffelijk welkom geheten door de Daimio (nobele) Kitasato. Verscheidene dagen verbleven Johan en de kapitein in het huis van de Daimio, die altijd een wapen in de buurt hield. Toen Johan hier naar vroeg vertelde Kitasato dat er een strijd was tussen de Shoguns (machtige heren) die persoonlijke legers (Samoerai) tot hun beschikking hadden. Omdat Kitasato contact met de Europeanen steunde verkeerde hij op voet van oorlog met een aantal Shoguns. Op een avond bleek hoe waar de woorden van de Daimio waren. Het huis werd aangevallen. Johan en de kapitein kozen natuurlijk de kant van hun gastheer en tijdens het gevecht redde Johan het leven van de Daimio. Als dank kreeg Johan een vrijgeleide om naar het vasteland te reizen. De rode ridder moest de Tokaïdo, de weg van de oostelijke zee bereizen. Deze weg verbindt Kyoto met Edo (Tokyo). Een boot bracht Johan naar het land en daar begon hij aan zijn tocht over de Tokaïdo. Op een zeker moment merkte Johan dat de bevolking vluchtte voor een bende rovers. De rode ridder besloot om de bende rovers op te wachten en te bevechten. Doordat de boeren zagen dat Johan de bende bevocht kwamen zij hem te hulp. Maar deze hulp was niet afdoende, de rovers leken te gaan winnen. Maar het plotselinge ingrijpen van een boogschutter deed de kansen alsnog keren. De rovers werden verslagen. De boogschutter heette Sempei en was weg naar Edo. Omdat hij nu een ereschuld had besloot Johan om Sempei te begeleiden op zijn tocht want zijn redder had een opdracht. Maar Sempei bleek ook de nodige vijanden te hebben en al snel komt de rode ridder terecht in de politieke verwikkelingen van Japan. Een groot avontuur is begonnen.

Het rode ridder avontuur 'Het wapen van Rihei' uit 1960 is geïnspireerd op de Japanse legende van de zevenenveertig Ronin. Nu heeft deze legende wel een historische grond maar de gebeurtenissen vonden later plaats dan het riddertijdperk. Dit gebeurde in de jaren 1701/1702. Maar verder wordt de essentie van het verhaal van de Ronin juist weergegeven. Volgens informatie uit Wikipedia gebeurde er het volgende. De gebeurtenis hield in dat een groep samoerai de dood van hun van daimyo, die tot seppuku was veroordeeld, wilden wreken door de man die hier schuld aan had, Kira Yoshinaka, te verrassen en in zijn kasteel te vermoorden (bron: nl.wikipedia.org/wiki/De_zevenenveertig_ronin).
Opvallend in dit deel is dan ook dat Johan niet de echte figuur is waar het verhaal om draait, dit zijn de Ronin. Maar daarom is het verhaal zeker niet minder interessant, verre van zou ik zeggen.

7 De val van Angkor

De Rode Ridder - De val van Angkor

Aan boord van het Portugese galjoen, dat door de Chinese zee vaart, rust de rode ridder uit van zijn avontuur in Japan. Het schip is Campa (Vietnam) gepasseerd en bereikt nu de kusten van Kambujadesa (Cambodja). Binnenkort zal er vers water moeten worden ingeslagen. De rode ridder vraagt de kapitein of hij mee mag met de mannen die het water gaan zoeken. Met de parels en zijde die Johan meebrengt uit Japan hoopt hij bij de bevolking, die Khmer worden genoemd, vrienden te maken. Maar de twee zeelieden die met Johan mee aan land gaan hebben zijn opmerking over de rijkdommen gehoord. En zij zijn van plan om de parels voor zichzelf te houden. Maar dan moeten ze wel iets aan de ridder doen die bij hen is. Nibha in de val van de Khmer uit de strip De rode ridder Ze banen zich een weg door het gevaarlijke oerwoud, maar er is voor Johan een groter gevaar. Wanneer ze rust houden slaan de twee mannen toe. De aanval van de eerste zeeman kan hij nog afweren maar de tweede aanvaller slaat Johan bewusteloos. Ze gooien zijn lichaam in een rivier en gaan ervan uit dat hij zal verdrinken. Maar door het koude water komt de rode ridder weer bij en sleept zich op de oever. Hier moet hij de aanval van een krokodil weerstaan. Duizelig rent hij naar het strand maar het galjoen is al weggevaren. Op de plek waar hij werd aangevallen vind Johan zijn zwaard terug. Het enige dat hij nu kan doen is de Khmer opzoeken en hopen dat zij gastvrij zijn. Weer baant hij zich een weg door het oerwoud. Na enkele uren rust hij wat uit maarwordt plots aangevallen door een olifant.
Tot zijn verbazing echter stopt de olifant zodra een vrouwenstem een bevel geeft. Johan staat op en maakt zo kennis met Nibha. Zij is de dochter van de tovenaar aan het hof. Gezeten op de rug van de olifant vertelt Johan het meisje zijn wedervaren. Op haar beurt vertelt Nibha de rode ridder het een en ander over het land waar hij terecht is gekomen. Zijzelf is een Thai uit Siam, en een gevangene. Voor het bouwen van hun reusachtige tempels hebben de Khmer slaven nodig. Geregeld doen zij invallen in Siam. De ouders van Nibha werden zo gevangen genomen. Haar moeder is overleden en om zijn dochter te kunnen helpen accepteerde haar vader, Narisara, de rol van tovenaar aan het hof van koning Yasodo. Nadat zij afscheid hebben genomen gaat Johan, gewapend met deze kennis, Angkor Wat (stadstempel) binnen. De monniken ontvangen Johan hartelijk maar zodra Jayavar, hoofd van de paleiswacht, hem ziet verandert de situatie. Hij ziet in de ridder een vijand en Johan vlucht over de daken en komt tot de vertrekken van de koning. Hier daagt hij Jayavar uit tot een gevecht wat de rode ridder wint. Nu is de koning door zijn eer gedwongen om Johan als gast te behandelen. Maar het is al snel duidelijk dat Jayavar vastbesloten is om de ridder uit te schakelen. Van zijn kant voelt de rode ridder zich genoodzaakt om de gevangen Thai te helpen. Een strijd om Angkor is aanstaande.

Het zevende album uit de reeks De Rode Ridder is 'De val van Angkor'. Na zijn belevenissen in Japan vinden we hem terug in Cambodja waar hij te maken krijgt met de Khmer. Ook voor dit avontuur, dat voor het eerst uitgebracht werd op 21 december 1960, liet Willy Vandersteen zich duidelijk inspireren door geschiedkundige feiten. Zo'n honderd jaar eerder waren de ruïnes van Angkor in het oerwoud ontdekt. Bernard Crosslier en George Coedes ontcijferden de geschiedenis van de Khmer uit de teksten die op stenen waren aangetroffen. En in deze geschiedenis, waar de Thai inderdaad een rol in spelen, zag Willy Vandersteen een mooi avontuur voor de rode ridder. En het is zeker weer een goed verhaal geworden. Benieuwd waar de avonturen van de rode ridder de lezer hierna naar toevoeren. Overigens staat het Angkor-complex tegenwoordig op de werelderfgoedlijst. Ook andere helden van Wily Vandersteen beleven avonturen bij het Angkor-complex. Suske en Wiske krijgen er te maken met wezens van de planeet Etwoil in het verhaal 'De dromendiefstal'.

8 De gouden sikkel

De Rode Ridder - De gouden sikkel

Na zijn avonturen in het verre oosten is de rode ridder terug in zijn vaderland. Op een avond wordt hij overvallen door een onweer en klopt hij aan bij een hut voor onderdak. Nadat een man hem heeft binnengelaten ziet Johan dat een oude vrouw, die bij het haardvuur zit, snel iets in een koffer wegmoffelt. Maar niet snel genoeg want Johan ziet een stuk van een met goud bestikt kleed en een gordel met een gouden sluiting. Omdat de bewoners van de hut arm zijn, kunnen deze voorwerpen niet van hen zijn. De rode ridder is vanaf dan ook op zijn hoede. Wanneer Johan is gaan slapen sluipt de man inderdaad zijn kamer binnen en doorzoekt het reisgoed van zijn gast. Maar de rode ridder is alert en trekt zijn zwaard. Toch is de situatie anders dan dat de ridder vermoedt. Sinds enkele dagen verpleegt de man in de hut een gewonde ridder die hij in het woud gevonden heeft. Toen Johan aanklopte vroeg de ridder om hem verborgen te houden en die nacht de reisbagage van Johan te doorzoeken. De man moest nagaan of zijn nieuwe gast misschien een gouden sikkel in zijn reistas verborgen had zitten. De rode ridder in de val Nu Johan de waarheid kent gaat hij met de man naar de plek waar de gewonde ridder ligt. Het is duidelijk dat de man stervende is. Hij vertelt Johan dat zijn naam Berthold van Gluwe is en dat hij onderweg was naar het slot van Gawijn. Deze heer had zijn hulp ingeroepen omdat hij bedreigt wordt door een geheimzinnige sekte die de gouden sikkel wordt genoemd. Maar Bertholt is getroffen door een zware val en zal zijn reis niet kunnen voltooien. Hij vraagt de rode ridder zijn plaats in te nemen. Een andere ridder wacht bij de duivelssteen. Wanneer Bertholt sterft belooft Johan in zijn plaats naar het kasteel van Gawijn te reizen. En dus gaat Johan naar de plek waar de andere ridder op zijn reisgenoot wacht. Maar wanneer hij bij de duivelsssteen komt ziet Johan een ridder bewusteloos op de grond liggen. De man, die Rolf van Herzele heet, komt weer bij en vertelt aan de rode ridder wat er gebeurt is. Hij en zijn gezelschap zijn aangevallen door leden van de gouden sikkel. De anderen konden ontkomen, maar nu zal de gouden sikkel jacht op hem maken. Waneer Rolf iets is herstelt beginnen ze aan de reis naar Gawijn. Onderweg wil Rolf vertellen over de problemen die op hen wachten. Maar hiertoe krijgt hij niet de kans. Want uit het woud komt een amazone te paard die in gevecht raakt met een beer. Het paard van de vrouw wordt gedood en ze is weerloos tegen het dier. Dan grijpt Johan in en doodt de beer. De vrouw is hem dankbaar maar waarschuwt Johan om te vertrekkenen en verdwijnt dan weer in het woud. Volgens Rolf had deze vrouw de leiding over de aanval op hem zijn reisgenoten door de gouden sikkel. Nu hoort Johan ook het verhaal. De sekte van de gouden sikkel ontstond uit een groep fanatiekelingen die mensenoffers brengen aan een godheid die zij in de maretak aanbidden. Heer Gawijn verjoeg hen en bij een gevecht verloor de sekte elf man. Gawijns dochtertje Hilde was toen negen jaar. Thoran, de leider van de gouden sikkel, zwoer dat het meisje op haar elfde zou worden geofferd. En haar verjaardag waarop zij deze leeftijd bereikt is nabij. Daarom vroeg hij een aantal ridders om hulp. Terwijl ze praten, naderen ze het kasteel en zien dit in de verte liggen. Maar er wacht hen ook een val van de sekte van de gouden sikkel. Johan en de andere ridders zullen alles op alles zetten om het meisje te beschermen. Maar is dit genoeg?

In het verhaal 'De gouden sikkel' uit 1961 is de rode ridder weer terug in Europa na zijn eerdere avonturen in het verre oosten. Ditmaal krijgt hij te maken met een bloeddorstige sekte die met mensenoffers een godheid aanbidt. En wanneer een jong meisje het volgende slachtoffer dreigt te worden komt de rode ridder in het geweer. Maar de dreiging is veel dichterbij dan hij aanvankelijk kan bevroeden.

9 De draak Van Moerdal

De Rode Ridder - De draak Van Moerdal

Johan is in een prima bui. In de stad die hij zojuist heeft verlaten heeft hij een steekspel gewonnen. Dit leverde hem een nieuwe uitrusting op en een goed gevulde beurs. Omdat de dag ten einde loopt zoekt hij een herberg op voor een goede maaltijd. Eenmaal binnen ziet hij dat hij niet de enige gast is. Een man en een vrouw zitten aan een andere tafel. Maar nog voor Johan een gesprek heeft kunnen beginnen komt er een luidruchtige groep mannen binnen. Het zijn landbouwers en een van hen merkt de man en de vrouw ook op. Hij kent hen nog wel van vorig jaar. Het zijn Ivar, de leider van de toneelspelers en kunstenmakers die vorig jaar optraden in Moerdal, en zijn zus Gwenda. De sfeer wordt direct grimmig wanneer de landbouwer Ivar en Gwenda bedreigt. Zij moeten geen voet meer in Moerdal zetten of anders. Dit laat de rode ridder niet over zijn kant gaan en hij neemt het op voor het tweetal. Spoedig vliegen de vuistslagen in het rond en net op dat moment komen de soldaten van de graaf van Moerdal binnen en beëindigen het gevecht. Koenraad en Wanda uit de strip De Rode Ridder, tekening van Karel Verschuere Blijkbaar is er vorig jaar iets voorgevallen nadat Ivar en zijn gezelschap vertrokken waren en de kapitein van de wacht zegt dat iedereen wel weet aan wie dat te wijten was. Die avond hoort Johan van Ivar wat de kapitein bedoelde. Er is een legende dat er in de buurt van Moerdal een draak in het moeras zou leven. In het woud woont een oude vrouw die volgens sommigen een heks zou zijn. En deze vrouw, die Wanda heet, zou de draak kunnen bevelen. Er wordt ook beweerd dat de draak soms mensenoffers vraagt en volgens Ivar worden hij en het gezelschap op de een of andere manier met deze draak in verband gebracht. Nieuwsgierig naar de ware toedracht besluit Johan naar Moerdal te gaan. Onderweg wordt hij aangevallen door een groep landarbeiders. Nadat hij hen tot bedaren heeft gebracht hoort hij dat Wanda er van wordt verdacht de draak uit het moeras te hebben gelokt. Ze zou zwarte kruisen op de deuren van huizen hebben aangebracht, als teken welke boeren slachtoffer moeten worden. Met dit in zijn achterhoofd bereikt Johan Moerdal waar de kermis volop bezig is. Plots verschijnen Wanda en haar zoon Koenraad, wat tot woede leidt bij de boeren. Opnieuw ziet de rode ridder zich genoodzaakt om het voor onderdrukten op te nemen. Wanda en Koenraad ontvluchten de stad terwijl Johan zich de soldaten van het lijf houdt. Het verschijnen van de graaf van Moerdal kalmeert de gemoederen enigszins. Omdat de rode ridder en de kapitein van de wacht blijven bakkeleien, draagt de graaf hen op die avond een ongewapend gevecht te houden tot vermaak van de gasten. Wanneer de avond daar is verslaat Johan de kapitein en is hij gast van de graaf. Maar terwijl hij in het kasteel is hoort hij dat de graaf aan de boeren bescherming wil bieden, maar wel tegen een grote vergoeding. En dit is iets wat Johan niet begrijpt. Waarom gaat de graaf met zijn soldaten niet naar het moeras om de zogenaamde draak te doden? In plaats van een vergoeding te vragen om de boeren binnen de veiligheid van de muren te laten verblijven. De graaf neemt het hem kwalijk en zendt zijn soldaten achter Johan aan. Gelukkig kan de rode ridder ontvluchten en wordt hij in het woud geholpen door Koenraad. Nu Johan met Wanda praat, komt hij er achter dat zij juist de boeren altijd geholpen heeft en dat er vreemde zaken aan de gang zijn in het moeras. Samen met Koenraad besluit de rode ridder de zaak verder te onderzoeken.

Ook het negende deel uit de serie, dat de titel 'De draak Van Moerdal' draagt, stamt uit 1961. Bijgeloof en vooroordelen vormen een groot deel van de ingrediënten in dit verhaal. De vrouw Wanda gebruikt haar kennis van kruiden om de boeren in de buurt te helpen wanneer ze ziek zijn. Omdat deze boeren er niet veel van begrijpen keren ze zich van de vrouw af in plaats van haar dankbaar te zijn. In het boerse volksgeloof moet Wanda wel een heks zijn die de draak in haar macht heeft. Zelfs mensenoffers worden erbij gesleept. Wanneer er zich vervelende situaties voordoen hebben mensen al snel de neiging om de schuld bij 'een ander' neer te leggen, een zondebok moet gevonden worden. Natuurlijk steekt de zaak heel anders in elkaar, iets wat de rode ridder dan ook lukt om aan te tonen. Een goed verhaal van Willy Vandersteen waarin hij deze typische menselijke zwakte goed neerzet en mooi vorm gegeven door Karel Verschuere.

10 Storm over Damme

De Rode Ridder - Storm over Damme

We schrijven 1383. De rode ridder is aan boord van een galjoen dat ter hoogte van Heist vaart en koers zet naar Damme, voorhaven van Brugge in het Zwin. Door overstroming ontstond een bevaarbare geul van zes kilometer breed die Brugge rechtstreeks met de zee verbond. Het Zwin maakte van Brugge het belangrijkste handelscentrum van Europa van de 13de en 14de eeuw. Dit bevorderde ook de groei van de voorhavens, waarvan Damme de belangrijkste werd. Aan boord hoopt de kapitein in het donker snel de vuurbakens van het Zwin te zien. Er is slecht weer op komst. Plots roept een bemanningslid dat hij de vuurbakens ziet. Deze zijn echter niet daar waar de kapitein ze verwacht had maar hij zet toch koers naar de veiligheid. Echter, het is niet de veiligheid waar koers naar gezet wordt. De rode ridder en de strijd om Damme, tekening van Karel Verschuere De vermeende vuurbakens zijn slechts brandende pektonnen, door strandschuimers geplaatst. Het galjoen komt dan ook op een zandbank terecht en breekt doormidden. De meeste bemanningsleden verdrinken in het woelige water en zij die wel het strand bereiken worden door de strandschuimers gedood. Ook de rode ridder komt op het strand en ziet wat er gebeurt. Johan besluit zijn leven duur te verkopen. De overmacht is te groot voor de rode ridder en hij dreigt het onderspit te delven. Maar uit het niets komt onverwacht hulp opdagen. Geen enkele boef ontkomt. Dan maakt Johan kennis met zijn redders die het teken van de Vlaamse poorters dragen. Doch de leider weigert zijn naam te noemen. Omdat Johan gewond is brengen de mannen hem naar een oude visser om in diens hut te herstellen. Van de visser leert Johan dat zijn redder Frans Ackerman, de leider van de Gentse rebellen, is. De Franse koning, Karel VI, versloeg het Vlaamse leger en onderwierp Vlaanderen. Alleen Gent zwichtte niet voor het geweld. Frans Ackerman is nu van plan een aanval te doen op Brugge. Doch plots horen de twee mannen paarden. Het is Rogier van Ghistelles, de aanvoerder van het Franse garnizoen van Damme, met een aantal mannen. Omdat een Vlaamse ridder niet veilig is in hun aanwezigheid, verbergt Johan zich op de zolder. Wanneer Van Ghistelles de visser laat afranselen komt de rode ridder toch in actie. Het lukt om samen met de visser te ontkomen. Tijdens hun vlucht vertelt Johan tegen de visser dat hij de soldaten zal meelokken. De visser moet Ackerman zien te bereiken. Hoewel deze Brugge wil innemen, is Damme een veel beter doelwit. Zeker nu de aanvoerder van het garnizoen achter Johan aanzit. Het plan van de rode ridder slaagt en de soldaten staken de achtervolging zodra er rook aan de horizon verschijnt. Frans Ackerman heeft Damme aangevallen en ingenomen. Ook Johan begeeft zich naar de voorhaven en komt zo zijn redder weer tegen. Die avond vertelt Ackerman aan Johan dat Brugge het volgende doel is. Hiervoor heeft hij steun nodig uit Engeland. Maar zolang de Bourgondische vloot voor anker ligt bij Sluis, zal de hulp niet komen opdagen. Maarten Halvoet, een vertrouweling van Ackerman, gaat verder met de situatieschets. De bewoners van Sluis willen wel in opstand komen maar er zijn een paar vastberaden leiders nodig om deze opstand te leiden. En dus vertrekt de rode ridder de volgende dag in het gezelschap van Maarten Halvoet naar Sluis om de opstand te leiden. Maar verraad ligt op de loer.

In 1962 werd 'Storm over Damme' uitgebracht. Dit avontuur, dat volledig door Karel Verschuere werd getekend naar een scenario van Willy Vandersteen, speelt zich af bij Sluis en Damme in het westen van Vlaanderen. Ook dit deel is bijzonder goed. Frans Ackerman (ca. 1330-1387) is een historisch personage. Hij was een van de voormannen van de Gentse opstand. Ook de gevechten en de inname van Damme zijn historische gebeurtenissen. Omdat de beloofde Engelse hulp niet kwam moesten Ackerman en zijn mannen het beleg doorbreken, wat eveneens in het verhaal is te vinden. Willy Vandersteen vertelt dit verhaal met veel verve, je voelt je deelgenoot aan de strijd. Ook het tekenwerk van Karel Verschuere draagt hier in grote mate toe bij. Uitstekend album waardoor je Brugge en het westen van Vlaanderen altijd met andere ogen zal bekijken.