Bakelandt intro



Vanaf 1975 verscheen de historische avonturenserie Bakelandt. De reeks wordt gemaakt door Hec Leemans. Deze Vlaamse striptekenaar en -auteur werd op 28 januari 1950 in Temse. Hij volgde een opleiding aan de Academie Voor Schone Kunsten in Dendermonde. In 1969 begaf hij zich voor het eerst in de wereld van de strips toen hij samenwerkte met Sylvain Polfliet. In 1975 kwam de grote doorbraak toen hij samen met Daniël Jansens de serie Bakelandt het licht deed zien. Na het overlijden van Daniël Jansens nam Hec Leemans ook de scenario's voor zijn rekening. In 1990 begon Hec Leemans met twee nieuwe reeksen, Nino (getekend door Dirk Stallaert) en de strip Kowalsky. In 1997 begon hij aan de strip F.C. De Kampioenen. Samen met Daniël Jansens werd Hec Leemans in 1977 onderscheiden met de Stripgidsprijs (tegenwoordig is dit de Bronzen Adhemar)

De hoofdpersoon uit deze stripreeks is gebaseerd op een historisch personage. Dit is de Vlaamse roversbendeleider Ludovicus Baekelandt (ook wel Lodewijk Baekelandt) (1774-1803). Net als Bakelandt werd deze bendeleider geboren in de Stinkputten te Lendelede. Maar Ludovicus ging in 1799 (een jaar na de afkondiging van de bloedwet) wel het Franse leger in. Alleen kwam hij al snel in de problemen en in 1801 deserteerde hij. Hij ging zich verstoppen in Het Vrijbos van Houthulst, waar nog andere deserteurs zaten. Maar daar waar onze Lodewijk Bakelandt een soort Vlaamse Robin Hood is, hield de historische Ludovicus er heel andere gedragingen op na. Uiteindelijk werd de bende gesnapt en een groot aantal leden ter dood gebracht, waaronder Ludovicus Baekelandt en ene Petrus Bruneel (bijgenaamd Pee Bruneel).
Gelukkig is de Lodewijk Bakelandt uit de strip van een ander slag. Vanuit het Vrijbos, een enorm bos ten zuiden van Brugge, gaat hij vaak de strijd aan met de soldaten van Napoleon die in die tijd Vlaanderen bezet heeft. Om zich heen heeft hij een groep van getrouwen zoals Rooie Zita, Pier den Bult (de gebochelde spion van de bende) en Pé Bruneel.

1 De bloedwet

Bakelandt - De bloedwet

Een groep haveloze zwaarbewaakte gevangenen loopt door de straten van Brest. Het is 1799 en de dwangarbeiders zijn onderweg naar het beruchte Bagno. Onder de mannen bevinden zich twee Vlaamse dienstweigeraars, die worden aangeduid als refractairs. Het zijn Lodewijk Bakelandt en zijn vriend Lieven Danneel. Beiden komen uit het West-Vlaamse dorpje Lendelede. Vooral met Lieven gaat het niet goed. Aangekomen in het Bagno wordt de groep in ogenschouw genomen door de commandant van de gevangenis, Collin d'Herbois. Dankzij wat geluk ontkomt Lodewijk aan het brandmerk, maar zijn vriend is niet zo gelukkig. Het leven is er hard en het duurt niet lang voordat Lieven komt te overlijden. Maar Bakelandt maakt van de begrafenis gebruik om te ontsnappen. Met de mannen van Collin d'Herbois op zijn hielen vlucht hij in de richting van Vlaanderen. Rooie Zita handelt snel uit de strip Bakelandt, tekening van Hec Leemans Bakelandt heeft een ezel te pakken gekregen maar een premiejager is op zijn spoor. Dankzij zijn slimheid lukt het Bakelandt om zijn achtervolger uit te schakelen. Overdag verschuilt Bakelandt zich in het bos en gedurende de nacht zet hij zijn vlucht voort. Uiteindelijk komt hij bij de grens van Vlaanderen. Maar deze grens oversteken is zo eenvoudig nog niet. Gelukkig krijgt hij hulp van Andries Nayaert, een smid uit de grensstreek. Hij zorgt ervoor dat Bakelandt de grens wordt over gesmokkeld. Hij is terug in Vlaanderen en trekt naar de plaats waar hij vandaan komt, naar Lendelede en het gehucht 'De Stinkputten'. Maar Bakelandt had geen slechtere plek kunnen uitkiezen. Want wanneer hij op de plek aankomt, blijkt dat het garnizoen van Kortrijk zich op de plek heeft gevestigd. Door een stom toeval krijgt Lodewijk het uniform van een Franse veearts in handen. Snel trekt hij dit uniform aan en gaat op weg naar het Vrijbos. Op het einde van de achttiende eeuw is het Vrijbos nog een enorm woud, dat zich uitstrekt over het gebied van de gemeenten Staden, Rozebeke, Poelkapelle en Zarren. Omdat de honger en de dorst zich doen gevoelen gaat Bakelandt een herberg binnen en maakt hier kennis met Rooie Zita. Nu is hij nog maar net binnen of er verschijnen drie Franse soldaten voor de herberg. Bakelandt verstopt zich zo snel mogelijk en Rooie Zita staat de militairen te woord. Uiteindelijk worden de soldaten lastig maar Bakelandt helpt Rooie Zita wanneer de situatie uit de hand dreigt te lopen. En het geluk is met Bakelandt want juist op dat moment komt een goede vriend binnen gelopen, Pier den Bult. Samen met Pier trekt Bakelandt naar het Vrijbos. Eenmaal aangekomen in het bos krijgt Bakelandt problemen met een andere refractair genaamd Tjotten den stier. In een tweegevecht onttroont Bakelandt echter Tjotten en wordt zo de kapitein van het Vrijbos. Als naaste hulp krijgt hij Pé Bruneel, een beruchte blauwer (smokkelaar) en pensenjager (stroper). In de herberg van Rooie Zita houden ze hun eerste vergadering. Het zal het begin zijn van de strijd tegen de troepen van Napoleon. Ondertussen komen in Roeselare troepen aan onder bevel van de beruchte commandant Raoul De Crevecoeur.

Hoewel het verhaal 'De bloedwet' al eerder werd gemaakt, verscheen het in 1978 voor het eerst als album. En meteen is het raak. Een prima geschreven verhaal waar je als lezer direct in opgaat. Het lukt Leemans en Jansens om je als lezer mee te nemen naar het Vlaanderen op het einde van de achttiende eeuw. Interessante personages en veel verwikkelingen maken het tot een zeer aangenaam verhaal om te lezen. Een verhaal dat niets aan aantrekkingskracht heeft ingeleverd. Het is het begin van een boeiende serie.

2 Het goud van de consul

Bakelandt - Het goud van de consul

Door de straten van Antwerpen lopen twee bekende personen. Het zijn Bakelandt en Pier den Bult. Bakelandt vermomd als officier, tekening van Hec Leemans Omdat de leider van de brigands bang is dat zij tegen de lamp zullen lopen wanneer ze hun buit op de markten in en rond Roeselare blijven verkopen, zijn ze naar de havenstad gekomen. Maar ze hebben ook een tweede doel. Eerst echter de spullen aan de man brengen. Na het opvoeren van een klein toneelstukje lukt het hen om de waren te verkopen. Dan nu het tweede deel van de reis waarvoor zij naar de Sinjorenstad zijn gekomen. De brigands zijn op zoek naar iemand die hen kan helpen aan valse paspoorten. Om een persoon te vinden gaan Bakelandt en Pier de kroegen af. En zowaar krijgen ze een naam toegespeeld, die van Jan "Paloeter", graveur van beroep. Terwijl ze door de donkere straten van Antwerpen lopen moet Bakelandt plots opzij springen voor een koets die voorbij raast. Wat zij nog niet beseffen is dat de mannen in de koets op weg zijn naar diezelfde Jan Paloeter. Een van de mannen in de koets is Joseph Fouché die een speciale opdracht heeft van Napoleon. Paloeter heeft zich geïnstalleerd in De Blauwe Sirene en amuseert zich prima met drank en dames. Maar hier maakt Fouché een einde aan want hij heeft een speciale opdracht voor Paloeter. De volgende ochtend verlaten de vrouwen dan ook het pand, terwijl Bakelandt en Pier van een afstandje toekijken. De kapitein van de brigands gaat dan maar zijn licht eens opsteken en loopt bijna tegen de lamp. Bakelandt kan nog net ontsnappen aan de Franse soldaten. Zonder dat hun tweede deel van het plan is gelukt trekken Bakelandt en Pier weer naar het Vrijbos. Weken gaan voorbij en begin december is er hoog bezoek voor Fouché. Niemand minder dan de eerste consul zelf komt het resultaat van het werk van Paloeter beoordelen. En Napoleon is tevreden met het resultaat. Paloeter doet goed werk met het drukken van de valse ponden. De brigands hebben hier uiteraard geen weet van maar hebben zo hun eigen zorgen. Niemand wil hen helpen met het maken van valse reispapieren. Bovendien krijgt De Crevecoeur bezoek van iemand die zich ook ophoudt in het Vrijbos. Het is Tjotten den stier die wraak wil nemen op Bakelandt. Dankzij zijn informatie gaat de helper van De Crevecoeur, Charmuta, met een groep Franse soldaten het bos in. Tjotten zal hen een signaal geven waar ze de brigands kunnen vinden. Maar in deze opzet slaagt hij niet en Tjotten moet zijn verraad bekopen met zijn leven. Nu zou het avontuur daarbij gebleven zijn als er niet op een gegeven moment een Franse officier zijn weg naar de herberg van Rooie Zita gevonden zou hebben. Tijdens het eten is de man nogal loslippig en vertelt dat hij koerier is voor Napoleon. Toontje beseft dat ze de hand moeten zien te leggen op de papieren die de soldaat bij zich heeft. En dat lukt. En zo komt Bakelandt op het spoor van de valse ponden die per schip naar Engeland zullen gebracht worden. Het valse geld wordt door De Crevecoeur en Charmuta naar het schip gebracht. Zo hoopt Napoleon de Engelsen dwars te zitten. Maar de brigands zijn er ook nog.

Het tweede verhaal 'Het goud van de consul' werd in 1978 uitgegeven. Bakelandt en zijn brigands doorkruisen (enigszins onbedoeld) de plannen van Napoleon om Engeland op te zadelen met valse ponden. Het duurt ook even voordat de verhaallijn hier echt bij aankomt. Eerst is er de zoektocht naar valse paspoorten en het verraad van Tjotten. Maar dit deel betekent ook de introductie van Tom Kipper in de reeks. Deze Engelse ex-chirurgijn van de Britse marine zal nog vaker opwachting maken in de verhalen.

3 De gevangene van Wijnendale

Bakelandt - De gevangene van Wijnendale

Er zijn een aantal maanden verlopen sinds de geslaagde roof van de valse Engelse ponden. Het is lente en Bakelandt kruist het pad van twee Franse huzaren. Even lijkt hij in de problemen te komen maar de valse papieren die Pier hem bezorgt heeft, redden de situatie. Pier wordt opgepakt uit de strip Bakelandt, tekening van Hec Leemans Dat de soldaten op zoek zijn naar het kasteel van Wijnendale heeft echter wel de interesse gewekt van Bakelandt. Hij stuurt de huzaren de verkeerde kant op en besluit zelf eens een kijkje te gaan nemen. Het is al donker wanneer hij er aankomt, maar op de binnenplaats heerst een koortsachtige drukte. Pieter Callebert, rentmeester van Charles Theodore de heer van Wijnendale, heeft opdracht om zilverwerk, kunstschatten en archiefstukken over te brengen naar het Rijnland. De heer van Wijnendale wil niet dat deze bezittingen in de handen van de Franse troepen. Door omstandigheden wordt Bakelandt gedwongen om de koetsier te zijn die Callebert vergezelt. Maar de leider van de brigands is niet alleen. Het duurt niet lang voordat Pé en Tom Kipper opduiken. Na het laatste avontuur heeft de ex-chirurgijn zich bij de bende van Bakelandt aangesloten. Dan klinkt er een schot en Callebert valt getroffen van de koets. De huzaren zijn in de buurt! De brigands verschansen zich onder de reiskoets en openen het vuur op hun belagers. De stervende Callebert doet hen echter een idee aan de hand hoe ze kunnen ontkomen. Het plan lukt en de vier mannen bereiken de boerderij van Meulenaere. In de schuur geeft Callebert een stuk papier aan Bakelandt. Het mag niet in de handen van de Fransen vallen. Op het papier staat het plan van de geheime kelders en onderaardse gangen van kasteel het erfgoed van Wijnendale. Dan sluit Callebert voorgoed de ogen. Nu ligt het Vrijbos op minstens één dagreis en de huzaren zullen de streek grondig uitkammen. Gelukkig mogen de drie brigands de wijtewagen van Meulenaere gebruiken. Het plan is dat Pé voor dode speelt wanneer ze worden aangehouden. Jammer genoeg gaat dit plan volledig de mist in wanneer twee huzaren de wagen aanhouden. Maar de komst van Pier die de huzaren neerschiet brengt alsnog redding. Die avond bereiken ze het Vrijbos en denken er over om nog wat te gaan drinken in de herberg van Rooie Zita. Maar die is net gearresteerd door Collin D'Herbois, de voormalige commandant van het Bagno van Brest. Hij maakt jacht op Bakelandt. En Rooie Zita moet de schuilplaats gaan verraden. D'Herbois is nu gouverneur van de vesting Wijnendaele. En in deze kerkers wordt Rooie Zita opgesloten. Ze doorstaat de eerste martelingen van de sadistische D'Herbois. Dan arriveert commandant Raoul De Crevecoeur en ook hij heeft een gevangene. Een jonge knaap nog. Wat zou hij misdaan kunnen hebben? Natuurlijk gaan de brigands alles in het werk stellen om Rooie Zita te bevrijden. En onbedoeld bevrijden ze een heel belangrijke gevangene.

In 'De Gevangene van Wijnendale' begint het avontuur met de ontmoeting van Bakelandt en twee huzaren die zijn nieuwsgierigheid wekken. In dit deel duikt ook weer Collin D'Herbois op, die zijn opwachting al in het eerste deel uit deze serie had gemaakt. Ook nu zijn er veel verwikkelingen die prima in elkaar overlopen, waardoor er een aangenaam te lezen verhaal ontstaat.

4 De ijzeren hertog

Bakelandt - De ijzeren hertog

In de Vendée is het gevecht losgebarsten tussen het leger van de "blancs" (de royalisten) en het leger van de "bleus" (de republikeinen). De republikeinen moeten terrein prijsgeven. De royalisten worden aangevoerd door de hertog van Enghien. Dan bereikt hem het bericht dat zijn tegenstanders kanonnen in stelling brengen. De hertog beseft dat het gevecht verloren is, want de royalisten hebben geen artillerie. Een genadeloos bombardement volgt. Uit elkaar geslagen trekt het leger van de royalisten zich terug over de Loire. Diezelfde avond zoeken de republikeinen koortsachtig het slagveld af. Zij vinden wel het dode paard van de hertog, maar van de ijzeren hertog zelf is geen spoor te vinden. Vermomd als band en garen verkopers uit de strip Bakelandt, tekening van Hec Leemans Enkele weken later bespreken de leiders van de royalisten de verdwijning van de hertog van Enghien in het hotel du Damier in Kortrijk. Jerôme Tavernier probeert zijn medestanders moed in te spreken. Het hotel in Kortrijk wordt ook in de gaten gehouden door twee mannen. Twee mannen die wij kennen, het zijn Lodewijk Bakelandt en zijn rechterhand Pé Bruneel. De twee denken dat in het hotel het nodige zilverwerk te halen moet zijn. Hun gesprek wordt onderbroken door een Franse soldaat die bekend maakt dat citoyen Blandain gratis levensmiddelen laat uitdelen aan de armen en de behoeftigen van de stad. En dan gaat het mis. Per abuis raakt Pé in gevecht met een andere man en wordt door de Franse soldaten opgepakt. Niet veel later staat Bakelandt naar de toren te kijken waar Pé zit opgesloten en vraagt zich hardop af hoe hij zijn vriend daar uit moet krijgen. Dan hoort hij een stem achter zich die zegt dat 'het niet gemakkelijk zal zijn kapitein'. De man die deze woorden uitspreekt weet dus wie Bakelandt is. Al snel blijkt dat hij dit heeft gehoord van Naundorff (zie het album 'De gevangene van Wijnendale'). Hij zegt dat hij Pé tegen betaling vrij kan krijgen. Die avond gaat Bakelandt naar het opgegeven adres en treft dat zijn vriend weer aan, in alle vrijheid. De man die dit voor elkaar heeft gekregen heet Antoine Colbert en is de leider van een groep émigré's (adel die naar het buitenland was gevlucht). En ook nu zijn ze op de vlucht. Niet alleen is hun leider de hertog van Enghien verdwenen, er is ook een lijst met hierop alle namen van de émigré's. Colbert vraagt Bakelandt om hem de lijst te bezorgen die zich bevindt in de ambtswoning van de schout van Roeselare. Zolang deze lijst bestaat lopen de émigré's iedere dag het risico te worden opgepakt. Iets wat bijna zeker tot hun dood zal leiden. Natuurlijk is Bakelandt Colbert wel wat verschuldigd en bovendien is het een kans om de Fransen dwars te zitten. Maar met bruut geweld zullen zij niets bereiken en dus moet Bakelandt zich bedienen van een list. Enkele dagen later loopt hij samen met Toontje verkleed als verkopers van band en garen in de buurt van de Roeselaarse Nieuwmarkt. Hun doel is de ambtswoning van de schout die door iedereen "het vat" wordt genoemd. Zal de list slagen?

In het vierde deel kruist Bakelandt weer de degens met "het vat" en met Raoul De Crevecoeur. Tijdens het avontuur komt hij ook de hertog van Enghien tegen en verijdelt hij de plannen van zijn tegenstanders. Wel verhard het gevecht zich en Bakelandt heeft in zijn kamp een dode te betreuren. Iets wat hij in de toekomst wil gaan wreken. Hoewel er veel gevechten in het verhaal zitten en het sowieso een woelige periode en geweldadige periode was, slaagt Leemans er met glans in om toch een mooi verhaal neer te zetten. Ook het tekenwerk draagt hier zeker aan bij. Opnieuw een sfeervol verhaal waarin Leemans je meeneemt naar het Roeselare in het begin van de 19de eeuw.

5 De meester der broeders

Bakelandt - De meester der broeders

Jean-Baptiste Champvallon, de prefect van het Leie-departement, heeft commandant Raoul de Crèvecoeur bij zich laten komen. De prefect heeft een vertrouwelijke opdracht voor De Crèvecoeur, de instructies komen rechtstreeks uit Parijs. De rode loop maakt slachtoffers uit de strip Bakelandt, tekening van Hec Leemans Er moeten dringend nieuwe chirurgijns en geneesheren opgeleid worden voor het leger. Het opleidingscentrum moet in het Brugse Sint-Janshospitaal komen. De Crèvecoeur en Charmuta moeten dus afreizen naar Brugge. Hun gesprek wordt echter afgeluisterd door een bediende die meent dat de "meester" wel geïnteresseerd zal zijn in hetgeen hij aan de weet is gekomen. Op weg naar Brugge komen De Crèvecoeur en Charmuta met hun koets in de modder vast te zitten. Mannen worden gedwongen om hen te helpen. Nu is één van deze mannen Victor Lepoudre, een man van Bakelandt. Nadat de koets weer onderweg is gegaan haast Lepoudre zich dan ook naar de kapitein van het Vrijbos. Bakelandt ziet eindelijk de kans opdoemen om de dood van Simpelaere (zie het vorige deel) te wreken. En terwijl De Crèvecoeur zich hardhandig vestigt in het Brugse Sint-Janshospitaal, bevinden Bakelandt en Pé zich in een naburige herberg. Maar de twee brigands worden nauwlettend in de gaten gehouden door een man met een nogal sinister uiterlijk. Terwijl Bakelandt zijn plan om de commandant uit de weg te ruimen bespreekt met de herbergier luistert de man gedegen mee. De herbergier vindt het plan van Bakelandt te gewaagd, er zullen represailles komen. Plots is de geheimzinnige man verdwenen, maar op zijn tafel ligt, naast het geld voor de maaltijd, een brief gericht aan Bakelandt. De man daagt Bakelandt uit om morgen naar de Jeruzalemkerk te komen en de brief is ondertekend met "de meester". Ook Raoul de Crèvecoeur komt achter de plannen van de aanslag en dat de mannen die deze willen plegen zich op een bepaald tijdstip in de Jeruzalemkerk bevinden. Terwijl Bakelandt en Pé zich binnen bevinden proberen de soldaten van de commandant de deur te forceren. Maar plots is daar ook de man die zich "de meester der broeders" noemt. Hij brengt de twee brigands via een geheime gang weer in veiligheid. Tijdens de ontsnapping maakt deze geheimzinnige man duidelijk dat Raoul de Crèvecoeur voor hem is. Hij wil de commandant, die ook wel eenoog wordt genoemd, zelf doden. Bakelandt trekt zich hier niets van aan en pleegt een aanslag op het leven van de commandant, die ternauwernood aan de dood ontsnapt. De Crèvecoeur organiseert een grootscheepse klopjacht waarbij vele onschuldige burgers worden opgepakt. Ook Bakelandt en Pé bevinden zich onder de gevangen genomen mensen. Het einde lijkt daar. Maar een als non verklede Zita weet de kapitein te bereiken. En wanneer de eerste slachtoffers van de rode loop beginnen te vallen, ziet Zita een mogelijkheid om te ontkomen

Het vijfde deel uit de serie draagt als titel 'De meester der broeders', een verwijzing naar een man uit het verleden van De Crèvecoeur. Want Bakelandt is niet de enige die het bloed van de eenoog wil zien vloeien. Daarnaast speelt de rode loop een rol in dit verhaal. De ziekte kwam onder andere in de 18de eeuw veelvuldig voor op het Brabantse platteland en is eigenijk dysenterie. Alleen werd het in vroegere tijden de rode loop genoemd, waarschijnlijk vanwege het bloed dat zich in de ontlasting bevindt. Dysenterie is besmettelijk en kan overgedragen worden via handdrukken, deurklinken, toiletbrillen maar ook door besmet water.

6 Het beest van Gits

Bakelandt - Het beest van Gits

In de vierhoek, gevormd door de gemeenten Kortemark, Lichtervelde, Hooglede en Beveren ligt het dorpje Gits. Ondanks het middernachtelijk uur zijn er mensen die, op de scheiding van Gits en Hooglede, onderweg zijn. Plots klinkt een kermend geluid. Het varken dat Bakelandt, Pé en Toontje meevoeren maakt een behoorlijk leven, niet iets waar ze echt op zitten te wachten. Mietje Meyer uit de strip Bakelandt, tekening van Hec Leemans Bij het bekende drietal is ook Vermeulen die Pé een scherp mes geeft. Als snel sterft het gerochel van het gekeelde varken weg in de nacht. Er is weer eten voor de Brigands in het Vrijbos. Maar het viertal is niet alleen. Vanuit de verte worden ze bespied door een man die een vreemd masker draagt. De hond van Vermeulen krijgt er lucht van en gaat achter de vreemdeling aan, al snel gevolgd door Pé. Niet veel later vindt hij het dier dood op de grond. Maar nog voor hij verder onderzoek kan doen wordt Pé zelf aangevallen. Zijn aanvaller met het masker is reusachtig sterk. Pé is zelf ook niet een van de zwakste maar moet in zijn aanvaller zijn meerdere erkennen. Alleen door zijn aanvaller met het mes te steken voorkomt Pé dat dit zijn laatste nacht zou zijn geweest. De volgende ochtend zijn Zita en Toontje onderweg naar de Grote Markt van Hooglede. Al lopend bespreken ze de gebeurtenissen van de vorige nacht. Maar ook Zita weet niet wie of wat er achter zit. En dus gaan ze bij de minder bedeelde van het dorp eten afleveren. Bij een van de vrouwen waar ze eten brengen krijgt het tweetal nieuwe informatie over "het vat". Bij de Roerselaarse schout is hoog bezoek aangekomen. En dat klopt ook want politie-inspecteur Marat de Saint-Croix is rechtstreeks overgekomen uit Parijs. Hij heeft een vertrouwelijke missie, naast de jaarlijkse aanvulling van paarden en voedsel voor het Franse leger. Wat zij niet weten is dat Toontje, nieuwsgierig naar de geheimzinnige bezoeker, in de boom het gesprek afluistert. Jammer genoeg wordt hij door de ordonnans van de schout gezien en moet hij er vandoor voor hij het fijne van de geheime opdracht heeft gehoord. Toontje snelt door de straten om aan de ordonnans te ontkomen en komt zo bij de Sint-Michielskerk uit waar zich bedelaars hebben verzameld. Twee Franse soldaten te paard trachten de bedelaars te verdrijven en wanneer een jonge vrouw onder het paard van een van hen terecht dreigt te komen, schiet Toontje te hulp. Maar zijn verbazing is groot wanneer de bedelaarster zijn naam kent en hem met Toontje aanspreekt. Voordat hij van zijn verbazing is bekomen, is de jonge vrouw alweer verdwenen. Toontje bespreekt het voorval met Bakelandt maar tot antwoorden komen zij niet. Die nacht gaat Toontje met Pé een paard ophalen zodat het niet in Franse handen valt. Op de terugweg door het bos hebben zij ieder een ontmoeting. Toontje ziet de bedelaarster weer lopen en besluit achter haar aan te gaan. De ontmoeting van Pé is minder plezant want hij krijgt weer te maken met het beest van Gits.

In 'Het beest van Gits' uit 1979 krijgt Bakelandt te maken met een wel heel bijzondere man, namelijk Klaus Herman. Deze beresterke man is ook het echte doel van politie-inspecteur Marat de Saint-Croix. En de gezochte man is getrouwd zijn met de, tot dan toe, onbekende zus van Toontje. Dit deel betekent dus ook de introductie van Mietje Meyer en leren we iets meer over de geschiedenis van het jongste lid van de Brigands. Opnieuw een verhaal dat je met genoegen leest.

7 Het verraad van de Repensnijder

Bakelandt - Het verraad van de Repensnijder

Langs een van de zeldzame zandwegen die het donkere Vrijbos doorkruisen liggen Bakelandt en zijn Brigands in een hinderlaag. Via een helper hadden ze gehoord dat een Franse betaalmeester vanuit Brugge was vertrokken en dat hij alleen reisde. Zita leidt de vlucht uit de strip Bakelandt, tekening van Hec Leemans Het duurt niet lang voordat het doelwit verschijnt. Maar al snel blijkt dat het niet de Franse betaalmeester is, maar iemand die ze al eens hebben leren kennen. De man is Hannes de Repensnijder (zie het album 'Het goud van de consul'). Hij heeft de Franse betaalmeester al lichter gemaakt. Maar waarom is hij naar het Vrijbos gekomen? Het antwoord horen de Brigands op het hoofdkwartier. Hannes en zijn jutters zijn op een Engels schip gestuit. De bemanning van het Engelse marineschip was dood, waarschijnlijk een ziekte. Bij de kapitein vond Hannes een zilveren koker met hierin een boodschap voor Tom Kipper. Het is een bericht van admiraal Kane Harris, hoofd van de geheime dienst van koning George III van Engeland. Tom kan gratie krijgen en weer naar Engeland terugkeren. Maar de voorwaarde is dat hij met de Brigands de landing van een Engels expeditie korps mogelijk maakt. Hoewel Bakelandt er eigenlijk niet veel voor voelt gaat hij toch akkoord met het voorstel. Tom heeft hem al vaak geholpen en nu kan hij iets terug doen voor zijn vriend. De volgende ochtend vertrekken Bakelandt, Tom, Zita en Hannes te paard. Pé blijft in het Vrijbos achter om de zaken in de gaten te houden. Tegen de avond komen ze aan in Veurne waar ze contact moeten zoeken met Henricus Talpe. Volgens Hannes is het een bankier, blijkbaar heeft hij banden met de Engelsen. Hij zal Bakelandt het geld geven dat nodig is om de operatie te organiseren. Het duurt niet lang voor ze de bankier hebben gevonden. Maar Bakelandt heeft nog maar net het geld in ontvangst genomen als de Franse soldaten onder leiding van Raoul de Creveceur binnenvallen. In de verwarring die ontstaat, lukt het de vier om te ontkomen. Maar de bankier wordt geraakt door een kogel en blijkt zwaargewond achter. Nadat ze ook aan Charmuta zijn ontkomen vluchten de vier het duister in. In vol galop gaan ze naar de Vlaamse kust. De gewonde bankier wordt door de Fransen weggevoerd naar Rijssel. Na een vermoeide rit komen ze aan op het hoofdkwartier van strandjutters. Wanneer twee van de mannen van Hannes Zita lastig vallen ontstaat er een conflict. Het leidt tot een gevecht tussen Hannes en Bakelandt. De kapitein van de Brigands wint deze ronde. De rust lijkt even terug te zijn. Maar dan realiseren ze zich dat niemand weet wanneer de Engelsen gaan landen. De enige die dit weet is de gewonde bankier. En die is de handen van de Fransen gevallen. Wat nu te doen?

In 'Het verraad van de Repensnijder' krijgen Bakelandt, Zita en de andere brigands te maken met een voorstel van de Engelse geheime dienst. Ze moeten een expeditie leger helpen om aan land te komen en deze naar een plaats brengen waar het bruggenhoofd gevestigd kan worden. Maar ze krijgen te maken met verraad waarbij geld een belangrijke rol speelt. Zita treedt wat meer op de voorgrond in dit verhaal. Pé, Toontje en de anderen zijn niet of minder aanwezig.

8 De hel van de Moeren

Bakelandt - De hel van de Moeren

Het verhaal begint ditmaal in de Limburgse Kempen, kilometers bij het Vrijbos vandaan. Zo snel als het paard kan draven ontvlucht een man de garnizoensplaats Lommel. Hij was betaald om de dienstplicht over te nemen van de jonge Lubbers. Maar zodra hij zich meldde werd hij de gevangenis in gegooid. De man, Anthonis Maussen, begreep er helemaal niets van. Maar hij was niet van plan om lang in de gevangenis te blijven. En wonderwel lukt het hem om te ontsnappen. Hij vindt een paard en gaat er vandoor. Zita regelt de paarden uit de strip Bakelandt, tekening van Hec Leemans Maar dit alles is voorzien door de man die hem heeft laten arresteren. Kapitein-veearts Henry Frère Gerlache heeft twee van zijn beste mannen post laten vatten. Ze achtervolgen de arme vluchteling die aan hen overgeleverd is wanneer zijn paard struikelt. Dat Maussen ongewapend is maakt zijn achtervolgers niets uit. Met een houw wordt de vluchteling gedood. Wanneer hij weet dat Maussen dood is, rijdt Gerlache naar de boerderij van meester-teut Adrianus Lubbers. Hij vertelt dat de persoon die in plaats van zijn zoon dienst zou nemen niet is komen opdagen. En dat betekent dat Lubbers junior in het Franse leger moet dienen. De jongeman verzet zich maar dit mag niet baten. Het levert hem alleen een verblijf op in de Moeren of moerassen van in de grensstreek waar een Frans strafkamp is. En in die streek bevinden zich ook een groep bekenden. Bakelandt en zijn briganten hebben het oog laten vallen op een verlaten kasteel waar de bezetter een grote voorraad wapens heeft verzameld. Met een succesvolle aanval overmeesteren ze het garnizoen dat al snel is uitgeschakeld. Zo snel ze kunnen zoeken ze de bruikbare wapens bijeen en laden die in een kar. Bakelandt en Pé zullen de kar nemen, de rest moet op eigen gelegenheid terug naar het Vrijbos. Om niet op te vallen ligt er over de wapens een lading suikerbieten. Maar de twee makkers hebben pech. Ze lopen zo in de armen van een Franse patrouille. Wanneer de wapens ontdekt worden zijn Bakelandt en Pé er bij en worden ze afgevoerd naar de Moeren. Zodra ze het kamp binnenkomen ziet Bakelandt wie er het bevel voert, het is zijn oude tegenstander Collin D'Herbois. Natuurlijk herkent D'Herbois ook de kapitein der briganten. Het leven in het strafkamp is zwaar, de bijnaam de hel der Moeren is niet onverdiend. Een nieuwe lading gevangen wordt een paar dagen later binnengebracht, onder hen de jonge Lubbers. D'Herbois laat Lubbers en Bakelandt bij elkaar zetten in de hoop dat de jongen iets vertelt wat de Fransen heel graag willen weten. Maar natuurlijk is Bakelandt niet van plan om voor luistervink te spelen. Bovendien waagt de jonge Lubbers een ontsnappingspoging, die echter mislukt. Ondertussen hebben de twee briganten wel vriendschap gesloten met de jonge Lubbers. Ze moeten uit dit strafkamp zien te geraken. Maar hoe? Gelukkig heeft Zita inmiddels al de nodige hulp op de been gebracht. Ze maakt gebruik van de diensten van prior Abelard Callix, een goede vriend van de familie Lubbers. De geestelijke krijgt toegang tot het strafkamp en kan contact leggen met de gezochte gevangenen. In het kamp is inmiddels een besmettelijke ziekte uitgebroken die niet alleen de gevangenen velt, maar ook hun bewakers. De aanval van de zwaarbewapende groep die door Zita op de been is gebracht is dan ook succesvol. Het is de bevrijding van Bakelandt en zijn vrienden en de dood van D'Herbois. Nu moeten ze nog de jonge Lubbers zien te herenigen met zijn vader. Maar er liggen nog veel gevaren op loer.

In 'De hel van de Moeren' wordt een begin gemaakt met een langer verhaal. Bakelandt, Pé en Zita zijn ditmaal niet in de buurt van het Vrijbos, maar in de Limburgse Kempen. In dit deel is de dood van D'Herbois verwerkt. Het einde is een goede cliffhanger.

9 De schat der Teuten

Bakelandt - De schat der Teuten

Dankzij een plan van Zita ontkomen Bakelandt, Pé en de jonge Geerd Lubbers uit het de hel van de Moeren. Tijdens de ontsnapping wordt D'Herbois gedood. Het doel is nu om Geerd te herenigen met zijn vader, want die wordt gechanteerd om een grote schat af te staan aan de bezetter. Dankzij de hulp van vrienden slaagt het gezelschap er in om valse paspoorten te bemachtigen. Nu kunnen ze enigszins vrij over de wegen reizen. Over Dendermonde, Mechelen en Mol bereiken ze tenslotte de Lommelse Teutenstreek. Pé verdedigt zich uit de strip Bakelandt, tekening van Hec Leemans Maar de Fransen zijn al op de hoogte van de ontsnapping en het huis van Adrianus Lubbers wordt dag en nacht in het oog gehouden. Bakelandt en de zijnen willen proberen de vader te bevrijden, maar Adrianus is al overleden in de handen van de soldaten. De Franse officier Gerlache maakt van de verwarring gebruik om te ontsnappen en op zoek te gaan naar het geheim dat Adrianus meenam in zijn graf, de schat der Teuten. Maar hij is zeker niet de enige gegadigde. Ook Raoul de Crèvecoeur heeft lucht gekregen van de schat. Samen met Charmuta baant hij zich een weg door de Ardense hoogten in een gierende sneeuwstorm. Het is al enige tijd geleden dat ze iets van Gerlache gehoord hebben en het is zeker niet uit te sluiten dat de paardendokter zelf de hand wil leggen op de schat. Na een tussenstop in een herberg bereikt het tweetal uiteindelijk de ruïne Benedictijnenabdij van Orval. Hier hebben ze een wat merkwaardige ontmoeting met de voormalige tuinman van de abdij. Maar hij weet niet waar de schat gebleven is. Het zal zijn laatste getuigenis blijken te zijn. De volgende dag wordt in Virton, niet ver van Orval, een wettelijke executie voorbereidt. Net op dat moment naderen Bakelandt en Zita het stadje te paard. Twee beruchte moordenaars, Magonette en Genna, worden naar het schavot gebracht. Maar net op het moment dat de beul met zijn lugubere werk wil beginnen verschijnt Gerlache op het toneel. Hij heeft een bevel bij zich dat de doodstraf wordt omgezet in levenslang. En hij is gekomen om het tweetal boeven mee te nemen. Zodra de kans zich voordoet, ontdoet Gerlache zich van de twee soldaten die hen begeleiden en gaat een verbond aan met de twee moordenaars. Bakelandt en Zita volgen het gezelschap op afstand maar beseffen niet dat de boeven doorhebben dat ze gevolgd worden. Het tweetal loopt in de val die Gerlache en kompanen hebben gezet en vallen in hun handen. De hoop is nu gevestigd op Pé en prior Abelard. Zij volgen een andere route en hebben op een vast punt met Bakelandt afgesproken. Het de vrienden echter niet mee, want ook zij lopen in een val die door Magonette en Genna voor hen wordt gezet. Maar het spel is nog lang niet gespeeld want De Crèvecoeur en Charmuta naderen inmiddels ook. Kunnen de Briganten zich nog uit deze netelige situatie redden?

Met 'De schat der Teuten' wordt het avontuur besloten. Goed vertelt, met veel sfeer en een spannende verhaallijn. De mooi weergegeven illustraties en het winterse weer waarin het verhaal is neergezet doen de rest. Prima afsluiting van dit avontuur van Bakelandt.

10 Met geheime opdracht

Bakelandt - Met geheime opdracht

Jacobus Devos, schout van Roeselare, is op bezoek bij Anatole van Biervliet, een rijke bierbrouwer en vriend van de Fransen. De bierbrouwer woont in Staseghem bij Kortrijk. Buiten vieren de Franse soldaten feest samen met marketentsters en andere losbollen. Devos vertelt de bierbrouwer dat het niet ondenkbeeldig is er vanuit Engeland een invasie zou kunnen komen. De recente gebeurtenissen bewijzen dit volgens hem (zie het album 'Het verraad van de repensnijder'). De garnizoenen bij de kust moeten daarom versterkt worden. Zita en Bakelandt vermoeden onraad, tekening van Hec Leemans En om dit mogelijk te maken moet er een financiële bijdrage worden geleverd. Onder gunstige voorwaarden is de brouwer hier wel akkoord mee. Die avond vertrekt Devos, ook wel 'Het vat' genaamd, dan ook tevreden met zijn escorte. De schout wordt begeleidt door een Franse soldaat. Ze nemen de weg door het Eksterbos maar worden daar overvallen Pé Bruneel en Pier den Bult. Ze vinden het geld dat de brouwer aan de schout heeft gegeven. Een moment van onoplettendheid zorgt er echter voor dat Devos er vandoor kan gaan. Pier wil de zaak laten rusten, maar Pé gaat naar het huis van Anatole van Biervliet. Daar moet nog meer goud te halen zijn. Het lukt hem om onopgemerkt binnen te komen maar wanneer hij in de brouwzaal komt gaat het mis. Pé kan het bier niet weerstaan en begint te drinken. De volgende ochtend wordt hij ruw uit zijn roes gewekt door gewapende Franse soldaten. Nog diezelfde dag wordt Pé overgebracht naar het cavaleriekamp van Lendelede waar hij wordt opgewacht door Raoul de Crèvecoeur en diens helper Charmuta. Bruneel vreest dat het nu gedaan is met hem. Maar De Crèvecoeur heeft andere plannen met de brigant. Enkele dagen later maakt een klein schip de oversteek naar Engeland. Aan boord zijn onder meer Bakelandt, Zita en Tom Kipper. De kapitein van de Briganten heeft van Raoul de Crèvecoeur een voorstel gekregen. Het leven van Pé Bruneel in ruil voor de broer van de commandant, Hector de Crèvecoeur. De broer is lang geleden naar Canada gegaan maar is teruggekomen en heeft de naam Thomas Cardiff aangenomen en een kapersbestaan opgebouwd in Engeland. Opmerkelijk genoeg vecht hij dus aan de kant van de Engelsen. Maar de commandant heeft de handtekening van zijn broer nodig voor een erfenis kwestie. Bovendien zou Hector de Crèvecoeur in de problemen zitten. Hoewel een zware storm hun overtocht moeilijk maakt bereiken ze toch het eiland. Onopgemerkt is hun aankomst niet, maar Bakelandt heeft een smoes verzonnen dat ze aan de Engelse soldaten kunnen vertellen. Ze zijn émigrés die aan de Fransen willen ontkomen. Het verhaal en een geldbuidel lijken hun werk te doen. Maar een van de soldaten heeft Tom Kipper herkent. De soldaat, Jeff Whisker, volgt hen dan ook onopgemerkt en luistert hun gesprek af wanneer ze die avond in een herberg zitten in de buurt van Brighton. Hij weet het nu zeker, Tom Kipper is herkent als deserteur en spion. De volgende dag gaat John Fitzgerald Fielding, chef van de Bow Street Runners (de eerste detectives in burger) naar het hoofdkwartier van Engelse geheime diensten geleidt door admiraal Kane Harris. Tom Kipper wordt door de Engelsen verantwoordelijk gehouden voor de mislukte landing van het expeditiekorps en is een gezocht man. Er zijn dan ook al vijf mannen van Fielding op weg om Tom Kipper gevangen te nemen, dood of levend. Tom is samen met Bakelandt en Zita naar de plek gegaan waar contact met hen zal worden opgenomen. De plek staat bekend als 'Old Furnance'. Maar in plaats van hun contactpersoon worden ze aangevallen door de vijf runners van Fielding. Wanneer de situatie onhoudbaar lijkt te worden, stormen de drie briganten naar buiten. Maar er klinkt geen enkel schot, de mannen van Fielding zijn gedood. In het donker wacht dan ook een ietwat bijzondere bondgenoot voor onze vrienden.

In het avontuur 'Met geheime opdracht' gaan Bakelandt en de zijnen naar Engeland in opdracht van Raoul de Crèvecoeur. Het is weer eens wat anders. Natuurlijk gaan ze niet vrijwillig, het leven van Pé hangt af van het welslagen van de opdracht. In dit verhaal wordt Tom Kipper achterna gezeten door de zogenoemde Bow Street Runners. Deze groep heeft daadwerkelijk bestaan in de tijd dat dit avontuur is geplaatst. Ze worden ook wel de eerste professionele politiemacht van Londen genoemd. Ze werden in 1742 opgericht de magistraat Henry Fielding. Na diens dood in 1754 nam zijn broer Sir John Fielding het stokje over. De naam werd ontleend aan de plek waar de magistraat gevestigd was, namelijk Bow Street. De groep werd in 1839 opgeheven.