21 Asterix en het geschenk van Caesar

Asterix en het geschenk van Caesar (Le cadeau de César)

Asterix en het geschenk van Caesar (Le cadeau de César) verscheen in 1974 op de markt en het verhaal vangt ditmaal aan in de achterbuurten van Rome. Midden in de nacht komt er vanuit een kroeg nog het nodige kabaal. Asterix in Het geschenk van Caesar, tekening van Uderzo Twee Romeinse soldaten vieren het feit dat ze de volgende dag zullen afzwaaien uit het leger na een periode van 20 jaar trouwe dienst. Eén van hen heeft opmerkingen over Caesar en wordt door een nachtelijke patrouille in het cachot gegooid. De volgende ochtend wordt de Romeinse veldheer op de hoogte gebracht, maar waar iedereen verwacht dat hij de soldaat voor de leeuwen zal gooien doet Caesar iets heel anders. Hij geeft hem een geschenk! En wat voor een geschenk, een klein Gallisch dorpje in Armorica gelegen aan de zee.......en omringd door enkele Romeinse legerplaatsen.
Maar de ex soldaat, Bacchoinysus, is niet lang eigenaar van het dorpje. Enkele dagen nadat hij het leger verlaten heeft, ruilt hij het eigendomsbewijs voor een maaltijd en wat bier.
De nieuwe eigenaar is de herbergier Appendix. Samen met zijn vrouw Angina en hun dochter Coriza vertrekken ze naar hun nieuwe eigendom. Althans dat denken ze. Want eenmaal aangekomen in het welbekende dorpje blijkt het eigendomsbewijs niets waard. Zoals Abraracourcix het uitdrukt: "Men kan niet weggeven wat men niet bezit".
Om Appendix toch enigszins schadeloos te stellen, stelt Abraracourcix voor dat hij in het dorp een herberg begint. Maar dat had hij beter niet kunnen doen. Want al gauw blijkt dat Bellefleur en Angina elkaar de macht in het dorp betwisten. Wanneer tijdens de opening van de herberg er een grote vechtpartij ontstaat, zijn de rapen helemaal gaar.
Hoewel Appendix het dorp wil verlaten en naar Lutetia wil gaan, weigert Angina toe te geven. En dan gebeurt het onverwachte. Appendix gaat zich kandidaat stellen voor de functie van stamhoofd. En dan begint het spel van het werven van de stemmen in het dorp. De dochter van de herbergier wordt er op uit gestuurd om Obelix te paaien, die wel een oogje op haar heeft. Coriza uit de comic, tekening van Uderzo Ook de vishandelaar kiest de kant van Appendix, evenals de bard van het dorp. Panoramix houdt zich wijselijk afzijdig, met de mededeling dat niemand toverdrank krijgt om de ander het dorp uit te werken. Temidden van dit verkiezingsgeweld verschijnt Bacchoinysus in het dorp. Hij wil het geschenk van Caesar terug hebben, wat Appendix weigert. Wanneer de Romein zijn zwaard trekt komt net Asterix binnengelopen en duelleert met de voormalige soldaat. De Gallische krijger wint niet alleen het duel, maar ook de bewondering van Coriza. Wanneer Obelix hier achter komt zijn hij en Asterix eveneens gebrouilleerd. Appendix uit de comic Asterix, tekening van Uderzo Maar Asterix vertrouwt de situatie met de Romein voor geen meter. Hij probeert hier wel aandacht voor te vragen, maar de dorpelingen gaan helemaal op in hun verkiezingsstrijd. Zelfs bij Panoramix vindt hij geen gehoor. Dan besluit de kleine Gallische krijger om zelf op onderzoek uit te gaan.Hij is onderweg naar het Romeinse legerkamp waar Bacchoinysus zijn heil heeft gezocht. Hier treft hij een oude dienstmaat aan die bijgetekend heeft voor een nieuwe periode van 20 jaar. Als dank is deze oude legermaat nu adjudant. Hierdoor lukt het Bacchoinysus om door te dringen tot de commandant van het kamp, die zich nu genoodzaakt ziet om de drinkebroer te helpen. Terwijl Asterix onderweg is, vliegen er grote stukken steen uit het Romeinse kamp door de lucht. De Romeinen gaan gebruik maken van een grote katapult om het Gallische dorp aan te vallen. Omdat hij geen toverdrank bij zich heeft sluipt Asterix het kamp binnen en bekijkt de situatie vanuit één van de torens die in het kamp staan opgesteld. Wanneer de Romeinen Asterix ontdekken breekt er paniek uit, maar als de Galliër er spoorslags vandoor gaat beseffen de Romeinen dat hij geen toverdrank heeft. Dit sterkt hun vertrouwen in een overwinning. Asterix bereikt het dorp waar net een hevig debat gaande is tussen Abraracourcix en Appendix. Niemand wil naar hem luisteren totdat de eerste stenen in het dorp inslaan. Dan verandert de zaak en treden de Galliërs eensgezind de Romeinen tegemoet en geven het Romeinse leger een pak slaag. Hierna besluit Appendix dat hij alsnog met zijn gezin naar Lutetia vertrekt en de kou is uit de lucht tussen Bellefleur en Angina. Ook Asterix en Obelix leggen het weer bij.

Het geschenk van Caesar aan de soldaat brengt een hoop gedoe voort in het dorp. We krijgen een echte verkiezingsstrijd voorgeschoteld met alles erop en eraan. Kandidaten die elkaar belachelijk maken, het paaien van de kiezers, campagne voeren en zelfs een debat tussen de twee hoofdkandidaten. Het zal geen toeval zijn geweest dat deze punten in het album terecht zijn gekomen. In 1974 werden in Frankrijk dan ook verkiezingen gehouden en de makers hebben zich door hun dagelijkse actualiteit laten inspireren. Ook nu hebben de makers hier en daar nog wat verwijzingen in het album verwerkt. De meest direct herkenbare is natuurlijk de "Z" die Asterix achterlaat op het shirt van de Romein. Hiermee wordt aan een andere fictieve held gerefereerd, namelijk Zorro (die verzonnen is door Johnston McCulley). De naam van de Romein die dit overkwam is Bacchoinysus, een samentrekking van Dionysos en Bacchus, goden van drank en genot. Ook de namen van het gezin van de herbergier zijn verwijzingen. Appendix voor blindedarm, Angina verwijst naar de kwaal angina pectoris en de naam van de dochter, Coriza, is afgeleid van het Franse woord voor niesziekte. Er is wel gesuggereerd dat de drie zijn vernoemd naar kwalen omdat ze het dorp infecteren met een virus van tweedracht. Of dit bij de makers ook zo voor ogen stond weet ik niet, maar het klinkt wel plausibel. Het krijgen van een geschenk na trouwe dienst in het Romeinse leger is overigens een historische juistheid. Nog een verwijzing naar de toenmalige actualiteit is de commandant van het Romeinse kamp. Voor zijn gezicht diende de Amerikaanse president Nixon als model.

22 De grote oversteek

De grote oversteek (La grande traversée)

In 'De grote oversteek' (La grande traversée) uit 1975 maken Asterix en Obelix een wel heel bijzondere reis, zonder dat zij dit zelf beseffen.
Asterix als vrijheidsbeeld, tekening van Uderzo In het Gallische dorpje breekt een kleine crisis uit. De twee dragers van Abraracourcix zijn ziek geworden na het eten van vis van de dorpshandelaar Kostunrix. Dit leidt tot een woordenwisseling en, onvermijdelijk, tot een knokpartij tussen de dorpelingen. Nadat de gemoederen weer bedaard zijn verteld Panoramix dat hij voor de toverdrank absoluut verse vis moet hebben. Omdat de vishandelaar al zijn vis betrekt uit Lutetia, bieden Asterix en Obelix aan om op zee te gaan vissen. In een oude boot vertrekken de twee vrienden voor de vangst. Ze komen terecht in een stormachtige zee. Tot overmaat van ramp werpt Obelix het visnet letterlijk uit wanneer Asterix daar om vraagt. De twee Galliërs zijn nog op zee wanneer de nacht valt. Die nacht is er een kleine ontmoeting met een ander schip, maar wie dit waren blijft nog onduidelijk. De volgende ochtend is de zee zo glad als een spiegel. Er is geen zuchtje wind. Asterix en Obelix dobberen rond op het water wanneer zij in de verte het overbekende piratenschip ontwaren. Een kort bezoek later hebben de twee vrienden voldoende mondvoorraad. Maar nadat zij opnieuw een storm hebben getrotseerd dobberen de twee rond op de oceaan. Wanneer de honger zijn tol lijkt te gaan eisen bereiken ze land. Maar waar zijn ze? Asterix en Obelix gaan direct op jacht en maken kennis met een voor hen onbekend dier dat niettemin smaakt. Ook een beer kan er nog wel in. Hierna gaan de twee een tukje doen, vanuit het groen gadegeslagen door speurende ogen. Nadat ze weer ontwaken zien de twee voetsporen. Obelix gaat ervan uit dat het Romeinen moeten zijn, maar Asterix is nog niet overtuigd.
Natuurlijk zijn de twee bekende Galliërs aangeland in de nieuwe wereld, maar dit beseffen zij niet. Obelix laat zich weglokken door een lokroep van één van de indianen. De rest maakt van de gelegenheid gebruik om Asterix gevangen te nemen. Maar ook Obelix maakt een gevangene en vindt zijn weg naar het indianen dorp. Terwijl Asterix en Obelix zich afvragen met wie zij nu precies van doen hebben worden ze door het stamhoofd uitgedaagd om hun kracht te tonen. Onze vrienden verslaan hun tegenstanders en worden opgenomen in de stam. Zo nemen ze deel aan de jacht. Maar wanneer de dochter van het stamhoofd duidelijk maakt dat zij een oogje heeft op Obelix, achten de vrienden de tijd gekomen om te vertrekken. Diezelfde nacht glippen ze het dorp uit en bemachtigen een kano. Jammer genoeg zinkt de kano, maar ze bereiken wel een eilandje. Tot hun geluk is de drakar van de Vikingen inmiddels ook aangeland bij de kusten van Amerika. Door het ontsteken van een vlam lukt het Asterix om de aandacht te trekken van de zeevaarders. Natuurlijk verstaan zij elkaar niet. De Vikingen, die geleid worden door Christoffelsen, denken dat Asterix en Obelix de bewoners zijn van de nieuwe wereld. En het enige dat onze vrienden willen is aan boord van het schip komen om zo weer richting huis te gaan. Door een gelukkige samenloop belanden ze toch aan boord en worden zij meegenomen naar de thuisbasis van de Vikingen in Denemarken. Daar aangekomen worden ze geleid voor de leider van de Vikingen die geen woord van het avontuur geloofd. Tijdens de maaltijd ontmoeten Asterix en Obelix een gevangen genomen Galliër. Dit leidt tot grote verwarring onder de Vikingen én tot een vechtpartij waar de drie gebruik van maken om te ontkomen. Met een vissersboot ontkomt het drietal. Op de terugreis naar hun dorp vangen ze een lading verse vis. Panoramix kijkt peinzend over de oceaan uit wanneer hij van het bestaan van het land hoort dat Asterix en Obelix hebben bezocht. Maar dit duurt niet te lang, want die avond wordt de goede afloop gevierd met een feestmaal.

Ook nu weer een album vol met verwijzingen. Zo ziet de indiaan op pagina 23 de contouren van de stars and strips van de latere Verenigde Staten. Een dubbele symboliek zit in de tekening waarin Asterix afgebeeld wordt als de Statue of Liberty die in de haven van New York te zien is. De dubbele symboliek zit hem natuurlijk in het punt dat het vrijheidsbeeld aan Amerika is geschonken door Frankrijk. Eenmaal bij de Vikingen zijn er wat verwijzingen naar het overbekende werk van Shakespeare Hamlet. Zo verzucht de leider van de Vikingen "er is iets rots in mijn koninkrijk". Dit is een verwijzing naar een regel uit Hamlet uit gesproken door het personage Marcellus "Something is rotten in the state of Denmark". Een overbekende quote is natuurlijk de opmerking van Christoffelsen op pagina 47 "zijn of niet zijn. dat is de vraag", hiermee verwijzend naar een uitspraak van Hamlet in het gelijknamige stuk "To be, or not to be, that is the question".
De naam van Christoffelsen is natuurlijk afgeleid van Christoffel Columbus. Deze Christoffelsen doet ook nog de uitspraak "Een kleine stap voor een mens, maar een grote sprong voor de mensheid" op pagina 36 van het album. Hiermee heeft Goscinny gerefereerd aan de historische woorden van Neil Armstrong die de woorden "That's one small step for a man, one giant leap for mankind" uitsprak op 21 juli 1969 toen hij als eerste mens voet zette op de maan.

De inbreng van de Vikingen in het scenario heeft betrekking op Leif Eriksson, een viking uit IJsland, die wel geldt als de ontdekker van Amerika. Leif Eriksson ontdekte Amerika in het jaar 1000. Goscinny heeft hem nu meer toegeschreven aan Denemarken, omdat dit de kans bood om de quotes van Shakespeare te gebruiken uit Hamlet. Het toneelstuk, geschreven tussen 1600 en 1602, speelt zich af in Denemarken, waar Hamlet een prins is wiens vader is vermoord.

23 Obelix & Co

Obelix & Co (Obélix et compagnie)

De Romeinse troepen die gelegerd zijn in de kampen rondom het dorpje geloven het zo langzamerhand wel. Van de Galliërs kunnen ze toch niet winnen, dus nemen ze er het hun gemak van. Zelfs de nieuwe troepen die arriveren nemen, nadat zij als verjaardagscadeau voor Obelix hebben gediend, snel deze houding over. En dat is een doorn in het oog van Julius Caesar. Er moet iets aan gedaan worden. Omdat de gevestigde orde niet in staat is om met ideeën te komen, doet de Romeinse leider een beroep op de jonge Caius Adolescentus. Zijn plan: leer de Galliërs de bekoring van goud, van bezit. Dan zullen zij het te druk hebben om te vechten. Om zijn plan ten uitvoer te brengen krijgt Adolescentus onbeperkt krediet van Caesar. Adolescentus uit de comic Asterix, tekening van Uderzo Eenmaal aangekomen in Gallia brengt Adolescentus zijn plan ten uitvoer. Hij koopt een menhir van Obelix, wiens verschijnen in het kamp de nodige onrust veroorzaakt onder de legionairs. Adolescentus vraagt aan Obelix om zoveel mogelijk menhirs te maken die hij tegen stijgende prijzen zal aankopen. Omdat hij het toch wel aantrekkelijk vindt om veel geld te verdienen heeft Obelix geen tijd meer voor Asterix en Idefix. Hij moet zelfs een dorpsgenoot inhuren om voor hem op everzwijnen te jagen. Omdat Adolescentus de productie van menhirs nog steeds niet genoeg vindt, vraagt Obelix dorpsgenoten om hem te helpen met het houwen terwijl andere dorpsgenoten voor hem gaan jagen. Allemaal tegen betaling in sestertiëns natuurlijk. Het plan van Adolescentus lijkt te gaan werken. De dorpelingen raken in de ban van (veel) geld verdienen. Vriendschappen komen onder druk te staan. Wanneer Obelix ook nog eens allerlei luxegoederen kan kopen en de rest van de dorpelingen dit lijdzaam moeten aanzien zijn de rapen natuurlijk helemaal gaar. Iedereen wil nu een graantje meepikken. Nestorix beklaagd zich over het feit dat zijn vrouw nu geen tijd meer voor hem heeft en volgens hem een oogje op Obelix heeft. Dit terwijl zijn vrouw nooit naar een andere man heeft gekeken. Iets wat Panoramix altijd verbaast heeft. Dan gooit Asterix de knuppel in het hoenderhok en adviseert andere dorpelingen om ook menhirs te gaan maken. Obelix heeft ineens concurrentie gekregen. Ondertussen is Adolescentus terug gegaan naar Rome om hier de verkoop van de menhirs te organiseren. Ook dit lijkt goed te gaan, totdat de Romeinen zelf ook menhirs gaan produceren. Evenals de Grieken, de Egyptenaren en ga zo maar door. De menhirmarkt stort volledig in en ze raken de stenen aan de straatstenen niet meer kwijt. Om niet volledig failliet te gaan stuurt Caesar Adolescentus terug naar Gallia waar hij bekend maakt geen menhirs meer te kopen. Ondertussen is Obelix alweer op zijn schreden terug gekeerd. Nadat ze eerst onderling een partijtje hebben geknokt wenden de dorpelingen zich tot de Romeinen met de bekende gevolgen. De rust keert weer in het dorp en dit wordt gevierd met een groot feestmaal.

Het verhaal in 'Obelix & Co' (Obélix et compagnie) uit 1976 is een parodie op het kapitalisme. Jammer genoeg is dit nog steeds een actueel onderwerp. De kredietcrisis van de afgelopen tijd is een uitvloeisel van hetzelfde mechanisme waar Goscinny en Uderzo in hun verhaal voor waarschuwen. De zucht naar steeds meer geld, steeds meer materiele welvaart. Dat veel belangrijkere zaken in het leven hieraan worden opgeofferd, wordt door velen als niet belangrijk beschouwd. Iedereen wil een graantje (of zelfs heel veel graantjes) meepikken uit de ruif. Dat lessen uit het verleden niet zijn geleerd blijkt wel uit het hardnekkige blijven bestaan van de bonuscultuur.
Verder zijn er in het verhaal ook weer allerlei grappen en verwijzingen opgenomen. Op pagina 6 van het album dragen twee legionairs een dronken collega de poort uit. De afgebeelde dragers zijn karikaturen van Uderzo (voorste drager) en Goscinny (achterste drager). Maar bij de Romeinen zijn nog wel meer bekende gezichten te onderscheiden. Zo zien we op bladzijde 27 Laurel en Hardy afgebeeld als Romeinse soldaten.
Iets waar je makkelijk overheen leest is te vinden op het laatste plaatje van pagina 36. Onder de namen van de beide makers van het album is een verwijzing opgenomen dat dit het 1.000ste plaatje is dat is getekend in de serie van Asterix.

24 Asterix en de Belgen

Asterix en de Belgen (Astérix chez les Belges)

Het album 'Asterix en de Belgen' (Astérix chez les Belges) verscheen in 1979 en is het laatste album uit de serie waar Rene Goscinny een actieve bijdrage aan had. Hij overleed op 5 november 1977 op 51 jarige leeftijd aan een hartaanval. Met zijn dood verdween een geweldenaar op het gebied van de strips.

Zoals altijd gaat het leventje in het dorp van onze Gallische vrienden z'n gangetje. Dan komt het bericht dat er nieuwe Romeinse troepen aankomen. Asterix en Obelix moeten polshoogte gaan nemen. Maar wanneer ze een Romein tegenkomen in het bos is deze zelfs blij hen te zien. De troepen komen net terug van een tiendaagse veldtocht tegen de Belgen. Ze zijn hier om een beetje bij te komen. Wanneer de twee vrienden met dit bericht terug komen, ontploft Abraracourcix zowat. Asterix, Obelix, Idefix en Abraracourcix bij de Belgen, tekening van Uderzo Het stamhoofd belegt een speciale dorpsvergadering, maar niemand ligt er echt wakker van. Nou ja, behalve Abraracourcix natuurlijk. Hij is vooral in zijn eer aangetast omdat Caesar gezegd heeft dat de Belgen de dapperste zijn van alle Gallische stammen. Maar omdat dit verder niemand interesseert, trekt het stamhoofd alleen naar het land der Belgen. Niet helemaal alleen, op verzoek van Panoramix vergezellen Asterix en Obelix hem op zijn tocht. Nadat het drietal de grens is overgestoken, maken zij al snel kennis met de Belgen onder leiding van Vandendomme de Nerviër. Tussen de twee groepen Galliërs ontstaat al gauw een wedstrijdje. Wie kan het meest efficiënt een Romeins kampement kort en klein slaan. Het Belgische stamhoofd heeft al snel door dat hij hierbij Abraracourcix gemakkelijk op de kast krijgt. Vandendomme nodigt onze vrienden uit voor het eten in hun kamp. Tot groot genoegen van Obelix voldoen zij meer dan aan de verwachtingen. Maar tijdens het eten ontstaat een ruzie tussen Vandendomme en Abraracourcix. Wie is nu de dapperste? Ze besluiten tot een wedstrijd waarbij beiden het eens zijn dat niemand minder dan Julius Caesar zelf de arbiter zal zijn. De vreemde wedstrijd begint. En zowel de Belgen als de Galliërs proberen zoveel mogelijk overwinningen te halen. Zelfs de piraten komen onder vuur te liggen. Dit alles leidt ertoe dat Caesar op de hoogte wordt gebracht. In de Romeinse senaat leidt het tot felle debatten. De Galliërs worden het wachten op Caesar een beetje beu, maar dan komt het bericht dat de Romeinse leider in Belgica is aangekomen. Asterix en Obelix gaan naar het kampement van Caesar om hem op de hoogte te brengen van de wedstrijd en hem te vragen of hij op een bepaalde plaats aanwezig kan zijn als scheidsrechter. Dit leidt natuurlijk tot een woede uitbarsting bij Caesar die alle opstandelingen in de pan wil hakken. Het komt tot een veldslag tussen de Romeinen en de Belgen. Caesar heeft troepen erop uitgestuurd om via een omtrekkende beweging de Belgen ook in de rug aan te vallen. Maar gelukkig komen deze troepen de drie Galliërs tegen. En van een aanval komt dan niets meer in. Uiteindelijk vluchten de Romeinen van het slagveld. Blijft natuurlijk de vraag over: wie is er nu de dapperste? Volgens Caesar zijn ze allemaal even gek en hij keert terug naar Rome. De Galliërs nemen afscheid en aanvaarden de tocht naar huis.

In het album zitten een aantal verwijzingen, die alom met België in verband worden gebracht. Zo zien we een optreden van Manneken Pis, in het album op de plaats waar ooit eens Brussel zal verrijzen. Een ander punt dat hierop wijst is de verwijzing naar de (Brusselse) spruitjes. Een andere hint naar het roemrijke verleden van België: op pagina 39 zien we Eddy Merckx afgebeeld als koerier. De veelvoudige tourwinnaar draagt zelfs een geel getinte trui. Maar er zijn ook andere gastoptredens. Zo komen we op pagina 31 Jansen en Janssen uit Kuifje van Hergé tegen. En op pagina 47 zien we natuurlijk een verwijzing naar het schilderij Boerenbruiloft van Pieter Bruegel. En de veldslag tussen de Romeinen en de Belgen lijkt verdacht veel op de slag die ooit in Waterloo is geleverd door Napoleon.
Maar in het album zijn ook een aantal beroemde quotes van Julius Caesar te vinden. Zo op pagina 30 "Ik zal komen, ik zal zien en ik zal overwinnen!". Dit is een verwijzing naar "Veni vidi vici" (Ik kwam, ik zag, ik overwon). Een andere is te vinden op pagina 35, ditmaal uitgesproken door een officier van Caesar, maar in werkelijkheid aan hem toegeschreven: "Alea jacta est" (De teerling is geworpen).
De opmerking "Van al deze volkeren zijn de Belgen het dapperst." wordt overigens daadwerkelijk aan Caesar toegeschreven. Hij heeft dit laten opnemen in zijn Commentarii de Bello Gallico. Dit is de populaire naam voor zijn werk Commentarii Rerum in Gallia Gestarum (Commentaren op de gebeurtenissen in Gallië). Dit is door Julius Caesar geschreven over zijn verovering van Gallië.

25 De broedertwist

De broedertwist (Le grand fossé)

In 1979 verscheen het eerste album uit de Asterix serie dat door Albert Uderzo werd geschreven en getekend na het overlijden van Rene Goscinny. Het album droeg in Nederland de titel 'De broedertwist' (Le grand fossé), in België werd het uitgebracht onder de naam 'De diepe kloof'. Waarom er in dit geval gekozen is voor twee benamingen voor één taalgebied is mij niet bekend.

In Gallië ligt een dorpje dat veel lijkt op dat van Asterix. Maar dit is schijn. Daar waar de bewoners van het welbekende dorp een grote samenhorigheid kennen, worden de inwoners van het andere dorp gescheiden door een diepe kloof. Zowel figuurlijk als letterlijk. De bewoners van het linkerdeel van het dorp worden geleid door Tournedix, die van de rechterkant door Segregationix. Beiden betwisten elkaar het leiderschap van het gehele dorp. Comix en Fanzine uit de comic Asterix, tekening van Uderzo De zoon van Tournedix, Comix, wijst zijn vader op de schande die de kloof is voor het dorp. Aan de andere kant wijst de dochter van Segregationix, Fanzine, haar vader op hetzelfde. Maar Segregationix heeft ook een adviseur, Arsenicummix, die zijn leider probeert te beïnvloeden voor zijn eigen gewin. Arsenicummix wil zelf de leider worden van het gehele dorp en trouwen met Fanzine. Na de zoveelste confrontatie tussen beide groepen (die natuurlijk weer op niets uit loopt) komt Arsenicummix met een plan voor zijn leider. Als het hem lukt om het gehele dorp onder het gezag van Segregationix te krijgen, wil hij de hand van Fanzine. Hiertoe wil hij de hulp inroepen van de Romeinen. Hoewel hij eerst aarzelt, gaat Segregationix akkoord. Maar gelukkig heeft Fanzine alles afgeluisterd en laat zij een bericht sturen aan Comix. Diezelfde avond klimt Comix via een touwladder omhoog naar het raam van Fanzine en verneemt van het plan. Nadat hij met zijn vader heeft gesproken, gaat hij op weg naar het dorp van een oude vriend van zijn vader, Abraracourcix. Natuurlijk krijgt Comix hulp en samen met Panoramix, Asterix en Obelix gaat hij terug naar zijn dorp. Ondertussen heeft Arsenicummix de hulp van de Romeinen verworven, door te beloven dat zij de dorpelingen van het linkerdeel als slaven mogen hebben. Maar zodra Segregationix verneemt wat er is afgesproken weigert hij, met als gevolg dat de dorpelingen van het rechterdeel gevangen worden genomen. Fanzine is ontkomen en roept de hulp van Comix in. Maar dankzij een list van Asterix worden de dorpelingen bevrijdt. Jammer genoeg heeft Panoramix een toverdrank laten slingeren die een persoon het recente verleden laat vergeten. En dit drankje valt in handen van Arsenicummix. Hij gebruikt het om de Romeinen opnieuw voor zijn karretje te spannen. Het lukt Arsenicummix ook nog om 's nachts een ketel toverdrank te stelen. Hij geeft dit aan de Romeinen, maar de combinatie van verschillende toverdranken heeft een vervelende uitwerking voor de Romeinen. Nadat ze door de Galliërs verslagen zijn, kiezen ze het hazenpad. Maar Arsenicummix heeft Fanzine ontvoerd. Maar het lukt Comix om haar te redden. Comix en Fanzine gaan trouwen en Comix wordt het nieuwe stamhoofd. Zo komt er een einde aan de tweedeling.

De reacties na het verschijnen van dit album waren wisselend. Het album is natuurlijk niet helemaal te vergelijken met de vorige 24 avonturen. Het vakmanschap van Rene Goscinny als scenarioschrijver ontbrak nu eenmaal. De een vond het album niets, de ander vond het een goede zet om door te gaan. Ikzelf vind het album zeker niet onverdienstelijk. Natuurlijk mis ook ik de scherpte van Goscinny in het verhaal en de dialogen. Toch is Albert Uderzo er in geslaagd om een geslaagd verhaal af te leveren. Het valt ook niet mee om in de voetsporen van Goscinny te treden, het vergelijk zal altijd gemaakt worden. Maar helemaal fair is dit niet (hoewel ik dit natuurlijk zelf ook deed). Op de keper beschouwd is het gewoon een leuk verhaal met een groot aantal grappen en diverse verwijzingen. Dat het scenario minder sterk is dan de vorige albums doet daar voor mij niets aan af.
En verwijzingen zitten er genoeg in. Het verhaal zelf gaat over een dorp dat in tweeën wordt gedeeld door een gegraven kloof. Maak van de kloof een muur, verplaats het geheel naar het Duitsland van de koude oorlog, en je bent in Berlijn ten tijde van de Berlijnse muur. Toen het album verscheen was deze tweedeling er nog steeds. Een andere verwijzing die iedereen natuurlijk direct opvalt, is die van de nachtelijke scène, waarbij Comix naar het raam van Fanzine klimt. Dit komt regelrecht uit Romeo en Juliet van Shakespeare. Wat ook direct in het oog springt, is dat Comix vrij realistisch getekend is in plaats van de (voor de serie) normale karikatuur. Waarom Uderzo hiertoe besloten heeft, is mij niet bekend.
Maar er zitten meer dingen in het verhaal. Dit begint al op de eerste pagina. Segregationix zegt daar "Het dorp, dat ben ik!". Dit is een regelrechte verwijzing naar een uitspraak van de Franse koning Louis XIV (1638-1715), bijgenaamd de zonnekoning. De uitspraak "Ik ben de staat" (L'état, c'est Moi) werd lang aan hem toegeschreven. Dit is echter waarschijnlijk niet juist. Volgens historici hebben juist zijn tegenstanders dit gezegd om zijn absolute macht weer te geven. Hoe het ook zij, de uitspraak in het verhaal slaat hier wel op. De compositie van de tekening zelf is afgeleid van een beroemd schilderij waarop Louis XIV staat afgebeeld.
Een ander punt dat opvalt, zijn de broeken van de dorpelingen. Gedurende de scheiding hebben de bewoners van het linkerdeel horizontale strepen en die van de rechterkant verticale. Nadat de eenheid hersteld is, dragen alle inwoners rood-wit geblokte broeken. Dit om de eenheid weer te geven.
Ook zitten er verwijzingen in naar de politiek. De linkerkant (de socialisten en de arbeider) tegenover de rechterkant van het spectrum (de liberalen en het kapitalisme). Op pagina 7 verzucht Segregationix dat Tournedix de inwoners een G.A.O. heeft beloofd. Een Gallische arbeidsovereenkomst. Dit is een dikke verwijzing naar de C.A.O.'s die wij allen kennen.

26 De Odyssee van Asterix

De Odyssee van Asterix (L'Odyssée d'Astérix)

Zelfs de everzwijnen beginnen de Romeinen te gebruiken als middel om aan de Galliërs te ontkomen. Wanneer ze opgejaagd worden, snorren ze een patrouille op om de Galliërs af te leiden. Wanneer dit Caesar ter ore komt besluit hij dat het tijd wordt dat er wordt ingegrepen. Hij ontbiedt Caius Commissarus, het hoofd van zijn geheime politie, en eist dat deze met een plan komt. Caius Commissarus wil een agent inzetten die ook een druïde is, Nulnulnix. Hij moet achter het geheim van de toverdrank komen. Om contact met Rome te houden, krijgt Nulnulnix een gedresseerde vlieg mee. Op hetzelfde moment in het welbekende dorp, maakt Panoramix een sombere indruk. Maar deze verdwijnt op slag wanneer er een Phoenicisch schip aankomt met koopwaar. Alleen is deze koopman, Epidemaïs, de bestelling van de druïde vergeten. Asterix en Obelix in vermomming, tekening van Uderzo Nadat hij over de schok heen is, verteld Panoramix dat hij een belangrijk onderdeel van de toverdrank niet meer heeft. Deze had hij besteld bij Epidemaïs. Het onderdeel is aardolie. Ook Nulnulnix is inmiddels in het dorp aangekomen en nadat hij verneemt dat Asterix de verre tocht zal maken om de aardolie te vinden, biedt hij "spontaan" aan om mee te gaan. En zo vertrekken Asterix, Obelix en Nulnulnix met het Phoenicische schip naar het Midden-Oosten. Via de vlieg wordt Rome geïnformeerd en ieder Romeins oorlogsschip is op zoek naar de Galliërs. Nu kunnen ze de schepen op zee nog wel aan, maar het lukt ze niet om een haven in het Midden-Oosten binnen te lopen. Uiteindelijk zet Epidemaïs hen af op de kusten van Judea, volgens Obelix het beloofde land. Al gauw reizen de drie samen met Josef Ahasveros, die ook onderweg is naar Jeruzalem. Na enkele dagen lopen bereiken ze de stad, maar ze vernemen dat de Romeinen op zoek zijn naar drie Galliërs met een klein hondje. Er is dus een list nodig om Jeruzalem binnen te komen.
Maar die avond gaan ze eerst eten en dan slapen in een dorpje genaamd Bethlehem. Die nacht gaan ze terug naar Jeruzalem om onder de dekking van het nachtelijke duister over de muur te klimmen. Maar toont Nulnulnix zijn ware aard en probeert de Romeinen te alarmeren. Een mep van Obelix doet wonderen en ook de toegesnelde Romeinen krijgen een pak slaag. Josef brengt hen naar Samson Brutus, de koopman. Hier zouden de vrienden aardolie moeten kunnen kopen. Maar helaas hebben de Romeinen alle voorraden verbrand en is er geen druppel aardolie meer te krijgen in Jeruzalem. Er zit voor Asterix en Obelix niets anders op dan naar de bron van de aardolie te reizen in Mesopotamië. De hulp van Samson Brutus brengt hen naar de rand van de woestijn. Deze moeten zij oversteken om in Mesopotamië te komen. En helemaal ongevaarlijk is het niet. Iedereen is met iedereen in oorlog en onze vrienden worden dan ook meermaals onder vuur genomen. Wanneer het er slecht uit begint te zien (tijdens de beschietingen is de watervoorraad geraakt) vindt Idefex een oliebron. De twee Galliërs beginnen nu aan de thuisreis. Ze gaan naar de havenstad Tyr, daar moet Epidemaïs zijn met zijn schip. Maar aankomen in de stad blijkt dat het schip van Epidemaïs de grond in is geboord. Dus regelen Asterix en Obelix op hun eigen manier een nieuw schip. Ze "lenen" er eentje van de Romeinen. Maar voordat ze vertrekken brengt Asterix nog een bezoek aan Nulnulnix en Caius Commissarus, die ook in Tyr zijn. Hij brengt ze aan boord van het schip en de reis begint. Tijdens de reis lukt het Nulnulnix om de aardolie in zee te gooien en Asterix beseft dat zijn tocht is mislukt. Het dorp zal worden ingenomen door de Romeinen! Maar wanneer ze thuis aankomen, worden net de legioenen van Caesar in de pan gehakt. Wat blijkt? Panoramix heeft ontdekt dat wortelsap net zo goed is, dus de reis was eigenlijk niet nodig geweest. Nadat hij van de schok is bekomen, stuurt Asterix aan Caesar een cadeautje. Nulnulnix en Caius Commissarus in een surprise verpakking. Hun volgende optreden is in het circus en onze vrienden genieten van het feestmaal.

Ook ditmaal weet uderzo een leuk album af te leveren. Het verhaal in De Odyssee van Asterix (L'Odyssée d'Astérix) brengt onze vrienden ditmaal naar het Midden-Oosten. Zij bezoeken onder meer Jeruzalem en Mesopotamië, wat nu een deel van Irak en Syrië is. Ook nu worden er veel knipogen gegeven naar de huidige tijd, maar ook naar beroemde gebeurtenissen uit de regio in het verleden.
Herkenbaar voor iedereen is natuurlijk Nulnulnix. Een toespeling op de beroemdste geheim agent uit de filmgeschiedenis, namelijk 007, oftewel James Bond. Het uiterlijk van de spionerende druïde is dan ook afgeleid van Sean Connery, die als eerste de Britse geheim agent vertolkte. Maar er zitten meer karikaturen in het album verwerkt. Zo is de Franse acteur Bernard Blier gebruikt om Caius Commissarus gestalte te geven. En diende de Franse acteur Jean Gabin als basis voor de procurator van Rome in Judea, Poreus Pilarus. René Goscinny en Asterix, tekening van Uderzo Maar in het album is nog een bekende te onderkenen. Dit is René Goscinny. Hij komt terug in het album als Saul Petri, de hulp van Samson Brutus, die Asterix en Obelix naar de rand van de woestijn brengt. Albert Uderzo heeft dit album dan ook opgedragen aan de overleden schrijver van de reeks. Voor zijn overlijden had Goscinny al met het idee rondgelopen om een avontuur van Asterix te doen plaats vinden in het Midden-Oosten. Dit durfde hij echter niet goed aan. Uderzo bracht het idee wel in de praktijk. Met het maken van dit album maakte hij ook een eerbetoon aan René Goscinny.
Wat ook grappig is, betreft het heroptreden van Epidemaïs. Deze Phoenicische koopman kwam ook al voor in het album Asterix de Gladiator. Een heel andere toespeling in het album heeft betrekking op whisky. Op pagina 17 van het album laat Nulnulnix Panoramix een drankje drinken uit Caledonia (Schotland). Ook de opmerking over het toevoegen van water of ijs is amusant.
In het album steekt Uderzo natuurlijk ook wel de draak met de talloze conflicten die in het Midden-Oosten werden (en worden) uitgevochten. De scène met de verschillende groepen die Asterix en Obelix onder vuur nemen zegt natuurlijk genoeg. Een eigentijdse verwijzing staat op pagina 45 wanneer Nulnulnix de olie over boord werkt en de vogel opmerkt: "Nee hé! Beginnen jullie nu al?". Denk aan olie en de zee en we kennen allemaal genoeg voorbeelden waar dit op betrekking kan hebben.
Omdat het verhaal zich afspeelt in het oude Palestina, zijn er ook nogal wat toespelingen op de Bijbel. Dit zie je bijvoorbeeld op pagina 29 wanneer de Galliërs in Judea aan land gaan en Obelix zegt: "Daar is het beloofde land, Asterix!". De overnachting is een stal in Bethlehem behoefd uiteraard geen toelichting. Op pagina 32 wordt de muur van Jeruzalem beklommen waarbij Nulnulnix nogal lawaai maakt. Hij krijgt een mep van Obelix die daarbij zegt dat het afgelopen moet zijn met het geweeklaag. Hiermee wordt gerefereerd aan de klaagmuur in Jeruzalem.
Ook het stukje op pagina 35 waar Poreus Pilarus zijn handen wast en dit eeuwige gewas op de zenuwen van Nulnulnix werkt, is een verwijzing. En wel naar Pontius Pilatus, de praefectus van Judea, dat toen binnen het Romeins gezag viel. Het wassen van de handen wordt vaak gelijkgesteld met het afwijzen van iedere verantwoordelijkheid. Pilatus wees ook alle verantwoordelijkheid af. Dit is te vinden in Matteüs 27,24. Toen Pilatus zag, dat niets baatte, maar dat er veeleer oproer ontstond, nam hij water, wies zich de handen ten aanschouwen van de schare en zeide: Ik ben onschuldig aan zijn bloed; gij moet zelf maar zien, wat ervan komt.(bron:www.bijbelgenootschap.nl)

27 De zoon van Asterix

De zoon van Asterix (Le fils d'Astérix)

Op een morgen vindt Asterix een kleine baby op zijn deurstoep. De moeder is nergens te bekennen. Samen met Obelix zorgt de kleine Gallische krijger er eerst voor dat de baby verschoond wordt en dat het kind iets te eten krijgt. Daarna gaat hij naar het stamhoofd Abraracourcix om te vertellen wat hij gevonden heeft. Maar omdat hij natuurlijk een ongetrouwde krijger is, doet Bellefleur al snel de suggestie dat Asterix zonder al teveel moeite misschien wel de moeder op kan sporen. Zij denkt (en zij niet alleen) dat Asterix de vader is van het kind, dit tot grote woede van Asterix. Maar dan roept Obelix. Het kleine ventje heeft per ongeluk wat toverdrank binnengekregen. Omdat hij niet de eerste baby is die dit overkomt, maken de dorpsbewoners zich weinig zorgen. Asterix Obelix en Idefix in De zoon van Asterix, tekening van Uderzo Een lokale koe vindt het iets minder prettig. Er wordt besloten dat het kind bij Asterix blijft. Op zijn beurt vraagt de Galliër zich natuurlijk af van wie het kind is. Omdat hij vermoedt dat de Romeinen er wel meer vanaf zullen weten, gaat hij samen met Obelix de legerkampen af. Dit tot ongenoegen van de Romeinen overigens. De tocht lijkt op niets uit te draaien, maar in het laatste kamp komt Asterix aan de weet dat er een Romein op volkstelling is. Dit wisten de vrienden al, want die waren ze ook al tegen gekomen. Maar volgens de commandant van het kamp is de volkstelling een smoes en is de Romein op zoek naar het kind. En dat klopt ook. De Romein, Calculatus, is in opdracht van Brutus (de aangenomen zoon van Caesar) op zoek naar het kind. Wanneer Calculatus in het paleis van de prefect is, ontmoet hij daar zijn opdrachtgever. Dan blijkt dat Brutus het kind moet en zal vinden. Koste wat het kost. Omdat Brutus de hulp van Calculatus nodig heeft verteld hij hem wat de afkomst is van het kind. En Calculatus heeft een plan. Ondertussen bezorgt de kleine Asterix de nodige kopzorgen. En tot overmaat van ramp valt hij in een ketel waar nog wat toverdrank in zat. De problemen voor Asterix als pleegvader houden nog even aan. De Romeinen voeren ondertussen hun plan uit. Er wordt een vrijwilliger aangewezen en in vermomming naar het dorp gestuurd. Hij doet zich voor als verkoper van rammelaars. Alleen denkt de baby dat de vermomde soldaat de rammelaar is en deze spoed zich terug naar het kamp. Tijd voor plan B. Nu gaat Calculatus als vrouw vermomd naar het dorp. Maar ook dit haalt niets uit. Dan zet Brutus grove middelen in. Het dorp vliegt in brand. Bellefleur en de andere vrouwen nemen de baby mee naar het strand waar Brutus hen opwacht. Hij neemt het kind mee, maar Asterix en Obelix redden het kind. Dan verschijnt Caesar die wel eens wil weten wat er allemaal aan de hand is. Ook hij vraagt waarom Brutus een kind wil ontvoeren. Het antwoord komt van Cleopatra. Het kind is haar zoon en die van Caesar en dus een bedreiging voor de opvolging door Brutus. Caesar is de Galliërs dank verschuldigd. Zijn troepen zullen het dorp weer opbouwen. En het feestmaal is ditmaal op het schip van Cleopatra, en ook Caesar neemt deel aan de maaltijd.

'De zoon van Asterix' (Le fils d'Astérix) verscheen in 1983. Het album is minder sterk dan dat iedereen gewend was in de Asterix reeks. Ook het aantal verwijzingen in dit verhaal is minder. Wel wordt op pagina 19 nog een grap gemaakt over de menhirs die bij Carnac staan. Dit is overigens niet de eerste keer dat naar Carnac verwezen wordt in de serie. Ook in Asterix in Hispania gebeurde dit al eens. Op pagina 23 van dat album verwijst Kostunrix de vishandelaar ernaar. Verder moet het scenario het toch vooral hebben van de "ongelukjes" van de baby en de stunteligheid van de Romeinen. Wel opvallend is natuurlijk dat op het einde van het album Caesar en Cleopatra (die natuurlijk ook al eerder in de reeks voorkwam) deelnemen aan het feestmaal.

28 Asterix in Indus-land

Asterix in Indus-land (Astérix chez Rahàzade)

Vier jaar lang bleef het stil op het gebied van de verhalen over Asterix. Maar in 1987 verscheen het volgende deel, 'Asterix in Indus-land' (Astérix chez Rahàzade).
De dorpelingen vieren uitgebreid feest. De reden? Hun dorp is door de soldaten van Caesar weer helemaal opgebouwd (zie De zoon van Asterix). Maar terwijl Abraracourcix verwoedde pogingen doet om zijn toespraak te geven, opent ook de bard Assurancetourix zijn mond. Het gevolg is dat er regen uit de hemel valt. Maar dit is niet het enige dat naar beneden valt. Tot verbazing van iedereen valt er ook een man naar beneden uit de lucht. Het is Wiesda de fakir, die net boven het dorp vloog op zijn tapijt toen de bard zijn mond open deed. En wat blijkt nu? De fakir was net op zoek naar het dorp van onze vrienden. Hij heeft hun hulp nodig. Wiesda komt uit een koninkrijk in de Ganges vallei.Normaal gesproken heerst daar nu de moesson, zodat de overdadige regen de akkers kunnen besproeien. Maar de fakir vermoed dat zij hun god Indra hebben beledigd, want de regen blijft uit. Zijn koning (Radja Wasa) heeft een dochter, prinses Aladina. Maar nu heeft de geestelijke leider, goeroe Werda, bevolen dat wanneer er over duizend-en-één-uur geen regen is gevallen, de prinses geofferd zal worden. De fakir wil dan ook graag de bard van het dorp meenemen om de regen op te wekken. Natuurlijk gaan onze vrienden hier mee akkoord. Ook Asterix en Obelix zullen de reis gaan maken. Goeroe Werda heeft dit plannetje verzonnen om de enige troonopvolgster van de koning uit de weg te ruimen en zo zelf aan de macht te komen. Asterix en Obelix op het vliegend tapijt, tekening van Uderzo De Galliërs beginnen aan hun lange vlucht op het tapijt, waarbij ze onderweg een aantal oude bekenden de groeten doen. Maar wanneer Assurancetourix onderweg niet stopt met "zingen" springt Wiesda van het tapijt af. Het gevolg is dat ze neerstorten en in de oceaan terechtkomen. Gelukkig is er een Grieks schip in de buurt. Alleen jammer dat Wiesda in een wijnvat terecht is gekomen en nu dronken is. De reis wordt nu voortgezet met meer conventionelere middelen, namelijk het zeilschip. Maar de bard heeft zijn lesje nog niet geleerd en trekt weer zijn mond open. Het gevolg is ditmaal een zware storm die het schip op de kust doet landen. Maar gelukkig is Wiesda voldoende hersteld om de reis met het tapijt te hervatten. De groep vliegt een aantal dagen voort. Maar dan slaat de bliksem in het tapijt en moeten ze een noodlanding in Perzië maken. Hoewel de pers ze eerst niet wil helpen, komt dit na een goed gesprek met Obelix toch voor elkaar. Vervolgens is er nog een kleine ontmoeting met een groep zwervende bandieten, maar dat is voor de twee vrienden geen enkel probleem. En zo duurt de reis voort. Maar uiteindelijk komen ze dan aan bij het paleis van Radja Wasda. Er volgt een snelle audiëntie en de bard kan beginnen. Maar dan slaat de rampspoed toch weer toe. De bard is zijn stem kwijt, er komt geen geluid meer uit zijn keel. De artsen van het hof onderzoeken Assurancetourix en komen tot de conclusie dat hij een bad moet nemen met de melk van een olifantenmoeder, vermengd met nog een paar ingrediënten. De Galliërs vinden al snel het benodigde en de bard begint aan zijn bad. Maar ondertussen zit ook goeroe Werda niet stil. Zijn mannen ontvoeren de bard en brengen hem naar het olifantenkerkhof midden in de jungle. Terwijl Wiesda zijn handen vol heeft aan een boosaardige collega, gaan Asterix en Obelix Assurancetourix ophalen. Althans dat denken ze. Al snel komen ze er achter dat de bard verdwenen is. Na een zoektocht wordt de bard gevonden. En wanneer alles verloren lijkt voor de prinses komen onze vrienden te voorschijn om haar te redden. De bard heeft zijn stem weer terug en het regent dat het giet. Het werk van de vrienden zit erop en zij keren terug naar het dorp om het avontuur te besluiten met een feestmaal.

Een beter album dan het voorgaande deel uit de reeks, hiermee revancheert Uderzo zich. De dappere Galliërs vertrekken wederom naar een ander werelddeel en belanden in de wereld van duizend-en-één-nacht. In dit verhaal is een manier van vertellen toegepast die wel vaker wordt gehanteerd. De hoofdpersonages maken een reis van A naar B, waarbij de reis de gelegenheid biedt om allerlei grappen te vertellen. Dat is dan ook het geval. Soms is het een ontmoeting met een oude bekende (de piraten, Caesar) in een ander geval een losse opmerking of een verwijzing.
De verwijzing naar de oosterse sprookjes zit hem natuurlijk al in het aantal uren wat de prinses scheidt van de dood, duizend-en-één. Maar Uderzo gebruikt maar woordspelingen. Zo is er op pagina 13 de verwijzing naar het spreekwoord dat alle wegen naar Rome leiden (m.a.w. er zijn veel manieren om hetzelfde doel te bereiken). Ook grappig, het monster van Frankenstein is weer present als lid van de piraten en de opmerking van de leider op pagina 19 dat "er weer een avontuur in het water valt". Dit terwijl het piratenschip onderweg is naar de zeebodem. Wat natuurlijk ook opvalt is dat het gezang van de bard Assurancetourix, nu de oorzaak is dat er regen valt (en soms niet zo'n klein beetje ook). Leuk is dan ook de sketch op pagina 25. Tijdens de vlucht begint het te regenen en iedereen verdenkt de bard ervan, die toch echt bezweert er niets mee te maken te hebben.
Op pagina 43 van het album staat nog een verwijzing naar een andere strip. Goeroe Werda verwijst naar zijn neef Iznogoud en dat hij dan de radja zal zijn in plaats van de huidige radja. Een leuke verwijzing van Uderzo naar een andere serie waaraan René Goscinny heeft gewerkt, namelijk Iznogoedh (uitspreken met een Frans accent als "is no good"). Goscinny maakte de scenario's en Jean Tabary verzorgde de tekeningen. In deze strip doet Grootvizier Iznogoedh verwoedde pogingen om de plaats in te nemen van de huidige kalief. Maar deze opmerking is niet de enige verwijzing. Wanneer je beide strips naast elkaar legt, dan is duidelijk dat de vormgeving van de goeroe en vooral die van de slechte fakir Dankewi, gebaseerd is op de strip Iznogoedh. Opnieuw een leuke ode van Albert Uderzo.

29 De roos en het zwaard

De roos en het zwaard (Astérix la rose et le glaive)

In het Gallische dorp rommelt het enigszins. De vrouwen zijn bijzonder ontevreden over de wijze waarop Assurancetourix les geeft en dan vooral het muzikale deel ervan. Ze hebben een pedagoge uit Lutetia bereid gevonden om de kinderen in het dorp les te geven. Woedend beent Assurancetourix weg. Al snel verschijnt de vrouw, Maestria, verschijnt al snel in wat zij zelf noemt "het gekkendorp". Maestria is een vrouwelijke bard en mag dus volgens de Gallische wetten les geven. Asterix en Maestria, tekening van Uderzo Met Obelix loopt het direct fout. Hij moet nogal lachen om het punt dat de strepen op de broek van Maestria horizontaal lopen. Dit komt hem dan ook op repliek te staan. Maestria neemt haar intrek in de hut van de bard, aangezien Assurancetourix toch het dorp heeft verlaten. Maar de invloed van Maestria reikt al snel verder in het dorp dan alleen die van de bard zijn. ze moedigt de andere vrouwen in het dorp aan de ketenen van de man af te werpen en zich zelfstandig te verklaren. Een echte feministe in het dorp van onze vrienden dus. En in eerste instantie lijkt Maestria ook succes te boeken. De vrouwen laten de rokken thuis en trekken de broek aan in het dorp. Maar er komen nog meer problemen aan. In Rome is Caesar akkoord gegaan met en gewaagd plan. Een adviseur van Caesar, Gladjanus, heeft een speciale centurie opgeleid. Deze bestaat volledig uit vrouwen. De reden: het is de Gallische krijgers verboden om met vrouwen te vechten en dus is het de ideale manier om het dorp in te nemen. Ondertussen gaan de ontwikkelingen in het dorp heel hard. Er komt een stemming wie het nieuwe stamhoofd zal zijn, Abraracourcix of Bellefleur. Maar Asterix heeft nog een probleem. Maestria ziet Asterix wel zitten en geeft hem zelfs een zoen. Omdat ze ook heeft gezegd dat ze beiden stamhoofd zullen worden (gecombineerd met de onverwachte zoen) is de reden dat Asterix Maestria een dreun geeft. Dit tot zijn eigen grote schrik. Het komt zover dat alle mannen het dorp verlaten. Er is een grote tweespalt ontstaan. De Romeinen weten nog nergens van en het vrouwelijke legioen komt aan in Gallië. Maestria wil vrede sluiten met de Romeinse dames, maar komt van een koude kermis thuis. dan heeft Asterix een plan en Maestria gaat akkoord. Wanneer het vrouwelijke legioen het dorp bereikt, is dit volledig in gericht als een soort winkelcentrum vol met koopjes. De vrouwelijke legionairs zijn volledig in beslag genomen en van een verovering komt niets meer. Voeg daarbij het talent van Assurancetourix om de regen te doen ontbranden als hij zingt en de nederlaag van de Romeinen is compleet. In het dorp komt alles weer goed en Caesar is niet bepaald de lachende derde.

Het album 'Asterix De roos en het zwaard' (Astérix la rose et le glaive) uit 1991 is een sociale satire geworden. Het richt zich op het vraagstuk van de strijd tussen de seksen, waarbij het verhaal vooral beïnvloedt is door de worsteling van vrouwen om hun maatschappelijke positie te verwerven in de samenleving. Hoewel het tegenwoordig heel normaal is, moet je wel gedachten houden dat het album in het begin van de jaren 90 is verschenen. De denkbeelden die eind jaren 80, begin jaren 90 heersten voor wat betreft leidinggevende posities voor vrouwen waren nog lang zo liberaal als heden ten dage. Uderzo trekt de registers open en laat allerlei vooroordelen en valkuilen zien. Uderzo schrikt er ook niet voor terug om stereotyperingen op te voeren (de koopjesdrift van de vrouwelijke legionairs bijvoorbeeld en het eet- en drinkfestijn dat de mannen aanrichten). Maar hij wijst er ook op dat een deel van de wijze waarop mannen en vrouwen zich gedragen van alle tijden is. Hoewel een grote mond, kunnen de mannen toch niet zonder hun gezinnen, en de vrouwen blijven hun zorgzame kant tonen. Een andere valkuil waar op gewezen wordt, zij het terloops, is dat wanneer vrouwen zich binnen een organisatie op dezelfde wijze gaan gedragen als hun mannelijke tegenhangers er niets wezenlijks verandert. Wanneer Maestria zich als een soort Machiavelli begint te manifesteren gaat het fout tussen haar en Asterix. Ook komt zij later bedrogen uit wanneer ze vrede wil sluiten met de Romeinse vrouwen. Deze voelen zich nog aan hun taak gebonden om het dorp te veroveren door geweld. Uderzo houdt ons een aardige spiegel voor.

30 De beproeving van Obelix

De beproeving van Obelix (La galère d'Obélix)

Er is flink wat hommeles in Rome. Caesar is één van zijn schepen kwijtgeraakt aan een groep opstandige slaven. En wat voor een schip. Het mooiste en fraaiste van de hele vloot. Het is de taak van de ongelukkige admiraal Juventus om het bericht aan de Romeinse leider over te brengen. Om de toorn van Caesar enigszins tot bedaren te brengen belooft de admiraal er alles aan te doen om de zaak recht te zetten. Direct geeft hij zijn orders om ervoor te zorgen dat het galei terugkomt. Julius Caesar in de beproeving van Obelix, tekening van Uderzo De ontsnapte slaven varen ondertussen op volle zee met het galei van Caesar. Ze worden aangevoerd door de Griek Spartakis. Hij wil de mannen naar de vrijheid leiden. Maar waar naar toe? De soldaten van Caesar zijn overal in de bekende, oude wereld. Dan krijgt één van de mannen een idee. Hij is een Brit en zijn oom Notax (die wij kennen uit Asterix en de Britten) heeft de man vertelt over een klein Gallisch dorpje dat niet veroverd kan worden door de Romeinen. Dit komt volgens hem omdat de inwoners een toverdrank hebben. Dit is natuurlijk het dorp van onze vrienden. En zetten de opvarenden koers naar de kust van Armorica. In het kleine dorpje maakt Obelix zich zorgen. Zorgen omdat hij had gedroomd dat Caesar al zijn troepen zou terugtrekken. Maar hier hoeft de menhirhouwer zich geen zorgen om te maken. Er wordt alarm geslagen, want de Romeinen vallen aan. Nadat de Galliërs op hun beurt de Romeinen hebben aangevallen (en in de pan gehakt hebben natuurlijk) blijkt er sprake van een klein misverstand. De Romeinen waren helemaal niet van plan aan te vallen. Zij oefenden de parade omdat admiraal Juventus er aan komt. Maar dan valt het Asterix op dat Obelix bij de knokpartij niet aanwezig was. Eenmaal terug in het dorp is de reden snel duidelijk. Obelix heeft eindelijk gedaan wat hij al zo lang van plan was. Namelijk een ketel toverdrank drinken, waardoor hij nu verandert is in een granieten standbeeld. Terwijl Panoramix een tegengif zoekt, proberen de dorpsbewoners van alles om Obelix weer terug te krijgen. Maar niets helpt. Zelfs geen gebraden everzwijn of een kus van Walhalla! Ondertussen arriveert Spartakis in het dorp en vraagt om hulp. Natuurlijk krijgt hij deze van de dorpelingen. Terwijl Asterix somber terugloopt naar zijn hut hoort hij plotseling Obelix. Alleen Obelix is veranderd in een jong kind. Uit frustatie omdat hij weer kind is en zijn krachten kwijt is gaat Obelix het dorp in en wordt gevangen genomen door een groep Romeinen. Zij zijn erop uit gestuurd om een gijzelaar te nemen in ruil voor de ontsnapte slaven en het galei. Zodra Asterix beseft wat er is gebeurt, brengen de dorpelingen en de slaven een bezoekje aan de Romeinen. Maar Obelix is al door de admiraal meegenomen op zijn schip. Spartakis uit de comic Asterix, tekening van Uderzo Gelukkig hebben de Galliërs nu ook een schip. Het galei van Caesar. Samen met de mannen van Spartakis zetten Asterix en Panoramix de achtervolging in. Het duurt niet lang voordat het galei van de admiraal is achterhaald en veroverd. Omdat er toch nog wat piraten in het water dreven doet Asterix het schip van de admiraal over aan hen. Maar Panoramix heeft intussen een idee om Obelix te helpen. Alleen moeten ze daarvoor naar het legendarische Atlantis. De overlevenden van dit gezonken rijk hebben veel kennis en kunnen misschien Obelix helpen. Maar wanneer Asterix het ruim ingaat, blijkt dat de toverdrank op is, ze zijn vergeten om een ton uit het andere schip te halen. En dus reizen de vrienden op de ouderwetse manier. Maar uiteindelijk bereiken ze Atlantis. Hoewel de inwoners van Atlantis Obelix niet kunnen helpen, hebben de slaven een nieuw thuis gevonden. Terwijl Asterix en Panoramix weer wegzeilen, vindt er op het schip met de admiraal en de piraten iets wonderlijks plaats. Admiraal Juventus drinkt wat van de toverdrank en neemt gelijk de macht over op het schip. Maar nu wil hij ook wel de macht in Rome overnemen. Het schip van Asterix en Panoramix wordt ondertussen geënterd door de Romeinen en zonder toverdrank zijn ze kansloos. Maar wanneer de Romeinen Asterix kwaad willen doen windt Obelix zich zo op dat hij weer de oude wordt. En met zijn teruggekeerde krachten rekent hij af met de Romeinen. Nu is Obelix weliswaar weer normaal, maar nu is de admiraal in graniet veranderd omdat hij de hele ton met toverdrank op heeft gedronken. Hij komt uiteindelijk in het circus terecht en onze vrienden bereiken het dorp en vieren het einde van het avontuur met een groot maal.

Wederom een leuk album van Uderzo. In het verhaal maakt gebruik van de oude wens van Obelix om ook eens toverdrank te mogen drinken, maar door de overdosis verandert hij (tijdelijk) in graniet en later in een kind. Het verhaal begint uitstekend en de inbreng van de slaaf Spartakis is een goede vondst. Het is een prachtige karikatuur van Kirk Douglas die de rol van Spartacus speelde in de gelijknamige film, waarop het personage in het album is gebaseerd. Er heeft overigens ook in het echt een Spartacus geleefd. Hij was een Romeinse slaaf, die een grote slavenopstand leidde die duurde van 73 v.Chr. tot 71 v.Chr. Zijn leger van ontsnapte gladiatoren en slaven versloeg het Romeinse leger in verschillende veldslagen. De echte Spartacus is wat minder fijn aan zijn eind gekomen trouwens, hij werd gedood in een veldslag.
Het enige minpuntje vind ik het gedeelte met Atlantis. Dit heeft alleen als doel om de slaven een nieuwe woonplaats te bieden, maar voegt wat mij betreft niets toe aan het verhaal.