De Daltons

De Daltons waren een groep beruchte outlaws in het wilde westen gedurende de periode 1890-1892. Zij specialiseerden zich in bank- en treinovervallen. De Daltons waren familie van de Younger broers. Deze laatsten maakten deel uit van de bende van Jesse James. De Daltons waren wel later actief dan de groep James-Younger.

De Daltons kwamen uit Jackson County, Missouri. Lewis Dalton was een saloonhouder in Kansas City, Kansas, toen hij trouwde met Adeline Younger. Zij was de tante van Cole en Jim Younger. Rond 1882 woonde het gezin Dalton in het noord-oosten van Oklahoma. Deze regio stond bekend onder de naam Indian Territory. Maar rond 1886 was het gezin alweer verhuisd naar Coffeyville in het zuid-oosten van Kansas. Lewis en Adeline Dalton krijgen 15 kinderen, waarvan er 13 de meerderjarige leeftijd bereikten.

Opmerkelijk genoeg zijn de Daltons niet van meet af aan criminelen geweest. Sterker nog, een aantal van hen waren zelfs hulp-sheriff. De eerste die als hulp-sheriff werd beëdigd was Frank Dalton. Hij was degene die zijn broers in bedwang hield. Zijn broers hadden groot respect voor Frank en in een aantal gevallen zijn sommige broers met Frank meegegaan wanneer er een posse gevormd moest worden. Op 27 november 1887 werd Frank Dalton gedood toen hij, samen met hulp-sheriff James R. Cole, paardendieven op het spoor was in de buurt van de Arkansas River. Frank Dalton was 28 jaar toen hij stierf. Hij werd begraven op de Elmwood Cemetary in Coffeyville, Kansas. Ook nu nog staat Frank Dalton op de Roll Call of Honor van de U.S. Marshal's service.

Bob Dalton en Eugenia Moore Drie jongere broers van Frank werden ook hulp-sheriff. Misschien omdat ze zijn dood wilde wreken. De drie waren Gratton "Grat" Dalton (geboren in 1861), Robert "Bob" Reddick Dalton (geboren in 1869) en Emmet Dalton (geboren in 1871). Maar in 1890 was het gedaan met hun leven als gezagshandhavers. Zij kwamen aan de andere kant van de wet terecht en ontwikkelde zich tot notoire criminelen.

Bob Dalton (op de foto hiernaast met zijn vriendin Eugenia Moore) was de wildste van de Daltons. Toen hij 19 jaar was doodde hij voor het eerst een andere man. Op dat moment was hij zelf hulp-sheriff. Hij verdedigde zijn daad door te stellen dat hij de man had gedood in de uitvoering van zijn werk. Volgens de gangbare lezing werd Bob Dalton achter een bekende paardendief en dranksmokkelaar, Charley Montgomery, aangestuurd. Toen Montgomery weigerde te worden gearresteerd en zijn wapen trok, schoot Bob Dalton hem dood. Maar er waren mensen die hem ervan verdachten dat hij de man had neergeschoten omdat deze achter zijn vriendin aanzat. Toen Bob Dalton het lijk afleverde in Fort Smith ontving hij hiervoor geen beloning. Die was namelijk niet uitgeloofd en Bob Dalton moest de kosten van de begrafenis betalen.

In maart 1890 werd Bob er zélf van verdacht dat hij drank smokkelde naar het Indianen reservaat. Maar omdat hij op borgtocht werd vrijgelaten en vervolgens er vandoor ging, is hij nooit in de rechtszaal geweest om zich te verantwoorden. In september 1890 werd Grat Dalton aangehouden omdat hij paarden zou hebben gestolen. Hiervoor kon je de doodstraf krijgen in die tijd. Maar om onduidelijke reden werd de aanklacht geseponeerd en werd hij vrijgelaten. De drie Daltons broers bleken ongeschikt voor het werk als sheriff en werden dan ook ontslagen. Spoedig daarna vormden zij hun eerste bende.

Gratt Dalton Bob Dalton recruteerde George "Bitter Creek" Newcomb, Charley Pierce en Blackfaced Charlie Bryant voor de bende die hij vormde met zijn broer Emmet Dalton. Grat Dalton was ten tijde van de vorming van de bende niet aanwezig. Hij was naar Californië gegaan om hun broer Bill te bezoeken. Maar toen hij terug was werd ook hij lid van de bende, samen met Bill Doolin, Dick Broadwell, en Bill Powers. De bende pleegde zijn eerste overval op een gokhuis in Silver City, New Mexico.

Op 6 februari 1891 werd een passagierstrein van de Southern Pacific Railroad in Californië overvallen. Inmiddels waren ook Jack Dalton en William "Bill" Dalton (1866-1894) lid van de bende geworden. De Daltons werden beschuldigd van de overval, waarvoor overigens weinig bewijs was. Jack ontsnapte maar Bill Dalton werd wel gegrepen, maar vrijgesproken. Dit gold niet voor Grat Dalton, die ook was gearresteerd. Hij werd wel veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf.
Volgens een verslag werd Grat overgebracht per trein naar de gevangenis, geketend aan één hulp-sheriff en begeleid door een tweede. Toen de trein een tijdje onderweg was viel één hulp-sheriff (waar Gratt aan vast zat) in slaap, terwijl de tweede een praatje maakte in de trein met andere passagiers. Het was een warme dag en alle ramen stonden open. Plotseling sprong Gratt Dalton op en sprong uit het raam. Hij landde in de San Joaquin River en verdween onder water. De stroom van de rivier deed de rest. Gratt moet de sleutels hebben bemachtigd van de eerste hulp-sheriff en gewacht totdat hij bij de brug over de rivier kwam. Als hij op een ander moment was gesprongen had hij dit waarschijnlijk niet overleefd. Toen ik dit las bekroop bij mij de gedachte dat dit wel heel soepel was gegaan, wie weet, misschien was er wat hulp van de hulp-sheriffs. Hoe dan ook Gratt overleefde de sprong en voegde zich weer bij zijn broers. Gezamenlijk gingen zij op weg naar Oklahoma.

In periode tussen mei 1891 en juli 1892 zou de Dalton bende 4 treinen overvallen. Op 9 mei 1891 overvielen zij een trein op de Atchison, Topeka and Santa Fe spoorweg in het toenmalige Wharton in oklahoma. De Atchison, Topeka and Santa Fe wordt vaak alleen maar aangeduid met Santa Fe lijn. De buit bedroeg maar een paar honderd dollar, maar de bende had als team goed gefunctioneerd. Vervolgens stalen ze 8 tot 9 paarden. Hoewel de bende achtervolgd werd, slaagden ze er in te ontsnappen. Vier maanden later overviel de bende een volgende trein, ditmaal bedroeg de buit $10.000.

In juni 1892 overvielen ze weer een trein op de Santa Fe lijn, dit keer bij Red Rock. Blackfaced Charley Bryant en Dick Broadwell hielden de stoker en de bestuurder van de trein onder schot in de locomotief, terwijl Bob en Emmet Dalton samen met Bill Powers de passagiers van hun geld beroofden. Bill Doolin en Grat Dalton namen de goederenwageon voor hun rekening. Ze haalden de kluis uit de trein. Maar de overval leverde weer niet veel op. Een paar honderd dollar en een aantal horloges en wat juwelen.
Hierna ging de bende even uit elkaar. Al snel echter werd Blackfaced Charley gearresteerd door hulp-sheriff Ed Short. Toen Charley onderweg was naar de gevangenis in Wichita, Kansas, zag hij kans om het wapen te grijpen van een spoorwegmedewerker die Short hielp. In het vuurgevecht dat volgde vonden zowel hulp-sheriff Ed Short als Blackfaced Charley Bryant de dood.

Emmet Dalton In juli sloeg de bende weer toe, ditmaal in Adair, Oklahoma, op de grens met Arkansas. Ditmaal gingen ze naar het treinstation en stalen wat ze konden vonden in de goederen- en de bagageruimte. Daarna gingen ze zitten wachten op een bankje op het perron terwijl ze rookten en wat met elkaar spraken. Hierbij lagen wel hun Winchester geweren op hun schoot. Toen de trein 's avonds om 21.45 aankwam liepen ze naar de goederenwagon en haalden alles er uit. Er waren een aantal gewapende bewakers op de trein, maar om de een of andere reden waren die allemaal aan de achterkant. De bewakers opende het vuur op de bende. In het vuurgevecht dat volgde werd wonderbaarlijk genoeg niet één lid van de Dalton bende geraakt. Drie bewakers raakten gewond en de dorps-arts werd gedood door een verdwaalde kogel. De Dalton bende ging ervan door en hield zich daarna vermoedelijk schuil in grotten in de buurt van Tulsa, Oklahoma.

De bankoverval in Coffeyville
Bank in Coffeyville De Dalton bende bleef actief met het overvallen van treinen. Maar Bob Dalton wilde zich ervan verzekeren dat zijn naam nog lang herinnerd zou gaan worden. Hij zou het grootser aanpakken dan Jesse James ooit had gedaan. Namelijk op klaarlichte dag twee banken tegelijk overvallen. Op 5 oktober 1892 probeerde de Dalton bende deze actie uit te voeren. Zij gingen de C.M. Condon & Company's Bank en de First National Bank in Coffeyville, Kansas te lijf. Omdat de gezichten van de bendeleden inmiddels overbekend waren, droegen zij nep-baarden. Dit hielp echter niet, omdat één van de dorpsbewoners hen toch herkende.

Terwijl de bende bezig was met het beroven van de banken, grepen de inwoners van Coffeyville naar hun wapens. Toen de Dalton bende de banken verlieten begon een vuurgevecht. Drie inwoners van Coffeyville lieten het leven als ook Town Marshal Charles Connelly, die gedood werd toen hij de straat in rende, afkomend op het schieten. Voordat hij stierf zag Marshal Connely nog kans om terug te schieten, waarbij hij één bendelid doodschoot.
Grat Dalton, Bob Dalton, Dick Broadwell en Bill Powers kwamen om bij het vuurgevecht. Emmet Dalton werd maar liefst 23 geraakt maar overleefde. Hij werd veroordeeld tot levenslang in de Lansing gevangenis in Kansas. Na 14 jaar werd hem echter gratie verleend. Na zijn vrijlating verhuisde hij naar Californië waar hij makelaar werd. Later schreef hij ook boeken en begon hij met acteren. Emmet Dalton stierf in 1937 op 66 jarige leeftijd.

Bill Doolin, "Bitter Creek" Newcomb, en Charlie Pierce waren de enige leden van de Dalton bende die na het vuurgevecht in Coffeyville nog op vrije voeten waren. Dit kwam omdat ze niet deel hadden genomen aan de overval. Later ontstond het gerucht dat een zesde lid van de Dalton bende in Coffeyville aanwezig was geweest. Deze zou in de steeg bij de paarden hebben gestaan en het gerucht ging dat dit Bill Doolin was geweest. Dit gerucht is echter nooit bevestigd.

De Daltons in de strips
De Daltons worden in de strips van Lucky Luke regelmatig ten tonele gevoerd. De Daltons die ons dan voor de geest staan zijn de neven van de originele Daltons. Deze komen ook voor in een Lucky Luke album, namelijk in deel 6 'Vogelvrij'. Ook in de ministrips is een verhaal over de gebroeders Dalton te vinden. Deel 25 uit de serie Lasso is aan hen gewijd.
Tot slot komen de Daltons ook voor in de hedendaagse muziek. Het nummer 'Doolin Dalton' van de Eagles (album Desperado uit 1973) gaat over de Daltons en hun einde in Coffeyville.

Geraadpleegde bronnen:

en.wikipedia.org/wiki/Dalton_Gang

www.legendsofamerica.com